<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:1790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T15:13:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03.062140.23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1790">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T15:13:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:1790 Rechtbank Limburg , 23-02-2026 / 03.062140.23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:1790:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeelt voor het aanwezig hebben van hard- en softdrugs. Veroordeelt tot een taakstraf voor de duur van 200 uren en tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 1 jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:1790:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 03.062140.23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 23 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,</para>
      <para>wonende te [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. H. van der Ende, advocaat kantoorhoudende te Venlo.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 februari 2026. De verdachte en haar raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.062140.23 en medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.063761.23.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 2 maart 2023 te Venray samen met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis>	ongeveer 64 gram cocaïne, 30.330,97 gram GHB en 710,06 gram MDMA;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis> 	411,40 gram hennep en 805,24 gram hasjiesj.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van de hoeveelheid aangetroffen vloeistof in de woning heeft de officier van justitie erkend dat de aangetroffen hoeveelheden moeten worden omgerekend rekening houdende met het soortelijk gewicht van GHB. Hij komt na omrekening uit op een aangetroffen hoeveelheid van 2,6 kg GHB.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft zich wat betreft de bewezenverklaring van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel heeft zij benoemd dat de aangetroffen GHB onterecht in (kilo)grammen op de tenlastelegging terecht is gekomen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_3005f979-700c-4505-8353-93c750334e88" />
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 2 maart 2023 in haar woning aan de [adres 2] te Venray samen met anderen grote hoeveelheden hard- en softdrugs aanwezig heeft gehad. Omdat de verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen integrale vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van binnentreden in de woning [adres 2] ;<footnote-ref linkend="_60a16e8b-fb12-411c-9334-951ef23a3cac" /></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van de verdovende middelen;<footnote-ref linkend="_0920914c-dcda-4bce-a010-f7d1e492ee5e" /></para>
      <para>- het proces-verbaal van bevindingen betreffende het onderzoek naar de telefoon van de verdachte;<footnote-ref linkend="_3863be38-aac5-479b-a601-81d434c485dc" /></para>
      <para>- het proces-verbaal van bevindingen over de aangetroffen softdrugs;<footnote-ref linkend="_e4669f42-91e1-40de-8b42-620df36270c2" /></para>
      <para>- het proces-verbaal van onderzoek naar de verdovende middelen;<footnote-ref linkend="_d39d4835-6503-4035-80c2-624d32fc3f01" /></para>
      <para>- het proces-verbaal van bevindingen met de vindplaats van de verdovende middelen;<footnote-ref linkend="_bffd1039-b5d5-41cc-8ca8-925faf6ae1f4" /></para>
      <para>- de rapporten NFiDENT met de uitslagen van de onderzochte harddrugs van het Nederlands Forensisch Instituut.<footnote-ref linkend="_26f73e4d-bbbe-44d8-b7e5-e233a04fa73f" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">T.a.v. feit 1:</emphasis>
        </para>
        <para>op 2 maart 2023 te Venray, aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:</para>
      </parablock>
      <para>- ongeveer 64 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en</para>
      <para>- een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en</para>
      <para>- ongeveer 710,06 gram (962 + 886 pillen) MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,</para>
      <para>zijnde cocaïne, GHB en MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">T.a.v. feit 2:</emphasis>
        </para>
        <para>op 2 maart 2023 te Venray aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:</para>
      </parablock>
      <para>- 411,40 gram (59,04 + 118,46 + 233,90 gram) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of</para>
      <para>- 805,24 gram (86,26 + 65,63 + 1,96 + 651,39 gram) hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj),</para>
      <para>zijnde hasjiesj, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">T.a.v. feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">T.a.v. feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf </title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uren. Daarnaast heeft hij gevorderd om aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft de tenlastegelegde hoeveelheid GHB betwist. Dit is een vloeistof en kan daarom niet worden gelijkgesteld aan dezelfde hoeveelheid in grammen. De verdediging komt zodoende uiteindelijk uit op een hoeveelheid van slechts 2,4 kilogram GHB, hetgeen een heel ander uitgangspunt geeft voor de strafmaat. De raadsvrouw heeft daarnaast verzocht om af te wijken van de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Zij heeft erop gewezen dat de verdachte geen strafblad heeft, de verdachte vanaf het eerste moment heeft bekend en de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden. Daarbij heeft zij huisvesting, een stabiele relatie, een vaste baan en heeft zij de nodige schulden overgehouden aan de feiten waarvoor zij terechtstaat. De raadsvrouw heeft de rechtbank dan ook verzocht om de verdachte een taakstraf op te leggen. Gelet op de lage kans op recidive lijkt het (ook) opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf geen meerwaarde meer te hebben. Mocht de rechtbank hier anders over denken dan heeft de raadsvrouw verzocht om te volstaan met een proeftijd van 1 jaar. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft op 2 maart 2023 in haar woning samen met haar zoon en (een) ander(en) een grote hoeveelheid hard- en softdrugs aanwezig gehad. Deze hoeveelheden drugs hebben een hoge straatwaarde, waardoor kan worden gesproken van een voorraad ten behoeve van professionele handel. </para>
        <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat met name harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van (zware) criminaliteit, waardoor de samenleving in ernstige mate schade wordt berokkend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel slechts worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast heeft de rechtbank voor de straftoemeting aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten met betrekking tot het aanwezig hebben van 3.000 tot 4.000 gram harddrugs (trede 11). Hierbij wordt als uitgangspunt de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden genomen. De verdediging heeft er terecht op gewezen dat GHB een vloeistof is en dat de aangetroffen hoeveelheid grammen dient te worden omgerekend naar milliliters (zoals ook staat vermeld bij de oriëntatiepunten: 5 milliliter = 0,5 gram). De officier van justitie en de verdediging verschillen van mening over het uiteindelijke gewicht van de aangetroffen GHB, waarbij de officier van justitie uitkomt op een hoeveelheid van 2,6 kilogram GHB en de verdediging op een hoeveelheid van 2,4 kilogram GHB. De rechtbank concludeert dat wanneer de hoeveelheid aangetroffen grammen MDMA en cocaïne hierbij wordt opgeteld (samen een kleine 800 gram), dit hoe dan ook uitkomt op een hoeveelheid die binnen de bandbreedte van trede 11 van de oriëntatiepunten valt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of zij in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overige omstandigheden van het geval, aanleiding ziet om van de bovengenoemde oriëntatiepunten af te wijken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is blijkens haar strafblad niet eerder veroordeeld en is daarmee een <emphasis role="italic">first offender</emphasis>. De verdachte heeft bovendien vanaf het eerste moment bij de politie bekend schuldig te zijn aan deze feiten, waarmee zij openheid van zaken heeft gegeven en de laakbaarheid van haar eigen handelen lijkt in te zien.</para>
        <para>Verder heeft de reclassering voor het laatst op 3 februari 2026 over de persoon van de verdachte gerapporteerd. Zij ziet iemand die verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen en de kans op recidive wordt mede hierdoor ingeschat als laag. Terugkijkend naar haar eigen gedrag noemt de verdachte dit naïef en de hardste les van haar leven. De verdachte is nadien niet meer met politie of justitie in aanraking gekomen. Ze is door deze strafzaak haar huurwoning in Venray verloren, waar zij een groot deel van haar leven had gewoond en haar ouders daarvoor. Deze strafzaak heeft haar leven echter ook een positieve wending gegeven, want ze is noodgedwongen ingetrokken bij haar vriend, waarmee ze uiteindelijk is getrouwd. Verder heeft ze al geruime tijd een vaste baan bij een casino en is ze selectief geworden in de sociale contacten die ze onderhoudt. Dit tezamen wordt door de reclassering als beschermende factor gezien. De reclassering adviseert een straf zonder de oplegging van bijzondere voorwaarden, aangezien interventies of toezicht niet noodzakelijk worden geacht. De reclassering ziet geen contra-indicaties voor het opleggen van een taakstraf, maar bij de uitvoering van een eventuele taakstraf dient wel rekening te worden gehouden met de fysieke belastbaarheid van de verdachte (COPD).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien deze bevindingen, is naar het oordeel van de rechtbank naast een onvoorwaardelijke straf ook een voorwaardelijk gedeelte van wezenlijk belang. Op die manier heeft de verdachte een stok achter deur heeft om haar ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal hierbij, gelet op de beperkte rol van de verdachte in het bewezenverklaarde en het lage recidiverisico, een proeftijd van 1 jaar opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de uitleg die de Hoge Raad heeft gegeven aan de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen 2 jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van verdachte en haar advocaat op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. </para>
        <para>De redelijke termijn is in deze zaak aangevangen op de dag dat de verdachte in verzekering is gesteld en voor het eerst is verhoord, te weten 2 maart 2023. Omdat het eindvonnis op 23 februari 2026 wordt gewezen en de rechtbank niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn met (bijna) 1 jaar overschreden. De rechtbank weegt dit mee bij het bepalen van de op te leggen strafmodaliteit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet (meer) opportuun is. Zij zal de verdachte daarom een taakstraf opleggen van 200 uren. De tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, zal bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering worden gebracht, naar rato van 2 uren per dag. Daarnaast legt de rechtbank de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 1 jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 uren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de veroordeelde tevens tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze voorwaardelijke straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 1 jaar zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. M. Landsman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M.A. Curfs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. M. Landsman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">T.a.v. feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>Zij op of omstreeks 2 maart 2023 te Venray, aan de [adres 2] ,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad,</para>
    </parablock>
    <para>- ongeveer 64 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of</para>
    <para>- ongeveer 30.330,97 gram GHB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en/of</para>
    <para>- ongeveer 710,06 gram (962 + 886 pillen) MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,</para>
    <parablock>
      <para>zijnde cocaïne en/of GHB en/of MDMA,</para>
      <para>(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">T.a.v. feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>Zij op of omstreeks 2 maart 2023 te Venray aan de [adres 2] ,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad:</para>
    </parablock>
    <para>- 411,40 gram (59,04 + 118,46 + 233,90 gram) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of</para>
    <para>- 805,24 gram (86,26 + 65,63 + 1,96 + 651,39 gram) hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj),</para>
    <parablock>
      <para>zijnde hasjiesj,</para>
      <para>(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3005f979-700c-4505-8353-93c750334e88" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2023033034, gesloten d.d. 24 mei 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 551.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_60a16e8b-fb12-411c-9334-951ef23a3cac" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van binnentreden in woning d.d. 2 maart 2023, pg. 100.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0920914c-dcda-4bce-a010-f7d1e492ee5e" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 maart 2023, pg. 107-108.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3863be38-aac5-479b-a601-81d434c485dc" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 maart 2023, pg. 97.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e4669f42-91e1-40de-8b42-620df36270c2" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 maart 2023, pg. 238-240.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d39d4835-6503-4035-80c2-624d32fc3f01" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van onderzoek naar de verdovende middelen d.d. 20 maart 2023, pg. 290-299.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bffd1039-b5d5-41cc-8ca8-925faf6ae1f4" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2023, pg. 284-285.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26f73e4d-bbbe-44d8-b7e5-e233a04fa73f" label="8">
    <para> De rapporten van NFiDENT d.d. 16 maart 2023, pg. 300-305.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>