<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T14:33:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ5585</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">337162 / HARK 13-35</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5585">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:01:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5585 Rechtbank Midden-Nederland , 01-03-2013 / 337162 / HARK 13-35</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5585:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5585:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>beslissing</para>
      <para>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Zittingslocatie Lelystad</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: WK2013/002</para>
      <para>Rekestnummer: 337162 / HARK 13-35</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>beslissing van 1 maart 2013 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken</para>
    <para />
    <para>op het verzoek in de zin van artikel 512 Wetboek van Strafvordering van: </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verzoeker],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. R.A. Korver te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1. 	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het schriftelijke wrakingsverzoek van 29 januari 2013</para>
      <para>-	het schriftelijke verweer van mr. M.C. Oostendorp van 12 februari 2013</para>
      <para>-	het schriftelijke verweer van mr. M. Iedema van 13 februari 2013</para>
      <para>-	de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 15 februari 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2.	Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:</para>
      <para>- verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman mr. Korver, voornoemd</para>
      <para>- mr. M. Iedema.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.3.	Mr. M.C. Oostendorp heeft laten weten niet te zullen verschijnen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Het wrakingsverzoek </para>
      <para>2.1.	Het verzoek tot wraking is gericht tegen mrs. Iedema en Oostendorp als rechters in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.	Verzoeker heeft aangevoerd al geruime tijd het gevoel te hebben niet eerlijk te worden behandeld in de behandeling van zijn strafzaak in het onderzoek [X]. Verzoeker heeft hiertoe aangevoerd dat de rechtbank, gezien de stand van zaken in het onderzoek, erg veel haast maakt met de voortgang, dat er geen rekening wordt gehouden met de verhinderdata van de advocaten en dat er slecht wordt gepland. Voorts bleek tijdens de laatste regiezitting in november 2012 dat eerder door de verdediging verzochte getuigen, die eerst waren afgewezen, wederom werden afgewezen. Ook heeft de rechtbank de verzoeken van de verdediging tot het horen van getuigen in Suriname en het verrichten van onderzoekshandelingen is Suriname om onbegrijpelijke reden met een standaard motivering afgewezen. Dit ondanks dat uit een proces-verbaal van de politie volgt dat er in Suriname nadere onderzoekshandelingen zouden moeten worden verricht. </para>
      <para>Verzoeker is van mening dat het vertrek van de voorzitter de reden is geweest voor de overdreven grote haast en druk die er achter de voortgang van dit onderzoek is gezet. Verzoeker heeft het gevoel gekregen dat alle afwijzende beslissingen van de rechtbank zijn ingegeven doordat de voorzitter een andere functie zou krijgen. Hij stelt dat hij zich niet aan de indruk kan onttrekken dat de voorzitter wellicht de functiewisseling laten meewegen in de raadkamer en met dat in het achterhoofd de andere rechters heeft overtuigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3.	Mrs. Iedema en Oostendorp hebben laten weten niet in de wraking te berusten en hebben verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna zover nodig besproken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	De beoordeling</para>
      <para>3.1.	Voor de beoordeling van het wrakingsverzoek wordt de toepasselijke norm gegeven door zowel artikel 512 van het Wetboek van strafvordering als door artikel 6 EVRM, dit alles in samenhang met de door de Hoge Raad en de door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ontwikkelde criteria. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien objectief bepaalde feiten of omstandigheden de rechtzoekende grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de hiervoor bedoelde zin dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verdachte bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3.	Er zijn geen feiten en/of omstandigheden gesteld dan wel gebleken op grond </para>
      <para>waarvan thans geoordeeld kan worden dat er sprake is van persoonlijke vooringenomenheid van mrs. Iedema en Oostendorp jegens verzoeker. Derhalve zal naar objectieve maatstaven moeten worden beoordeeld of sprake is van feiten en omstandigheden die verzoeker grond hebben gegeven voor de vrees dat het mrs. Iedema en Oostendorp aan onpartijdigheid heeft ontbroken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.4.	De rechtbank is van oordeel dat zulks in casu niet het geval is. Mrs. Iedema en Oostendorp hebben gemotiveerd weersproken dat de voorzitterswissel invloed op hun beslissingen om een aantal getuigen niet te horen heeft gehad. Zij hebben aangevoerd een zelfstandig deel van de meervoudige kamer te zijn en geen andere zaken te laten meewegen in hun beslissingen. Voorts hebben mrs. Iedema en Oostendorp aangevoerd dat zij ten tijde van alle pro forma zittingen en het voorzittersoverleg van 15 september 2012 niet bekend waren met de vacature bij het kabinet RC, laat staan dat te voorzien was dat de voorzitter de functie van teamleider daar zou gaan vervullen. Ter zitting heeft mr. Iedema hieraan toegevoegd dat zij pas op 20 december 2012 wist dat de voorzitter een andere functie kreeg. De rechtbank is van oordeel dat thans geen enkele aanleiding bestaat om aan de verklaring rechters te twijfelen. Derhalve zijn er naar objectieve maatstaven geen feiten en omstandigheden aan te wijzen die grond hebben gegeven voor de vrees dat het mrs. Iedema en Oostendorp aan onpartijdigheid heeft ontbroken. </para>
    <para />
    <para>3.5.	De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.1.	wijst het verzoek tot wraking van mrs. Iedema en Oostendorp af;</para>
    <para />
    <para>4.2.	draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, zijn raadsman en mrs. Iedema en Oostendorp, alsmede aan de voorzitter van de sector strafrecht en de president van deze rechtbank;</para>
    <para />
    <para>4.3.	bepaalt dat de strafzaak tegen verzoeker dient te worden voorgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beslissing is gegeven door de mrs. O.E. Mulder, S.M. Lieshout en C.J. Hofman in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Weistra en in openbaar uitgesproken op 1 maart 2013. </para>
    <para />
    <para />
    <para>de griffier					de voorzitter</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>