<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T14:54:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBMNE:2013:774</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ5249</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/712191-10 [P]</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5249">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:00:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5249 Rechtbank Midden-Nederland , 13-03-2013 / 16/712191-10 [P]</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5249:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak. Op grond van de stukken van het dossier, kan hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5249:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>parketnummer: 16/712191-10 [P]</para>
    <para />
    <para>vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 maart 2013</para>
    <para />
    <para>in de strafzaak tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte]</para>
      <para>geboren op [1963] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres], [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Raadsman mr. H.G.J. Ligtenberg, advocaat te Utrecht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1	Onderzoek van de zaak</para>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 februari 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. H.G.J. Ligtenberg, naar voren hebben gebracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2	De tenlastelegging</para>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met een ander, in de periode van 13 januari 2009 tot en met 11 oktober 2010 valsheid in geschrift heeft gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3	De voorvragen</para>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4	De beoordeling van het bewijs</para>
      <para>4.1	Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) het aan haar ten laste gelegde feit heeft begaan. </para>
      <para>4.2	Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Hiertoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd:</para>
      <para>Verdachte heeft niet het oogmerk gehad om de verantwoordingsformulieren PGB valselijk op te maken en ze vervolgens als echt te doen gebruiken. Verdachte verkeerde in de veronderstelling dat de zorg die [medeverdachte] verleende viel onder het bereik van de Toekenningsbeschikking PGB. Daarbij heeft [medeverdachte] steeds het opgegeven bedrag aan salaris uit het PGB ontvangen. Ook heeft verdachte nagevraagd of [medeverdachte] de zorg mocht verlenen. Dit is aan haar bevestigd. Verdachte heeft het PGB niet gedeeld met [medeverdachte].</para>
      <para>4.3	Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vast is komen te staan dat medeverdachte [medeverdachte] enige zorg, vallend onder het PGB, heeft verleend aan de zoon van verdachte, genaamd [naam]. Dit volgt onder meer uit de verklaringen van verdachte, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] en de ter terechtzitting de afgelegde verklaring van [naam]. Het gaat hier evenwel niet om het verlenen van zorg ten belope van de bedragen die het Zorgkantoor ten behoeve daarvan aan [naam] heeft toegekend en uitgekeerd, te weten een totaalbedrag van € 51.060,50. Daarbij stelt de rechtbank vast dat in ieder geval een substantieel gedeelte van het aan de zoon van verdachte overgemaakte bedrag aan PGB, te weten € 9.181,84, niet is besteed aan zorg. Van een bedrag van € 40.739,25 wat cash van de bankrekening van de zoon van verdachte is opgenomen kan daarentegen niet zonder meer vastgesteld worden dat dit bedrag aan medeverdachte [medeverdachte] is uitgekeerd voor verleende zorg aan [naam]. Hetgeen op de verantwoordingsformulieren is ingevuld is dan ook in dat licht onjuist. Op de tenlastelegging wordt verdachte echter verweten dat op de verantwoordingsformulieren in strijd met de waarheid is ingevuld dat medeverdachte [medeverdachte] zorgverlener was voor [naam] en/of dat hij (grote) geldbedragen heeft ontvangen als zorgverlener. Op grond van het dossier kan dat niet wettig en overtuigend worden bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het aan haar ten laste gelegde feit.</para>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>5	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vrijspraak</para>
      <para>- spreekt verdachte vrij van het aan haar ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mrs. V. van Dam en E.C.A. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 maart 2013.</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 13 januari 2009 tot en met 11 oktober 2010</para>
      <para>te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een)</para>
      <para>ander(en), althans alleen, één of meer verantwoordingsformulier(en) PGB -</para>
      <para>zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig</para>
      <para>feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte</para>
      <para>en/of haar mededader(s) valselijk, immers in strijd met de waarheid, in/op</para>
      <para>dat/die formulier(en) vermeld dat [medeverdachte] zorgverlener was van/voor [naam] en/of dat aan [medeverdachte] als zorgverlener (grote) bedragen waren</para>
      <para>uitbetaald, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te</para>
      <para>gebruiken of door anderen te doen gebruiken,</para>
      <para>het betreft:</para>
      <para>- een verantwoordingsformulier PGB, over de periode van 13-08-2008 t/m</para>
      <para>31-12-2008 (pag 154 van het pv)</para>
      <para>- een verantwoordingsformulier PGB, over de periode van 01-01-2009 t/m</para>
      <para>15-06-2009 (pag 143 van het pv)</para>
      <para>- een verantwoordingsformulier PGB, over de periode van 01-07-2009 t/m</para>
      <para>07-11-2009 (pag 147 van het pv)</para>
      <para>- een verantwoordingsformulier PGB, over de periode van 08-11-2009 t/m</para>
      <para>31-12-2009 (pag 149 van het pv)</para>
      <para>- een verantwoordingsfomrulier PGB, over de periode van 01-01-2010 t/m</para>
      <para>30-06-2010 (pag 151 van het pv)</para>
      <para>- een verantwoordingsformulier PGB, over de periode van 01-07-2010 t/m</para>
      <para>05-10-2010 (pag 152 van het pv);</para>
      <para>art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>