<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:8720</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T11:23:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11767687 \ AZ VERZ  25-74</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-1155</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-1155</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:8720">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:8720</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-09T11:03:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:8720 Rechtbank Limburg , 08-09-2025 / 11767687 \ AZ VERZ  25-74</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:8720:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Werknemer heeft geen recht op vergoeding van de volledige proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:8720:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 11767687 \ AZ VERZ  25-74</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 8 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ROERMONDSE ROEI- EN ZEILVERENIGING "MAAS EN ROER"</emphasis>, </para>
      <para>te Roermond,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Maas en Roer,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.M. Pals.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tegen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaatsnaam] ,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verweerder] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.M.J.F. Sijben,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties d.d. 26 juni 2025</para>
      <para>- het verweerschrift d.d. 31 juli 2025</para>
      <para>- de akte met producties van Maas en Roer d.d. 6 augustus 2025</para>
      <para>- de akte met productie van [verweerder] d.d. 8 augustus 2025</para>
      <para>- de brief van Maas en Roer van 8 augustus 2025</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 11 augustus 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen partijen bestaat een arbeidsovereenkomst. Maas en Roer heeft een verzoekschrift ingediend waarin zij heeft verzocht die arbeidsovereenkomst te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend waarbij zij, onder andere, verweer heeft gevoerd tegen de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ook vraagt zij om Maas en Roer te veroordelen in de door haar daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten. Subsidiair vraagt zij een reguliere proceskostenveroordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In haar brief van 8 augustus 2025 heeft Maas en Roer echter bericht dat zij haar verzoek intrekt. [verweerder] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt, wel heeft zij haar verzoek tot betaling van € 17.972,59 aan werkelijk gemaakte advocaatkosten gehandhaafd. Alleen over dat verzoek zal de kantonrechter nog oordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verweerder] verzoekt dus een volledige proceskostenveroordeling. Vergoeding van alle daadwerkelijk gemaakte proceskosten kan alleen maar aan de orde zijn bij ‘buitengewone omstandigheden’. Daarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en/of onrechtmatige daad. Hiervan is alleen sprake indien diegene die in het ongelijk wordt gesteld de andere partij zonder enige noodzaak of redelijk belang tot procederen heeft gedwongen. Naar het oordeel van de kantonrechter is van deze situaties geen sprake. </para>
        <para>Daarnaast stelt de kantonrechter vast dat [verweerder] het verzochte bedrag niet heeft onderbouwd door het overleggen van de onderliggende (deel)facturen. De proceskosten moeten daarom op basis van het reguliere liquidatietarief worden begroot.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Maar in dit geval is de kantonrechter van oordeel dat de proceskosten dienen te worden gecompenseerd: Maas en Roer heeft het ontbindingsverzoek ingetrokken en [verweerder] is in het resterende verzoek – dat betrekking heeft op een substantiële vordering - in het ongelijk gesteld. Dit betekent dat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, waardoor compensatie van proceskosten dient plaats te vinden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt en</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>wijst – voor zoveel nodig- het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar</para>
        <para>uitgesproken op 8 september 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>mjp</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>