<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:13229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-08T14:23:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/325686 / HA ZA 23-553</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2024:871" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:871</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2025:8655" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2025:8655</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0157</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T18:30:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:13229 Rechtbank Limburg , 19-11-2025 / C/03/325686 / HA ZA 23-553</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na deskundigenbericht, waarbij de bezwaren van eiseres tegen het deskundigenbericht worden verworpen. Het beroep van gedaagde op artikel 4:5 BW slaagt niet omdat niet is gebleken van een gewichtige reden, vanwege het ontbreken van inzicht in de financiële positie van gedaagde en de inmiddels verstreken tijd. Vordering van gedaagde tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen omdat eiseres op dit moment een belang bij handhaving ervan heeft dat zwaarder weegt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/325686 / HA ZA 23-553</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 19 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. I.K. Decupere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>procederend voor zichzelf en in hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van de nalatenschap van [erflater] ,</para>
      <para>te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 5 maart 2025,<?linebreak?>- het deskundigenbericht,</para>
      <para>- de conclusies na deskundigenbericht van partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het deskundigenbericht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank verwijst allereerst naar het tussenvonnis van 5 maart 2025, waarbij wordt volhard. Het in dat vonnis gelaste deskundigenonderzoek heeft plaatsgevonden. De deskundige heeft de marktwaarde van het onroerend goed op de sterfdatum van erflater getaxeerd op € 585.000,00. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft zich hierbij aangesloten. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betoogt dat het deskundigenrapport niet moet worden gevolg en haar standpunt over de waarde moet worden aangehouden, althans dat de deskundige nader kritisch moet worden bevraagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] formuleert en aantal klachten over het deskundigenbericht. Daarop zal hierna worden ingegaan.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>
          [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wijst erop dat de deskundige ten aanzien van de van het onroerend goed deel uitmakende jongveestal en de koeienstal afgaat op een bouwjaar dat zou blijken uit de zogenaamde BAG-viewer. Ten aanzien van het door mr. Decupere aangeleverd bewijsmateriaal zijdens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] – bestaande uit foto’s waaruit een eerder bouwjaar zou moeten blijken – heeft de deskundige aangegeven dat hij voor wat betreft de datering en wie er op de foto te zien is, enkel kan afgaan op de mededeling van mr. Decupere. Het betreft daarom, aldus de deskundige, niet om verifieerbaar bewijs, zodat hij afgaat op de BAG-viewer. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat de deskundige echter voor wat betreft de fysieke toestand van de onroerende zaak op de peildatum is afgegaan op enkel de mededelingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . De deskundig is daarmee volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de fout gegaan voor wat betreft de onpartijdigheid en/of gelijke behandeling van partijen.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat, zoals [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zelf ook aanhaalt, de deskundige heeft geoordeeld dat de het aannemen van de ander bouwjaar van de jongveestal en koeienstal geen verschil zou uitmaken in de waardering. Anders gezegd; de discussie over het bouwjaar betreft geen relevante discussie in het kader van de door de deskundige te beantwoorden vraag. De omstandigheid dat hij vasthoudt aan de BAG-viewer is, zeker bezien in dat licht, geen reden om aan te nemen dat hij niet onpartijdig is of partijen niet gelijk behandelt. Dat de deskundige op het punt van de toestand van het onroerend goed op de peildatum mede is afgegaan op mededelingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , maakt ook niet dat dit met recht geconcludeerd zou kunnen worden. Dat betreft een geheel andere kwestie waarbij niet is gebleken dat de deskundige ten onrechte de mededelingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft laten meewegen (zie hierna).</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <para>
          [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] klaagt erover dat de deskundige geen eigen nader onderzoek heeft gedaan naar de toestand van het onroerend goed op de peildatum, die ongeveer drie jaar voorafgaand aan de inspectiedatum is gelegen. In het verlengde daarvan wordt de deskundige verweten dat hij is afgegaan op informatie die is verkregen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , inhoudende dat de fysieke toestand van het onroerend goed per inspectiedatum vergelijkbaar is met die per sterfdatum erflater. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert aan de deskundige geen bewijs van die stelling heeft opgevraagd bij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Het is, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , zeer goed mogelijk dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de toestand van het onroerend goed na het overlijden van erflater heeft laten verslechteren door slecht onderhoud. Ook klaagt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] erover dat de deskundige in dit kader gebruik heeft gemaakt van de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ingeschakelde verkoopmakelaar verstrekte informatie in de vorm van de brochure die is opgemaakt ten behoeve van de verkoop van het onroerend goed door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en dus dateert van na de peildatum. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft dit punt niet voorgehouden aan de deskundige naar aanleiding van het concept rapport en daarmee de deskundige niet de mogelijkheid gegeven daarop in te gaan in zijn definitieve rapport. Alleen al daarom kan met deze klacht geen rekening worden gehouden. In het verlengde daarvan moet worden opgemerkt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de deskundige weliswaar verwijt geen bewijs bij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te hebben opgevraagd, maar (ook nu) niet stelt dat de toestand van het onroerend goed daadwerkelijk (in relevante mate) verslechterd is sinds het overlijden van erflater, laat staan dat zij dit onderbouwt, terwijl zij niet uitlegt waarom het verschaffen van informatie ter zake enkel in het domein van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zou liggen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft, anders gezegd, dus ook niet afdoende toegelicht – aan de deskundige of aan de rechtbank - waarom het fout is dat deskundige uitgaat van een vergelijkbare toestand op de inspectiedatum als op de peildatum.</para>
          <para>Verder merkt de rechtbank op dat in het deskundigenrapport en de verkoopbrochure geen melding wordt gemaakt van achterstallig onderhoud of een niet goede toestand anderszins. Er is dus geen concrete reden om aan te nemen dat in de taxatie van de deskundige uit is gegaan van een minder goede (onderhouds)toestand op inspectiedatum en die heeft geprojecteerd op de toestand op de peildatum.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.3.</nr>
        <para>
          [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft tot slot nog opgemerkt dat de deskundige zijn taxatie niet heeft uitgesplitst zoals in eerdere taxaties wel zou zijn gedaan. De rechtbank begrijpt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarbij doelt op een uitsplitsing in ondergrond en opstallen. Het bevreemdt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat de deskundige in reactie op een opmerking daarover naar aanleiding van het concept rapport aangeeft dat dit niet in de bij vonnis gegeven opdracht is vermeld. Dat antwoord is volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , zonder verdere onderbouwing niet acceptabel. Het uitsplitsen volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kennelijk nodig voor een deugdelijke taxatie, getuige het feit dat dit in eerdere taxaties is gebeurd. De zeer specifieke aard van het onroerend goed, noopt er ook toe, zo besluit [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank vindt het antwoord van de deskundige logisch. Hem is gevraagd de marktwaarde van het onroerend goed te taxeren en niet om in dat kader het onroerend goed onder te verdelen in opstallen en ondergrond. Het spreekt ook niet vanzelf dat dit wel nodig of dienend is. Het lag veeleer op de weg van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om – al dan niet na ruggespraak met de eerder betrokken taxateurs – aan te geven waarom dat anders is. De enkele verwijzing naar de ‘zeer specifieke aard van het onroerend goed’ bevat die toelichting niet. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De slotsom is dat de klachten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet ertoe leiden dat het rapport van de deskundige terzijde wordt geschoven of dat hij nader moet worden bevraagd. Ook overigens ziet de rechtbank daar geen aanleiding toe. Dit betekent dat de rechtbank de conclusie van de deskundige overneemt en een waarde van het onroerend goed per de sterfdag van erflater zal aanhouden van € 585.000,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Legitieme portie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Met vaststelling van de waarde van het onroerend goed en rekening houdend met wat in het vonnis van 5 maart 2025 is geoordeeld en vastgesteld over de activa en passiva van de nalatenschap, kan de omvang van de legitieme portie als volgt worden vastgesteld:</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry namest="colB" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Actief</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onroerend goed </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>585.000,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Inboedel</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>9.000,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Banksaldi</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>43.156,89</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Aanslag IB 2022</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>292,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Totaal actief</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">637.448,89</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Passief</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Hypothecaire schuld</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>137.960,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Aanslag IB 2021</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>226,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Kosten uitvaart</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>6.921,40</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Aanslag zorgtoeslag</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.305,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Totaal passief</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">146.412,40</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Actief -/- passief = legitimaire massa</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">491.036,49</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Legimitaire massa : 2 = legitieme portie</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">245.518,25</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat de legitieme portie van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal worden vastgesteld op</para>
        <para>€ 245.518,25 en dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zal worden veroordeeld dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2023, aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te betalen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft verzocht dat wordt bepaald dat zij de legitieme portie niet, zoals gevorderd, binnen veertien dagen behoeft te betalen maar binnen zes maanden. Zij voert daartoe aan dat zij pas tot uitkering kan overgaan als het onroerend goed is verkocht en geleverd, omdat zij voordien niet over de liquide middelen beschikt om de uitkering te doen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] stelt het onroerend goed te koop te hebben gezet, maar dat is gebleken dat deze zeer moeilijk verkoopbaar is. Desgevraagd is namens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verklaard dat zij een beroep doet op artikel 4:5 BW. Daarmee is het de vraag of kan worden vastgesteld dat er sprake is van een gewichtige reden op grond waarvan de legitieme portie niet onmiddellijk zou hoeven te worden betaald, rekening houdend met de belangen van beide partijen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is gesteld dat er geen bewijs van betalingsonmacht zijdens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is geleverd. Daarmee heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] er terecht op gewezen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen inzicht heeft verschaft in haar financiële positie en daarmee haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd. Het is zeer goed mogelijk dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de verkoopopbrengst van het onroerend goed nodig heeft om de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te voldoen, maar dat kan niet worden vastgesteld vanwege het ontbreken van verifieerbare informatie over de vermogenspositie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Daarbij komt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] inmiddels ruim drie jaar weet dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aanspraak maakt op haar legitieme portie en dat dit een substantieel bedrag betreft. Uitgaande van het aanvankelijke standpunt van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] over de omvang van het actief en passief, zou de legitieme portie meer bedragen dan de rechtbank nu vaststelt, zodat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met het vastgestelde bedrag zeker rekening heeft moeten houden. Dat het belang van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om haar vordering inmiddels te kunnen innen onder die omstandigheid ondergeschikt zou moeten zijn aan het belang van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om nog niet tot betaling hoeven over te gaan, kan ook om die reden niet worden aangenomen.  De slotsom is dat het beroep van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op artikel 4:5 BW niet wordt gehonoreerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De discussie over de waarde van het onroerend goed was naar de inschatting van de rechtbank de belangrijkste reden dat partijen buiten rechte geen oplossing hebben bereikt en daarmee de belangrijkste reden voor de procedure in conventie. Dat dit nodig was, kan niet zonder meer aan een van partijen worden toegerekend. Daarom zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert opheffing van het ten laste van haar gelegde beslag op de onroerende zaak voorafgaand aan de notariële levering volgend op een verkoop. Zij stelt daartoe dat als zij er in slaagt het onroerend goed te verkopen, zij deze vrij van beslag zal moeten kunnen leveren. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verklaart dat zij eraan mee zal werken om de verkoopopbrengst in depot te laten bij de notaris totdat partijen overeenstemming hebben over de omvang van de legitieme portie van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan wel op dat punt onherroepelijk uitspraak is gedaan door de rechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>
        [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft aangevoerd dat het niet kunnen leveren van het onroerend goed aan een koper geen grondslag kan zijn voor opheffing van het beslag. Verder stelt zij dat zij er belang bij heeft dat het beslag blijft liggen ter zekerheidstelling van haar opeisbare vordering. Opheffing is wat haar betreft aan de orde als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betaalt of een bankgarantie stelt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een vordering op [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft ter zake van de legitieme portie en dat die vordering nog niet is voldaan. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft daarmee belang bij het door haar gelegde beslag. Dat belang vervalt als zij voldaan wordt. Mogelijk kan dat gebeuren met de verkoopopbrengst van het onroerend goed, die (afgezien van een executoriale verkoop) pas geïnd zal kunnen worden als het onroerend goed vrij van beslag kan worden geleverd. Als die situatie concreet aan de orde is en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] – bijvoorbeeld middels tussenkomst van de transporterend notaris – ervoor zorgt dat betaling verzekerd is, zal van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kunnen worden verwacht dat zij het beslag opheft. Van die situatie is, voor zover de rechtbank bekend, echter op dit moment geen sprake. Ook is niet te voorzien of, en zo ja wanneer, dat aan de orde zal zijn. Niet uitgesloten is bijvoorbeeld dat executoriale verkoop zal plaatsvinden. Onder deze omstandigheden kan nu niet worden vastgesteld dat zich de, op zich voorstelbare, situatie gaat voordoen dat het belang van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bij het handhaven van het beslag moet wijken voor het belang van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij opheffing ervan. De vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] moet daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>614,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × factor 0,5 × € 614,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>792,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt de legitieme portie van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de nalatenschap van erflater vast op</para>
        <para>€ 245.518,25,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] binnen veertien dagen na heden te betalen een bedrag van € 245.518,25, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 26 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>