<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:13233</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-13T10:12:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/334915 / HA ZA 24-435</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2025:13190" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Inachtneminghersteluitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2025:13190</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13233">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13233</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-13T10:12:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:13233 Rechtbank Limburg , 19-11-2025 / C/03/334915 / HA ZA 24-435</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13233:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Bodemzaak. Verzoek herstel van vonnis 5 november 2025.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13233:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/334915 / HA ZA 24-435</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelvonnis van 19 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser in conventie, verweerder in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in reconventie, </para>
      <para>advocaat: mr. M. van Sintmaartensdijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie, </para>
      <para>eiseres in reconventie, </para>
      <para>advocaat: mr. L.V. Claassens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 11 november 2025 heeft mr. Claassens namens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 5 november 2025 in deze zaak gewezen vonnis. Namens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is erop gewezen dat de gevorderde schadevergoeding in de vorm van vergoeding van wettelijke rente in het lichaam van het vonnis onder rechtsoverweging 4.5.4. wordt toegewezen, terwijl de toewijzing van deze vordering niet in het dictum van het vonnis is opgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Namens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft mr. Van Sintmaartensdijk bij brief van 12 november 2025 op  het herstelverzoek gereageerd. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is van mening dat geen sprake is van een gebrek en voor zover hier al sprake van zou zijn, dit geen gebrek is dat zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is de hoogte of wel het verloop van het saldo van de g-rekening onbekend en zeker niet in rechte vastgesteld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 5 november 2025 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis is verzuimd om de in rechtsoverweging 4.5.4. van het lichaam van het vonnis opgenomen toewijzing van de schadevergoeding op te nemen in het dictum van het vonnis. De rechtbank heeft in deze rechtsoverweging duidelijk overwogen dat de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gevorderde schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente, geleden als gevolg van het onrechtmatig door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gelegde beslag, voor toewijzing vatbaar is nu dit onvoldoende gemotiveerd is betwist, zulks met ingang van 22 augustus 2024 tot aan de datum van dit vonnis. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen en de veroordeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot betaling van de schadevergoeding aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in het dictum opnemen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat het dictum in reconventie van het op 5 november 2025 tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gewezen vonnis als volgt komt te luiden:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">5.7.	heft het ten laste van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gelegde conservatoir derdenbeslag onder de Rabobank op, </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te betalen de wettelijke rente over een bedrag van € 38.743,71, gerekend vanaf 22 augustus 2024 tot aan de datum van het vonnis,</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">wijst het meer of anders gevorderde af.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat op de minuut van het vonnis van 5 november 2025 wordt gesteld dat heden dat vonnis is verbeterd onder aanhechting van een gewaarmerkt afschrift van deze verbetering van die minuut, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de griffier partijen een afschrift in executoriale vorm verschaft van de minuut van het vonnis, waarop is aangetekend dat het is verbeterd en waaraan dat afschrift is gehecht, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 5 november 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>FL</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>