<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMID:2001:AB1223</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-13T10:30:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB1223</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Middelburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Middelburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Awb 00/342</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=3:2&amp;g=2001-03-13">Algemene wet bestuursrecht 3:2</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=3:4&amp;g=2001-03-13">Algemene wet bestuursrecht 3:4</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002375&amp;artikel=19&amp;g=2001-03-13">Wet op de Ruimtelijke Ordening 19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMID:2001:AB1223">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMID:2001:AB1223</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:25:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMID:2001:AB1223 Rechtbank Middelburg , 13-03-2001 / Awb 00/342</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMID:2001:AB1223:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ten onrechte bij belangenafweging in het kader van art. 19 WRO geen rekening gehouden met verkoop woning.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onder toepassing van art. 19 WRO bouwvergunning verleend voor uitbreiding woning bij besluit van 12 januari 2000. Aanvrager heeft op 22 juni 1999 zijn woning te koop aangeboden. De (ver)koop vond plaats op 23 september 1999 en het transport op 3 april 2000. Niettemin heeft verweerder het belang van de aanvrager betrokken bij zijn besluitvorming. De Rb. is van oordeel dat verweerder daardoor in strijd met art. 3:4, eerste lid Awb een onjuiste belangenafweging heeft gemaakt. Voorts heeft verweerder nagelaten zich op de hoogte te stellen of en zo ja, in welk opzicht de nieuwe eigenaar belang heeft bij het onderhavige bouwplan. Daarmee heeft verweerder gehandeld in strijd met art. 3:2 Awb.</para>
        <para>Bovendien kan door het gebrek aan kennis over een al of niet bestaand belang van de nieuwe eigenaar van een juiste belangenafweging ook geen sprake zijn. Het bestreden besluit dient vernietigd te worden wegens strijd met de wet.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMID:2001:AB1223:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MIDDELBURG</para>
      <para>Enkelvoudige Kamer voor Bestuursgeschillen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Reg.nr.: Awb 00/342</para>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak inzake:</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, eiser,</para>
    <para />
    <para>tegen  </para>
    <para />
    <para>het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Goes, verweerder.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 24 februari 1999 heeft verweerder aan  C (de aanvrager) bouwvergunning verleend voor het uitbreiden van de woning op het perceel […]laan 15 te B, kadastraal bekend gemeente B, sectie […], nummer […]. Naar aanleiding van bezwaren van onder meer eiser heeft verweerder de bouwvergunning ingetrokken. </para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 12 januari 2000 heeft verweerder de aanvrager opnieuw een bouwvergunning verleend voor de bovenvermelde uitbreiding onder gebruikmaking van zijn bevoegdheid ex artikel 19 WRO (oud) tot het verlenen van vrijstelling van de voorschriften van het bestemmingsplan “Het Goese Meer”.</para>
    <para />
    <para>Eiser heeft hiertegen een bezwaarschrift ingediend. Naar aanleiding van het bezwaar heeft op 20 maart 2000 een hoorzitting plaatsgevonden.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 27 april 2000 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Eiser heeft tegen laatstgenoemd besluit beroep ingesteld bij de rechtbank </para>
    <para />
    <para>De huidige eigenaar van het in geding zijnde perceel is uitgenodigd als derde belanghebbende deel te nemen aan deze beroepsprocedure. Aan deze uitnodiging heeft hij geen gevolg gegeven.</para>
    <para />
    <para>Het geschil is op 6 februari 2001 behandeld ter zitting. Eiser is daar in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde G.J. Goemaat.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen.</para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 19, eerste lid (oud) van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) - voor zover hier van belang - kunnen burgemeester en wethouders voor het gebied, waarvoor een voorbereidingsbesluit geldt vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits vooraf van Gedeputeerde Staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) luidt:</para>
      <para>“Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af de te wegen belangen”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Artikel 3:4, eerste lid van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.</para>
    <para />
    <para>Verweerder is van mening dat de uitbreiding van de villa […]laan 15 te B met een aangebouwd overdekt zwembad en een uitbouw met verdieping aan de garage planologisch acceptabel is. De vrijstellingsprocedure is alleen toegepast om te kunnen afwijken van de maximale oppervlaktematen. Doordat de bewoners zijn verhuisd en achteraf gezien de kans klein is dat de nieuwe eigenaar het bouwplan nog zal realiseren, heeft eiser de meer gunstige situering van zijn perceel behouden. </para>
    <para />
    <para>Eiser heeft aangevoerd dat gedurende de anticipatieprocedure de aanvrager de woning te koop heeft aangeboden en op 23 september 1999 ook heeft verkocht. De aanvrager had geen belang meer bij de totstandkoming van het bouwplan ten behoeve van zijn aan-huis-gebonden activiteiten. De urgentie is onduidelijk als de aanvrager is verhuisd. Hij vindt dat hij niet serieus genomen wordt door de gemeente B.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <para>Teneinde voor het bouwplan vergunning te verlenen heeft verweerder gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid ex artikel 19 WRO (oud). Bij het toepassen van deze bevoegdheid dient verweerder alle rechtstreeks betrokken belangen mee te wegen.</para>
    <para />
    <para>Blijkens de stukken heeft de aanvrager op 22 juni 1999 zijn woning aan de […]laan 15 te koop aangeboden. De koop vond plaats op 23 september 1999 en het transport op 3 april 2000. Derhalve staat vast dat de aanvrager geen belang meer had bij het onderhavige bouwplan. </para>
    <para />
    <para>Niettemin heeft verweerder het belang van de aanvrager betrokken bij zijn besluitvorming. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daardoor in strijd met artikel 3:4, eerste lid van de Awb een onjuiste belangenafweging heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <para>Voorts heeft verweerder nagelaten zich op de hoogte te stellen of en zo ja, in welk opzicht de nieuwe eigenaar belang heeft bij het onderhavige bouwplan. Daarmee heeft verweerder gehandeld in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Bovendien kan door het gebrek aan kennis over een al of niet bestaand belang van de nieuwe eigenaar van een juiste belangenafweging ook geen sprake zijn.</para>
    <para />
    <para>Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit vernietigd dient te worden wegens strijd met de wet.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Uitspraak.</para>
    <para />
    <para>De Arrondissementsrechtbank te Middelburg,</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt, met inachtneming van het in deze uitspraak gestelde;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat de gemeente Goes aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van f 225,- (tweehonderd en vijfentwintig gulden) vergoedt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2001</para>
      <para>door mr. G.J.A. van Unnik, in tegenwoordigheid van mr. M.D. Bezemer-Kralt, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Afschrift verzonden op: </para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen. Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na dagtekening van verzending van deze uitspraak.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>