<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMID:2009:BK8796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-14T17:29:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBMID:2009:3660</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK8796</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Middelburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Middelburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">62252</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4192" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4192, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMID:2009:BK8796">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMID:2009:BK8796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:44:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMID:2009:BK8796 Rechtbank Middelburg , 25-03-2009 / 62252</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMID:2009:BK8796:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De beoordeling </para>
        <para>2.1. Bij het incidentele (eind-)vonnis van 25 maart 2009 heeft de rechtbank bepaald dat eiseres binnen 6 weken na datum vonnis ten behoeve van gedaagde zekerheid diende te stellen (door middel van een bankgarantie) voor proceskosten, ten bedrag van € 7.500,--. Eiseres heeft in haar akte gesteld voornemens te zijn tegen het vonnis van 25 maart 2009 hoger beroep in te stellen, maar dat daadwerkelijk beroep is ingesteld is niet gebleken, terwijl de termijn daarvoor inmiddels is verstreken. De rechtbank gaat er van uit dat het vonnis van 25 maart 2009 onherroepelijk is. Uit de akten van beide partijen blijkt voorts dat eiseres niet binnen de in het vonnis van 25 maart 2009 genoemde termijn zekerheid heeft gesteld. Dat leidt ertoe – zoals door gedaagde ook is verzocht – dat eiseres in haar vordering niet kan worden ontvangen. De rechtbank zal daartoe beslissen. Gedaagde vraagt voorts om veroordeling van eiseres in de proceskosten, ook in die van het incident, vermeerderd met nakosten en rente. Over de kosten in het incident is al bij vonnis van 25 maart 2009 beslist. De rechtbank zal eiseres veroordelen in de (overige) door gedaagde onbetwist gestelde, aan haar zijde gevallen, proceskosten, tot op heden begroot op: </para>
        <para>- vast recht € 1.855,-- </para>
        <para>- salaris advocaat € 894,-- (1 x tarief IV, € 894,--)</para>
        <para>- nakosten € 131,-- totaal: € 2.880 ,--,</para>
        <para>te vermeerderen met € 68,-- indien betekening van het vonnis plaatsvindt en bij niet betaling binnen 8 dagen na betekening van het vonnis vermeerderd met de wettelijke over het totaalbedrag met ingang van de negende dag na de betekening.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMID:2009:BK8796:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Uitspraak </para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>62252 / HA ZA 08-161</para>
      <para>23 september 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK MIDDELBURG</para>
      <para>62252 / HA ZA 08-16115 oktober 2008</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 62252 / HA ZA 08-161</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 23 september 2009 </para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiseres],</para>
      <para>woonplaats gekozen hebbende te Terneuzen, doch feitelijk verblijvende buiten Nederland, </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat voorheen mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk, thans mr. R.M.A. Lensen te Terneuzen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap ING SCHADEVERZEKERING RETAIL N.V., als rechtopvolger onder algemene titel van de naamloze vennootschap POSTBANK SCHADEVERZEKERING N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. C.J. IJdema te Middelburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure</para>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>de vonnissen van 1 oktober 2008 en 25 maart 2009 in het door gedaagde opgeworpen incident tot het stellen van een bankgarantie en de in die vonnissen genoemde stukken </para>
      <para>de akte na tussenvonnis van eiseres</para>
      <para>de (antwoord)akte na tussenvonnis van gedaagde</para>
      <para>de antwoordakte na incidenteel tussenvonnis van gedaagde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beoordeling </para>
      <para>2.1. Bij het incidentele (eind-)vonnis van 25 maart 2009 heeft de rechtbank bepaald dat eiseres binnen 6 weken na datum vonnis ten behoeve van gedaagde zekerheid diende te stellen (door middel van een bankgarantie) voor proceskosten, ten bedrag van € 7.500,--. Eiseres heeft in haar akte gesteld voornemens te zijn tegen het vonnis van 25 maart 2009 hoger beroep in te stellen, maar dat daadwerkelijk beroep is ingesteld is niet gebleken, terwijl de termijn daarvoor inmiddels is verstreken. De rechtbank gaat er van uit dat het vonnis van 25 maart 2009 onherroepelijk is. Uit de akten van beide partijen blijkt voorts dat eiseres niet binnen de in het vonnis van 25 maart 2009 genoemde termijn zekerheid heeft gesteld. Dat leidt ertoe – zoals door gedaagde ook is verzocht – dat eiseres in haar vordering niet kan worden ontvangen. De rechtbank zal daartoe beslissen. Gedaagde vraagt voorts om veroordeling van eiseres in de proceskosten, ook in die van het incident, vermeerderd met nakosten en rente. Over de kosten in het incident is al bij vonnis van 25 maart 2009 beslist. De rechtbank zal eiseres veroordelen in de (overige) door gedaagde onbetwist gestelde, aan haar zijde gevallen, proceskosten, tot op heden begroot op: </para>
      <para>- vast recht € 1.855,-- </para>
      <para>- salaris advocaat € 894,-- (1 x tarief IV, € 894,--)</para>
      <para>- nakosten € 131,-- totaal: € 2.880 ,--,</para>
      <para>te vermeerderen met € 68,-- indien betekening van het vonnis plaatsvindt en bij niet betaling binnen 8 dagen na betekening van het vonnis vermeerderd met de wettelijke over het totaalbedrag met ingang van de negende dag na de betekening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>verklaart eiseres niet-ontvankelijk in haar vordering;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op € 2.880,--, te vermeerderen met € 68,-- indien betekening van het vonnis plaatsvindt en bij niet betaling binnen 8 dagen na betekening van het vonnis vermeerderd met de wettelijke over het totaalbedrag met ingang van de negende dag na de betekening. </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2009.?</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>