<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:3578</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T16:48:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/661461-13 [P]</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:3578">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:3578</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-29T13:46:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:3578 Rechtbank Midden-Nederland , 29-08-2013 / 16/661461-13 [P]</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:3578:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 45-jarige vrouw is woensdag door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. De vrouw stak de man, bij wie zij een week in [woonplaats] verbleef, met een mes neer. De rechtbank achtte poging tot moord en poging tot zware mishandeling bewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:3578:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht<?linebreak?>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 16/661461-13 [P]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 augustus 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op[1967] te [geboorteplaats] (Spanje)</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland</para>
      <para>gedetineerd te Nieuwersluis, P.I.V. HvB Nieuwersluis</para>
      <para>raadsman mr. M.J.A. Bakker, advocaat te Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 augustus 2013.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. M.J.A. Bakker, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1	op 6 mei 2013 heeft geprobeerd[slachtoffer] te vermoorden dan wel te doden door hem opzettelijk met een mes in zijn rug en/of bovenlichaam te steken, subsidiair heeft geprobeerd hem opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2	op 6 mei 2013 heeft geprobeerd[slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem met een mes in zijn arm te steken, subsidiair hem opzettelijk en met voorbedachten rade te mishandelen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide primair tenlastegelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de aangifte, de zich in het dossier bevindende foto’s van het letsel en de bekennende verklaring van verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 primair voor wat betreft de voorbedachten rade en wijst daarbij op het volgende. Verdachte was aanvankelijk van plan aangever ’s nachts, terwijl hij sliep, in zijn hals te steken. Toen ze echter voor het slapen gaan ruzie kregen werd ze zo boos dat ze haar plan toen al ten uitvoer heeft gelegd en hem in zijn rug en arm heeft gestoken. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 2 primair heeft de raadsman op grond van dezelfde argumentatie aangevoerd dat geen sprake is van voorbedachten rade. Daarnaast heeft hij betoogd dat geen sprake is van poging toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Dat verdachte met kracht zou hebben gestoken volgt slechts uit de aangifte. De verwondingen in de bovenarm van aangever zijn ook niet meer dan oppervlakkig. </para>
        <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat feit 2 subsidiair, mishandeling, kan worden bewezen verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Ten aanzien van beide feiten</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_3c8dd102-af80-47ae-8f41-4a280c7551ff" />
          </para>
          <para>
            [slachtoffer] zat op 6 mei 2013 in zijn woning te [woonplaats] op zijn bed en zag dat verdachte met een hysterisch gezicht op hem af kwam. Ze had in haar rechterhand een mes. Hij voelde dat het mes met kracht in zijn rug werd gestoken, ter hoogte van zijn linker schouderblad, naast zijn ruggengraat. Verdachte stak hem daarna opnieuw, in zijn linker bovenarm, van boven naar beneden.<footnote-ref linkend="_88518411-d1d8-49d9-8261-74a8dc0bf448" /></para>
          <para>Aangever had een steekwond in zijn rug, tussen zijn linker schouderblad en zijn ruggenwervel, en steekwonden in zijn linker bovenarm.<footnote-ref linkend="_7a7d8621-5216-4fd4-a3d5-46d21ad607ca" /></para>
          <para>Het mes waarmee verdachte stak heeft een scherpe punt en een gekarteld lemmet van ongeveer 10 centimeter.<footnote-ref linkend="_4d6dac78-35b6-4b80-88b2-b2e18b345b69" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft ter zitting verklaard dat ze al langer met het idee rondliep om iemand te vermoorden en in de avond van 6 mei 2013 het plan opvatte om[slachtoffer] die nacht te doden. Ze zocht in de keuken een scherp mes dat goed in haar hand lag en waar ze goed mee zou kunnen steken. Ze legde dat mes onder het bed. Ze was van plan[slachtoffer] terwijl hij sliep in zijn hals steken. Nadat[slachtoffer] thuis kwam ontstond er weer ruzie tussen hen.[slachtoffer] wilde aanvankelijk niet dat verdachte bij hem in bed zou slapen, maar op zolder. Ze werd toen heel boos en moest haar plan aanpassen. Op het moment dat[slachtoffer] op zijn bed zat, met de rug naar haar toe, pakte ze het mes en stak ze hem met kracht in zijn rug ter hoogte van zijn linker schouderblad.<footnote-ref linkend="_28d783b6-2ff1-43e2-ad4e-9e09288d1230" /> Alles aldus verdachte.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk en met voorbedachten rade aangever wilde doden. Voor deze conclusie is redengevend dat verdachte het plan tevoren had gemaakt, daartoe een geschikt mes had uitgezocht en klaar gelegd. Door de gewijzigde omstandigheden moest ze weliswaar haar oorspronkelijke plan aanpassen en heeft ze verdachte met dat mes in zijn rug ter hoogte van zijn schouderblad gestoken, in dat deel van de borstkas waar zich ook het hart bevindt. Maar ook al is verdachte van haar oorspronkelijke plan afgeweken en heeft zij het slachtoffer niet in zijn slaap gestoken, maar reeds daarvoor tijdens de ruzie, dan nog is er voldoende bewijs voor de tenlastegelegde poging moord. Verdachte heeft immers voldoende tijd gehad om over haar acties na te denken. Dat deze steekpartij is ingegeven door ‘slechts’ een hevige gemoedsopwelling, zoals door de verdediging betoogd, is niet aannemelijk geworden. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank feit 1 primair, impliciet primair, poging moord, wettig en overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Voorts ten aanzien van feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de aangifte en de zich in het dossier bevindende foto’s van het letsel van aangever volgt dat verdachte aangever eveneens met kracht in zijn bovenarm heeft gestoken.<footnote-ref linkend="_bb86d35a-f60d-4e0a-a5a4-2d963f108cf4" />  De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan de geloofwaardigheid van aangever.</para>
          <para>Op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk heeft geprobeerd aangever in zijn linker bovenarm zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. In dit gebied bevinden zich niet alleen veel pezen en spieren, maar ook de hals- en hartstreek. Door hierin met kracht met een scherp mes te steken heeft verdachte de aanmerkelijke kans doen ontstaan dat aangever zwaar lichamelijk letsel zou oplopen en zij heeft die kans blijkens de wijze van handelen ook welbewust aanvaard en op de koop toe genomen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank feit 2 primair impliciet<emphasis role="italic"> subsidiair</emphasis>, poging tot zware mishandeling, wettig en overtuigend bewezen.</para>
          <para>De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het met voorbedachten rade toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Uit hetgeen onder 1 hieromtrent is overwogen volgt dat verdachte van plan was aangever te doden en derhalve geen voorbedachte rade had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>Primair</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 06 mei 2013 te [woonplaats],  ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
        <para>om opzettelijk en met voorbedachten rade[slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,  die[slachtoffer] met kracht met een mes, in zijn rug heeft gestoken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>Primair</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 06 mei 2013 te [woonplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
        <para>om aan een persoon (te weten[slachtoffer]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, deze opzettelijk met kracht met een mes in zijn linker bovenarm heeft gestoken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De strafbaarheid van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1 primair	poging tot moord</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 2 primair	poging tot zware mishandeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De strafbaarheid van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het rapport van 28 juni 2013 dat is opgemaakt door U.M. Kröger, klinisch-psycholoog en het rapport van 3 juli 2013 dat is opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater. In deze rapporten wordt vastgesteld dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens in de zin van borderline persoonlijkheidstoornis met antisociale trekken en psychopatische kenmerken en van een ziekelijke stoornis in de zin van een recidiverende depressieve stoornis, alcoholafhankelijkheid, misbruik van benzodiazepine en cannabis. </para>
        <para>In de rapporten wordt geadviseerd om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt deze tot de hare. Overeenkomstig deze conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er is de rechtbank ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar en de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft bepleit aan verdachte een kortere gevangenisstraf dan door de officier van justitie wordt gevorderd, op te leggen. Aan de terbeschikkingstelling dienen bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, waarbij verdachte in een gesloten inrichting verblijft. Dat is voor verdachte minder zwaar dan dwangverpleging. Mocht na verloop van tijd blijken dat dit onvoldoende resultaat oplevert, bestaat alsnog de mogelijkheid dwangverpleging op te leggen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de straf en maatregel die aan verdachte moet worden opgelegd heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het strafbare feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en ook met de persoon van verdachte zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie met betrekking tot verdachte d.d. 1 juli 2013, waaruit blijkt dat verdachte tweemaal eerder is veroordeeld ter zake poging doodslag, waarbij zij de laatste keer, naast een gevangenisstraf, ook de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden heeft opgelegd gekregen. Deze terbeschikkingstelling is eenmaal verlengd met 2 jaren. </para>
        <para>Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op de hiervoor aangehaalde rapporten van Kröger en Maksimovic. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is vanuit Spanje naar Nederland gekomen met het plan zich te laten opnemen in een hulpverleningskliniek. Zij was in het verleden, in het kader van een terbeschikking-stelling met voorwaarden, opgenomen geweest en had zich heel prettig gevoeld in die gestructureerde omgeving. Ze was van plan iemand neer te steken, zodat ze opnieuw opgenomen zou worden. Ze kwam in contact met aangever, die haar onderdak aanbood. Verdachte maakte gebruik van dit aanbod en verbleef ruim een week bij hem. Op het moment dat aangever kenbaar maakte dat ze op zoek moest naar eigen woonruimte, werd ze heel boos op hem en besloot ze haar plan ten uitvoer te gaan brengen. Tijdens de afwezigheid van aangever zocht ze in de keuken een scherp mes uit en verstopte dat onder het bed. Toen aangever ’s avonds op de rand van het bed zat, met de rug naar verdachte toe, stak ze hem met dat mes in de rug en in zijn bovenarm. </para>
        <para>De rechtbank acht het bewezenverklaarde buitengewoon ernstig. Verdachte heeft bewust het risico aanvaard dat zij aangever het meest fundamentele recht, te weten het recht op leven, zou ontnemen door te steken met een mes in vitale delen van het lichaam. Het feit heeft zich afgespeeld in de woning van aangever, een plek waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Door het handelen van verdachte heeft aangever verwondingen opgelopen en zich uiterst onveilig gevoeld. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk. </para>
        <para>Ter zitting verklaarde verdachte expliciet dat ze in het geheel geen spijt had van haar daad en toonde ze ook geen enkele compassie met aangever.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gevangenisstraf </emphasis>
        </para>
        <para>Gezien de ernst en de aard van het feit komt geen andere straf in aanmerking dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Net als de officier van justitie houdt de rechtbank rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren passend en geboden is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Terbeschikkingstelling </emphasis>
        </para>
        <para>Zoals hiervoor reeds is vastgesteld, bestond bij verdachte ten tijde van het begaan van het bewezen verklaarde feit een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er is voorts sprake van een geweldsdelict dat een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Tevens is er sprake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De deskundigen Kröger en Maksimovic hebben zich uitgelaten over de aard van de stoornis, de kans op recidive en de aard en duur van noodzakelijke behandeling en begeleiding. De deskundigen achten het recidiverisico hoog. Verdachte dient haar onverantwoordelijke, impulsieve en parasitaire levensstijl te veranderen en te leren omgaan met haar agressieve gevoelens. Hiervoor moet ze vaardigheden ontwikkelen die haar in staat stellen meer eigen verantwoordelijkheid te nemen voor haar risicovolle, en zowel voor haarzelf als anderen, schadelijke gedrag. Er zal een langdurig intra- en later transmurale behandeling noodzakelijk zijn.</para>
        <para>Alleen een behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging heeft in de mening van de deskundigen kans van slagen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank maakt de conclusies van deze deskundigen tot de hare en legt deze ten grondslag aan haar beslissing. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte dient op grond van het vorenstaande ter beschikking te worden gesteld en van overheidswege te worden verpleegd, mede aangezien het onder feit 1 primair (impliciet primair) bewezen geachte een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten poging moord. Dit betreft het onder 1 impliciet primair bewezen geachte feit. De maatregel kan daarom langer duren dan vier jaar. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij</title>
    <para>De benadeelde partij[slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 1.181,69 voor feit 1; € 181,69 materiële schade en € 1000,-- immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de materiële schadevergoeding toe te wijzen en het immateriële deel te matigen tot een bedrag van € 750,--.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft primair betoogd dat de vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard, nu deze niet door aangever zelf is ondertekend. </para>
        <para>Subsidiair is de raadsman van mening dat het materiële deel kan worden toegewezen, maar het immateriële deel dient te worden gematigd, nu aangever al wist dat verdachte eerder een vriend/partner heeft neergestoken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.</para>
        <para>Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen. Naar het oordeel van de rechtbank staat de enkele omstandigheid dat de vordering niet door aangever zelf is ondertekend, toekenning van de vordering niet in de weg.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal tevens de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 37a, 37b, 38e, 45, 57, 289, 302 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair, impliciet primair : poging tot moord</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 primair, impliciet subsidiair: poging tot zwaar lichamelijk letsel </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para>
      <?linebreak?>gelast de <emphasis role="bold">terbeschikkingstelling</emphasis> van verdachte en beveelt dat zij van overheidswege zal </para>
    <para>worden verpleegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij[slachtoffer] van </para>
    <para>€ 1.181,69, waarvan € 181,69 ter zake van materiële schade en € 1.000,-- ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 6 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer[slachtoffer], € 1.181,69 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mrs. P.P.C.M. Waarts en M.H.L. Schoenmakers, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Schoenmakers is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>Primair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 06 mei 2013 te [woonplaats], althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
      <para>om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade[slachtoffer] van het</para>
      <para>leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans</para>
      <para>opzettelijk die[slachtoffer] (met kracht) met een (groot) mes, althans een scherp</para>
      <para>en/of puntig voorwerp, in/tegen zijn rug en/of bovenlichaam heeft gestoken,</para>
      <para>zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
      <para>art 287 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 289 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 06 mei 2013 te [woonplaats], althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
      <para>om aan[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met</para>
      <para>dat opzet (met kracht) met een (groot) mes, althans een scherp en/of puntig</para>
      <para>voorwerp, in/tegen zijn rug en/of bovenlichaam heeft gestoken, zijnde de</para>
      <para>uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
      <para>art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>Primair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 06 mei 2013 te [woonplaats], althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf</para>
      <para>om aan een persoon (te weten[slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachten</para>
      <para>rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (een litteken), heeft</para>
      <para>toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans</para>
      <para>opzettelijk (met kracht) met een (groot) mes, althans een scherp en/of puntig</para>
      <para>voorwerp, in/tegen zijn (linker) (boven) arm heeft gestoken/geprikt/gesneden,</para>
      <para>zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 06 mei 2013 te [woonplaats], althans in het arrondissement</para>
      <para>Midden-Nederland, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans</para>
      <para>opzettelijk mishandelend, een persoon,[slachtoffer], opzettelijk, na kalm</para>
      <para>beraad en rustig overleg, althans opzettelijk (met kracht) met een (groot)</para>
      <para>mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen zijn (linker) (boven)</para>
      <para>arm heeft gestoken/geprikt/gesneden, tengevolge waarvan die[slachtoffer] enig</para>
      <para>lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;</para>
      <para>art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3c8dd102-af80-47ae-8f41-4a280c7551ff" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal nummer PL0950 2013099882 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_88518411-d1d8-49d9-8261-74a8dc0bf448" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 6 mei 2013, pagina 33 en 34 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a7d8621-5216-4fd4-a3d5-46d21ad607ca" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 mei 2013, met bijlagen, pagina 23, 26 en 27</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d6dac78-35b6-4b80-88b2-b2e18b345b69" label="4">
    <para> Kennisgeving van inbeslagneming, met bijlage, pagina 4 en 6</para>
  </footnote>
  <footnote id="_28d783b6-2ff1-43e2-ad4e-9e09288d1230" label="5">
    <para> Proces-verbaal van terechtzitting (nader op te maken bij appel)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb86d35a-f60d-4e0a-a5a4-2d963f108cf4" label="6">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 mei 2013, met bijlagen, pagina 23, 26 en 27</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>