<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMID:2000:AA5895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T14:28:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA5895</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Middelburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Middelburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1301/89</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMID:2000:AA5895">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMID:2000:AA5895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:02:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMID:2000:AA5895 Rechtbank Middelburg , 05-04-2000 / 1301/89</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMID:2000:AA5895:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMID:2000:AA5895:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>d.d. 5 april 2000</para>
    <para />
    <para>De arrondissementsrechtbank te Middelburg, enkelvoudige kamer, overweegt en beslist als volgt inzake:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtspersoon naar het recht van de plaats harer vestiging</para>
      <para>Seaflower Transport and Trading Company N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Willemstad, Curaçao,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>procureur: mr. C.H. Brinkman,</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para> tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar het recht van de plaats harer vestiging</para>
      <para>Compagnie Tunesiënne de Navigation S.A. (Cotunav),</para>
      <para>gevestigd te Tunis, Tunesië,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>procureur: mr. K.P.T.G. Flos.</para>
    </parablock>
    <para>			</para>
    <para>1. 	Het verdere verloop van het geding.</para>
    <para />
    <para>1.1.	Nadat bij vonnis van 18 maart 1998 een deskundigenbericht is bevolen, hebben de 	deskundigen op 12 april 1999 hun bevindingen ter griffie gedeponeerd.</para>
    <para />
    <para>1.2.	Vervolgens heeft Seaflower een conclusie na deskundigenbericht, met producties, doen 	nemen, en Cotunav heeft daarna een conclusie doen nemen.</para>
    <para />
    <para>1.3.	Vervolgens hebben de partijen opnieuw vonnis gevraagd.</para>
    <para />
    <para>2. 	De verdere beoordeling van het geschil.</para>
    <para />
    <para>2.1.	Uit de beantwoording door de deskundigen van de eerste vraag volgt dat de lading 	voldeed aan de omschrijving in de charterpartij.</para>
    <para />
    <para>2.2.	Uit de beantwoording van de vragen 2, 5 en 6 is af te leiden dat het hoogst onzeker is of 	de lading al dan niet gevaarlijk was. Een F.M.P. van 19% of hoger lijkt niet 	onwaarschijnlijk, terwijl de M.C. aanzienlijk lager zal zijn geweest. Alleen Laboratorium 	Dr Verweij komt tot een F.M.P. van 8,6%, doch zulks is niet op basis van een 	representatief monster geschied.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De deskundigen hebben afgezien van een onderzoek van de door de advocaat van 	Seaflower aangeboden monsters. Aangezien die monsters niet verzegeld waren, en beide 	partijen zich op het standpunt hebben gesteld dat de monsters niet representatief waren, is 	zulks juist. Het door Seaflower overgelegde analysecertificaat d.d. 22 juni 1999, kennelijk 	met betrekking tot dezelfde monsters, doet dus niet toe of af aan de conclusies van de 	deskundigen.</para>
      <para>	Het verwijt van Seaflower aan de deskundigen, dat zij geen rekening hebben gehouden 	met de omstandigheden dat tijdens het verblijf van (een deel van) de lading in het schip 	water uit die lading in de vullingen is gelopen en weggelensd, moet worden verworpen. In 	de eerste plaats blijkt niet of en zo ja hoeveel water is weggelensd. In de tweede plaats 	had het op de weg van Seaflower gelegen om, bij een toelichting aan de deskundigen, op 	die omstandigheid te wijzen, daarbij aangevend om welke hoeveelheid water het zou gaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3.	Het verstrekken van certificaten omtrent F.M.P., F.M.L. en M.C. van de ten vervoer 	aangeboden kolen was, naar het antwoord op vraag 3 volgt, niet gebruikelijk, althans 	volgens twee van de drie deskundigen. Één van de deskundigen meent dat het verstrekken 	van de certificaten "mondiaal niet ongebruikelijk" is voor bepaalde kolensoorten. De 	rechtbank concludeert dat het verstrekken van de desbetreffende certificaten in dit geval 	niet gebruikelijk was.</para>
    <para />
    <para>2.4.	Uit het antwoord op vraag 4 volgt dat in 1989 wel de mogelijkheid bestond om de 	certificaten te verkrijgen.</para>
    <para />
    <para>2.5.	Uit het vorenstaande volgt dat Seaflower niet het bewijs heeft geleverd dat Cotunav 	onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door gevaarlijke lading aan te leveren en door 	een plicht tot het verschaffen van certificaten te schenden. Naar Frans recht, zoals naar 	Nederlands recht - de partijen zijn het er terecht over eens dat een nader onderzoek naar 	Frans recht achterwege kan blijven - rust die bewijslast op Seaflower. De vordering van 	Seaflower dient derhalve te worden afgewezen, met haar veroordeling in de kosten.</para>
    <para />
    <para>2.6.	Het vorenstaande brengt echter niet met zich dat de gezagvoerder van de "Silke", en 	daarmee Seaflower, jegens Cotunav onrechtmatig heeft gehandeld door te weigeren de 	lading te vervoeren. De gezagvoerder kon redelijke twijfel omtrent de veiligheid van de 	lading hebben. Het is duidelijk dat de vele experts die zich over de veiligheid van de lading 	hebben uitgelaten, die twijfel niet konden wegnemen. Daar de veiligheid van schip en 	bemanning voor de gezagvoerder aanzienlijk belangrijker zijn dan de commerciële 	belangen van een ladingeigenaar kon en mocht de gezagvoerder onder de omstandigheden 	weigeren de lading te vervoeren. De vorderingen in reconventie, voor zover gebaseerd op 	de beweerde onrechtmatige daad van de gezagvoerder, en daardoor die van Seaflower, 	dienen derhalve eveneens te worden afgewezen, aangezien Cotunav de door haar 	gestelde onrechtmatige daad niet heeft bewezen.</para>
    <para />
    <para>2.7.	De vorderingen in reconventie tot teruggave van de garantie en tot vergoeding van de door 	het stellen van die garantie veroorzaakte kosten zijn, naar uit het bovenstaande volgt, voor 	toewijzing vatbaar.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.8.	Seaflower dient in conventie in de kosten te worden verwezen. In reconventie zullen de</para>
      <para>	kosten worden gecompenseerd, aangezien beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn 	gesteld, met uitzondering van de kosten van het deskundigenbericht; daar het 	deskundigenbericht er niet toe heeft geleid dat één van beide vorderingen uit onrechtmatige 	daad is toegewezen komt het de rechtbank geraden voor om Cotunav te veroordelen in de 	helft van de kosten daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. 	De beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	In conventie:</para>
      <para>	wijst de vordering af, met veroordeling van Seaflower in de kosten, tot deze uitspraak 	begroot op ƒ 4.020,= aan verschotten en ƒ 14.850,= aan procureurssalaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	in reconventie:</para>
      <para>	beveelt Seaflower om binnen 8 dagen nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en 	aan Seaflower is betekend de door Cotunav aan haar verschafte garantie terug te geven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>	veroordeelt Seaflower om aan Cotunav de schade te betalen als gevolg van het stellen en 	in stand houden van de voornoemde garantie, nader op te maken bij staat en te vereffenen 	volgens de wet;</para>
    <para />
    <para>	wijst af het meer of anders gevorderde;</para>
    <para />
    <para>	veroordeelt Cotunav in de kosten ad ƒ 6.525,=, zijnde de helft van de kosten van het 	deskundigenbericht, en compenseert de kosten voor het overige des, dat iedere partij haar 	eigen kosten drage.</para>
    <para />
    <para>	Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Dunné en uitgesproken ter openbare terechtzitting 	van woensdag 5 april 2000</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>