<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:9647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-09T15:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03.325254.23 ontn.</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:9647">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:9647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-09T10:02:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:9647 Rechtbank Limburg , 07-10-2025 / 03.325254.23 ontn.</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:9647:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De verdachte is onder meer veroordeeld voor het medeplegen van diefstal met geweld.</para>
        <para>Het uit dit gepleegde feit wederrechtelijk verkregen voordeel is ontnomen, groot € 930,98.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:9647:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03.325254.23 (ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer van 7 oktober 2025 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [Geboorteplaats] op [Geboortedatum] 2003,</para>
      <para>wonende te [Adres verdachte] ,</para>
      <para>hierna te noemen [Naam verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Naam verdachte] wordt bijgestaan door mr. L.R. Rommy, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam-Duivendrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 en 11 september 2025. [Naam verdachte] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03.325291.23. Het onderzoek ter terechtzitting is formeel gesloten op 23 september 2025. </para>
      <para>Op 7 oktober 2025 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaken en de behandeling van de ontnemingsvorderingen tegen [Medeverdachte 1] (03.325279.23), [Medeverdachte 2] (03.325269.23) en [Medeverdachte 2] (03.325291.23).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [Naam verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 930,98.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de officier van justitie zou [Naam verdachte] dit voordeel hebben verkregen door middel van of uit de baten van het feit waarvoor [Naam verdachte] is veroordeeld.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 930,98 en volgt hierbij de berekening zoals die is opgenomen in het aanvullend proces-verbaal betreffende de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. De ontnemingsvordering is gebaseerd op - de bij het strafbare feit gepleegd tegen [Slachtoffer] - weggenomen geldbedrag. [Slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend, die ook ziet op de dit weggenomen geldbedrag. Door toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van [Slachtoffer] in de strafzaak wordt [Naam verdachte] gebracht in de situatie waarin hij voor het plegen van dit strafbare feit verkeerde.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
          </para>
          <para>Bij voormeld vonnis van 7 oktober 2025 is [Naam verdachte] onder meer veroordeeld wegens het medeplegen van diefstal met geweld gepleegd jegens [Slachtoffer] .</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [Naam verdachte] voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het feit waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het bewijs</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_19a101d3-dc63-4159-bc3d-a4840d213380" />
          </para>
          <para>De rechtbank verwijst voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel redengevende feiten en omstandigheden naar de bewijsmiddelen zoals opgenomen in het vonnis van deze rechtbank van 7 oktober 2025 in de onderliggende strafzaak. In de ontnemingszaak verbindt de rechtbank op grond van dezelfde overwegingen dezelfde gevolgtrekkingen aan die bewijsmiddelen als in de strafzaak, te weten dat [Naam verdachte] op 17 oktober 2023 met zijn mededaders een gewelddadige beroving heeft gepleegd jegens [Slachtoffer] . Hierbij werd met het slachtoffer via een datingapp genaamd [datingapp] onder valse voorwendselen afgesproken om op een afgelegen plek elkaar te ontmoeten. Daar is hij vervolgens door [Naam verdachte] en zijn mededaders urenlang van zijn vrijheid beroofd. Tevens hebben zij geld en andere goederen weggenomen. Met het weggenomen geld zijn vervolgens cryptomunten gekocht of geprobeerd te kopen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [Naam verdachte] en zijn mededaders hebben tijdens de diefstal toegang verkregen tot de mobiele telefoon van het slachtoffer [Slachtoffer] , waarna zij, via de online bankieren applicatie, geldbedragen van de rekening van het slachtoffer hebben overgemaakt naar [Crypto] , zijnde een platform voor de handel in cryptocurrency.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In aanvulling op de in het vonnis genoemde bewijsmiddelen, heeft de rechtbank bij het schatten van het wederrechtelijk verkregen voordeel voorts de hierna te noemen bewijsmiddelen gebruikt. </para>
          <para>Uit het onderzoek naar de veiliggestelde data van de inbeslaggenomen Apple iPhone 11, die tijdens de doorzoeking in de woning van mededader [Medeverdachte 2] werd aangetroffen<footnote-ref linkend="_b6f5e7fd-b4d5-476b-b4b6-615cae38ef5b" />, werden 42 e-mailberichten met betaalopdrachten en betalingsbevestigingen van overboekingen van cryptovaluta aangetroffen. De e-mailberichten waren afkomstig van het e-mailadres [emailadres] (Exodus via Moonpay) en waren naar het e-mailadres [emailadres] op naam van [Medeverdachte 2] verzonden.<footnote-ref linkend="_93cc1ab2-06c7-4493-b6fd-6b10833b8748" /></para>
          <para>Uit de inhoud van deze e-mailberichten blijkt onder andere dat er meerdere overschrijvingen van het walletadres van [Medeverdachte 2] [Walletadres] naar walletadres [Walletadres] hebben plaatsgevonden. In totaal gaat het om 3,3084 Ethereum.<footnote-ref linkend="_524ac60c-9d58-49cf-adad-bebb2e8cdc7f" /></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De schatting en toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_7e60698c-68b6-4846-b80f-28ba74cdee3e" />
          </para>
          <para>De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op <emphasis role="bold">€ 930,98</emphasis>. Hiertoe overweegt zij het volgende. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In totaal is 3,3084 Ethereum  overgeschreven naar de wallet die aan [Walletadres] toebehoort.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Vanuit [Walletadres] hebben diverse uitbetalingen op het bankrekeningnummer op naam van [Naam verdachte] plaatsgevonden. Hieronder zijn die betreffende uitbetalingen opgenomen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">[afbeelding van uitbetalingen op het bankrekeningnummer van [Naam verdachte] ]</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de baten van de diefstal van [Slachtoffer] zal de rechtbank daarom vaststellen op € 930,98.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.4</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De op te leggen betalingsverplichting</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank zal aan [Naam verdachte] de verplichting opleggen tot betaling van € 930,98 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank merkt op dat op grond van artikel 36e lid 9 van het Wetboek van Strafrecht de aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering worden gebracht op de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en op de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag, maar slechts voor zover die zijn voldaan. Nu van dat laatste nog geen sprake is – het ontnemingsvonnis wordt immers gelijktijdig gewezen met het vonnis in de strafzaak – zal dit pas aan de orde komen in de executiefase en zal de rechtbank niet reeds nu al de toegekende bedragen aan schadevergoeding in mindering brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel en het door veroordeelde te betalen bedrag aan de Staat. Indien op een later moment de schadevergoedingsvordering is voldaan, dan staat de weg van artikel 6:6:26 Sv open.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het wettelijke voorschrift</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold">€ 930,98 (zegge: negenhonderddertig euro en achtennegentig cent); </emphasis><?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt [Naam verdachte] de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de staat </emphasis>ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel <emphasis role="bold">van een bedrag van € 930,98 (zegge: negenhonderddertig euro en achtennegentig cent);</emphasis></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- bepaalt de duur van de <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op <emphasis role="bold">18 dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gewezen door mr. S.A.M.C. van de Winkel, voorzitter, mr. C.P.W. van Well en mr. I.T.H.L. van de Bergh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.R.C. Custers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. C.P.W. van Well is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_19a101d3-dc63-4159-bc3d-a4840d213380" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer LBR023105-232, gesloten van 14 maart 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1221.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b6f5e7fd-b4d5-476b-b4b6-615cae38ef5b" label="2">
    <para> De kennisgeving van inbeslagname van 6 december 2023, pagina 367.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_93cc1ab2-06c7-4493-b6fd-6b10833b8748" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen van 10 januari 2024, pagina 551 tot en met 575.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_524ac60c-9d58-49cf-adad-bebb2e8cdc7f" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen van 10 januari 2024, pagina 551 tot en met 575.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7e60698c-68b6-4846-b80f-28ba74cdee3e" label="5">
    <para> De schatting en toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel betreffende [Naam verdachte] is gebaseerd op het proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2024, pagina 1218 tot en met 1221.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>