<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:3621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T10:26:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-650822-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:3621">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:3621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-30T17:00:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:3621 Rechtbank Midden-Nederland , 14-06-2013 / 16-650822-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:3621:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich verzet toen hij door politieambtenaren werd aangehouden. Verdachte wordt vrijgesproken van dit feit omdat de rechtbank niet bewezen acht dat de betreffende ambtenaren op dat moment werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun functie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:3621:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/650822-12 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige strafkamer van 14 juni 2013.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres </para>
      <para>
        [adres], [postcode] [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 mei 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. L. Demmer, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich met geweld heeft verzet tegen zijn aanhouding door politieambtenaren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte van[verbalisant 1], de processen-verbaal van bevindingen en de verklaring van de verdachte dat hij zich heeft verzet tegen zijn aanhouding door de politie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Enerzijds is er onvoldoende bewijs dat verdachte degene is die de in de dagvaarding beschreven handelingen heeft gepleegd. Anderzijds is er geen sprake geweest van een strafbaar feit wat op heterdaad is ontdekt, heeft er geen aanhouding plaatsgevonden en waren de verbalisanten derhalve niet in de rechtmatige uitoefening hunner bediening.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht -evenals de verdediging doch anders dan de officier van justitie- niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
        <para>Verdachte heeft zich op 30 april 2011 verzet toen hij door politieambtenaren werd aangehouden. De rechtbank acht niet bewezen dat de betreffende ambtenaren op dat moment werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, zoals ten laste is gelegd. Uit het dossier en hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen blijkt onvoldoende dat aan de aanhouding van de verdachte een redelijk vermoeden van schuld, het vereiste om iemand als verdachte te kunnen aanmerken, ten grondslag lag. Immers, verbalisant [verbalisant 1] verklaart in zijn proces-verbaal van bevindingen dat hij zijn collega [verbalisant 2] hoorde zeggen dat verdachte moest worden aangehouden, maar dat hij niet had meegekregen waarvoor verdachte moest worden aangehouden. Verbalisant [verbalisant 2] verklaart in zijn proces-verbaal van bevindingen dat hij van beveiligers op de Traaij had gehoord dat verdachte het terrein moest verlaten. Dit in verband met het verstoren van de openbare orde tijdens het evenement. </para>
        <para>Echter, niet is vermeld op welke wijze verdachte de openbare orde zou hebben verstoord. Uit de stukken volgt niet dat zich zodanige feiten en omstandigheden voordeden dat daaruit een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeide. Derhalve kan de rechtbank niet vaststellen dat de aanhouding rechtmatig was en dus ook niet of de politieambtenaren die de verdachte aanhielden werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, hetgeen tot vrijspraak van het ten laste gelegde feit leidt. </para>
        <para>Evenmin wordt inzichtelijk gemaakt waarom het noodzakelijk was om verdachte -zonder hem eerst te sommeren om het terrein te verlaten of hem mede te delen dat hij was aangehouden- door middel van een nekklem naar de grond te werken. Voor zover de</para>
        <para>aanhouding wel rechtmatig zou zijn geweest, was in ieder geval het toegepaste geweld</para>
        <para>buitenproportioneel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De benadeelde partij</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De vordering van de benadeelde partij </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">
          [verbalisant 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [verbalisant 1] vordert een schadevergoeding van € 600,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. </para>
      <para>De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De vordering van de benadeelde partij </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">
          [verbalisant 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [verbalisant 2] vordert een schadevergoeding van € 300,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. </para>
      <para> De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het ten laste gelegde feit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [verbalisant 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij [verbalisant 1] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelte partij [verbalisant 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij [verbalisant 2] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Vanwersch, voorzitter, mrs. M.A.A.T. Engbers en  P.P.C.M. Waarts, rechters, in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juni 2013.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 30 april 2011 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse</para>
      <para>Heuvelrug, althans in het arrondissement Utrecht, toen de aldaar dienstdoende</para>
      <para>
        [verbalisant 2] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 1] (surveillant van</para>
      <para>politie) en/of [verbalisant 3] (aspirant van politie) verdachte op verdenking van</para>
      <para>het verdenking van het gepleegd hebben van een of meer op heeterdaad</para>
      <para>ondtdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en), op heterdaad ontdekt, had(den)</para>
      <para>aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den), teneinde hem ten</para>
      <para>spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe</para>
      <para>over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een politiebureau, zich</para>
      <para>met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en),</para>
      <para>werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner / hunner bediening, door</para>
      <para>opzettelijk gewelddadig</para>
    </parablock>
    <para>- ( nadat die [verbalisant 1] hem, verdachte, had vastgepakt) zich los te</para>
    <parablock>
      <para>trekken/rukken, althans zich los te maken, uit de greep waarin die [verbalisant 1],</para>
      <para>hem verdachte hield en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( nadat die [verbalisant 2] hem, verdachte, had vastgepakt) te rukken en/of te</para>
    <parablock>
      <para>trekken en/of te lopen in een andere richting dan die waarin die [verbalisant 2],</para>
      <para>hem, verdachte, wilde voeren en/of zich los te rukken/trekken uit de greep</para>
      <para>waarin die [verbalisant 2] hem, verdachte, hield en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( nadat die [verbalisant 2] de greep op hem, verdachte, was verloren)</para>
    <parablock>
      <para>bovenop die (inmiddels op de grond gevallen, althans terecht gekomen, en/of op</para>
      <para>de rug liggende) [verbalisant 1] te gaan zitten en/of (terwijl hij, verdachte, op</para>
      <para>het [boven]lichaam van die [verbalisant 1] zat, althans zich bevond) (met gebalde</para>
      <para>vuist) een of meer slaande beweging(en) te maken in de richting van die [verbalisant 1]</para>
      <para>, althans een beweging te maken alsof hij, verdachte, zou gaan slaan in</para>
      <para>de richting van die [verbalisant 1]  en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( nadat die [verbalisant 3] hem, verdachte had vastgepakt) te rukken en/of te</para>
    <parablock>
      <para>trekken, althans te bewegen, in een richting tegenovergesteld aan die waarin</para>
      <para>die [verbalisant 3] hem, verdachte wilde voeren.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>