<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMAA:2010:BV7996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T08:04:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV7996</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Maastricht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Maastricht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">153321/KG RK 10-672</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=545">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 545</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2012/125</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMAA:2010:BV7996">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMAA:2010:BV7996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:47:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMAA:2010:BV7996 Rechtbank Maastricht , 27-10-2010 / 153321/KG RK 10-672</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMAA:2010:BV7996:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoek ex art. 545 WvBrv niet ontvankelijk verklaard wegens geen rechtens te respecteren belang.</para>
        <para>Toewijzing geeft in redelijkheid geen enkel uitzicht op korte(re) of (lange(re) termijn op enige geldelijke uitkering van een mogelijke verkoopopbrengst van de onroerende zaak</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMAA:2010:BV7996:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK MAASTRICHT</para>
      <para>Sector Civiel </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 27 oktober 2010</para>
    <para />
    <para>Zaaknummer	: 153321/KG RK 10-672</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[VERZOEKSTER],</para>
      <para>wonende te Amstenrade,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. P.M.G. Lardinois (Heerlen);</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.SNS BANK N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>verweerster sub 1,</para>
      <para>advocaat mr. D.M. Brinkman (Utrecht), </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.[VERWEERDER2],</para>
      <para>wonende te Landgraaf,</para>
      <para>verweerder sub 2,</para>
      <para>advocaat mr. C.J.M. Coch;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het verloop van de procedure</para>
    <para />
    <para>De advocaat van verzoekster heeft bij de griffie van deze rechtbank een verzoek ingediend tot termijnstelling op de voet van artikel 545 Rv voor de SNS-bank als hypotheekhouder met betrekking tot de onroerende zaak: het woonhuis met aanhorigheden, staande en gelegen te Landgraaf, aan de [adres].</para>
    <para />
    <para>Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling.</para>
    <para />
    <para>Mr. Coch heeft een verweerschrift en producties ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting zijn verschenen:</para>
      <para>-namens verzoekster: mr. Lardinois,</para>
      <para>-namens verweerster sub 1: de heer [[X]], accountmanager bij verweerster en tevens gemachtigde (machtiging ter zitting overgelegd) en mr. Brinkman,</para>
      <para>-verweerder sub 2 in persoon en mr Coch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Coch pleit overeenkomstig het door haar ingediende verweerschrift.</para>
      <para>Mr. Brinkman legt ter zitting een verweerschrift over en pleit dienovereenkomstig.</para>
      <para>Partijen hebben over en weer gereageerd op elkaars stellingen, waarna de voorzieningenrechter de uitspraak heeft bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De beoordeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak moet van het volgende worden uitgegaan. De SNS-bank, hypotheekhouder van de onroerende zaak, heeft de executie van die zaak van de beslaglegger [[verzoekster]] overgenomen middels een brief d.d. 21 april 2010. Nadat de SNS-bank de onroerende zaak had laten taxeren – waaruit bleek van een actuele onderhandse verkoopwaarde van slechts € 425.000,-- tegenover een vordering van circa € 490.000,-- - heeft zij [[verzoekster]] bij  brief d.d. 27 juli 2010 laten weten bij nader inzien de executie niet door te zetten. Daarbij heeft de SNS-bank naast het taxatierapport laten meewegen dat haar schuldenaar [verweerder2] aan zijn financiële verplichtingen waarvoor het hypotheekrecht is verleend, is blijven voldoen. </para>
      <para>In diezelfde brief wijst de SNS-bank erop dat openbare verkoop van de onroerende zaak de beslaglegger [[verzoekster]] geen enkel uitzicht op verhaal biedt van haar vordering en dat zelfs bij een onderhandse verkoop tegen de getaxeerde vrije verkoopwaarde de vordering van de SNS-bank tot een substantieel bedrag niet kan worden voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De juistheid van de feiten die de SNS-bank aan haar keuze om “thans geen verdere stappen (te) ondernemen om tot uitwinning over te gaan” ten grondslag heeft gelegd, heeft [[verzoekster]] niet bestreden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de SNS-bank en [verweerder2] is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen rechtens te respecteren belang aan de zijde van [[verzoekster]] aanwezig is met betrekking tot het door haar ingediende verzoek ex artikel 545 WvBRv. Toewijzing van het verzoek geeft in redelijkheid geen enkel uitzicht op korte(re) of lange(re) – mede gezien de in het slop geraakte huizenverkoopmarkt - op enige geldelijke uitkering van een mogelijke verkoopopbrengst van de onroerende zaak aan [[verzoekster]]. [[verzoekster]] heeft ook haar belang niet met andere feiten en omstandigheden onderbouwd. </para>
      <para>De slotsom moet zijn dat [[verzoekster]] in haar verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. [[verzoekster]] wordt in de kosten aan de zijde van de andere partijen verordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <para>Verklaart Donkerlsoot in haar verzoek ex artikel 545 WvBRv niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>Veroordeelt [[verzoekster]] in de proceskosten van deze procedure aan de zijde van zowel de SNS-bank als [verweerder2] gevallen en begroot deze kosten tot aan deze beschikking op respectievelijk € 555,-- aan de zijde van de SNS-bank en € 555,-- aan de zijde van [verweerder2] (telkens € 103 aan griffierechten en € 452 aan salaris advocaat);</para>
    <para />
    <para>Verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Frénay, voorzieningenrechter, en op 27 oktober 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier .</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>