<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:3262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-08T14:43:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/347857 / FT RK 13/1692</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:3262">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:3262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-08T14:42:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:3262 Rechtbank Midden-Nederland , 06-08-2013 / C/16/347857 / FT RK 13/1692</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:3262:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Faillissementsrecht. Verzoek dwangakkoord ex 287a Fw afgewezen. In de gegeven situatie hebben de weigerende schuldeisers in redelijkheid tot weigering van het aanbod kunnen komen, nu de waarborgen van de sollicitatieplicht in de wettelijke regeling meer gewicht hebben dan het gegeven dat in de minnelijke regeling geen of minder beheerskosten worden gerekend</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:3262:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/347857 / FT RK 13/1692</para>
      <para>uitspraakdatum: 6 augustus 2013</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op grond van artikel 287a van de Faillissementswet (dwangakkoord)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>
        [postcode]  [woonplaats]</para>
      <para>verzoekster<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Santander Consumer Finance Benelux BV</emphasis>
      </para>
      <para>vertegenwoordigd door Hoist</para>
      <para>gevestigd te ‘s-Hertogenbosch</para>
      <para>verweerster 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Santander Consumer Finance Benelux BV</emphasis>
      </para>
      <para>vertegenwoordigd door Pleitmeesters</para>
      <para>gevestigd te Ede</para>
      <para>verweerster 2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het op 4 juli 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift tot toepassing van de schuldsanering en tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Fw.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het op 16 juli 2013 ontvangen verweerschrift van verweerster 2. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van genoemd verzoekschrift op 23 juli 2013 en het daarvan opgemaakte proces-verbaal, met de daarin genoemde stukken.<?linebreak?><?linebreak?></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter zitting van 23 juli 2013 is verzoekster verschenen, vergezeld van de heer[A] van Plangroep Almere. Verweerster 1 is hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Namens verweerster 2 is de heer mr. S.G.T. Arendsen van Pleitmeesters verschenen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para>De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft een totale schuldenlast van € 14.783,82 bestaande uit 8 concurrente schuldeisers en 1 preferente schuldeiser. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Door verzoekster wordt thans een prognoseakkoord aangeboden, inhoudende een begrote uitkering aan de concurrente schuldeisers van 10,90 % en aan de preferente schuldeiser van 21,80% van hun respectievelijke vorderingen tegen finale kwijting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De onder 2.2. bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve verweerster 1 en verweerster 2 aanvaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verweerster 1 heeft een concurrente vordering van € 1.297,49. Zijnde 8,78% van de totale schuldenlast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Verweerster 2 heeft een concurrente vordering van € 8.513,92. Zijnde 57,59% van de totale schuldenlast. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft in het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling de rechtbank verzocht verweerster 1 en verweerster 2 te bevelen in te stemmen met de onder 2.2. genoemde schuldregeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verzoekster heeft hiervoor aangevoerd dat de aangeboden schuldregeling het maximaal haalbare is. Het aangeboden bedrag overtreft wat zij gedurende een wettelijke schuldsaneringsregeling bijeen kan sparen voor haar schuldeisers, daar in een wettelijke schuldsaneringsregeling de kosten van bewindvoerdersalaris en het griffierecht eerst dienen te worden voldaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Verweerster 1 heeft haar weigering om in te stemmen niet nader gemotiveerd en heeft evenmin van de gelegenheid gebruik gemaakt haar weigering ter zitting toe te lichten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verweerster 2 heeft haar weigering om in te stemmen nader onderbouwd in haar verweerschrift, wat hier als ingevoegd wordt beschouwd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Een schuldeiser staat het in beginsel vrij zijn medewerking aan een door een schuldenaar aangeboden buitengerechtelijke schuldregeling te weigeren. Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als verweerster 1 en verweerster 2 in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Daarbij dient tevens een vergelijking te worden gemaakt met de situatie dat verzoekster tot de schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Allereerst zal bij de beoordeling van de vraag of verweerster 1 en verweerster 2 in redelijkheid tot hun weigering konden komen, moeten worden gekeken naar de inhoud van het akkoord. Aanvaarding van het akkoord zal tot gevolg hebben dat verweerster 1 en verweerster 2 een betaling van € 141,44 respectievelijk € 928,07 tegemoet kunnen zien. Dit zal (in beginsel) moeten worden vergeleken met de situatie dat op verzoekster de schuldsaneringsregeling van toepassing wordt, zoals subsidiair gevorderd. In dat geval is aannemelijk dat verweerster 1 en verweerster 2 na betaling van het bewindvoerderssalaris een lager bedrag of zelfs geen uitkering tegemoet kunnen zien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Dit zou betekenen dat de vooruitzichten voor verweerster 1 en verweerster 2 als schuldeisers bij aanvaarding van het akkoord gunstiger zijn dan bij verwerping daarvan. Derhalve is het uitgangspunt dat zij niet in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen. Dit kan anders worden als het belang dat verweerster 1 en verweerster 2 hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering zwaarder weegt dan de belangen van verzoekster of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Verweerster 2 heeft in dit kader aangevoerd dat het prognose akkoord gedurende het minnelijke traject is aangepast van een uitkering voor concurrente schuldeisers van 12,05% naar een uitkering van 10,90%. Deze aanpassing is aan de andere schuldeisers niet bekend gemaakt. Plangroep beaamt dit. Er is een vordering van de Belastingdienst bijgekomen, die nog niet eerder bekend was, daarom moest het akkoord worden aangepast. Omdat het gaat om een prognose akkoord en een lagere uitkering altijd tot de mogelijkheden behoort, is er door Plangroep niet opnieuw een voorstel aan de schuldeisers gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Verweerster 2 heeft voorts verklaard dat zij meer vertrouwen heeft in de wettelijke schuldsaneringsregeling, omdat dit traject meer waarborgen heeft dan het minnelijk traject. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt in dat kader dat tijdens een wettelijke schuldsaneringsregeling aan verzoekster strenge eisen worden gesteld ten aanzien van de sollicitatieplicht, de informatieplicht en de afdrachtverplichting. Deze verplichtingen zijn bovendien duidelijk omschreven. In de praktijk wordt de nakoming van deze verplichtingen door de bewindvoerder goed in de gaten gehouden en aan het niet-nakomen van deze verplichtingen worden ook daadwerkelijk direct consequenties verbonden. Daar staat dan ook tegenover dat, wanneer verzoekster haar verplichtingen goed nakomt, zij na afloop van de wettelijke schuldsaneringsregeling de "schone lei" verkrijgt, waardoor alle onder de werking van de schuldsaneringsregeling vallende schulden niet langer afdwingbaar zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Het aangeboden akkoord behelst, zoals de rechtbank het begrijpt, in feite een vergelijkbaar traject als de wettelijke schuldsaneringsregeling in die zin dat er - net als in de wettelijke schuldsaneringsregeling - op basis van een periodiek vast te stellen "vrij te laten bedrag" gedurende 36 maanden gespaard wordt voor de schuldeisers, waarna door de schuldeisers aan de schuldenaar finale kwijting wordt verleend voor de resterende schuld. Plangroep (de uitvoerder van het aangeboden akkoord) heeft weliswaar verklaard dat zij periodiek controleert of verzoekster voldoet aan de inspanningsverplichtingen, maar dat neemt niet weg dat Plangroep voornamelijk een ondersteunende taak heeft richting verzoekster en niet een controlerende taak, zoals een bewindvoerder (onder toezicht van de rechter-commissaris) die heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Het enige voordeel voor schuldeisers is dat de kosten in het aangeboden akkoord lager zijn dan de kosten van bewindvoering op grond van de Faillissementswet. De rechtbank is van mening dat dit voordeel in deze situatie niet opweegt tegen de waarborgen die de wettelijke schuldsaneringsregeling de schuldeisers biedt. Hoewel verzoekster ter zitting overtuigend heeft verklaard dat zij heel graag wil werken, acht de rechtbank de waarborgen in de wettelijke schuldsaneringsregeling van belang nu de kans groot geacht mag worden dat de nakoming van de verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling, er in de komende 36 maanden toe zal leiden dat verzoekster werk vindt waardoor de afloscapaciteit van haar (aanmerkelijk) toe zal nemen. De rechtbank acht het daarom ook in het belang van de schuldeisers dat deze verplichtingen daadwerkelijk geëffectueerd zullen worden. Daar komt bij dat verweerster 1 en verweerster 2 samen ruim 66% van de totale schuldenlast vormen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Bovendien is er in eerste instantie een percentage van 12,05% aangeboden aan de concurrente schuldeisers, terwijl het dwangakkoord een voorstel van 10,90% inhoudt. De overige schuldeisers hebben geen mogelijkheid gekregen om te laten weten of zij ook met een percentage van 10,90% akkoord gaan. Verzoekster dient haar verzoek te onderbouwen door het overleggen van een compleet dossier. Verzoekster dient voorts een transparant aanbod te doen aan haar schuldeisers. Dat is in casu niet gebeurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>De rechtbank acht het voordeel, in de vorm van lagere kosten, dan ook onvoldoende om te oordelen dat de verweerster 1 en verweerster 2 gehouden zijn om medewerking te verlenen aan het akkoord. Zij hebben dus in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling kunnen komen, zodat het verzoek van verzoekster zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>Verzoekster heeft niet ter zitting laten weten of zij haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wil handhaven of intrekken. Zij krijgt vanaf 6 augustus 2013 twee weken om de rechtbank te laten weten of zij haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wil handhaven of intrekken. Na 6 oktober 2013 zal de rechtbank zonder andersluidend bericht van verzoekster, het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling als ingetrokken beschouwen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>6.De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>