<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:8674</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-15T12:23:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/294542 / HA ZA 21-377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2023:3507" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:3507</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2023:6149" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:6149</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2024:1624" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:1624</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2025-0517</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0517</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:8674">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:8674</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-17T20:42:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:8674 Rechtbank Limburg , 26-03-2025 / C/03/294542 / HA ZA 21-377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:8674:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis. De rechtbank waardeert de certificaten van preferente aandelen in een onderneming met inachtneming van het deskundigenbericht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:8674:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/294542 / HA ZA 21-377</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] , <?linebreak?>3. <emphasis role="bold">[eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] ,<?linebreak?>4. <emphasis role="bold">[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] ,<?linebreak?>5. <emphasis role="bold">[eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 5]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 4] ,</para>
      <para>eisende partijen in conventie,</para>
      <para>verwerende partijen in reconventie,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.H.M. Daniëls te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 5] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.J.M.C. Huppertz te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 27 maart 2024,<?linebreak?>- het deskundigenbericht, door de rechtbank per post ontvangen op 17 juli 2024,</para>
      <para>- de conclusie na deskundigenbericht van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van 2 oktober 2024 met producties 57 tot en met 67,</para>
      <para>- de conclusie na deskundigenbericht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 2 oktober 2024 met producties 17 en 18.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De certificaten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 27 maart 2024 is de rechtbank tot een partiële verdeling overgegaan, waarbij de registergoederen uit de nalatenschap van moeder zijn toebedeeld aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Het laatste onderdeel dat partijen thans in het kader van de verdeling van de nalatenschap van moeder nog verdeeld houdt, zijn de zich in de nalatenschap bevindende 5000 certificaten van preferente aandelen in de vennootschap [naam bv] (hierna: “de certificaten”).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 7 juni 2023 is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat de vordering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] met betrekking tot de certificaten dient te worden afgewezen en dat conform de vordering in reconventie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] alle 5.000 certificaten aan hem zullen worden toegewezen. Tevens heeft de rechtbank een deskundigenbericht bevolen ter bepaling van de waarde van de certificaten op het moment van overlijden van moeder op basis van de going concernwaarde van [naam bv] De bij vonnis van 11 oktober 2023 benoemde deskundige, drs. Ruesink, heeft hierover een rapport uitgebracht (“hierna: “het deskundigenbericht”). Beide partijen hebben vervolgens in een conclusie na deskundigenbericht op het deskundigenbericht gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank komt tot het oordeel dat het deskundigenbericht voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Gelet daarop zal de rechtbank de in het deskundigenbericht opgenomen advies ten aanzien van de going concernwaarde van de certificaten overnemen en de waarde van de 5000 certificaten op de datum van het overlijden van moeder bepalen op het in het deskundigenbericht genoemde bedrag van € 238.763,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Door de deskundige is in het deskundigenbericht de opmerking geplaatst dat de beslissing om going concern met de bedrijfsactiviteiten van [naam bv] door te gaan in feite een irrationele beslissing is die, gelet op de omstandigheid dat de liquidatiewaarde de waarde going concern ver overtreft, onder normale omstandigheden niet zou worden genomen. De deskundige is daarom van mening dat de liquidatiewaarde als uitgangspunt dient te gelden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank neemt dit advies niet over. De rechtbank is in het tussenvonnis van 7 juni 2023 tot het oordeel gekomen dat van de going concernwaarde dient te worden uitgegaan. Tot dat oordeel is de rechtbank in belangrijke mate gekomen vanwege feit dat beide partijen meermaals hebben verklaard dat van die waarde dient te worden uitgegaan, nu voor hen de continuïteit van de onderneming voorop staat. De rechtbank blijft daarom bij haar oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Daarnaast heeft de deskundige een discussie opgeworpen over de rechtsgeldigheid van de dividendbesluiten die in het verleden zijn genomen. Door de deskundige wordt aanbevolen daar eerst een vennootschapsrechtelijk onderzoek naar te laten instellen. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] achten het eveneens noodzakelijk dat de rechtbank het door de deskundige aanbevolen vennootschapsrechtelijk onderzoek laat instellen, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich daartegen verzet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De rechtbank ziet de noodzaak tot het instellen van een dergelijk onderzoek evenmin. Partijen hebben de dividendbesluiten, waarbij telkens is besloten om geen dividend uit te keren, in het verleden nimmer ter discussie gesteld. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen dit nu, naar aanleiding van het deskundigenbericht, voor het eerst aan de orde. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in dit kader terecht gewezen op artikel 2:15 BW. In artikel 2:15 lid 5 BW is bepaald dat de bevoegdheid om vernietiging van het besluit van een orgaan van een rechtspersoon te vorderen, komt te vervallen na een jaar na het einde van de dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd. Van die mogelijkheid is door moeder of [eisers in conventie, verweerders in reconventie] nooit gebruik gemaakt, terwijl bij hen bekend was dat geen dividend werd uitgekeerd. De besluiten om geen winst uit te keren, zijn daarom onherroepelijk geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De rechtbank komt op grond van hetgeen hiervoor is overwogen tot het oordeel dat  de certificaten aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moeten worden toebedeeld tegen betaling van de waarde van  4000 certificaten aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] De waarde van 4000 certificaten bedraagt € 191.010. Aan de eisers 1 tot en met 3 in conventie komt dan ieder een bedrag van € 47.752,50 toe en aan eisers 4 en 5 in conventie komt ieder een bedrag van € 23.876,25 toe.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De kosten van het deskundigenbericht zijn reeds door beide partijen voor de helft voldaan. De eventueel aan de toedeling van de certificaten verbonden kosten komen voor rekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot verdeling van de 5.000 certificaten STAK Aandelen [naam bv] af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>deelt de 5.000 certificaten van de STAK Aandelen [naam bv] toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tegen de going concernwaarde van [naam bv] op de datum overlijden van moeder [familienaam] van € 238.763,-,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure en het deskundigenbericht tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>EvdS</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>