<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0690</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:19:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA0690</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C16/ 339450 / FA RK 13-1508</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656">Burgerlijk Wetboek Boek 1</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=24">Burgerlijk Wetboek Boek 1 24</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2013/4542</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2013/225 met annotatie van P.J.M. Ros</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2013/166</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2013-0105</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0690">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0690</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:15:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0690 Rechtbank Midden-Nederland , 22-05-2013 / C16/ 339450 / FA RK 13-1508</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0690:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een vrouw die in 1987 dood was verklaard, heeft woensdag in Utrecht haar identiteit van de rechter teruggekregen. De officier van justitie vroeg de rechter, tijdens de besloten zitting op 18 april 2013, om doorhaling van de akte van lijkvinding omdat zij kon aantonen dat [de vrouw]  in leven is. De rechtbank oordeelde dat er, mede op basis van een in 2012 door het NFI uitgevoerd DNA-onderzoek, voldoende bewijs is dat de vrouw in kwestie inderdaad [de vrouw]  is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0690:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Afdeling Familierecht</para>
    <para />
    <para>zittinghoudende te Utrecht</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rekestnummer: C16/ 339450 / FA RK 13-1508</para>
    <para />
    <para>doorhaling akte burgerlijke stand</para>
    <para />
    <para>Beschikking van 22 mei 2013 </para>
    <para />
    <para>op het verzoek van </para>
    <para />
    <para>DE OFFICIER VAN JUSTITIE,</para>
    <para />
    <para>betreffende</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[de vrouw] alias [naam],</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>met als overige belanghebbende</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,</para>
      <para>gemeente Utrechtse Heuvelrug.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>				</para>
    <para>1.	Verloop van de procedure</para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het ter griffie ingediende verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland (nr. Ut/4217/360-13). </para>
    <para />
    <para>De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 18 april 2013, in aanwezigheid van de officier van justitie, de vrouw en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, mevrouw H.C.M. van Veen-van den Oudenalder.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2.	Vaststaande feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	Op [geboortedatum] 1958 is te [geboorteplaats] geboren [de vrouw].</para>
      <para>-	Met betrekking tot voornoemde persoon is op 13 april 1987 te Maarn een akte 	van lijkvinding opgemaakt onder nummer [nummer].</para>
      <para>-	Voormelde akte is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van het jaar 1987.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3.	Beoordeling van het verzochte</para>
    <para />
    <para>3.1.	Het openbaar ministerie heeft verzocht dat de rechtbank de doorhaling zal gelasten van de akte van lijkvinding met nummer [nummer], ingeschreven in het register van overlijden van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van het jaar 1987, nu deze akte ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug voorkomt. </para>
    <para />
    <para>3.2.	Het openbaar ministerie heeft aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd. Op 24 oktober 1976 is in de toenmalige gemeente Maarn een lijk van een onbekend persoon gevonden -later ook aangeduid als ‘het Heulmeisje’-, waarvan jaren later met op dat moment nieuw technisch onderzoek met voldoende mate van zekerheid is vastgesteld dat dit het lichaam van [de vrouw] is. Op 13 april 1987 is daarop een akte van lijkvinding opgemaakt. In 2006 heeft de vrouw contact gezocht met een zus van [de vrouw] met de mededeling dat zij [de vrouw] is. In 2012 heeft het Nederlands Forensisch Instituut een DNA-verwantschapsonderzoek verricht, waaruit volgt dat de vrouw [de vrouw] kan zijn. Ter zitting heeft de officier van justitie gesteld dat zij en de cold-cases officier van het openbaar ministerie uit het DNA-verwantschapsonderzoek de conclusie trekken dat de vrouw [de vrouw] is.</para>
    <para />
    <para>3.3.	De vrouw is ter terechtzitting verschenen en heeft gesteld dat zij [de vrouw] is en dat zij haar identiteit terugwil. </para>
    <para />
    <para>3.4.	De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting genoegzaam is gebleken dat de vrouw daadwerkelijk [de vrouw] is. Hieruit volgt dat de eerdergenoemde akte van lijkvinding betreffende het overlijden van [de vrouw] ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug voorkomt. Er is voldaan aan het vereiste voor het gelasten van de doorhaling van die akte, zoals vermeld in artikel 1:24 lid 1 BW. De rechtbank zal het verzoek van het openbaar ministerie daarom toewijzen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>4.	Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>gelast de doorhaling van de akte van lijkvinding met nummer [nummer], ingeschreven in het register van overlijden van het jaar 1987 van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.C. Stijnen, rechter, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. M.A. van den Breemer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2013.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>