<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:3031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T14:48:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-600412-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:3031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:3031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-30T15:39:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:3031 Rechtbank Midden-Nederland , 27-02-2013 / 16-600412-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:3031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het schuldwitwassen van grote geldbedragen.  De rechtbank houdt bij de strafoplegging ten voordele van verdachte rekening met de kleine rol die zij heeft vervuld en het feit dat zij geen voordeel heeft gehad.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:3031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 16-600412-11 [P]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige strafkamer van 28 februari 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],				</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op 17 december 1937 te[geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [postcode][woonplaats ], [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2013. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.L.E. Marchal, advocaat te Maastricht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>zich in de periode van juni 2009 tot december 2009 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, dan wel aan heling van grote geldbedragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair  tenlastegelegde schuldwitwassen heeft begaan baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde kan komen, zodat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe voert de raadsman in het bijzonder aan dat er geen sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking en voorts dat er geen sprake was van wetenschap bij verdachte van de criminele herkomst van het geld, en evenmin dat er sprake was van schuld. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijs</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_cd475715-5259-4241-bdea-cd423d7306b9" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangeefster[benadeelde] ontdekte medio juli 2009, na terugkomst van vakantie, dat extreme geldbedragen van haar bankrekening waren afgeschreven.<footnote-ref linkend="_c1087efe-fe31-49f4-8f8f-0606fac197ab" /> Daarvoor bleken de overschrijvingskaarten van aangeefster te zijn gebruikt. Op de overschrijvingskaarten was[naam] te [woonplaats ] als begunstigde ingevuld.<footnote-ref linkend="_9ce3b4f4-a51a-4929-9877-e201df3a365c" /> Aangeefster bankiert zelf bij de ING-bank via internet met tancodes. Tijdens haar vakantie heeft zij geen sms-bericht met tancodes ontvangen. Zij heeft in 2007 voor het laatst haar overschrijvingskaarten gebruikt.<footnote-ref linkend="_b01f274e-9a4f-4670-92d8-17e7f5df0a74" /> Aangeefster heeft aangifte gedaan van valsheid in geschrift.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overboekingen van bankrekening aangeefster naar bankrekening[verdachte].</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er was twee maal een overboeking gedaan van de bankrekening van[benadeelde] naar het rekeningnummer 940832518 op naam van verdachte [verdachte]:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>op 9 juli 2009 een bedrag van € 110.090,-;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>op 15 juli 2009 een bedrag van € 110.000,-.<footnote-ref linkend="_a01637b3-3e8c-4f26-a783-7431b1d234af" /></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart in de zomer van 2009 door een zakenrelatie benaderd te zijn met de vraag of [medeverdachte 1] kon bemiddelen om geld naar een buitenlandse bankrekening te transporteren. Een vrouw had een overschrijvingskaart ondertekend, dat geld moest via een andere Nederlandse bankrekening naar het buitenland worden gestort om vervolgens contant te worden overhandigd aan de zakenrelatie van [medeverdachte 1]. De vrouw was op vakantie en de zakenrelatie van [medeverdachte 1] was in het bezit gekomen van de overschrijvingskaart. [medeverdachte 1] verklaart dat hij het in eerste instantie wel vreemd vond. </para>
        <para>
          [medeverdachte 1] sprak medeverdachte [medeverdachte 2] hierover. [medeverdachte 2] zag mogelijkheden: het geld kon via de bankrekening van zijn moeder naar zijn bankrekening in Liechtenstein worden overgemaakt.<footnote-ref linkend="_d7d24816-3a27-4e7c-ac96-764303a4c4de" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 2] verklaart dat [medeverdachte 1] hem in de zomer van 2009 benaderde met de vraag of hij twee keer een bedrag van € 110.000,- voor [medeverdachte 1] wilde innen bij zijn bank in Liechtenstein. Het geld moest eerst bij een bank in Nederland terechtkomen om vervolgens te worden doorgestort naar de bankrekening in Liechtenstein. [medeverdachte 1] zei dat het geld afkomstig was van een gescheiden vrouw en dat het geld via een buitenlandse bankrekening weer bij die vrouw terecht moest komen. Met acceptgirokaarten kon niet direct naar een bankrekening in Liechtenstein worden overgemaakt. Daarom ging het geld eerst naar de bankrekening van de moeder van [medeverdachte 2].</para>
        <para>
          [medeverdachte 1] hoorde van [medeverdachte 2] naar welke bank en rekeningnummer het geld in Liechtenstein moest.<footnote-ref linkend="_6373d45a-c646-433a-9562-b036d635e32a" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eerste overschrijving van [verdachte] naar [medeverdachte 2] op 10 juli 2009 te Beek. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] verklaart dat haar zoon [medeverdachte 2] haar in 2009 vroeg of hij geld van iemand mocht laten storten op haar bankrekening. Het geld kwam op de rekening van [verdachte] binnen en zij moest met haar bankpasje het geld ophalen. De toenmalige vriendin van [medeverdachte 2],[A], zou het geld komen ophalen.<footnote-ref linkend="_1e3c6cad-779c-42f1-bd4a-bac870ceffae" /> [verdachte] heeft [medeverdachte 2] nog gevraagd of zij hier niet door in de problemen kon komen. </para>
        <para>Een paar dagen later werd zij gebeld door[A] en zij spraken af om naar de bank in Beek te gaan. [verdachte] is de eerste keer met[A] en [medeverdachte 1] naar de bank in Beek geweest.<footnote-ref linkend="_8f0e8765-7728-442e-84e9-8d1ddd6ea383" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige[A] verklaart dat zij door [medeverdachte 2] is gevraagd om met [verdachte] naar de bank te gaan. [verdachte] zei bij de balie dat zij geld wilde overmaken. [medeverdachte 1] heeft het geld samen met [verdachte] overgemaakt.<footnote-ref linkend="_6692edb4-a683-4f3b-8af3-b80ef7210c90" /></para>
        <para>
          [medeverdachte 1] verklaart ook dat hij op verzoek van [medeverdachte 2] met [verdachte] en[A] naar de bank is gegaan. [medeverdachte 1] kreeg van [medeverdachte 2] een papier waarop stond waar het geld naar toe moest. [medeverdachte 1] heeft vervolgens contact gehad met [verdachte] om af te spreken wanneer zij naar de bank zouden gaan. [medeverdachte 1] heeft de bankgegevens aan de bankmedewerkster doorgegeven.<footnote-ref linkend="_a67681a0-a65a-47e1-938f-cf009a687e6e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige[getuige 2], bankmedewerkster bij de SNSbank te Beek, verklaart dat op 10 juli 2009 een oudere dame met een jonge vrouw en een man de bank inkwam. De oudere vrouw wilde van haar rekening een geldbedrag overboeken naar een buitenlandse rekening. De getuige kreeg toen een discussie met hen over de wijziging in de wijze van overboeken. De oudere vrouw was erg gehaast en ongerust en de jongere vrouw was ongedurig. De oudere vrouw zei dat geld moest worden overgemaakt naar een bankrekening in Liechtenstein, op naam van haar zoon in Dubai.[getuige 2] maakte de formulieren in orde. De oudere vrouw ondertekende de formulieren.<footnote-ref linkend="_de4e3ea7-cca3-4ef8-a6e0-61f392fe7291" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de betalingsopdracht van 10 juli 2009 volgt dat een bedrag van € 110.000,- van [verdachte] naar Eduard [medeverdachte 2] in Liechtenstein moest worden overgemaakt. De betalingsopdracht is door [verdachte] ondertekend.<footnote-ref linkend="_9c64121e-84a7-44b4-808e-31c7a2f29cf8" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Toen[A] in de bank was vertrouwde zij het niet helemaal. Zij vond het er maar vreemd aan toe gaan. Zij wilde er niets mee te maken hebben en is toen na het pinnen weggegaan.<footnote-ref linkend="_acbb0b99-da61-4290-a779-5da2335b8efe" /></para>
        <para>Ook [medeverdachte 1] verklaart dat hij na de eerste overboeking het geheel al vreemd vond; hij dacht dat het niet kon kloppen.<footnote-ref linkend="_2b102d3f-5278-4844-b216-3e2e93e0a093" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eerste overdracht van [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 2] verklaart dat hij van [medeverdachte 1] hoorde dat het bedrag onderweg was. Vervolgens hoorde hij van zijn bank in Liechtenstein dat er een geldbedrag was gestort. [medeverdachte 2] verklaart dat hij het geld van zijn bankrekening in Liechtenstein contant heeft opgenomen en in Keulen aan [medeverdachte 1] heeft gegeven.<footnote-ref linkend="_c0ac56c2-45d1-402c-9d0a-59ed16cc3ccf" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 2] nam na de storting in Liechtenstein contact met [medeverdachte 1] op en vroeg hem hem op te halen in Keulen.  [medeverdachte 2] gaf [medeverdachte 1] een pakketje geld. [medeverdachte 2] haalde daar commissie van af. [medeverdachte 2] zou later de commissie met [medeverdachte 1] delen. </para>
        <para>In Den Bosch heeft [medeverdachte 1] het geld aan zijn zakenrelatie gegeven.<footnote-ref linkend="_494af4ca-9ed2-4c68-b6dd-3a4bb4196ea9" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tweede overschrijving van [verdachte] naar [medeverdachte 2] op 21 juli 2009 te Maastricht. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 1] verklaart dat zijn zakenrelatie hem zei dat er een tweede overschrijving zou gaan naar de bankrekening van de moeder van [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] wilde hier ook aan meewerken. [medeverdachte 1] werd later weer door [medeverdachte 2] gebeld om met [verdachte] naar de bank te gaan.<footnote-ref linkend="_43924777-ee85-498a-b11c-150caf31572c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] verklaart dat [medeverdachte 1] anderhalve week na de eerste overboeking belde om te zeggen dat zij nog een keer geld over moest boeken. Omdat de bank in Beek hen niet kon helpen, zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] naar de bank in Maastricht gegaan. [verdachte] moest zich daar legitimeren, maar had geen paspoort bij zich. Zij heeft thuis alsnog haar paspoort opgehaald en daarna het formulier ondertekend.<footnote-ref linkend="_33288255-5fc1-4ea2-b4e1-16a4d858d73c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige[getuige 1], verkoopadviseur bij de SNS bank, kreeg op 21 juli 2009 een oudere vrouw en een man aan de balie van de SNS bank te Maastricht. De vrouw en de man waren boos omdat zij een groot bedrag over wilden boeken naar een buitenlandse rekening maar dat niet lukte. Ze waren al in een ander filiaal geweest en daar kon het niet omdat het via internet moest. Omdat het om een groot bedrag van € 109.000,- ging, zei[getuige 1] dat zij legitimatie wilde zien. [verdachte] is thuis haar paspoort gaan halen. Na terugkomst heeft[getuige 1] de papieren verder in orde gemaakt.<footnote-ref linkend="_7f126f9b-b033-44fe-ad7b-f4f4ab788523" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de betalingsopdracht van 21 juli 2009 volgt dat een bedrag van € 109.000,- van [verdachte] naar Eduard [medeverdachte 2] in Liechtenstein moest worden overgemaakt. De betalingsopdracht is door [verdachte] ondertekend.<footnote-ref linkend="_161de1d7-5493-4820-9afa-064e9c0f8f8e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tweede overdracht van [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1].</emphasis>
        </para>
        <para>De tweede storting betrof een bedrag van € 110.000,-. Dit bedrag heeft [medeverdachte 2] contant opgehaald in Liechtenstein en in Luxemburg aan [medeverdachte 1] gegeven.<footnote-ref linkend="_23ff6770-9189-4c29-8079-4bd8b640f477" /> [medeverdachte 1] is weer naar Den Bosch gereden om het geld aan zijn zakenrelatie te geven.<footnote-ref linkend="_a5a6d822-b8f5-447e-8d71-47467a75221e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het door de verdediging gevoerde verweer ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen wordt weersproken door de bewijsmiddelen. [verdachte] heeft tot twee maal toe samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] uitvoeringshandelingen ten behoeve van het witwassen verricht. Zij heeft op verzoek van [medeverdachte 2] de geldbedragen op haar rekening laten overschrijven en is tweemaal op verzoek van [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] naar de bank gegaan om de geldbedragen vervolgens op de rekening van haar zoon over te laten schrijven.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] verklaart dat zij niet op de hoogte was van de op haar rekening gestorte bedragen. Zij zou haar bankafschriften nauwelijks bekijken en de formulieren alleen hebben ondertekend. De rechtbank acht de verklaring van [verdachte], mede bezien in het licht van de verklaringen van de bankmedewerkers en het door haar zelf ondertekenen van de formulieren, niet geloofwaardig. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte onder de omstandigheden zoals deze uit de bewijsmiddelen blijken, redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld van misdrijf afkomstig was. Voor dat vermoeden had reeds aanleiding moeten zijn, dat het ging om grote geldbedragen die zijn overgemaakt naar een bank in Liechtenstein en vervolgens contant naar Nederland zijn gebracht. Daarbij is bovendien gebruik gemaakt van de bankrekening van [verdachte], zonder dat daarvoor een valide reden te bedenken is. Zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, hadden[A] en [medeverdachte 1] het vermoeden dat het niet goed zat met het geld. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook sprake van schuldwitwassen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>in de periode van 29 juni 2009 tot en met 29 december 2009, te Beek en Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen grote geldbedragen voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en van voornoemde geldbedragen, de herkomst heeft verhuld, althans heeft verhuld wie de rechthebbende op voornoemde geldbedragen was, terwijl zij telkens redelijkerwijs moest vermoeden, dat die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De strafbaarheid van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van schuldwitwassen, meermalen gepleegd..</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De strafbaarheid van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit en zich niet over de strafmaat uitgelaten.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich door haar handelen schuldig gemaakt aan het witwassen van grote geldbedragen. Zij heeft door haar handelen er aan bijgedragen dat de opbrengsten van haar misdrijven aan het zicht werden onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst werd verschaft. Het witwassen van criminele gelden heeft een ontwrichtende werking op het financieel-economisch verkeer. Deze werking wordt versterkt indien dit geld via witwassen als vermeend legaal geld aangewend kan worden in investeringen in de reguliere economie. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 11 februari 2013, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting niet gebleken of aannemelijk geworden dat het bewezenverklaarde niet geheel aan verdachte toegerekend zou dienen te worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank voorts rekening met de strafoplegging in de zaken van de medeverdachten en de rol die ieder van hen in het geheel van de feiten heeft gespeeld. De rechtbank weegt ten voordele van verdachte mee dat zij door toedoen van haar zoon bij het tenlastegelegde betrokken is geraakt, dat zij een kleinere rol dan de medeverdachten heeft vervuld en -voorzover uit de stukken blijkt- zelf geen voordeel van het witwassen heeft gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat gelet op hiervoor genoemde omstandigheden en hetgeen in vergelijkbare zaken pleegt te worden opgelegd aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 1 maand passend en geboden. De rechtbank ziet aanleiding deze geheel voorwaardelijk op te leggen. Hiermee wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een taakstraf van 80 uur opgelegd moet worden</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de vordering van de benadeelde partij ter hoogte van € 220.090,- hoofdelijk zal toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft betoogd dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank 	</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht van belang dat de (weggenomen) geldbedragen rechtstreeks van de rekening van aangeefster zijn overgeschreven op de rekening van [verdachte]. Zonder de bewezen verklaarde gedraging was het geld niet weggeweest. De bewezen verklaarde gedraging staat in nauw verband met de wegnemingshandeling en is zodanig bepalend voor het ontstaan van de schade, dat deze schade moet worden gezien als het rechtstreeks gevolg van de bewezen verklaarde gedraging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de schade tot het gevorderde bedrag van € 220.090,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit. De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht de mededaders eveneens aansprakelijk voor de schade, zodat de vordering hoofdelijk zal worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57 en artikel 420 quater van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <bridgehead role="italic">medeplegen van schuldwitwassen, meermalen gepleegd.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">1 (één) maand.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van <emphasis role="bold">80 uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van <emphasis role="bold">40</emphasis> dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij[benadeelde], wonende te [woonplaats ] toe tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 220.090,-</emphasis> ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 9 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan[benadeelde] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van[benadeelde] <emphasis role="bold">€ 220.090,-</emphasis> aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van <emphasis role="bold">365 dagen</emphasis>. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door P. Bender, voorzitter, mrs. R.P. den Otter en S. Wijna, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Westerhout, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 februari 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juni 2009 tot</para>
      <para>en met 29 december 2009, te Soest en/of 's-Hertogenbosch en/of Beek en/of Maastricht, althans in Nederland, en/of te Lanaken, althans in België, en/of te Liechtenstein, en/of te Keulen, althans in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen (een) voorwerp(en), te weten (een) (grote) geldbedrag(en) (in totaal 219.000 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van voornoemd(e) voorwerp(en) (geldbedrag(en)), gebruik heeft gemaakt,</para>
      <para>en/of</para>
      <para>van voornoemd(e) voorwerp(en) (geldbedrag(en)), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd voorwerp(en) (geldbedrag(en)) was of wie voornoemd(e) voorwerp(en) (geldbedrag(en)) voorhanden had,</para>
      <para>terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,</para>
      <para>althans terwijl hij (telkens) redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420quater lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420quater lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juni 2009 tot</para>
      <para>en met 29 december 2009, te Soest en/of 's-Hertogenbosch en/of Beek en/of Maastricht, althans in Nederland, en/of te Lanaken, althans in België, en/of te Liechtenstein en/of te Keulen, althans in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen (een) (grote) geldbedrag(en) (in totaal 219.000 euro) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die geldbedrag(en) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cd475715-5259-4241-bdea-cd423d7306b9" label="1">
    <para> Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Utrecht, genummerd PL0930/09-016432A, doorgenummerde pagina’s 1- 310.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c1087efe-fe31-49f4-8f8f-0606fac197ab" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van[benadeelde], pagina 25.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ce3b4f4-a51a-4929-9877-e201df3a365c" label="3">
    <para> Afschrift van overschrijvingskaarten, pagina’s 36-37. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b01f274e-9a4f-4670-92d8-17e7f5df0a74" label="4">
    <para>Proces-verbaal van verhoor van[benadeelde], pagina 39.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a01637b3-3e8c-4f26-a783-7431b1d234af" label="5">
    <para> Afschrift van bankafschriften, pagina’s 29-30.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d7d24816-3a27-4e7c-ac96-764303a4c4de" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 123.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6373d45a-c646-433a-9562-b036d635e32a" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 139.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e3c6cad-779c-42f1-bd4a-bac870ceffae" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [verdachte], pagina 85.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f0e8765-7728-442e-84e9-8d1ddd6ea383" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [verdachte], pagina 89.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6692edb4-a683-4f3b-8af3-b80ef7210c90" label="10">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [A], pagina 103.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a67681a0-a65a-47e1-938f-cf009a687e6e" label="11">
    <para>Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 114.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_de4e3ea7-cca3-4ef8-a6e0-61f392fe7291" label="12">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2], pagina 65.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c64121e-84a7-44b4-808e-31c7a2f29cf8" label="13">
    <para> Afschrift van opdracht tot buitenlandse betaling SNS bank, pagina 68.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_acbb0b99-da61-4290-a779-5da2335b8efe" label="14">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van[A], pagina 103.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b102d3f-5278-4844-b216-3e2e93e0a093" label="15">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 114.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c0ac56c2-45d1-402c-9d0a-59ed16cc3ccf" label="16">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 139.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_494af4ca-9ed2-4c68-b6dd-3a4bb4196ea9" label="17">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 124.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_43924777-ee85-498a-b11c-150caf31572c" label="18">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 124.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_33288255-5fc1-4ea2-b4e1-16a4d858d73c" label="19">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [verdachte], pagina 89.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f126f9b-b033-44fe-ad7b-f4f4ab788523" label="20">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], medewerkster SNS bank, pagina 74</para>
  </footnote>
  <footnote id="_161de1d7-5493-4820-9afa-064e9c0f8f8e" label="21">
    <para> Afschrift van opdracht tot buitenlandse betaling SNS bank, pagina 77.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_23ff6770-9189-4c29-8079-4bd8b640f477" label="22">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], pagina 140.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a5a6d822-b8f5-447e-8d71-47467a75221e" label="23">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], pagina 124.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>