<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:1484</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-22T10:03:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/348956 FT EA 26/13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2026-0042</rdf:li>
          <rdf:li>RI 2026/40</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2026/444</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1484">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1484</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-12T10:06:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:1484 Rechtbank Limburg , 03-02-2026 / C/03/348956 FT EA 26/13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:1484:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Afwijzing eigen verzoek tot faillietverklaring.</para>
        <para>Niet vaststaat dat andere aandeelhouder rechtsgeldig is opgeroepen voor de vergadering van aandeelhouders.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:1484:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    <para>Toezicht / insolventies</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer: C/03/348956 FT EA 26/13</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 3 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">W+E B.V.</emphasis>,</para>
      <para>ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 73137081,</para>
      <para>statutair gevestigd Panningen,</para>
      <para>bezoekadres: Flight Forum 760, 5657 DT Eindhoven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 23 januari 2026 is bij de griffie van deze rechtbank een aangifte tot faillietverklaring gedaan door de heer [naam bestuurder] , indirect bestuurder van W+E B.V. alsmede één der aandeelhouders van W+E B.V., hierna te noemen: verzoeker.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De behandeling in de raadkamer heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026.</para>
        <para>	Daarbij zijn verschenen:</para>
        <para>	de heer [naam bestuurder] , indirect bestuurder;</para>
        <para>	de heer [naam gevolmachtigde] , gevolmachtigde van indirect bestuurder;</para>
        <para>	mr. J. Sampers, advocaat van de heer [naam aandeelhouder] , zelfstandig bevoegd bestuurder van Iekethies Holding B.V. één der aandeelhouders van W+E B.V., hierna te noemen: de andere aandeelhouder.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank merkt allereerst op dat een faillissementsprocedure zich niet leent voor een uitgebreid onderzoek naar de feiten en voor een uitgebreide bewijslevering, maar slechts een beperkte toetsing van de huidige omstandigheden betreft. Daarbij is van belang de mate waarin verzoeker de aanvraag van het faillissement heeft onderbouwd door overlegging van stukken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In artikel 2:246 BW is bepaald dat het bestuur van een besloten vennootschap zonder opdracht van de algemene vergadering van aandeelhouders niet bevoegd is om aangifte te doen van faillietverklaring van de vennootschap, tenzij in de statuten anders is bepaald. Onder verwijzing naar dat artikel is in het procesreglement verzoekschriftprocedures insolventierecht voorgeschreven dat bij een eigen aangifte tot faillietverklaring moeten zijn gevoegd de originele notulen van de aandeelhoudersvergadering waarin de vergadering het bestuur opdracht heeft gegeven tot het aanvragen van het faillissement van de vennootschap.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In de onderhavige kwestie spitst de discussie zich toe op de vraag of de andere aandeelhouder rechtsgeldig is opgeroepen voor de vergadering van aandeelhouders van 31 december 2025. Verzoeker onderbouwt die stelling met een bewijs van de aangetekende verzending van de brief van  22 december 2025. Tussen partijen staat vast dat <emphasis role="italic">een</emphasis> op 22 december 2025 aangetekende verzonden brief door de andere aandeelhouder op 3 januari 2026 is afgehaald, maar niet welke brief zich in die enveloppe bevond. De andere aandeelhouder stelt dat in de enveloppe een brief van 15 december 2025 van verzoeker aanwezig was en dat hij als bewijs daarvan die brief door PostNL heeft laten afstempelen (productie 1 bij verweerschrift). Bij deze stand van zaken kan de rechtbank, ook gelet het beperkte bestek van deze procedure (zie hiervoor onder rechtsoverweging 2.1) niet in voldoende mate vaststellen dat de andere aandeelhouder op juiste wijze is opgeroepen voor de aandeelhoudersvergadering van 31 december 2025. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat een rechtsgeldig besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders tot het aanvragen van het faillissement van W+E B.V. is genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De gevraagde faillietverklaring zal daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek tot faillietverklaring af. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven op 3 februari 2026 om 15:00 uur door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, in tegenwoordigheid van R.P.E.M. Hammes, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Rechtsmiddel:</emphasis>
        </para>
        <para>Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>