<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T14:52:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBMNE:2013:371</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ1101</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/600093-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1101">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:31:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1101 Rechtbank Midden-Nederland , 07-02-2013 / 16/600093-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1101:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing TUL bijzondere voorwaarden: de aan de proeftijd gekoppelde bijzondere voorwaarde van meewerken aan klinische behandeling bestaat niet meer. De enige bijzondere voorwaarde die nog geldt is (kort gezegd): een meldplicht en meewerken aan een ambulante behandeling. Uit het rapport blijkt onvoldoende dat veroordeelde die laatste bijzondere voorwaarde heeft overtreden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1101:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Parketnummer: 16/600093-11 </para>
    <para />
    <para>Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht</para>
    <para />
    <para>In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren op [1972] te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres],</para>
      <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in de P.I. Nieuwegein,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1	De procedure</para>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Utrecht d.d. 19 september 2011 in de zaak met bovenvermeld parketnummer;</para>
      <para>- het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Utrecht d.d. 30 maart 2012 in de zaak met parketnummers 16/601171-11 (de hoofdzaak) en bovenvermeld parketnummer;</para>
      <para>- de vordering van de officier van justitie, binnengekomen ter strafgriffie d.d. 6 december 2012;</para>
      <para>- de overige stukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. De veroordeelde is behoorlijk opgeroepen maar niet ter terechtzitting verschenen. Hij heeft afstand gedaan van het recht ter terechtzitting aanwezig te zijn. Wel is verschenen zijn raadsvrouw mr. P.M.A.C. van de Wouw, advocaat te Utrecht, die heeft verklaard door veroordeelde bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn om namens hem het woord te voeren. De raadsvrouw heeft afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging bepleit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2	De beoordeling</para>
      <para>Aan veroordeelde is bij voormeld vonnis d.d. 19 september 2011 een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van twaalf maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook als dit een behandeling gericht op agressie, alcoholgebruik en persoonlijkheidsproblematiek inhoudt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Voormeld vonnis is onherroepelijk geworden op 3 oktober 2011. Bij vonnis van 30 maart 2012 is de proeftijd met één jaar verlengd. Ook is toen bepaald dat de bijzondere voorwaarde ongewijzigd dient te blijven. </para>
    <para />
    <para>Wel is bij dat vonnis (in de hoofdzaak) een nieuwe, gedeeltelijk voorwaardelijke, gevangenisstraf opgelegd, met als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zal verblijven in en zal meewerken aan een klinische behandeling in een voor de veroordeelde meest geschikte behandelsetting in een intramurale inrichting te bepalen door het IFZ, dat hiertoe een inrichting zal aanwijzen. De behandeling van veroordeelde zou 12 maanden moeten duren, of zoveel korter als de leiding van de te bepalen inrichting in overleg met de reclassering noodzakelijk achtte.</para>
    <para />
    <para>Blijkens een rapport van Leger des Heils Jeugdzorg &amp; Reclassering d.d. 22 november 2012 heeft veroordeelde zich niet gehouden aan de bij vonnis van 19 september 2011 opgelegde bijzondere voorwaarde. Veroordeelde wilde niet met Leger des Heils spreken. Hij  heeft op 5 juli 2012 een gesprek gehad met medewerkers van Altrecht en het Leger des Heils. Hem werd gezegd dat hij zich klinisch diende te laten behandelen, hetgeen hij weigerde.</para>
    <para />
    <para>Kennelijk heeft de opsteller van het rapport d.d. 22 november 2012 gemeend dat veroordeelde zich nog altijd op grond van een bijzondere voorwaarde klinisch dient te laten behandelen. Het rapport beschrijft vrijwel uitsluitend de moeite die is getroost om dit te realiseren. Bij uitspraak van 24 september 2012 heeft de rechtbank Utrecht echter geoordeeld dat het voorwaardelijk gedeelte van de bij vonnis van 30 maart 2012 opgelegde straf ten uitvoer dient te worden gelegd, zodat de aan de proeftijd gekoppelde bijzondere voorwaarde van meewerken aan klinische behandeling vanaf dat moment niet meer bestond. De enige bijzondere voorwaarde die nog geldt is de voorwaarde zoals is vermeld in het vonnis van 19 september 2011, te weten (kort gezegd): meldplicht en meewerken aan een ambulante behandeling.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het rapport blijkt voorts onvoldoende dat veroordeelde die laatste bijzondere voorwaarde heeft overtreden. Dit betekent dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie dient te worden afgewezen.</para>
      <para>3	De beslissing</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <para>Wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie af. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beslissing is gegeven door mr. E.A. Messer, voorzitter, mr. M.J. Veldhuijzen en mr. L.M.G. de Weerd, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.H. Balk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 februari 2013.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>