<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:3638</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-25T17:26:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11425996 \ CV EXPL  24-5940</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:3638">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:3638</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-25T17:25:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:3638 Rechtbank Limburg , 16-04-2025 / 11425996 \ CV EXPL  24-5940</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:3638:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; consumentenkoop</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:3638:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11425996 \ CV EXPL  24-5940</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 16 april 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BILLINK FINANCE B.V. H.O.D.N. BILLINK</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Gouda,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Billink,</para>
      <para>gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding met producties, genummerd 1 tot en met 5<?linebreak?>- de conclusie van antwoord <?linebreak?>- de conclusie van repliek met producties, genummerd 5 tot en met 9<?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Billink vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 137,01, bestaande uit € 92,76 aan hoofdsom, € 40,00 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten en € 4,25 aan vervallen wettelijke rente, vermeerderd met de wettelijke rente over € 92,76 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling, alsmede [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Billink stelt dat [gedaagde] met de webwinkel The Store Woerden een koopovereenkomst op afstand heeft gesloten en daarbij heeft gekozen voor de optie om achteraf te betalen. Billink geeft uitvoerig aan hoe het bestelproces werkt en welke stappen daarvoor doorlopen moet worden. Om een bestelling te kunnen plaatsen, moeten er meerdere persoonsgegevens worden aangeleverd. De verkoper is afhankelijk van de gegevens die door de koper worden aangeleverd en deze kunnen niet op juistheid gecontroleerd worden. De bestelling is - achteraf gebleken na raadpleging BRP - bij de grootmoeder van [gedaagde] geleverd, zijnde het adres dat ook is aangeleverd. De webwinkel heeft haar vordering op [gedaagde] door middelvan cessie aan Billink overgedragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist een bestelling te hebben geplaatst bij voormelde webwinkel. Zij heeft ook niets ontvangen. Het adres van bezorging is het adres van haar grootmoeder. [gedaagde] stelt dat haar grootmoeder op haar naam bestellingen heeft gedaan en fraude heeft gepleegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van Billink moet worden afgewezen. Voor dit oordeel is het volgende van belang.</para>
        <para>Op Billink rust de verplichting om voldoende te stellen en te onderbouwen dat [gedaagde] een bestelling heeft geplaatst bij voormelde webwinkel. Ook dient Billink hiervan bewijs te overleggen. Ze heeft in dit kader alleen de bestelbevestiging en een factuur overgelegd, waarbij wordt opgemerkt dat deze factuur is gesteld op het adres van de grootmoeder van [gedaagde] . Daarnaast is de enkele stelling dat Billink afhankelijk is van de gegevens die door de koper bij het plaatsen van de bestelling zouden zijn ingevoerd, onvoldoende. Dit is een te algemene uitleg van het bestelproces. Gelet op de betwisting van [gedaagde] een bestelling te hebben geplaatst, heeft Billink haar stelling, dat een overeenkomst is gesloten tussen The Store Woerden en [gedaagde] , onvoldoende onderbouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Bewijs dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen, is evenmin aangeleverd. Omdat [gedaagde] betwist dat zij de bestelling heeft ontvangen en dat zij daarom niet hoeft te betalen, zou zij op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv hier de bewijslast van dragen. In dit geval geldt daar echter een uitzondering op. Op grond van artikel 7:11 BW gaat bij bezorging van zaken het risico op de consument over op het moment dat de consument de zaak heeft ontvangen. Met ‘ontvangen’ wordt bedoeld dat de consument daadwerkelijk de zaak in handen heeft gekregen. De verkoper is dus verantwoordelijk voor het pakket tot de feitelijke aflevering aan de consument. Op Billink rust daarom de bewijslast van de stelling dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Verder dient op grond van artikel 7:26 lid 2 BW de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. Nu [gedaagde] betwist dat zij de bestelling heeft ontvangen, betwist zij ook de opeisbaarheid van de koopsom. Het ligt daarom op de weg van Billink om haar stelling dat [gedaagde] de bestelling wel ontvangen heeft en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen. Billink heeft erkend dat de bestelling is bezorgd op het adres van de grootmoeder van [gedaagde] . Aldus is de bestelling niet bij [gedaagde] afgeleverd. De conclusie is daarom dat [gedaagde] de factuur niet hoeft te betalen. De gevorderde hoofdsom zal dan ook worden afgewezen. Nu de hoofdvordering van Billink wordt afgewezen, zullen de daarmee verband houdende nevenvorderingen (buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente) eveneens worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Billink wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. [gedaagde] wenst dat Billink haar advocaatkosten betaalt. [gedaagde] procedeert in persoon en heeft geen stukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat zij advocaatkosten heeft gemaakt. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Billink af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Billink in de proceskosten vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.</para>
        <para>CJ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>