<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMID:2009:BK8781</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T08:18:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK8781</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Middelburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Middelburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-06-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">66692/ HA ZA 09-108</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMID:2009:BK8781">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMID:2009:BK8781</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:44:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMID:2009:BK8781 Rechtbank Middelburg , 10-06-2009 / 66692/ HA ZA 09-108</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMID:2009:BK8781:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] vordert dat de onderhavige hoofdzaak op grond van artikel 222 Rv wegens verknochtheid wordt gevoegd met de bij de rechtbank Rotterdam aanhangige zaak met het zaaknummer 326974/ HA ZA 09/711. </para>
        <para>[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] voert verweer. Zij stelt dat niet is voldaan aan het in artikel 222 Rv gestelde vereiste dat de zaken waarvan voeging wordt gevraagd voor dezelfde rechtbank en tussen dezelfde partijen aanhangig zijn. Daarnaast betwist [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] dat sprake is van connexiteit tussen de betreffende zaken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. De incidentele vordering tot voeging is gegrond op artikel 222 Rv. Blijkens dit artikel kan, in geval voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, daarvan de voeging worden gevorderd. In casu is echter sprake van twee zaken - waarvan overigens de verknochtheid door [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] wordt betwist - die aanhangig zijn voor twee verschillende rechters c.q. rechtbanken. In dat geval dient de weg van artikel 220 Rv te worden bewandeld en niet die van artikel 222 Rv; verwijzing als in artikel 220 Rv bedoeld is evenwel niet gevraagd. </para>
      <para />
      <para>[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMID:2009:BK8781:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK MIDDELBURG</para>
      <para>66692 / HA ZA 09-10810 juni 2009</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 66692 / HA ZA 09-108</para>
    <para />
    <para>Vonnis in incident van 10 juni 2009</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap </para>
      <para>[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident],</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam, zaakdoende te Rockanje, gemeente Westvoorne,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. L.C.M.C. Gels te Rijswijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident],</para>
      <para>in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident],</para>
      <para>wonende te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. P-H. Boekel te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] genoemd worden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure</para>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>de dagvaarding</para>
      <para>de incidentele conclusie tot voeging</para>
      <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beoordeling in het incident</para>
      <para>[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] vordert dat de onderhavige hoofdzaak op grond van artikel 222 Rv wegens verknochtheid wordt gevoegd met de bij de rechtbank Rotterdam aanhangige zaak met het zaaknummer 326974/ HA ZA 09/711. </para>
      <para>[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] voert verweer. Zij stelt dat niet is voldaan aan het in artikel 222 Rv gestelde vereiste dat de zaken waarvan voeging wordt gevraagd voor dezelfde rechtbank en tussen dezelfde partijen aanhangig zijn. Daarnaast betwist [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] dat sprake is van connexiteit tussen de betreffende zaken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. De incidentele vordering tot voeging is gegrond op artikel 222 Rv. Blijkens dit artikel kan, in geval voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, daarvan de voeging worden gevorderd. In casu is echter sprake van twee zaken - waarvan overigens de verknochtheid door [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] wordt betwist - die aanhangig zijn voor twee verschillende rechters c.q. rechtbanken. In dat geval dient de weg van artikel 220 Rv te worden bewandeld en niet die van artikel 222 Rv; verwijzing als in artikel 220 Rv bedoeld is evenwel niet gevraagd. </para>
    <para />
    <para>[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incident</para>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] tot op heden begroot op EUR 452,00,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak </para>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 juli 2009 voor conclusie van antwoord van de zijde van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2009.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>