<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T14:30:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03.019407.25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:876">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T11:42:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:876 Rechtbank Limburg , 28-01-2026 / 03.019407.25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:876:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens poging tot zware mishandeling door met een auto op twee voetgangers in te rijden bij een tankstation en het verlaten van het plaats van ongeval. Vrijspraak poging tot doodslag vanwege ontbreken aanmerkelijke kans. Oplegging van een gevangenisstraf van 193 dagen met aftrek, een taakstaf van 240 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van 2 jaar met een proeftijd van 2 jaar. Vordering benadeelde partij deels toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:876:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03.019407.25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 28 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.D. Maessen, advocaat te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 januari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij, bijgestaan door mr. K. Zech, advocaat te Zoetermeer, is op de zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er feitelijk weergegeven op neer dat de verdachte:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>heeft geprobeerd [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] van het leven te beroven (<emphasis role="italic">primair</emphasis>), dan wel deze personen zwaar heeft mishandeld (<emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>), dan wel heeft geprobeerd deze personen zwaar te mishandelen (<emphasis role="italic">meer subsidiair</emphasis>), door met een auto op hen in te rijden en [slachtoffer 2] te overrijden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>de plaats van een ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat een ander daardoor letsel had opgelopen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte vrij te spreken van feit 1 primair en subsidiair. Feit 1 meer subsidiair en feit 2 acht hij wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair. Voor wat betreft feit 1 meer subsidiair en feit 2 heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_82063491-4906-4756-823c-4037c362523e" />
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak feit 1 primair</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte het oogmerk had om de slachtoffers te doden. De vraag rest of de verdachte in voorwaardelijke zin opzet heeft gehad op de dood van de slachtoffers. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel een zwaar voertuig, zoals de auto waarin de verdachte reed, in beginsel een geschikt middel is om een ander te doden, dienen bij de beoordeling van de vraag of sprake was van een aanmerkelijke kans op de dood ook de specifieke omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In dergelijke gevallen is onder andere de snelheid waarmee met het voertuig werd gereden een belangrijke omstandigheid. Op basis van de beschikbare beelden heeft de politie geen preciezere vaststellingen kunnen doen, anders dan de constatering dat de verdachte – terwijl hij wegreed – een vergelijkbare snelheid had als eerdere automobilisten die het tankstation verlieten. Het lijkt de rechtbank, gezien de feitelijke situatie ter plaatse, ook onwaarschijnlijk dat de verdachte met het betrokken voertuig al een ongebruikelijk hoge snelheid had bereikt in de korte afstand die hij had afgelegd vanaf het optrekken tot aan de plaats van botsing. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het onaannemelijk dat de snelheid van het voertuig van verdachte bij de aanrijding een zodanig hoge snelheid had dat zonder meer kan worden gesproken van een aanmerkelijke kans op de dood. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden die de aanmerkelijkheid van die kans nader handen en voeten geven. De rechtbank concludeert derhalve dat ook voorwaardelijk opzet op de dood niet kan worden bewezen en spreekt de verdachte vrij van het onder feit 1 primair ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak feit 1 subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank voorts van oordeel dat het zwaar lichamelijk letsel zoals subsidiair ten laste is gelegd niet kan worden bewezen. In de jurisprudentie worden strenge eisen gesteld aan het aannemen van zwaar lichamelijk letsel. In het bijzonder dient bij die toets de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel te worden betrokken. De rechtbank constateert dat het dossier in zoverre slechts summier informatie bevat. Met betrekking tot de aard van het letsel leest de rechtbank dat aangeefster [slachtoffer 2] drie ribfracturen had en een klaplong. Op welke wijze daarvoor al dan niet medische behandeling noodzakelijk was en ook heeft plaatsgevonden blijft echter onduidelijk. Daarnaast blijkt uit de informatie die wel voorhanden is, dat er geen blijvende beperkingen te verwachten waren. Dit maakt dat de rechtbank niet acht bewezen dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel, reden waarom de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijs feit 1 meer subsidiair en feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, in die zin dat sprake was van ‘inrijden’ en niet van ‘overrijden’. Naar het oordeel van de rechtbank is bij het inrijden op personen met een personenauto – ook bij geringe snelheden – in zijn algemeenheid sprake van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel. Omdat de verdachte deze feiten ter terechtzitting ook heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank voor het overige met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van aangifte van aangever [slachtoffer 1] van 18 januari 2025;<footnote-ref linkend="_da8b724d-3355-40be-a30f-497de673c90b" /></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- het proces-verbaal van forensisch onderzoek van een persoon van 22 januari 2025.<footnote-ref linkend="_ca760b58-6d2d-43f5-a5f8-d914d6388905" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1 meer subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>op 18 januari 2025 te Windraak, gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een door verdachte bestuurde personenauto op die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] is ingereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>als degene door wiens gedraging (als bestuurder van een motorrijtuig) een verkeersongeval was veroorzaakt, welk verkeersongeval had plaatsgevonden op het terrein van een [tankstation] te Windraak aan de [adres 2] , op 18 januari 2025 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [slachtoffer 2] ), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 meer subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 193 dagen, met aftrek van het voorarrest, een taakstraf voor de duur van 240 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaar, met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft primair bepleit dat dient te worden volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat een fors lagere taakstraf moet worden opgelegd dan gevorderd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft met zijn auto twee voetgangers van achteren aangereden waardoor zij compleet van hun voeten werden geveegd en door de lucht vlogen. Als gevolg daarvan heeft een van de slachtoffers meerdere gebroken ribben en een klaplong opgelopen. Dat het andere slachtoffer er zonder enig lichamelijk letsel vanaf is gekomen, wekt dan ook verbazing. Naast het lichamelijke letsel is met name ook de psychische impact op de slachtoffers begrijpelijkerwijs groot. Het zal waarschijnlijk nog lange tijd duren voordat zij weer onbezonnen over straat kunnen zonder angst dat iets dergelijks hen nogmaals overkomt. Bovendien is de verdachte na de aanrijding weggereden zonder zich om de slachtoffers te bekommeren. De rechtbank rekent dit alles de verdachte dan ook zwaar aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen in de verdachte omging terwijl hij dit deed, is de rechtbank nog steeds niet geheel duidelijk geworden, maar de aanleiding lijkt onder meer te liggen in de situatie die kort daarvoor plaatsvond in de winkel van het tankstation. Wat er ook aan woordenwisseling door of met de slachtoffers heeft plaatsgevonden, dat kan nooit een reden zijn om vervolgens op hen in te rijden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het strafblad van de verdachte, waaruit blijkt dat hij de afgelopen jaren niet voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het advies van de reclassering, waaruit een laag-gemiddeld recidiverisico blijkt. Het advies van de reclassering luidt om een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden, nu de reclassering bijzondere voorwaarden niet noodzakelijk acht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van deze feiten acht de rechtbank een gevangenisstraf een passende straf. De verdachte heeft al ruim zes maanden in voorarrest gezeten, en de rechtbank acht het niet noodzakelijk dat de verdachte weer terug moet naar de gevangenis. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat de verdachte zijn woning en werk is verloren, in de toekomst meer moeite zal hebben met het vinden van passend werk en ook financieel nog lange tijd de consequenties van zijn handelen zal ondervinden doordat hij is aangewezen op dure autoverzekeringen. De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het – gelet op de ernst van deze feiten – wel noodzakelijk dat de verdachte daarbovenop nog bestraft wordt in de vorm van een maximale taakstraf. De rechtbank legt aan hem tevens een ontzegging van de rijbevoegdheid op voor de duur van 2 jaar. Gezien de hiervoor uiteengezette persoonlijke omstandigheden zal de rechtbank deze ontzegging geheel voorwaardelijk opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opheffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde schadevergoeding tot een bedrag van in totaal € 1.500,-, bestaande uit immateriële schade.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde heeft tevens verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij heeft geen fysiek lichamelijk letsel geleden en er is niet gebleken dat sprake is van een psychische toestand die maakt dat de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat slechts een gedeelte van het gevorderde bedrag kan worden toegewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat de aard en ernst van de normschending door de verdachte bijzonder ernstig zijn, waardoor mag worden aangenomen dat de benadeelde partij daardoor psychisch is getroffen en daar schade van ondervindt. De rechtbank acht het derhalve gerechtvaardigd om immateriële schadevergoeding toe te kennen, nu de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast in de zin van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt het bedrag van de immateriële schadevergoeding vast naar billijkheid, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van het leed van de benadeelde partij en de gevolgen van de normschending. Daarbij heeft de rechtbank ook gelet op bedragen die in vergelijkbare gevallen aan slachtoffers worden toegewezen. De rechtbank komt tot het oordeel dat een vergoeding van € 1.000,- passend is in dit geval, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2025 tot de dag van volledige betaling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal aan de verdachte ten aanzien van de toegewezen immateriële schade de schadevergoedingsmaatregel opleggen, zodat de benadeelde partij wordt gevrijwaard van inning van dit bedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 176 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt</emphasis> de verdachte <emphasis role="bold">vrij</emphasis> van het onder <emphasis role="bold">feit 1 primair en subsidiair</emphasis> ten laste gelegde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte voor feit 1 meer subsidiair en feit 2 tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 193 dagen</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte voor feit 1 meer subsidiair en feit 2 tot een <emphasis role="bold">taakstraf voor de duur van 240 uren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontzegging van de rijbevoegdheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> de verdachte <emphasis role="bold">voorwaardelijk de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 jaren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een <emphasis role="bold">proeftijd van 2 jaren</emphasis> zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="italic">Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 1]</emphasis> ter zake van feit 1 meer subsidiair gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.000</emphasis>,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de vordering voor het overige af;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van € 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast voor de duur van ten hoogste 10 dagen indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere in zoverre vervalt;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.L.M. van Venrooij, voorzitter, mr. L.E.M. Hendriks en mr. C.J.M. Brands, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H.R.G. van Kerkhof, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 18 januari 2025 te Windraak, gemeente Sittard-Geleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, met een door verdachte bestuurde personenauto met aanzienlijke snelheid, in elk geval met meer dan geringe snelheid en/of snelheidverhogend op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is ingereden en/of (daarbij) die [slachtoffer 2] heeft overreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para>( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 18 januari 2025 te Windraak, gemeente Sittard-Geleen aan slachtoffer opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer gebroken ribben en/of vocht en/of bloed op/in de longen, heeft toegebracht door met een door verdachte bestuurde personenauto met aanzienlijke snelheid, in elk geval met meer dan geringe snelheid en/of snelheidverhogend op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is ingereden en/of (daarbij) die [slachtoffer 2] heeft overreden;</para>
      <para>( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 meer subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 18 januari 2025 te Windraak, gemeente Sittard-Geleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een door verdachte bestuurde personenauto met aanzienlijke snelheid, in elk geval met meer dan geringe snelheid en/of snelheidverhogend op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is ingereden en/of (daarbij) die [slachtoffer 2] heeft overreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para>( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>dat hij, als degene door wiens gedraging (al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig) een verkeersongeval was veroorzaakt, welk verkeersongeval had plaatsgevonden op het terrein van een [tankstation] te Windraak op/aan de [adres 2] , op of omstreeks 18 januari 2025 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [slachtoffer 2] ), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten.</para>
      <para>( art 7 lid 1 ahf/ond c Wegenverkeerswet 1994 )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_82063491-4906-4756-823c-4037c362523e" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025009321, gesloten op 18 maart 2025, digitaal doorgenummerd van pagina 1 t/m 129.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da8b724d-3355-40be-a30f-497de673c90b" label="2">
    <para> Dossierpagina’s 37 t/m 39.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca760b58-6d2d-43f5-a5f8-d914d6388905" label="3">
    <para> Dossierpagina’s 20 t/m de zin “Daarna zag ik … op het wegdek belandde” op p. 21 en verder vanaf de zin “Ik zag dat … richting van Heerlen” op p. 21.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>