<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2013:2785</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T12:19:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-652086-13 en 16-653753-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:2785">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:2785</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-05T16:27:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2013:2785 Rechtbank Midden-Nederland , 02-04-2013 / 16-652086-13 en 16-653753-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2013:2785:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte veroordeeld voor medeplegen van afpersing en spijbelen tot jeugddetentie van 120 dagen waarvan 77 voorwaardelijk met aftrek en bijz. vw. maatregel Hulp en Steun en daarnaast een werkstraf van 160 uur, vordering deels toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2013:2785:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingslocatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/652086-13 en 16/653753-12 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 april 2013.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op[geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres </para>
      <para>
        [adres] ([postcode]) in[woonplaats 1],</para>
      <para>momenteel verblijvende bij IrisZorg Dagopvang in Tiel </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 maart 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en de advocaat, mr. J.J. Weldam naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>: 	door bedreiging met geweld samen met een ander een shophoudster van een </para>
      <para>	tankstation heeft gedwongen om een geldbedrag af te geven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>: 	niet heeft voldaan aan de verplichting om als leerling van school ‘[naam 2]’, deze</para>
      <para>school regelmatig te bezoeken</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Zij baseert zich hierbij op de bekennende verklaringen van verdachte en de aangifte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is uitgegaan van de bekentenis van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_bba727f2-ef37-4ca1-a8bd-3aa0ba4b7b45" />
        </para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie<footnote-ref linkend="_430c8f34-a878-4939-bf8f-0ba93d330ec3" /> en ter terechtzitting;</para>
      <para>- de aangifte van [slachtoffer] namens [naam 1] Vianen.<footnote-ref linkend="_908ea404-94a0-4882-8f8c-f631dbf36314" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte ter overstaande van de leerplichtambtenaar<footnote-ref linkend="_1eb13d82-76c2-479b-ac33-99f569e238c8" /> en ter terechtzitting;</para>
      <para>- proces-verbaal leerplicht.<footnote-ref linkend="_ad25fd0c-f962-4831-ac69-5f998304585d" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. op 30 november 2012 te Vianen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag (642 euro) toebehorende aan Tankstation [naam 1], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij en/of zijn mededader een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] hebben gericht en gericht hebben gehouden en daarbij hebben geroepen: ‘geld, snel!’</para>
    <para />
    <para>2. in de periode van 11 oktober 2012 tot en met 30 oktober 2012 te Maarsbergen, meermalen, terwijl hij, verdachte, de leeftijd van 12 jaren had bereikt, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, terwijl hij als leerling van een school, te weten ‘[naam 2]’ was ingeschreven, die school na inschrijving geregeld te bezoeken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als</para>
      <para>feit 1: medeplegen van afpersing</para>
      <para>feit 2: spijbelen  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De deskundige, drs. A. Laurijssen-Timmers, kinder- en jeugdpsycholoog, heeft in haar pro justitia rapportage d.d. 12 maart 2013, aangegeven dat zij verdachte verminderd toerekeningsvatbaar acht ten aanzien van de afpersing. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 120 dagen waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daarbij als bijzondere voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering, waaronder een maatregel Hulp en Steun en ook als dit inhoudt blijven meewerken aan behandeling bij Iris-Zorg en daarnaast een werkstraf van 160 uur, indien niet naar behoren uitgevoerd, te vervangen door 80 dagen jeugddetentie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht om de duur van de door de officier van justitie voorgestelde werkstraf enigszins te matigen. [verdachte] heeft schuld bekend, ondanks het feit dat hij op dat moment kampte met verslaving en andere beperkingen. Eigenlijk zit [verdachte] op dit moment bij IrisZorg ook in een detentiesituatie. In het licht hiervan is de eis van de officier van justitie aan de zware kant. De bijzondere voorwaarden zullen voor [verdachte] goed kunnen werken als stok achter de deur. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft, samen met een ander, een overval gepleegd op een tankstation. Met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp is de medewerkster van het tankstation gedwongen het geld uit de kassa af te geven. Dit is een angstaanjagende ervaring voor het slachtoffer geweest zoals ondermeer is gebleken uit de slachtofferverklaring en draagt ook in het algemeen bij aan gevoelens van onrust en onveiligheid die bestaan in de samenleving. Verdachte heeft bij het plegen van het feit geen oog gehad voor de mogelijke gevolgen van een dergelijk feit voor het slachtoffer en zich enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin.</para>
        <para>Anderzijds betrekt de rechtbank in haar oordeel, dat de overval is opgelost dankzij het feit, dat de vader van [verdachte] zijn zoon naar het politiebureau gebracht heeft zodra de ouders duidelijk werd, dat [verdachte] hierbij betrokken was en dat hij toen zijn aandeel ruiterlijk bekend heeft. Ook ter zitting heeft hij laten zien, dat hij inziet heel verkeerd bezig te zijn geweest en dat hij verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het volgende:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>blanco strafblad van verdachte d.d. 8 februari 2013;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>pro justitia rapportage d.d. 12 maart 2013, opgesteld door drs. A. Laurijssen-Timmers, kinder- en jeugdpsycholoog;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 10 januari 2013, opgesteld door drs. J. Cloosterman.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de pro justitia rapportage blijkt dat sprake is van ADHD en een cannabisverslaving. [verdachte] streeft naar een onmiddellijke behoeftebevrediging en denkt dan niet aan de gevolgen van zijn daden. Hij laat zich leiden door egocentrisch denken. Zijn (dure) verslaving aan softdrugs heeft een belangrijke rol gespeeld bij zijn keuze voor een overval. [verdachte] wordt snel beïnvloed en laat zien dat hij niet goed kan omgaan met stress of spanning. Vanwege zijn ADHD-problematiek neemt hij vaak impulsieve beslissingen en kan moeilijk stoppen wanneer de ingeslagen weg niet de juiste blijkt te zijn. Zij acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank neemt dit advies over. De psychologe acht behandeling van zijn verslaving belangrijk en adviseert het behandel- en begeleidingstraject waar [verdachte] zich op dit moment bij IrisZorg in bevindt als bijzondere voorwaarde op te leggen bij een (deels) voorwaardelijke straf, in combinatie met verplicht (jeugd)reclasseringscontact om er zorg voor te dragen dat alles goed verloopt, tijdens maar ook na de interventies. De kans op recidive is anders hoog.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Raad voor de Kinderbescherming adviseert een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarde dat [verdachte] zich zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering in het kader van een maatregel Hulp en Steun, ook als dat inhoudt meewerken aan behandeling binnen jeugd(verslavings)kliniek IrisZorg in Tiel. Daarnaast adviseert de Raad voor de Kinderbescherming [verdachte] een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen, om [verdachte] te laten ervaren dat er ook duidelijke consequenties verbonden zijn aan het gedrag.</para>
        <para>Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie van 120 dagen waarvan 77 dagen voorwaardelijk met aftrek en een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde zich houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering in het kader van een maatregel Hulp en Steun, ook als dat inhoudt meerwerken aan behandeling binnen jeugd(verslavings)kliniek IrisZorg in Tiel. Daarnaast legt de rechtbank op een werkstraf van 160 uur, te vervangen door 80 dagen jeugddetentie indien verdachte deze niet of niet naar behoren verricht. Nu het gaat om een misdrijf dat gericht is tegen onaantastbaarheid van een persoon er er bovendien ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen zal de rechtbank ambtshalve de dadelijke tenuitvoerlegging bevelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering van <emphasis role="bold">[slachtoffer], </emphasis>levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Aannemelijk is dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 31,93 (zegge eenendertig euro en drieënnegentig cent) aan materiële schade en <?linebreak?>€ 1.000,00 (zegge duizend euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot een totaalbedrag van € 1.031,93 (zegge duizendeenendertig euro en drieënnegentig cent) worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf 30 november 2012 tot de dag der voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verplichting tot schadevergoeding wordt hoofdelijk opgelegd, dat wil zeggen dat verdachte, evenals de medeverdachte(n), aansprakelijk is voor de gehele schade. Als (een van) de medeverdachte(n) de schade heeft betaald, is verdachte bevrijd aan de benadeelde partij te betalen en omgekeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77za, 317 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2 Leerplichtwet 1969 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>feit 1: medeplegen van afpersing</para>
      <para>feit 2: spijbelen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een jeugddetentie van 120 dagen waarvan 77 dagen voorwaardelijk</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <para>- De tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt. </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>o Zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      <para>o Ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      <para>o Medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:</emphasis>
      </para>
      <para>o zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die in het kader van de maatregel Hulp en Steun worden gegeven door of namens de William Schrikkergroep, ook indien dit inhoudt meewerken aan behandeling bij of in de jeugd(verslavings)kliniek IrisZorg in Tiel</para>
      <para>o de rechtbank draagt die instelling op om de verdachte hulp en steun te verlenen bij het naleven van de bijzondere voorwaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">werkstraf van 160 uur</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat, indien deze werkstraf niet of niet naar behoren wordt verricht, <emphasis role="bold">vervangende jeugddetentie van 80 dagen</emphasis> zal worden toegepast;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de gestelde bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar </emphasis>zijn.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer], wonende te[woonplaats 2], toe tot een bedrag van € 31,93 euro (zegge eenendertig euro en drieënnegentig cent) aan materiële schade en € 1000,00 (zegge duizend euro) aan immateriële schade, totaal een bedrag van € 1.031,93 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2012 tot de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer], behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen de som van € 1031,91, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2012 tot de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. Y.M. Vanwersch, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>mrs. M.J. Veldhuijzen en P.W.G. de Beer, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 april 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE : De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 30 november 2012 te Vianen, althans in het arrondissement</para>
      <para>Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een</para>
      <para>geldbedrag (642 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende</para>
      <para>aan Tankstation [naam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan</para>
      <para>verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of</para>
      <para>vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen[slachtoffer]</para>
      <para>, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of</para>
      <para>gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en /</para>
      <para>of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht</para>
      <para>mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door</para>
      <para>geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte</para>
      <para>van een geldbedrag (642 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele</para>
      <para>toebehorende aan Tankstation [naam 1], in elk geval aan een ander of</para>
      <para>anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij</para>
      <para>en/of zijn mededader(s) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend</para>
      <para>voorwerp, op die[slachtoffer] heeft gericht en/of gericht gehouden, althans</para>
      <para>getoond en/of (daarbij) geroepen: "geld, snel!", althans woorden van gelijke</para>
      <para>aard en/of strekking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(parketnummer 653753-12)</para>
      <para>hij in de periode van 11 oktober 2012 tot en met 30 oktober 2012 te</para>
      <para>Maarsbergen, meermalen, althans eenmaal, (telkens), terwijl hij, verdachte,</para>
      <para>de leeftijd van 12 jaren had bereikt, niet heeft voldaan aan de verplichting om</para>
      <para>overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, terwijl hij als</para>
      <para>leerling van een school, te weten [naam 2]" was ingeschreven, die</para>
      <para>school na inschrijving geregeld te bezoeken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2 lid 3 Leerplichtwet 1969</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_bba727f2-ef37-4ca1-a8bd-3aa0ba4b7b45" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal met nummer PL0960 2012269193-72 in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_430c8f34-a878-4939-bf8f-0ba93d330ec3" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 97 tot en met 99.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_908ea404-94a0-4882-8f8c-f631dbf36314" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 72 tot en met 74.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1eb13d82-76c2-479b-ac33-99f569e238c8" label="4">
    <para> Proces-verbaal verhoor verdachte uit het proces-verbaal genoemd in voetnoot 5, niet doorgenummerd. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad25fd0c-f962-4831-ac69-5f998304585d" label="5">
    <para> Proces-verbaal leerplicht tegen[verdachte] d.d. 6 november 2012, opgemaakt door [A], leerplichtambtenaar</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>