<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:5531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-10T14:30:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-06-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03.103705.25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:5531">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:5531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-08T12:15:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:5531 Rechtbank Limburg , 10-06-2026 / 03.103705.25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:5531:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens poging tot doodslag door met een dolk in de buik te steken. De rechtbank verklaart de verdachte vanwege zijn psychotische toestandsbeeld in verminderde mate toerekeningsvatbaar. Gehele ontoerekeningsvatbaarheid is niet aan de orde, aangezien de verdachte kan worden aangerekend dat hij in de periode voor het feit op enig moment weer is begonnen met het gebruiken van harddrugs, terwijl hij gezien zijn verleden wist dat dit tot psychotische klachten kon leiden. Oplegging van een gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek van het voorarrest. Bovendien wordt aan de verdachte een niet gemaximeerde tbs-maatregel met dwangverpleging opgelegd, alsmede een 38z-maatregel. Toewijzing vordering benadeelde partij en onttrekking van het gebruikte wapen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:5531:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03.103705.25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 10 juni 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>gedetineerd in de [P.I.] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. K. Moors, advocaat te Nuth.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 mei 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] is op de zitting gehoord. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er feitelijk weergegeven op neer dat de verdachte:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 3 april 2025 heeft gepoogd [slachtoffer] van het leven te beroven door hem in zijn buik te steken (<emphasis role="italic">primair</emphasis>), dan wel dat hij hiermee heeft gepoogd hem zwaar te mishandelen (<emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Er is sprake van voorwaardelijk opzet op de dood, aangezien de verdachte met een roestige en vervuilde dolk met een lemmet van 23 centimeter het slachtoffer in zijn buik heeft gestoken. Daardoor bestond de reële, niet onwaarschijnlijke, kans dat het slachtoffer het leven zou laten, welke kans de verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm van zijn gedraging heeft aanvaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het primair ten laste gelegde, omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, op de dood van het slachtoffer. De verdachte heeft namelijk maar één keer gestoken en heeft het slachtoffer niet achtervolgd. Verder is ook niet zo diep in de buik gestoken dat dodelijk letsel viel te verwachten. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_247d2c1e-85c2-4d6e-acd4-7341d059dcc9" />
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen – primair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het <emphasis role="bold">proces-verbaal van aangifte</emphasis><footnote-ref linkend="_14866ec7-a8d3-4ab1-8233-65c473f481b9" /> door [slachtoffer] van 3 april 2025, onder meer inhoudende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 3 april 2025, was ik in de woning van mijn vriendin, gelegen aan [adres] in Maastricht. Wij hoorden meerdere keren de bel van de voordeur afgaan. Ik ging met de lift naar beneden en ik deed de voordeur van de woning open. Ik zag dat [verdachte] naar binnen inliep en gelijk de lift inliep. Vervolgens liep ik de lift in. Vervolgens ging de lift dicht en ging deze omhoog naar de eerste etage. Ik zag dat [verdachte] een dolk pakte uit een slede. Ik dacht dat hij deze in zijn rechter hand had. Ik weet dit niet zeker. Ik weet niet waar hij het mes vandaan had gepakt. Ik zag dat hij een stekende beweging richting mijn buik maakte. Toen het mes mijn buik raakte, voelde ik een ontzettende scherpe pijn. Ik voelde dat [verdachte] het mes uit mijn buik trok.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het <emphasis role="bold">proces-verbaal van bevindingen</emphasis><footnote-ref linkend="_9b99c40c-c979-4e76-ab88-13cb2c3b8e98" /> van 25 april 2025, onder meer inhoudende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De inbeslaggenomen bajonet aan mij overgedragen om deze te beschrijven. Ik stelde het volgende vast:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zag:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- en voelde dat beide snijkanten van de bajonet waren geslepen. Beide snijkanten voelde scherp aan;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- dat het lemmet een lengte had van ongeveer 23,5 centimeter;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- dat de totale lengte van de bajonet ongeveer 36,5 centimeter was</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De <emphasis role="bold">forensisch medische letselrapportage</emphasis><footnote-ref linkend="_3997caf3-9136-48be-89f3-034b34bd2060" /> van 3 februari 2026, onder meer inhoudende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene: [slachtoffer]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Relevante medische informatie: Dhr. had een steekwond in de buik, waarbij in de wond vetweefsel zichtbaar was. De steekwond liep door de peesplaat onder de buikhuid met een ophoping van bloed in de schede rond de rechte buikspier.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie: steekwond in de buikwand door de peesplaat van de buikwand met een ophoping van bloed in de schede van de buikspier.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De <emphasis role="bold">verklaring van de verdachte ter terechtzitting</emphasis> van 27 mei 2026, onder meer inhoudende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 3 april 2025 ben ik vanuit huis met een mes naar mijn moeder gegaan. Ik belde aan en [slachtoffer] deed open. Toen ging het mis en heb ik hem gestoken. Het mes dat ik gebruikte is het mes dat in het dossier wordt beschreven.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft met een dolk met een lemmet van 23,5 centimeter in de buik van het slachtoffer gestoken. Een dergelijk wapen is naar zijn aard geschikt om dodelijk letsel te veroorzaken. De buik is bovendien een kwetsbaar deel van het lichaam, waarin zich vitale organen en grote bloedvaten bevinden. Door met ’een dergelijk wapen in dat lichaamsdeel te steken, heeft de verdachte een aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat het slachtoffer zou overlijden. Gezien het letsel, onder andere doorboring van de peesplaat, concludeert de rechtbank dat dit steken met enige kracht gepaard is gegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat dodelijk letsel uiteindelijk is uitgebleven vanwege de plaats van de steekwond, maakt dit niet anders. Juist het ongecontroleerd steken met een groot steekwapen in de buikstreek brengt het reële risico mee dat vitale delen worden geraakt. Door desondanks in het wilde weg op het slachtoffer in te steken, heeft de verdachte die aanmerkelijke kans, naar de uiterlijke verschijningsvorm bezien, bewust aanvaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat de verdachte slechts eenmaal heeft gestoken en ook meteen is weggegaan, zoals de verdediging heeft betoogd, door aan het voorgaande niet af. Het handelen van de verdachte na het steken is voor de beoordeling van het opzet immers niet bepalend. Die beoordeling ziet op het moment waarop de verdachte stak. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank acht bewezen dat de verdachte opzet had op de dood van het slachtoffer, in voorwaardelijke zin.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">primair</emphasis>
        </para>
        <para>op 3 april 2025 te Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, (met kracht) met een dolk in de buik van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>poging tot doodslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van alle rechtsvervolging ontslagen dient te worden, aangezien hij volledig ontoerekeningsvatbaar was tijdens het plegen van het feit. Hij verkeerde namelijk in een psychose als gevolg van het gebruik van harddrugs. Dit drugsgebruik kan de verdachte niet worden toegerekend, vanwege zijn verslavingsziekte en het uitblijven van adequate zorg, waar de verdachte wel om had verzocht.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte, overeenkomstig de rapportages en adviezen van de gedragsdeskundigen, verminderd toerekeningsvatbaar is. Ondanks de wetenschap dat gebruik van harddrugs in het verleden bij de verdachte tot psychoses heeft geleid, is de verdachte desondanks meermalen, ook na een langere periode van abstinentie, opnieuw daarmee begonnen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de rapportages van de gedragsdeskundigen volgt dat bij de verdachte sprake is van psychiatrische en verslavingsproblematiek en dat deze problematiek van invloed is geweest op zijn gedragskeuzes ten tijde van het bewezenverklaarde. De deskundigen adviseren om het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. De rechtbank onderschrijft de bevindingen en conclusies van de gedragsdeskundigen en maakt die tot de hare.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Daarbij neemt de rechtbank in het bijzonder in aanmerking dat de verdachte gedurende enige tijd abstinent is geweest van verdovende middelen. Op enig moment heeft hij, terwijl niet is gebleken dat hij toen in een psychose verkeerde of anderszins niet helder van geest was, bewust de keuze gemaakt om opnieuw harddrugs te gebruiken. De verdachte wist uit eerdere eigen ervaring welke risico’s dat middelengebruik voor hem en zijn omgeving met zich konden meebrengen. De verdachte is eerder veroordeeld wegens een geweldsmisdrijf en hem is in dat verband destijds een tbs-maatregel met voorwaarden opgelegd. Tegen die achtergrond moet de verdachte zich bewust zijn geweest van het verband tussen middelengebruik, ontregeling en gewelddadig gedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat bij de verdachte sprake is van een verslaving en dat de door hem gewenste zorg volgens de verdediging is uitgebleven, neemt niet weg dat hem in de hiervoor beschreven keuze om opnieuw harddrugs te gebruiken een verwijt kan worden gemaakt. Die omstandigheden kunnen wel bijdragen aan een verminderde toerekening, maar leiden in dit geval niet tot het oordeel dat iedere strafrechtelijke verantwoordelijkheid ontbreekt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht de verdachte daarom strafbaar, nu ook geen andere omstandigheid aannemelijk is geworden die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf en de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van het voorarrest, een niet gemaximeerde tbs-maatregel met dwangverpleging en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat dient te worden volstaan met de oplegging van een zorgmachtiging, zodat de verdachte de zorg krijgt die hij nodig heeft. Subsidiair heeft de raadsman verzocht af te zien van een tbs-maatregel met dwangverpleging, maar in plaats daarvan een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen. Tegen een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel heeft de raadsman geen bezwaren geuit.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag door het slachtoffer met een dolk in de buik te steken. Daarmee heeft hij een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft daar langere tijd lichamelijke klachten door ondervonden. Daarnaast is ter terechtzitting, bij de uitoefening van het spreekrecht, duidelijk geworden dat het incident ook emotioneel tot op de dag van vandaag nog altijd grote impact op hem heeft en nog niet is verwerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. Daarbij weegt mee dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een ernstig geweldsmisdrijf en dat toen aan hem een tbs-maatregel met voorwaarden is opgelegd. Desondanks heeft de verdachte er op enig moment voor gekozen opnieuw harddrugs te gebruiken, terwijl hij wist dat hij daardoor ernstig ontregeld kon raken, met alle gevolgen van dien.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht de verdachte, gezien het vorenoverwogene, echter wel in verminderde mate toerekeningsvatbaar. Daarom zal de gevangenisstraf lager dienen te zijn dan bij volledige toerekening het geval zou zijn geweest. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren passend, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tbs-maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de rapportages van de gedragsdeskundigen volgt dat bij de verdachte ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en dat het recidiverisico hoog is. De rechtbank neemt deze conclusies over. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de problematiek van de verdachte en het hoge recidiverisico eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, dat aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet geen ruimte voor een tbs-maatregel met voorwaarden. Uit de rapportages blijkt dat onvoldoende vertrouwen bestaat dat de verdachte zich binnen een voorwaardelijk kader aan de noodzakelijke voorwaarden zal kunnen houden. Daarbij betrekt de rechtbank dat eerder al een tbs-maatregel met voorwaarden aan de verdachte is opgelegd en dat dit hem er niet van heeft weerhouden opnieuw harddrugs te gebruiken, met ontregeling en ernstig geweld tot gevolg. Een minder dwingend kader biedt daarom onvoldoende bescherming tegen herhaling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook een zorgmachtiging, zoals door de raadsman is bepleit, acht de rechtbank niet passend en toereikend. Een zorgmachtiging is gericht op verplichte zorg ter stabilisatie van de geestelijke toestand van de betrokkene en biedt niet het forensische kader dat nodig is om het hoge recidiverisico langdurig en effectief te beperken. De bescherming van de samenleving vereist daarom dat de verdachte van overheidswege wordt verpleegd binnen een tbs-kader.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal dan ook de terbeschikkingstelling van de verdachte gelasten en bevelen dat hij van overheidswege wordt verpleegd. Omdat het bewezenverklaarde een misdrijf betreft dat een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, is de duur van deze maatregel niet gemaximeerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om aan de verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Daarmee kan, na beëindiging van de tbs-maatregel, zo nodig nog toezicht op de verdachte worden gehouden. De noodzaak daarvan blijkt in het bijzonder uit het feit dat de verdachte eerder een tbs-maatregel is opgelegd, dat deze maatregel op enig moment is beëindigd en dat de verdachte daarna toch opnieuw in herhaling is gevallen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte verblijft tijdens de executie van de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, tot het moment dat de tbs-maatregel zal aanvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij vordert, na wijziging, schadevergoeding tot een bedrag van in totaal € 341,07, bestaande uit de volgende posten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Materieel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>eigen risico zorg	€ 315,65</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>medicatie		€ 24,42</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immaterieel			</emphasis>€ 1,-.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde heeft tevens verzocht om vermeerdering van de toe te wijzen bedragen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de posten aan materiële schade en toekenning van een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schadevergoeding. Bij repliek heeft zij, conform de gewijzigde vordering van de benadeelde partij ter terechtzitting, geconcludeerd tot toekenning van een bedrag van € 1,- aan immateriële schadevergoeding.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft de vordering in zoverre die ziet op materiële schade niet betwist. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW), voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde materiële schade heeft geleden tot het bedrag zoals gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze vordering is door de verdediging niet weersproken. Nu de vordering de rechtbank ook niet onredelijk of ongegrond voorkomt, acht de rechtbank de vordering toewijsbaar tot een totaalbedrag van € 340,07, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2025 tot de dag van volledige betaling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
        </para>
        <para>De wet voorziet in artikel 6:106 BW in de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106, eerste lid, aanhef en sub b, BW komt de benadeelde partij voor vergoeding van ander nadeel onder andere in aanmerking in het geval dat lichamelijk letsel is ontstaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de inhoud van het dossier, de bijlagen bij het voegingsformulier en hetgeen ter terechtzitting door de benadeelde partij naar voren is gebracht, stelt de rechtbank vast dat bij de benadeelde partij sprake is van lichamelijk letsel, waardoor hij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij heeft € 1,- aan immateriële schade gevorderd. Dit bedrag is gezien de inhoud van het dossier voldoende onderbouwd. Gelet daarop zal de rechtbank een bedrag van € 1,- toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot de dag van volledige betaling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal aan de verdachte ten aanzien van de toegewezen posten aan materiële en immateriële schade de schadevergoedingsmaatregel opleggen, zodat de benadeelde partij wordt gevrijwaard van inning van dit bedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het beslag</title>
    <para>De rechtbank zal de in beslag genomen dolk conform de vordering van de officier van justitie onttrekken aan het verkeer, omdat het een voorwerp betreft waarmee het bewezenverklaarde feit is begaan en het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 36f, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 3 jaren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel van terbeschikkingstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>gelast dat de verdachte <emphasis role="bold">ter beschikking wordt gesteld</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de ter beschikking gestelde <emphasis role="bold">van overheidswege wordt verpleegd</emphasis>;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="italic">Gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel</bridgehead>
    <para>- legt aan de verdachte een <emphasis role="bold">maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking</emphasis> op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> en veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 340,07</emphasis> aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, en een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1,-</emphasis> aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van € 340,07 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, en een bedrag van € 1,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast voor de duur van ten hoogste 3 dagen indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat indien en voor zover de verdachte een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere in zoverre vervalt;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">onttrekt aan het verkeer</emphasis> het volgende in beslag genomen voorwerp:</para>
    <para>- een dolk (goednummer G1794072).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.E.M. Hendriks, voorzitter, mr. M.M. Beije en mr. J. Linders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H.R.G. van Kerkhof, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 juni 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>hij, op of omstreeks 3 april 2025 te Maastricht </para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, (met kracht) met een dolk en/of mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buik, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para>( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>hij, op of omstreeks 3 april 2025 te Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (met kracht) met een dolk en/of mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buik, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      <para>( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_247d2c1e-85c2-4d6e-acd4-7341d059dcc9" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, districtsrecherche Zuid-West-Limburg (onderzoek ‘Boor’), proces-verbaalnummer PL2300-2025053798, gesloten op 3 juni 2025, digitaal doorgenummerd van pagina 1 t/m 115.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14866ec7-a8d3-4ab1-8233-65c473f481b9" label="2">
    <para> Dossierpagina’s 13 en 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b99c40c-c979-4e76-ab88-13cb2c3b8e98" label="3">
    <para> Dossierpagina’s 46 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3997caf3-9136-48be-89f3-034b34bd2060" label="4">
    <para> Pagina’s 1 t/m 4 van de forensisch medische letselrapportage, niet doorgenummerd.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>