<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2026:1216</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T09:36:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11921324 \ CV EXPL 25-4347</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1216">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1216</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T09:35:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2026:1216 Rechtbank Limburg , 11-02-2026 / 11921324 \ CV EXPL 25-4347</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2026:1216:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen zelfstandige overeenkomst tot stand gekomen met onderaannemer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2026:1216:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11921324 \ CV EXPL  25-4347</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ATLAS SUPPORT B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoor houdende te Venlo,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Atlas,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.E.L. van Kerkhof,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CB AGENCIES B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Venlo,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: CB Agencies,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding<?linebreak?>- de conclusie van antwoord<?linebreak?>- de conclusie van repliek<?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 16 oktober 2023 is er tussen VEAS Logistics en CB Agencies een overeenkomst gesloten waarbij VEAS Logistics namens en voor rekening van CB Agencies douaneaangiften verricht voor goederenzendingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 6 van deze overeenkomst is het volgende bepaald:</para>
        <para>(…)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 6. DERDEN</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De expeditieonderneming is gerechtigd de uitvoering van deze overeenkomst/machtiging te laten geschieden door hierna genoemde derde.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Company name: VEAS customs B.V.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Adres: [adres]</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>(…)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>VEAS customs B.V. handelt nu onder de naam Atlas.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 8 november 2023 is er door Atlas ten behoeve van CB Agencies een zending goederen uit Albanië ingeklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Atlas heeft op 8 november 2023 voor deze werkzaamheden een factuur aan CB Agencies gestuurd ter hoogte van € 5.082,88.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>CB Agencies heeft deze factuur onbetaald gelaten</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Atlas  vordert - samengevat – uitvoerbaar bij voorraad, CB Agencies te veroordelen om aan Atlas te betalen € 7.023,66 vermeerderd met wettelijke handelsrente over een bedrag van € 5.082,88 vanaf 24 september 2025 tot aan de dag van volledige betaling en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Atlas legt aan haar vordering ten grondslag dat er sprake is van een overeenkomst tussen Atlas en CB Agencies. Op basis van artikel 6 van de overeenkomst is Atlas door CB Agencies gemachtigd om de uitvoering te geven aan de overeenkomst. Atlas heeft de werkzaamheden op basis van deze machtiging voor CB Agencies uitgevoerd. CB Agencies heeft geen bezwaar gemaakt tegen de inklaring. CB Agencies is op basis van de overeenkomst gehouden voor de werkzaamheden aan Atlas te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>CB Agencies voert verweer. CB Agencies voert aan geen opdracht te hebben verstrekt aan Atlas voor de inklaring van 8 november 2023. Atlas had weliswaar een volmacht van CB Agencies ontvangen maar deze volmacht is niet compleet en niet rechtsgeldig. Atlas heeft gehandeld buiten mandaat en in strijd met haar zorgplicht.  CB Agencies concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Atlas, met veroordeling van Atlas in de kosten van deze procedure en € 1.700,00 (exclusief btw) aan interne behandelingskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er is geen overeenkomst gesloten tussen Atlas en CG Agencies</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op 16 oktober 2023 is er tussen VEAS Logistics en CB Agencies een overeenkomst gesloten waarbij CB Agencies VEAS Logistics heeft gemachtigd en opdracht heeft verleend tegen vergoeding douane aangiften te verrichten in naam en voor rekening van CB Agencies.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Atlas stelt dat zij opdracht heeft gekregen van VEAS Logistics en dat er daarmee een rechtstreekse overeenkomst tot stand is gekomen tussen CB Agencies en Atlas.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uit artikel 6 van de met VEAS Logistics gesloten overeenkomst volgt duidelijk dat VEAS Logistics bij de uitvoering van de overeenkomst met name genoemde derden, waaronder Atlas, mag inschakelen voor de uitvoering van de overeenkomst. Daarmee komt er echter geen zelfstandige overeenkomst tot stand met Atlas, ook niet via contract overneming. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Atlas is de onderaannemer van VEAS Logistics. Als onderaannemer is Atlas niet degenen die direct zou moeten factureren. Er rust daarom geen betalingsverplichting op CB Agencies om aan Atlas te betalen. De vordering van Atlas tot betaling van € 5.082,88 wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Omdat de vordering tot betaling van de hoofdsom wordt afgewezen, worden ook de nevenvorderingen afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rechtbank Limburg is bevoegd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Nu uit het vorenstaande volgt dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen Tussen Atlas en CB Agencies zijn de algemene voorwaarden met daarin de exclusieve bevoegdheid van de Rechtbank Rotterdam niet van toepassing. De Rechtbank Rotterdam is daarom niet exclusief bevoegd. Uit artikel 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat de rechter in de woonplaats van de gedaagde bevoegd is. Dat maakt dat de Rechtbank Limburg in deze zaak bevoegd is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Atlas moet proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het verzoek van CB Agencies, om Atlas te veroordelen tot betaling van € 1.700,00 (exclusief btw) aan interne behandelingskosten, vat de kantonrechter op als een verzoek om Atlas te veroordelen in de werkelijke gemaakte proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Voor een vergoeding van de volledige, werkelijke proceskosten (in plaats van een forfaitaire vergoeding op basis van het liquidatietarief) is slechts in uitzonderlijke omstandigheden plaats, waarbij gedacht dient te worden aan misbruik van procesrecht, onrechtmatige daad of schending van artikel 7:611 BW. De kantonrechter is van oordeel dat CB Agencies niet heeft gesteld van welke uitzonderlijke omstandigheden in dit geval sprake is en CB Agencies heeft ook niet nader met feiten  onderbouwd waarom deze uitzonderlijke omstandigheden in dat geval zouden moeten leiden tot vergoeding van de volledige en werkelijke proceskosten. De vordering van Atlas tot vergoeding van € 1.700,00 exclusief btw zal daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Atlas  is wel in het ongelijk gesteld en moet daarom de “gewone” proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CB Agencies worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>720,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 360,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>144,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>864,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Atlas af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Atlas in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Atlas niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>