<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMAA:2010:BM9283</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T13:36:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM9283</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Maastricht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Maastricht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">151384</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Rechtsbijstand en schuldhulpverlening 2010/207 met annotatie van G.H. Lankhorst</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMAA:2010:BM9283">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMAA:2010:BM9283</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:36:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMAA:2010:BM9283 Rechtbank Maastricht , 21-06-2010 / 151384</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMAA:2010:BM9283:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 287a Fw, verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord, schuldregeling, bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMAA:2010:BM9283:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK MAASTRICHT </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para>zaaknummer: 151384 / FT RK 10.338</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 21 juni 2010</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Naam verzoeker],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stuboek BV, gevestigd te Soest,</para>
      <para>en </para>
      <para>LAVG, gevestigd te Roosendaal,</para>
      <para>verweerders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1.        De procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1.     Verzoeker heeft op 1 juni 2010 de rechtbank verzocht: </para>
      <para>            - primair: LAVG, het deurwaarderskantoor dat de belangen van Stuboek BV behartigt, te bevelen in te stemmen met 	            een aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw);</para>
      <para>            - subsidiair: de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: wsnp) uit te spreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2.     Het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord is ter terechtzitting van 9 juni 2010 behandeld. Daarbij waren</para>
      <para>            aanwezig: verzoeker, [naam], medewerker van het Centraal Loket Schuldhulpverlening Heerlen (hierna:</para>
      <para>            CLSH), en dhr. [naam], beleidsmedewerker bij de gemeente Heerlen. Verweerders voornoemd zijn,</para>
      <para>            hoewel behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.        De feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.     Uit het bijgevoegde schuldenoverzicht blijkt dat de totale schuldenlast € 10.497,41 bedraagt. De vordering van LAVG    </para>
      <para>            bedraagt € 1.673,20, zijnde 15,9 % van de totale schuldenlast. Deze vordering heeft betrekking op door verzoeker</para>
      <para>            aangeschafte boeken voor zijn studie Autotechnicus. Schuldenaar is in 2004 aan deze opleiding begonnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.     Verzoeker is in 2008 toegelaten tot het project “Nu of nooit” van de gemeente Heerlen. Verzoeker is een van de vier</para>
      <para>            jongeren die tot dit project zijn toegelaten. Het doel van het project is om jongeren die problematische schulden</para>
      <para>            hebben en niet beschikken over een startkwalificatie te motiveren om een deze alsnog te behalen. Hierdoor wordt de</para>
      <para>            kans op regulier werk vergroot. De jongeren krijgen een kans om hun schulden weg te werken, een opleiding te</para>
      <para>            volgen en hun leven weer op de rails te krijgen. Op dit moment volgt verzoeker een MBO-opleiding en dit gaat zo goed</para>
      <para>            dat verzoeker de opleiding in plaats van op niveau 2 op niveau 4 mag vervolgen. Verzoeker is de komende twee jaren</para>
      <para>            in verband met die opleiding niet in staat om zijn schulden af te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3.     Verzoeker heeft met behulp van het CLSH op 1 juli 2009 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Dit</para>
      <para>            akkoord houdt - samengevat – in dat alle schuldeisers 25% van hun vordering tegen finale kwijting krijgen </para>
      <para>            aangeboden. CJIB-boetes en NS-boetes worden 100% betaald. Verzoeker houdt alleen de schuld bij de gemeente</para>
      <para>            over. De gemeente zal deze schuld kwijtschelden als verzoeker zich aan alle voorwaarden van het project houdt.</para>
      <para>            Deze aangeboden schuldregeling is door alle schuldeisers aanvaard, behalve door LAVG. Het CLSH heeft daarom</para>
      <para>            op 21 oktober 2009 nogmaals getracht tot een minnelijk akkoord te komen, door LAVG te berichten dat zij de enige</para>
      <para>            weigerende schuldeiser is. LAVG heeft het CLSH bericht dat zij niet akkoord gaat met het voorstel tegen finale</para>
      <para>            kwijting. Uiteindelijk heeft het CLSH daarna nog ettelijke malen contact met LAVG en Stuboek opgenomen om toch te</para>
      <para>            proberen om tot een akkoord te komen. Dat is niet gelukt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.        De beoordeling </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1.     In artikel 287a Fw is bepaald dat een verzoek als het onderhavige slechts kan worden toegewezen als LAVG in</para>
      <para>            redelijkheid niet tot weigering van instemming met de door verzoeker voorgestelde schuldregeling heeft kunnen</para>
      <para>            komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de</para>
      <para>            bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering</para>
      <para>            worden geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2.     Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser, zoals LAVG, in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn</para>
      <para>            vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan het</para>
      <para>            volledige bedrag waar LAVG recht op zou hebben bij volledige betaling door verzoeker, is het belang van LAVG bij</para>
      <para>            weigering van die regeling een gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3.     De rechtbank dient voorts te onderzoeken of door de weigering van LAVG de belangen van verzoeker en de overige</para>
      <para>            schuldeisers worden geschaad en zo ja, of die belangen zwaarder wegen dan het belang van LAVG om zijn</para>
      <para>            bevoegdheid tot weigering uit te oefenen. De rechtbank zal bij die weging uitgaan van een vergelijking met de situatie</para>
      <para>            van toepassing van de wsnp, nu het voorshands geenszins onwaarschijnlijk is dat de toepassing van de wsnp in dit</para>
      <para>            geval zal worden uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4.     De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de overige schuldeisers worden </para>
      <para>            geschaad door de weigering van LAVG en dat het belang van LAVG niet opweegt tegen de belangen van de overige</para>
      <para>            schuldeisers. Het aanbod van verzoeker houdt immers in dat de schuldeisers direct een bedrag in handen krijgen en</para>
      <para>            dat er geen drie jaar hoeft te worden gewacht zoals bij toepassing van de wsnp. Daarbij is deze uitkering aan de</para>
      <para>            crediteuren gegarandeerd door de gemeente Heerlen. Aan het einde van drie jaar schuldsanering is het onzeker of</para>
      <para>            verzoeker eenzelfde bedrag bij elkaar gespaard zal hebben. Daarnaast zal verzoeker bij toepassing wsnp zijn</para>
      <para>            opleiding niet af kunnen maken, omdat van hem wordt verwacht dat hij gaat werken. Hierdoor zal verzoeker alleen</para>
      <para>            ongeschoold werk kunnen verrichten, waardoor zijn verdiencapaciteit zal afnemen. </para>
      <para>            Toepassing van de wsnp zal er waarschijnlijk toe leiden dat verzoeker slechts de minimale boedelafdracht, zijnde het</para>
      <para>             bewindvoerdersalaris, hoeft af te dragen. Dit heeft tot gevolg er geen bedrag voor betaling aan de schuldeisers</para>
      <para>             beschikbaar zal zijn, terwijl bij de aangeboden minnelijke regeling een uitkeringspercentage van 25 % is</para>
      <para>             gegarandeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5.      De rechtbank neemt bovendien mee in haar oordeel dat LAVG de enige weigerende schuldeiser is en dat haar</para>
      <para>             vordering slechts 15,9 % van de totale schuldenlast betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.6.      Al het hiervoor overwogene leidt ertoe dat de rechtbank het primaire verzoek zal toewijzen.</para>
    <para />
    <para>3.7.      LAVG zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.8.      Bij de begroting van voormelde kosten zal de rechtbank aansluiten bij het bepaalde in artikel 238 Wetboek van</para>
      <para>             Burgerlijke Rechtsvordering. </para>
      <para>             De rechtbank zal de reiskosten van verzoeker bepalen op € 9,00  en diens verletkosten op nihil. </para>
      <para>             De reiskosten van de vertegenwoordiging van het CLSH en het project “Nu of nooit” zal de rechtbank bepalen op</para>
      <para>             € 18,00  en de toe te kennen noodzakelijke verletkosten van de vertegenwoordiger van het CLSH  en de</para>
      <para>             vertegenwoordiger van het project “Nu of nooit”op  € 139,22 respectievelijk € 158,54.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.          De beslissing</para>
    <para />
    <para>             De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>             -	beveelt LAVG in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;</para>
      <para>             -	veroordeelt LAVG in de kosten van dit geding, tot op heden begroot op € 9,00 aan reis- en verletkosten voor</para>
      <para>                             en uit te keren aan verzoeker en € 315,76 aan reis- en verletkosten voor en uit te keren aan de gemeente</para>
      <para>                             Heerlen;</para>
      <para>             -	verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>