<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:829</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T13:16:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/348273 / KG ZA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:829">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:829</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T11:20:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:829 Rechtbank Limburg , 26-01-2026 / C/03/348273 / KG ZA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:829:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzen vorderingen in kort geding in conventie wegens ontbreken (spoedeisend) belang. Geen misbruik van procesrecht. Afwijzen in reconventie gevorderde daadwerkelijke proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:829:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/348273 / KG ZA 25-500</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 26 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat: mr. C.J.M. Veth,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>mr. M.A. Ploemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 29 december 2025, met de producties 1 t/m 12,</para>
      <para>- de aanvullende productie 13 van de vrouw,<?linebreak?>- de brief met de producties 1 t/m 6 van de man,<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026,</para>
      <para>- de pleitnota, met de eis in reconventie, van de man.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn gehuwd geweest. De rechtbank heeft bij echtscheidingsschikking van [datum] 2025 (zaaknr: C/03/337009 /FA RK 24-3447) de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaalt dat het echtscheidingsconvenant<footnote-ref linkend="_24936164-cf3c-47bd-8733-966149f34ee2" /> van partijen deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking<footnote-ref linkend="_50f34216-985c-4479-89c4-49b69b62606d" />. De echtscheidingsbeschikking is op 17 september 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand<footnote-ref linkend="_810650d4-f9fc-48ef-85f7-43bc096d85c6" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen zijn in artikel 3 van het convenant overeengekomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De echtelijke woning aan [adres] in [woonplaats 2] , gemeente Beekdaelen, zal worden verkocht waarna de netto-opbrengst tussen partijen bij helfte zal worden gedeeld. Onder netto-opbrengst dient te worden verstaan de opbrengst van de woning na aftrek van de kosten van de makelaar en de kosten van verkoopklaar maken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen zullen [de makelaar] in [plaats]</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_c75c1c20-7e20-4f5f-8dd0-f7ff2ea51d83" />
          <emphasis role="italic"> (hierna: “de makelaar”) in de arm nemen voor verkoop van de woning. Partijen verplichten zich hun medewerking over en weer aan een zo spoedig mogelijke verkoop te verlenen. Partijen bepalen in onderling overleg met advies van de makelaar de vraagprijs. Mocht de woning niet binnen drie maanden na opdracht aan de makelaar worden verkocht, dan zal de vraagprijs in onderling overleg met advies van de makelaar naar beneden worden bijgesteld. Wel kunnen partijen van een advies van de makelaar afwijken wanneer daartoe tussen hen beide overeenstemming bestaat. Ook kunnen partijen, zolang zij beiden vinden dat nog geen acceptabel bod op de woning is gedaan, alsnog in onderling overleg en met wederzijds goedvinden besluiten dat de woning voor een vooraf nader tussen hen overeen te komen bedrag aan een van hen wordt toegedeeld, tegen uitkering van de helft van de overwaarde zoals ook de helft van de opbrengst bij verkoop zou worden verdeeld. Wanneer een bod is gedaan dat voor één van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beiden acceptabel is maar voor de ander niet, kunnen partijen in onderling overleg en met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wederzijds goedvinden besluiten dat de woning voor een waarde ten minste gelijk aan dat bod, aan die ander wordt toegedeeld, ook tegen uitkering van de helft van de overwaarde zoals hiervoor bedoeld. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zolang de woning nog niet is verkocht, zullen partijen in onderling overleg, de woning, de garage en de tuin schoon en verkoopklaar houden en daaraan ieder naar eigen kunnen hun fysieke bijdrage leveren.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De advocaat van de vrouw heeft de advocaat van de man op 16 juni 2025 en 24 juli 2025 e-mails<footnote-ref linkend="_258bf2cd-7952-4abc-b065-2489210a81ef" /> gezonden betreffende – kort gezegd – posten van verrekening tussen partijen en de toezending van de akte van berusting. De man heeft een e-mail van zijn advocaat van 17 juli 2025, vanwege de tijdelijke afwezigheid van zijn advocaat, diezelfde datum doorgestuurd naar de advocaat van de vrouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Een opdracht tot dienstverlening verkoop woning aan de makelaar is vrijgegeven op Move op [datum] 2025<footnote-ref linkend="_999a2d9d-d0df-4205-9af1-ee8c776a98d2" />. Alleen de vrouw heeft die opdracht op [datum] 2025 per e-mail bevestigd<footnote-ref linkend="_a4be45fa-8dca-47d0-aad5-5b3b45aca937" />. Zij heeft haar opdracht opgeschort op 22 augustus 2025 in verband met de afspraak tussen partijen dat overname van de woning door de vrouw zou worden onderzocht<footnote-ref linkend="_ae0b1d28-2bc6-4085-8a8e-868d05046f5f" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mail van 6 augustus 2025 heeft de advocaat van de man de advocaat van de vrouw bericht over het standpunt van de man over onder andere verrekenposten en de akte van berusting<footnote-ref linkend="_0d0dc1f0-179d-4d5d-accd-689af08718d2" />. De advocaat van de vrouw heeft gereageerd bij e-mailberichten van 7 en 25 augustus 2025. De advocaat van de man heeft weer daarop gereageerd bij e-mailberichten van 22, 25 en 28 augustus 2025. In de bovenstaande correspondentie zijn de advocaten mede ingegaan op de verkoop van woning en de verkoopovereenkomst woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 2 september 2025 is door de makelaar, ter ondertekening door beide partijen, een nieuwe opdracht tot dienstverlening<footnote-ref linkend="_dc03286a-519b-4836-aabe-668132129997" /> verstrekt. De vrouw heeft de opdrachtbevestiging, met daarop door haar gemaakte opmerkingen, op 4 september 2025 ondertekend en retour gezonden aan de makelaar<footnote-ref linkend="_2a1b83d6-82b2-4bc7-86aa-5d0ef69bc255" />. De man heeft de nieuwe opdrachtbevestiging niet ondertekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij e-mail van 5 september 2025 bericht de advocaat van de man aan de advocaat van de vrouw dat de man de keuze van de vrouw, om af te zien van de overname van de woning, respecteert. De advocaten debatteren bij e-mails van 5 september 2025 wederom over (de legalisering van) de akte van berusting. De advocaat van de man heeft op 11 september 2025 de advocaat van de vrouw een afschrift gezonden van de akte van berusting en op 25 september 2025 het bewijs van inschrijving van de echtscheiding van partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De makelaar en partijen hebben (onder andere) via Move over en weer berichten gestuurd<footnote-ref linkend="_8a85a639-5759-49f7-b37a-b1dcda252ae7" />. De makelaar heeft partijen bij e-mail van 29 september 2025<footnote-ref linkend="_11ca6915-13ca-4c0f-bee8-e8862d3d9eb4" /> bericht dat hij een gesprek met partijen wil om duidelijke afspraken te maken, voordat hij de verkoopopdracht wil voortzetten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De (nieuwe) opdracht tot dienstverlening aan de makelaar is door de vrouw op 19 oktober 2025 via Move digitaal ondertekend<footnote-ref linkend="_947f9ac3-12d0-409b-8ebc-9f10b689d1d2" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De makelaar heeft partijen bij e-mail van 3 november 2025 aan partijen<footnote-ref linkend="_4648815b-f1ff-4180-8227-601c116b8cd8" /> – kort gezegd – bericht dat hij van de vrouw heeft begrepen dat zij de voorkeur heeft de verkoop van de woning nu te starten, doch van de man heeft vernomen dat hij dit anders ziet vanwege de gezondheidssituatie van de vrouw. De makelaar deelt partijen mee dat hij een gezamenlijk akkoord van partijen nodig heeft voor de verkoop van de woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De vrouw heeft de man bij e-mail van 6 november 2025<footnote-ref linkend="_30ea45aa-0a74-4841-ac29-a2af28fbf56e" /> bericht dat de woning moet worden verkocht en dat zij, omdat de man nog geen toestemming heeft gegeven, zo spoedig mogelijk een juridische procedure zal starten zodat de woning verkocht wordt. De vrouw huurt met ingang van 10 november 2025 een huurwoning<footnote-ref linkend="_5f0b5fc9-e6fa-493c-906b-b4616a650984" />. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>De advocaat van de vrouw heeft bij e-mail van 7 november 2025 de advocaat van de man verzocht uiterlijk 11 november 2025 te bevestigen dat de man de opdracht aan de makelaar zal gegeven. Omdat geen contact is opgenomen door de advocaat van de man heeft de advocaat van de vrouw op 13 november 2025 de advocaat van de man verzocht per ommegaande te reageren, waarbij hij heeft medegedeeld dat, indien hij niet van de advocaat van de man verneemt, de vrouw zich zonder verdere correspondentie vooraf vrij acht een kortgeding dagvaarding uit te brengen. Op 1 december 2025 bericht de advocaat van de vrouw de advocaat van de man dat, nu hij geen enkele reactie heeft ontvangen, een kort geding aanhangig zal worden gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>De opdracht tot dienstverlening aan de makelaar is door de man op 28 november 2025 via Move digitaal ondertekend<footnote-ref linkend="_50197540-6ce8-4836-927d-b408b6b9b83e" />. De man noch diens advocaat hebben de (advocaat van de) vrouw hierover geïnformeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>De vrouw heeft op 23 december 2025 de voorzieningenrechter om een datum kort geding verzocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw vordert, na vermindering van eis op de mondelinge behandeling (vordering 1 is ingetrokken) en her-nummering van haar vorderingen – samengevat – dat de voorzieningenrechter, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <para>1. de man veroordeelt tot onmiddellijke en volledige medewerking aan verkoop en notariële levering van de woning conform echtscheidingsconvenant van partijen na het verstrekken van de sub 1 bedoelde opdracht tot bemiddeling (waaronder begrepen bezichtigingen van de woning door de makelaar met potentiële kopers en het schoon en verkoopklaar maken en houden van de woning) en zich te onthouden van gedragingen die de verkoop of de levering van de woning (kunnen) belemmeren of bemoeilijken;</para>
      <para>2. de man veroordeelt om uiterlijk vier weken, althans uiterlijk binnen een door de rechter te bepalen termijn, vóór de datum van levering van de woning aan een derde, de woning te verlaten en deze niet meer te betreden, en de woning ontruimd, schoon en leeg te hebben en te houden;</para>
      <para>3. bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van een daartoe strekkende in wettige vorm opgemaakte (notariële) akte voor wat betreft de instemmende wilsverklaring van de man die nodig is voor levering van de woning aan een derde, voor zover de man die wilsverklaring niet uiterlijk veertien dagen vóór, althans niet uiterlijk een aantal door de rechter in redelijkheid te bepalen dagen vóór, de notariële levering van de woning aan de notaris en de vrouw verstrekt;</para>
      <para>4. bepaalt dat de man zijn medewerking dient te verlenen aan verdeling van de (netto) opbrengst van de woning bij helfte via de notaris die de leveringsakte passeert, met bepaling</para>
      <parablock>
        <para>dat de man zich dient te onthouden van (indiening van een verzoek tot) het leggen van</para>
        <para>conservatoir beslag op de woning of de opbrengst daarvan, onverlet de verplichtingen van</para>
        <para>partijen uit hoofde van het echtscheidingsconvenant;</para>
      </parablock>
      <para>5. de man veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 1000 per dag, dan wel tot</para>
      <parablock>
        <para>betaling van een door de voorzieningenrechter in redelijkheid te bepalen bedrag, voor</para>
        <para>elke dag dat de man niet aan een of meer bepalingen van dit vonnis voldoet;</para>
      </parablock>
      <para>6. de man te veroordelen in de kosten van het geding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorafgaand aan de wijziging van eis vorderde de vrouw daarnaast – kort gezegd – dat de man zou worden veroordeeld tot het verlenen van de opdrachtbemiddeling aan de makelaar, althans dat het vonnis daarvoor in de plaats zou treden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vrouw legt – samengevat – aan de resterende vorderingen ten grondslag dat zij vanwege haar gezondheid en financiële situatie een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de gevorderde voorzieningen, die in hoofdzaak toewijsbaar zijn uit hoofde van het convenant. De vrouw stelt dat zij eerst na het aanhangig maken van dit kort geding op de hoogte is geraakt van het feit dat de man de opdracht aan de makelaar alsnog had bevestigd. De vrouw vertrouwt er echter niet op dat de man de opdracht aan de makelaar gestand zal doen en zijn medewerking zal blijven geven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure. De man heeft op de mondelinge behandeling – samengevat – toegelicht dat ook hij wil dat de woning wordt verkocht en dat hij aan die verkoop meewerkt. De woning staat al te koop en vrouw kan de voortgang van de verkoop door de makelaar zien op Move. Zo zijn er al potentiële gegadigden, zijn er afspraken gepland en is er al een bod op de woning gedaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De man vordert – samengevat – bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te veroordelen in de daadwerkelijke advocaatkosten van de man van € 2.420,00, het griffierecht en te veroordelen in de proceskosten in deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De man legt – samengevat – aan de vordering ten grondslag dat al voordat de kortgeding dagvaarding de deur uit ging de vrouw wist dat de man de opdrachtbevestiging aan de makelaar had verstrekt. De vrouw heeft vervolgens toch, ondanks verzoeken van de man om dit kort geding in te trekken, dit kort geding voortgezet. Dit terwijl zij daarbij geen belang meer had, zo betoogt de man.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De vrouw concludeert tot afwijzing van de vordering van de man, met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure. De vrouw betwist – kort gezegd – dat dit kort geding nodeloos is gestart. De advocaat van de man reageerde immers niet op berichten van haar advocaat. De vrouw wist ook niet dat de man de opdrachtbevestiging aan de makelaar inmiddels had ondertekend. Pas op 5 januari 2026 kwam er een reactie van de advocaat van de man waaruit dit bleek. Het kortgeding is dan ook op goede grond gestart, aldus de vrouw. Gelet op de voorgeschiedenis had zij er naar eigen zeggen belang bij de procedure ter zake van de niet ingetrokken vorderingen voort te zetten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De, in het petitum van de dagvaarding ingestelde, eerste vordering is door de vrouw ingetrokken, omdat de man inmiddels aan die vordering heeft voldaan. De vrouw volhardt bij de overige vorderingen, die hiervoor onder 3.1 samengevat zijn te lezen. Voldoende grond voor toewijzing van die vorderingen in kort geding is volgens de vrouw primair artikel 3 convenant, subsidiair artikel 3:171 BW jo. 3:178 BW, alsmede – kort gezegd – de handelwijze van de man.</para>
        <para>De voorzieningenrechter volgt die stelling van de vrouw niet gelet op het navolgende.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het gaat om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen en voor toewijzing daarvan is nodig dat de vrouw een voldoende (spoedeisend) belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich daarbij een voorlopig oordeel over de in dit kort geding gehandhaafde vorderingen van de vrouw aan de hand van de stukken en de toelichting daarop op de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorzieningen moeten worden verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Nadat tussen partijen duidelijk was dat niet één van hen de woning zou overnemen, maar aan een derde moest worden verkocht zoals bij convenant overeengekomen, heeft de man zijn medewerking aan het verkooptraject om hem moverende redenen enige tijd opgeschort doch is hij daarop teruggekomen en heeft hij op 28 november 2025 alsnog de opdrachtbevestiging aan de makelaar verstrekt. Aan de hand van de stukken van partijen en de toelichting daarop op de mondelinge behandeling is ook komen vast te staan dat de makelaar de verkoop woning inmiddels ingang heeft gezet, dat de verkoopbrochure definitief is, dat de woning ook op Funda te koop staat, dat de man thans voldoende efficiënt meewerkt aan de verkoop van de woning, door bijvoorbeeld mee te werken aan (te plannen) bezichtigingen, dat de vrouw daarbij (onder andere via Move) betrokken is én dat de man op de mondelinge behandeling heeft toegezegd zijn medewerking aan de verkoop én levering de woning te zullen (blijven) gegeven. Die feiten maken dat er op dit moment onvoldoende reden is om aan te nemen dat de man zijn medewerking aan de nakoming van de in het convenant vastgelegde afspraken over de verkoop van de woning niet zal nakomen. Dit betekent dat de vrouw vooralsnog geen rechtens te respecteren (spoedeisend) belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen jegens de man in dit kort geding. Haar vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat de artikelen 237-240 Rv, behoudens bijzondere omstandigheden, een zowel limitatieve als exclusieve regeling van de kosten bevatten, waarin de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, kan worden veroordeeld. Een volledige vergoedingsplicht van een partij ter zake de proceskosten, zoals door de man gevorderd, kan alleen in buitengewone omstandigheden, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad waarvan pas sprake is als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven (HR 6 april 2012, NJ 2012/233 (Duka/Achmea)). Bij het aannemen van dergelijk misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen past terughoudendheid, gelet op het mede door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Van dergelijke buitengewone omstandigheden, op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de vrouw, door haar in dit kort geding ingenomen proceshouding jegens de man, misbruik van procesrecht maakt of onrechtmatig handelt is niet gebleken. Zoals uit het feitenoverzicht volgt verliep de communicatie tussen partijen over de uitvoering van het convenant moeizaam. De man en zijn advocaat zijn daaraan debet geweest, doordat de man na de e-mail van de vrouw van 6 november 2025 onvoldoende voortvarend heeft gehandeld met het ondertekenen van de opdrachtbevestiging aan de makelaar (zie rov. 2.11 en 2.13). Daarnaast was er sprake van een periode (november / december 2025) waarin zijn advocaat  niet op verzoeken van de advocaat van de vrouw reageerde. De vrouw had bovendien op 3 november 2025<footnote-ref linkend="_4a2665fd-017f-4466-a7e5-0fa0ddfc3ba8" />van de makelaar begrepen dat de man de opdrachtbevestiging niet wilde ondertekenen. Die omstandigheden maken dat er voorshands voldoende termen aanwezig waren voor de vrouw om een kort geding jegens de man aanhangig te maken en zijn medewerking te vorderen tot verkoop van de woning als bij convenant overeengekomen. Pas daarna is zij namens de man op de hoogte gesteld van het feit dat hij inmiddels de opdrachtbevestiging had getekend. Dat zij daarop niet de gehele procedure heeft ingetrokken is, gelet op de voorgeschiedenis niet te duiden als misbruik van procesrecht door de vrouw dan wel onrechtmatig handelen. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om de vrouw te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten van de man.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen  de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van de vrouw af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van de man af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_24936164-cf3c-47bd-8733-966149f34ee2" label="1">
    <para> hierna: “het convenant”</para>
  </footnote>
  <footnote id="_50f34216-985c-4479-89c4-49b69b62606d" label="2">
    <para> productie 1 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_810650d4-f9fc-48ef-85f7-43bc096d85c6" label="3">
    <para> bijlage bij e-mail 25-09-2025, productie 13 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c75c1c20-7e20-4f5f-8dd0-f7ff2ea51d83" label="4">
    <para> hierna: “de makelaar”</para>
  </footnote>
  <footnote id="_258bf2cd-7952-4abc-b065-2489210a81ef" label="5">
    <para> productie 13 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_999a2d9d-d0df-4205-9af1-ee8c776a98d2" label="6">
    <para> productie 2 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a4be45fa-8dca-47d0-aad5-5b3b45aca937" label="7">
    <para> productie 3 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae0b1d28-2bc6-4085-8a8e-868d05046f5f" label="8">
    <para> productie 4 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d0dc1f0-179d-4d5d-accd-689af08718d2" label="9">
    <para> eveneens productie 13 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dc03286a-519b-4836-aabe-668132129997" label="10">
    <para> productie 5 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a1b83d6-82b2-4bc7-86aa-5d0ef69bc255" label="11">
    <para> productie 6 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a85a639-5759-49f7-b37a-b1dcda252ae7" label="12">
    <para> productie 9 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_11ca6915-13ca-4c0f-bee8-e8862d3d9eb4" label="13">
    <para> productie 7 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_947f9ac3-12d0-409b-8ebc-9f10b689d1d2" label="14">
    <para> productie 2 van de man</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4648815b-f1ff-4180-8227-601c116b8cd8" label="15">
    <para> productie 10 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_30ea45aa-0a74-4841-ac29-a2af28fbf56e" label="16">
    <para> productie 13 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f0b5fc9-e6fa-493c-906b-b4616a650984" label="17">
    <para> productie 11 van de vrouw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_50197540-6ce8-4836-927d-b408b6b9b83e" label="18">
    <para> productie 2 van de man</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a2665fd-017f-4466-a7e5-0fa0ddfc3ba8" label="19">
    <para> productie 10 van de vrouw; rov. 2.10</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>