<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:53</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T14:26:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/346941 / HA ZA 25-477</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:53">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:53</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-23T11:03:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:53 Rechtbank Limburg , 21-01-2026 / C/03/346941 / HA ZA 25-477</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:53:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening 223 Rv afgewezen nu gevraagde voorziening definitief karakter heeft en niet slechts voor duur procedure kan worden gegeven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:53:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/346941 / HA ZA 25-477</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident (bij vervroeging) van 21 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [persoon 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. I.P. Sigmond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>verwerende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [persoon 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. S.C.H. Poelman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot  met producties 1 t/m 3,</para>
      <para>- de incidentele conclusie van antwoord.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [persoon 1] wenst dat de rechtbank de wijze van verdeling vaststelt van de nog steeds aan partijen in mede-eigendom toebehorende onroerende zaak aan de [adres 2] te [plaats 2] (hierna: de woning). Tevens stelt [persoon 1] een regresvordering te hebben op [persoon 2] ter zake de aflossing van de hypothecaire lening. [persoon 1] vordert derhalve dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de verdeling zal bepalen van de mede-eigendom van het pand en hierbij zal bepalen dat op het aandeel van de vrouw in de overwaarde aan de man toekomt een bedrag van € 16.911,36 althans een in goede justitie te bepalen bedrag. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [persoon 1] vordert dat de rechtbank – bij wijze van voorlopige voorziening – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:<?linebreak?>1. [persoon 2] zal veroordelen om medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning middels tussenkomst van [makelaar] B.V. dan wel een door de rechtbank te benoemen makelaar, dit tegen de door de makelaar te adviseren vraag- en verkoopprijs;</para>
      <para>2. Zal bepalen dat [persoon 2] de medewerker van makelaar dan wel van de door de rechtbank te benoemen makelaar in de gelegenheid stelt de woning te bezichtigen, foto’s te nemen en een omschrijving te maken voor op of in diverse websites of folders, een en ander te realiseren binnen dertig dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, zulks op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 250,00 per dag dat [persoon 2] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00;</para>
      <para>3. [persoon 2] zal veroordelen om er voor te zorgen dat de woning, tuin, ondergrond en overige toebehoren in behoorlijke staat en opgeruimd zijn op het moment dat de makelaar foto’s en een omschrijving komt maken, een en ander te realiseren binnen dertig dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, zulks op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 250,00 per dag dat [persoon 2] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van <?linebreak?>€ 10.000,00;</para>
      <para>4. Zal bepalen dat [persoon 2] potentiële kopers en de makelaar dient toe te laten voor</para>
      <para>bezichtigingen, een en ander te realiseren binnen dertig dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, zulks op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 250,00 euro per dag dat [persoon 2] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00;</para>
      <para>5. Zal bepalen dat, indien [persoon 2] niet voldoet aan het hiervoor onder 1 bepaalde, dit vonnis in de plaats treedt van de wilsverklaring, medewerking en handtekening(en) van [persoon 2] die nodig is of zijn om de verkoopopdracht aan de makelaar te verstrekken, alsmede dat dit vonnis in de plaats komt van de voor de verkoopovereenkomst, eigendomsoverdracht/levering van de woning noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van [persoon 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [persoon 1] dat [persoon 2] vanaf 2023 meermalen heeft gezegd dat zij het aandeel van [persoon 1] in de woning wilde overnemen, maar dat deze wens nooit is geconcretiseerd. [persoon 1] wil met de voorlopige voorziening bewerkstelligen dat [persoon 2] op korte termijn gaat meewerken aan de verkoop van de woning aan een derde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [persoon 2] voert verweer. Zij stelt – samengevat – dat de vorderingen van [persoon 1] zich niet lenen voor een voorlopige voorziening, nu deze onomkeerbaar zijn, feitelijk de hoofdzaak beslissen, onvoldoende bepaalbaar zijn, een ongeoorloofde delegatie van wezenlijke rechtshandelingen bevatten, een inbreuk vormen op het eigendomsrecht van [persoon 2] en een spoedeisend belang ontberen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan tijdens een aanhangig geding iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen. Deze voorlopige voorziening betreft een ordemaatregel, die geldt voor de duur van het geding, dat wil zeggen tot het moment waarop uitspraak in de hoofdzaak wordt gedaan. Hieruit volgt dat de voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv naar haar aard een tijdelijk karakter heeft. De door [persoon 1] gevraagde voorziening – die neerkomt op verkoop en levering van de woning aan een derde voorafgaand aan een beslissing hierover in de hoofdzaak – heeft echter een definitief karakter en kan niet slechts voor de duur van de procedure worden gegeven. Alleen al om die reden is de vordering niet toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank zal de kosten van dit incident tussen partijen, ex-partners, compenseren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verstaat dat de zaak reeds op de rol van <emphasis role="bold">28 januari 2026</emphasis> staat voor conclusie van antwoord,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>