<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:1304</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T12:14:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11991810 \ CV EXPL 25-5013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1304">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1304</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T10:14:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:1304 Rechtbank Limburg , 18-02-2026 / 11991810 \ CV EXPL 25-5013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:1304:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur woonruimte. Ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand toegewezen. Betaling huurachterstand tevens toegewezen. Oneerlijk bik-beding vernietigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:1304:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11991810 \ CV EXPL 25-5013</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING WONEN LIMBURG</emphasis>, </para>
      <para>te Roermond,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Wonen Limburg,</para>
      <para>gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [huurder]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [huurder],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6<?linebreak?>- de schriftelijke weergave van het antwoord<?linebreak?>- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 19 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt</para>
      <para>- een actueel huuroverzicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Wonen Limburg verhuurt met ingang van 6 juni 2018 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 594,47 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn de “algemene huurvoorwaarden Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte Stichting Wonen Limburg” (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Wonen Limburg heeft eerder een dagvaarding uitgebracht met betrekking tot een huurachterstand. Op 17 februari 2021 is een verstekvonnis gewezen waarin de huurovereenkomst is ontbonden en waarbij [huurder] onder meer veroordeeld is om het gehuurde te verlaten en te ontruimen en de betalingsachterstand aan Wonen Limburg te voldoen. [huurder] heeft daaropvolgend de vordering volledig voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [huurder] heeft wederom (een deel van) de huur niet betaald. Wonen Limburg heeft [huurder] bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. Daaruit is naar voren gekomen dat [huurder] reeds bekend was bij de gemeentelijke schuldhulpverlening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Wonen Limburg heeft [huurder] op 6 oktober 2025 aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [huurder] heeft na dagvaarding de volgende betalingen verricht aan Wonen Limburg: € 125,00 op 5 december 2025, € 100,00 op 14 december 2025, € 125,00 op 22 december 2025, € 100,00 op 4 januari 2026 en op 13 januari 2026 en € 125,00 op 15 januari 2026. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Wonen Limburg vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis en betaling van € 3.980,03 (€ 3.468,88 aan huurachterstand en € 511,15 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 november 2025 (datum dagvaarding), een bedrag van € 594,47 per maand voor iedere maand behoudens huurverhogingen die vanaf 30 november 2025 tot het tijdstip van de ontruiming mocht verstrijken en de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Wonen Limburg legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Wonen Limburg de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [huurder] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat hij de huur niet kan betalen wegens betalingsonmacht door persoonlijke omstandigheden. [huurder] is sinds begin 2025 ziek en hij voert aan dat zijn huidige gezondheid het niet toelaat om te kunnen werken. [huurder] ontvangt momenteel een WW-uitkering. Er is sprake van een langdurige (bijna 30 jaar) schuldenproblematiek. [huurder] heeft in de zomer van 2025 schuldhulpverlening bij de gemeente Heerlen aangevraagd. [huurder] heeft ter mondelinge behandeling aangevoerd dat hij een week na de mondelinge behandeling terecht kon voor een intakegesprek voor bewindvoering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het voor de vordering relevante beding in artikel 13 van de algemene voorwaarden is getoetst en oneerlijk bevonden. De bedongen vergoeding is namelijk altijd ten minste 15% van de vordering. De vergoeding kan daarmee dus hoger uitvallen dan de vergoeding die geldt conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor aanzienlijk ten nadele van de consument afwijkt. Het beding is dus oneerlijk ten opzichte van [huurder] en wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [huurder] heeft de huurachterstand niet betwist. De kantonrechter zal de gevorderde betaling daarvan toewijzen, waarbij de onder 2.5. genoemde betalingen in mindering strekken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [huurder] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft vastgesteld dat Wonen Limburg heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.<footnote-ref linkend="_9a4d05d8-5e69-4998-b5e3-8495582dbc3e" /> De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.<footnote-ref linkend="_a736a10c-fa54-44f9-9658-07e25e0c9e2b" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand bijna zes maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedroeg de huurachterstand op het moment van de mondelinge behandeling bijna zeven maanden. [huurder] heeft na dagvaarding een aantal betalingen verricht (in totaal € 675,00) ter aflossing van de huurachterstand, maar de lopende huur wordt niet betaald. De huurachterstand bedraagt (veel) meer dan drie maanden. Daar komt bij dat [huurder] al eerder een betalingsachterstand heeft laten ontstaan die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigde. De huurachterstand is op grond van het voorgaande ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. [huurder] heeft geen omstandigheden aangevoerd waarom dat in dit geval anders zou zijn. Ter mondelinge behandeling is gesproken over de persoonlijke omstandigheden van [huurder]. Wonen Limburg heeft toegelicht dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming niet haar primaire doel is en dat zij in overleg wil treden met [huurder], maar wel graag een vonnis als stok achter de deur wil hebben. Zodra [huurder] onder bewind is gesteld is zij bereid mee te werken aan een betalingsregeling voor de huurachterstand, als de lopende huur dan in ieder geval wordt voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit, in tegenstelling tot de gevorderde drie dagen, een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Wonen Limburg wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 594,47. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering is toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wonen Limburg worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>145,45</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>514,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>506,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 253,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>126,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.291,95</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres],</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde, de woonruimte met aanhorigheden, aan het [adres], te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en met al het zijne en de zijnen onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Wonen Limburg te stellen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [huurder] om te betalen aan Wonen Limburg:</para>
      <para>-	€ 3.468,88 aan achterstallige huur tot en met november 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 november 2025 tot de dag van volledige betaling, </para>
      <para>-	€ 594,47 per maand, behoudens huurverhogingen, vanaf december 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.291,95, plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verstaat dat de betalingen die [huurder] na het uitbrengen van de dagvaarding aan Wonen Limburg heeft gedaan, op de voet van het bepaalde in artikel 6:44 BW op bovenstaande bedragen in mindering worden gebracht,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_9a4d05d8-5e69-4998-b5e3-8495582dbc3e" label="1">
    <para> Artikel 6:265 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a736a10c-fa54-44f9-9658-07e25e0c9e2b" label="2">
    <para> HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>