<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T09:53:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/344024 / HA ZA 25-334</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:932">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T09:53:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:932 Rechtbank Limburg , 21-01-2026 / C/03/344024 / HA ZA 25-334</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:932:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtsgeldige opzegging van een overeenkomst van opdracht, ook al is het overeengekomen vormvoorschrift niet in acht genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:932:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/344024 / HA ZA 25-334</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisende partij]
        </emphasis>, handelend onder de naam [bedrijf] ,</para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eisende partij] ,</para>
      <para>advocaat: mr. C. Erasmus,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PHITAAL HOLDING B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Sittard-Geleen,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Phitaal,</para>
      <para>advocaat: mr. M.A. Pieters.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- het bericht van 26 november 2025 met productie(s) van Phitaal;<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 10 december 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben op 13 december 2023 een overeenkomst van opdracht gesloten, op basis waarvan [eisende partij] werkzaamheden verrichtte voor Phitaal. De overeenkomst is tweemaal verlengd, de eerste keer op 23 mei 2024 en de tweede keer op 18 maart 2025, welke overeenkomst zou ingaan op 1 juli 2025 en zou lopen tot 1 januari 2026. Sinds 21 mei 2025 heeft [eisende partij] in onderling overleg 24 uur per week gewerkt voor Phitaal.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de overeenkomst van 23 mei 2024 is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 3 Duur en beëindiging van de Overeenkomst</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Onverminderd het hiervoor bepaalde, kan deze Overeenkomst door zowel Opdrachtgever als door Opdrachtnemer worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van een maand voor zowel Opdrachtgever als Opdrachtnemer, zonder aansprakelijk te zijn voor enige schade als gevolg van de opzegging.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Opdrachtgever heeft het recht deze Overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen, zonder dat enige opzegtermijn in acht dient te worden genomen en zonder aansprakelijk te zijn voor enige schade als gevolg van de opzegging, door middel van het sturen van een aangetekende brief aan Opdrachtnemer, indien:</emphasis>
      </para>
      <para>a. <emphasis role="italic">a) Opdrachtnemer er niet in slaagt dan wel nalaat de werkzaamheden genoemd onder artikel 1.2 van deze Overeenkomst efficiënt en zorgvuldig uit te voeren of zich schuldig maakt aan een ernstige of herhaalde schending van haar verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst;</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opdrachtnemer zal opdrachtgever onmiddellijk schriftelijk informeren indien één van de in artikel 3.4 van deze Overeenkomst genoemde omstandigheden zich voordoet.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Namens Phitaal is de overeenkomst met [eisende partij] op 25 mei 2025 per e-mail met onmiddellijke ingang beëindigd door de heer [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ). [persoon 1] schrijft in zijn e-mail:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Dit weekend heb ik besloten om per direct de Overeenkomst van Opdracht d.d. 18 maart 2025 en Overeenkomst van Opdracht d.d. 23 mei 2024 met jou te beëindigen onder verwijzing naar artikel 3 lid 3a en/of lid 3e in beide overeenkomsten. Meer in bijzonder geldt dat ik in de afgelopen week het vertrouwen in jouw functioneren als interim-directeur volledig ben verloren. De reden is gelegen in een opeenstapeling van feiten. De druppel was voor mij het feit dat de evaluatie van de implementatie van Medicore en Roosterplatform niet of althans volstrekt onvoldoende bleek te zijn afgestemd met belangrijke interne stakeholders, terwijl je mij eerder had verzekerd dat dit wel was gebeurd. De verschillende feiten op basis waarvan ik tot mijn besluit ben gekomen hebben vooral te maken met het stelselmatig niet nakomen van afspraken of verplichtingen en/of niet reageren op signalen en andere communicaties van medewerkers. Bovendien is in de afgelopen periode gebleken dat je hier bijzonder slecht op aanspreekbaar bent en/of in dit kader marchandeert met de waarheid.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vertrouwen - en daarmee openheid en transparantie - is een van de belangrijkste kernwaarden van Phitaal. Tegen die achtergrond neem ik dit alles zeer hoog op. Ik kan de feiten en bevindingen op geen enkele manier goed praten of uitleggen aan de collega’s. Daarom zie ik mij genoodzaakt om zo plotseling te handelen. Ik heb zojuist de opdracht gegeven aan IT om jouw account bij Phitaal af te sluiten. Ik realiseer me dat dit voor jou onverwacht kan voelen. Ik nodig je daarom uit om aanstaande dinsdagmiddag langs te komen op het kantoor in Sittard om er samen met [persoon 2] en mij iets dieper op in te gaan. Je kunt dan ook eventuele bedrijfseigendommen, zoals een laptop, retourneren.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn intentie is om dinsdag goede afspraken met jou te maken over (a) de overdracht, (b) de interne en externe communicatie en (c) de financiële eindafrekening en wel zodanig dat we onnodige reputatieschade (aan jouw naam of die van Phitaal) zoveel mogelijk kunnen voorkomen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 21 mei 2025 heeft [eisende partij] over april 2025 een factuur van € 31.530,88 inclusief btw aan Phitaal gestuurd. Op 27 mei 2025 heeft [eisende partij] een factuur over mei 2025 van € 22.479,16 inclusief btw aan Phitaal gestuurd. Voorts heeft [eisende partij] facturen betreffende de onkostenvergoedingen over maart van € 275,72 en april van € 533,00 verstuurd aan Phitaal.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Phitaal heeft op 8 juli 2025 een bedrag van € 50.462,78 aan [eisende partij] voldaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert – samengevat – bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad een verklaring voor recht (primair) dat Phitaal onrechtmatig heeft gehandeld door de overeenkomst op te zeggen zonder inachtneming van de op grond van de overeenkomst geldende opzegtermijn en (subsidiair) dat de overeenkomst is opgezegd door Phitaal op 25 juni 2025, en derhalve de overeenkomst per 25 juli 2025 eindigt. Daarnaast vordert [eisende partij] een verklaring voor recht dat Phitaal onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van [eisende partij] door haar geen schadevergoeding aan te bieden. Verder vordert [eisende partij] zowel primair als subsidiair om Phitaal te veroordelen tot betaling van in totaal € 104.186,76, vermeerderd met wettelijke rente en € 1.482,91 aan buitengerechtelijke incassokosten. Tot slot vordert [eisende partij] veroordeling van Phitaal in de proceskosten en nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Phitaal voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de overeenkomst regelmatig opgezegd?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De tussen partijen gesloten overeenkomst kwalificeert als een overeenkomst van opdracht. Op grond van artikel 7:408 lid 1 BW kan een opdrachtgever de overeenkomst te allen tijde opzeggen. Deze bepaling is in dit geval van regelend recht, omdat Phitaal een professionele opdrachtgever is (artikel 7:413 BW). Dat betekent dat partijen hiervan mogen afwijken. Partijen hebben van de mogelijkheid gebruik gemaakt, zodat de opzegregeling geldt zoals die in de overeenkomst is opgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Partijen zijn in artikel 3 lid 3 sub a overeengekomen dat Phitaal de overeenkomst van opdracht met onmiddellijke ingang kan opzeggen, indien [eisende partij] er niet in slaagt dan wel nalaat de overeengekomen werkzaamheden efficiënt en zorgvuldig uit te voeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vraag die beantwoord moet worden is of [eisende partij] de overeengekomen werkzaamheden efficiënt en zorgvuldig heeft uitgevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat hier niet altijd sprake van is geweest. Phitaal heeft diverse verwijten gemaakt aan het adres van [eisende partij] , welke verwijten door [eisende partij] niet of niet voldoende gemotiveerd zijn weersproken. De rechtbank zal die verwijten hieronder thematisch bespreken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Herhuisvesting Eindhoven </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Phitaal verwijt [eisende partij] dat zij te laat in actie is gekomen voor wat betreft de opzegging van het huurcontract voor de vestiging in Eindhoven. [eisende partij] heeft erkend dat zij abuis was te dien aanzien, maar geeft aan meteen daarna in actie te zijn geschoten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Nu [eisende partij] heeft erkend dat zij een fout heeft gemaakt, is komen vast te staan dat zij haar taak niet zorgvuldig en efficiënt heeft uitgevoerd. Weliswaar heeft [eisende partij] die fout daarna hersteld, maar dit doet naar het oordeel van de rechtbank niet af dat aan het feit dat het handelen van [eisende partij] onzorgvuldig was. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zaken laten liggen, niet reageren</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De verwijten ten aanzien (i) de SMS-functie, (ii) dat [eisende partij] niet reageert op verzoeken, (iii) het project ‘Weg naar Autonomie’, (iv) de KeyUser-chat van het EPD-project, (v) ‘Werkbegeleiding [persoon 3] ’, (vi) Signaal Roosterplatform en (vii) Opleidingsplan Rijnmond raken in de kern allemaal hetzelfde punt, namelijk dat [eisende partij] zaken heeft laten liggen, niet op tijd heeft opgepakt en ook niet heeft gereageerd op berichten en verzoeken van anderen. Datzelfde geldt voor de verwijten ten aanzien het punt ‘Feedback [persoon 4] ’ en Caseload RB’ers. De rechtbank zal deze verwijten dan ook gezamenlijk bespreken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [eisende partij] stelt dat zij de ontvangen verzoeken altijd heeft opgepakt en uitgezet bij de betreffende leverancier(s) dan wel dat zij zich niet herkent in deze punten. Over het verwijt ten aanzien van het ‘Signaal Roosterplatform’ stelt [eisende partij] enkel dat zij niet bekend was met het bericht van de heer [persoon 5] van 23 mei 2025, maar dat zij wel wist dat er bij het Roosterplatform onduidelijkheid heeft bestaan wie het aanspreekpunt was binnen Phitaal. Phitaal heeft aangegeven dat [eisende partij] projectleider was van de implementatie van het Roosterplatform binnen Phitaal, zodat het de taak van [eisende partij] was om de rol van aanspreekpunt binnen Phitaal te beleggen. Dit heeft zij niet gedaan, aldus Phitaal. Daarnaast heeft Phitaal voorbeelden van andere situaties genoemd waarop [eisende partij] zaken heeft laten liggen of niet op verzoeken heeft gereageerd. Phitaal heeft die verwijten concreet gemaakt en aangegeven op welke data [eisende partij] haar werkzaamheden niet naar behoren heeft uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Door [eisende partij] is tijdens de mondelinge behandeling niet (meer) inhoudelijk gereageerd op deze verwijten, anders dan dat zij heeft verklaard dat zij niet bekend was met het bericht van 23 mei van [persoon 5] . Naar het oordeel van de rechtbank is niet zozeer van belang of [eisende partij] bekend was met het bericht van [persoon 5] waarin wordt gesignaleerd dat [eisende partij] haar taak niet goed uitvoert. Als [eisende partij] wel bekend zou zijn geweest met het bericht van [persoon 5] en daarop zou hebben geacteerd, zou dat er immers niets hebben veranderd aan het feit dat zij (hetgeen zij verder niet heeft betwist) haar taak betreffende Signaal Roosterplatform eerder niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd. Ook ten aanzien van de andere gestelde incidenten heeft [eisende partij] geen inhoudelijk verweer gevoerd, terwijl van haar mocht worden verwacht dat zij zou hebben aangegeven op welke wijze zij heeft gereageerd of geacteerd dan wel waarom dat niet van haar kon worden verwacht. Dat heeft [eisende partij] nagelaten, zodat ook deze verwijten als onvoldoende gemotiveerd weersproken komen vast te staan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">E-Gym apparatuur</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Phitaal verwijt [eisende partij] dat zij niet zorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van de verhuizing van de E-Gym apparatuur, door voorafgaand aan de verhuizing van de apparatuur niet te controleren of de E-Gym apparatuur compleet was en of daarmee dezelfde spiergroepen konden worden getraind als met de oude apparatuur. [eisende partij] heeft aangevoerd dat zij in de veronderstelling verkeerde dat met de E-Gym apparatuur dezelfde spiergroepen kon worden getraind als met de David Back Line en heeft vanuit die veronderstelling gehandeld. Dat dit niet het geval is, was haar niet bekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. [eisende partij] heeft erkend dat zij niet heeft gecontroleerd of de E-Gym apparatuur aan de daaraan gestelde verwachtingen zou voldoen. [eisende partij] heeft enkel gehandeld vanuit een veronderstelling. Naar het oordeel van de rechtbank is dit onzorgvuldig. Van [eisende partij] had mogen worden verwacht dat zij nader onderzoek zou doen naar de apparatuur en zich ervan zou vergewissen dat de apparatuur aan de verwachtingen zou voldoen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Resumé</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Deze verwijten in onderlinge samenhang bezien rechtvaardigen de conclusie dat [eisende partij] haar werkzaamheden niet efficiënt en zorgvuldig heeft uitgevoerd, hetgeen een opzegging van de overeenkomst van opdracht met onmiddellijke ingang rechtvaardigt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Het heeft er alle schijn van dat het takenpakket te groot was en de werkdruk te hoog voor [eisende partij] . Echter, van [eisende partij] als professional en mede gelet op de positie die [eisende partij] binnen Phitaal bekleedde, had het op haar weg gelegen om op tijd aan de bel trekken en de hoge werkdruk te bespreken, om zo tot een betere balans te komen. Dat heeft [eisende partij] niet gedaan. Zij heeft de kwestie op zijn beloop gelaten en voor lief genomen dat zaken (in haar bewoordingen) ‘van de wagen vielen’. Naar het oordeel van de rechtbank is door [eisende partij] dan ook onzorgvuldig en inefficiënt gehandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Phitaal mocht de overeenkomst tussen partijen dan ook opzeggen zonder inachtneming van een opzegtermijn. Het door [eisende partij] primair gevorderde wordt afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Per welke datum is de overeenkomst opgezegd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of de overeenkomst van opdracht op 25 mei 2025 rechtsgeldig door Phitaal is opgezegd. [eisende partij] stelt dat dit niet het geval is, omdat de opzegging niet per aangetekende brief is verstuurd en de gronden de opzegging per onmiddellijke ingang niet kunnen dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat het vormvoorschrift dat de opzegging per aangetekende brief dient plaats te vinden ertoe strekt om te waarborgen dat er geen onduidelijkheid bestaat over de vraag wanneer de opzegging de wederpartij heeft bereikt. Daarnaast vloeit uit het voorschrift dat de opzegging schriftelijk moet worden gedaan voort, dat er bij een opzegging die aan het vormvereiste voldoet ook geen onduidelijkheid bestaat over de bewoordingen waarin de opzegging is gedaan, hetgeen van belang kan zijn indien wordt betwist dat een opzegging heeft plaatsgevonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Als over het moment waarop een opzegging de wederpartij heeft bereikt geen onduidelijkheid bestaat en er evenmin onduidelijkheid over bestaat dat het inderdaad een opzegging betreft, kan een wederpartij zich er niet op beroepen dat de opzegging niet voldoet aan het vormvoorschrift. Daar heeft de wederpartij in dat geval geen rechtens te respecteren belang bij, omdat de duidelijkheid bestaat die het vormvoorschrift beoogt te waarborgen (Hof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7930). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>De omstandigheid dat Phitaal de opzegging per e-mail heeft verstuurd in plaats van per aangetekende brief zoals voorgeschreven in de overeenkomst, acht de rechtbank dan ook van onvoldoende betekenis. Met de e-mail van Phitaal en de daaropvolgende correspondentie tussen partijen had [eisende partij] voldoende zekerheid dat de samenwerking niet zou worden voortgezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de overeenkomst op 25 mei 2025 dan ook rechtsgeldig met onmiddellijke ingang opgezegd. Dit betekent dat de samenwerking tussen partijen diezelfde dag is geëindigd. Het door [eisende partij] subsidiair gevorderde wordt dan ook eveneens afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert een schadevergoeding ter hoogte van € 15.972,-. Volgens [eisende partij] heeft Phitaal onvoldoende rekening gehouden met haar belangen, door de overeenkomst op te zeggen zonder haar een schadevergoeding aan te bieden. Phitaal voert verweer en doet een beroep op artikel 3.3 van de overeenkomst van opdracht. Daarin is bepaald dat partijen niet aansprakelijk zijn voor enige schade als gevolg van de opzegging. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is er geen grond voor het toewijzen van een schadevergoeding. De overeenkomst van opdracht voorzag in deze opzeggingsmogelijkheid en hiervoor is reeds vastgesteld dat de gronden voor opzegging zich voordoen. Phitaal kon de overeenkomst dan ook rechtsgeldig opzeggen. Partijen zijn overeengekomen dat in een dergelijk geval geen schadevergoeding verschuldigd is. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, kan niet worden geconcludeerd dat opzegging met onmiddellijke ingang en zonder toekenning van een schadevergoeding in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Facturen april en mei</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert betaling van de facturen van april en mei en de onkostenvergoeding van maart en april. [eisende partij] heeft aangegeven een ongespecificeerd bedrag van € 50.462,78 van Phitaal te hebben ontvangen. Door [eisende partij] is gesteld dat zij recht heeft op meer loon, omdat de overeenkomst van opdracht nog tot en met juli 2025 zou hebben doorgelopen als deze rechtsgeldig en met inachtneming van een opzegtermijn zou zijn opgezegd. Phitaal voert verweer en stelt op 8 juli 2025 een bedrag van € 50.462,78 aan [eisende partij] te hebben betaald. Volgens Phitaal zijn daarmee de onkosten en het loon tot 25 mei 2025 (het moment van opzeggen van de overeenkomst door Phitaal) betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierover heeft overwogen met betrekking tot de rechtsgeldige opzegging van de overeenkomst met onmiddellijke ingang per 25 mei 2025. Dat betekent dat Phitaal daarna geen loon of andere kosten aan [eisende partij] is verschuldigd. [eisende partij] heeft niet betwist dat Phitaal door overmaking van het hiervoor genoemde bedrag de onkosten en het loon tot 25 mei 2025 volledig heeft betaald. De rechtbank neemt dit dan ook als vaststaand aan. De vorderingen van [eisende partij] tot betaling van facturen althans werkzaamheden van na die datum zullen dan ook worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <para>Ten aanzien van de vordering tot betaling van wettelijke rente over de facturen geldt het volgende. Door [eisende partij] is gesteld dat tussen partijen een betalingstermijn van 30 dagen is overeengekomen. [eisende partij] heeft aangevoerd dat de factuur van april ter hoogte van € 31.530,88 is vervallen op 21 juni 2025 en de factuur van mei ter hoogte van € 22.479,16 is vervallen op 27 juni 2025. Verder stelt [eisende partij] dat de factuur voor de onkosten van maart en april ter hoogte van € 275,72 is vervallen per 2 juni 2025 en de factuur voor de onkosten van april ter hoogte van € 533,- is vervallen per 7 juni 2025. Phitaal heeft daar niet inhoudelijk op gereageerd, anders dan aan te geven dat die vordering moet worden afgewezen met een beroep op artikel 21 Rv, zodat de rechtbank van de juistheid van die stellingen uitgaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de facturen door Phitaal op 8 juli 2025 zijn voldaan. Gelet op de vervaldata van de verschillende facturen heeft Phitaal de facturen te laat voldaan en is Phitaal de wettelijke rente verschuldigd. Het beroep van Phitaal op artikel 21 Rv gaat niet op. [eisende partij] heeft immers in de dagvaarding vermeld dat zij een bedrag van € 50.462,78 van Phitaal heeft ontvangen. Dat zij dat bedrag niet heeft verrekend met haar openstaande vorderingen heeft tot consequentie dat haar vordering wordt afgewezen, maar maakt nog niet dat zij in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <para>De vordering tot vergoeding van wettelijke rente vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot 8 juli 2025 wordt dan ook toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Buitengerechtelijke kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.26.</nr>
      <para>Buitengerechtelijke kosten kunnen worden toegewezen, mits wordt voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets. Het moet redelijk zijn geweest om deskundige bijstand in te roepen en de daarvoor gemaakte kosten moeten eveneens redelijk zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.27.</nr>
      <para>Aangezien de vorderingen van [eisende partij] (grotendeels) worden afgewezen, zal de rechtbank ook de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten afwijzen. Gelet op de zeer geringe vordering die [eisende partij] daadwerkelijk op Phitaal heeft, namelijk enkel de vordering tot betaling van wettelijke rente, kunnen de buitengerechtelijke niet worden aangemerkt als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.28.</nr>
      <para>
        [eisende partij] is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Phitaal worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>6.861,00;</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>3.858,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 1.929,00);</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing);</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>10.897,00.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.29.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.30.</nr>
      <para>De hierna te noemen beslissingen zijn gebaseerd op de bovenstaande overwegingen. Hetgeen partijen meer of anders hebben aangevoerd kan als niet (langer) ter zake doende verder buiten beschouwing worden gelaten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt Phitaal tot betaling aan [eisende partij] van de wettelijke rente over:</para>
      <para>- de factuur van april ter hoogte van € 31.530,88 vanaf 21 juni 2025, </para>
      <para>- de factuur van mei ter hoogte van € 22.479,16 vanaf 27 juni 2025, </para>
      <para>- de factuur voor de onkosten van maart en april ter hoogte van € 275,72 vanaf 2 juni 2025 en </para>
      <para>- de factuur voor de onkosten van april ter hoogte van € 533,- vanaf 7 juni 2025, </para>
      <para>tot 8 juli 2025,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 10.897,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>