<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:13222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T12:28:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/294519 / HA ZA 21-374</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13222">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T12:27:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:13222 Rechtbank Limburg , 17-09-2025 / C/03/294519 / HA ZA 21-374</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13222:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Verdeling onroerend goed na overeenstemming. Proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13222:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/294519 / HA ZA 21-374</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij, voorheen tevens verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.J.M. Goumans,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats 2] , </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,</para>
      <para>niet verschenen,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 2] , </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. T.J. Wittendorp,<?linebreak?>3. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 3]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] , </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para>4. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 4]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats 3] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 4] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P.J.M. Brouwers,</para>
    </parablock>
    <para>5. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 5]</emphasis>, </para>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats 1] , </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 5] ,</para>
      <para>advocaat: mr. B.L. Lok,</para>
      <para>gedaagde partijen in conventie, t.a.v. [gedaagde sub 5] tevens voorheen eisende partij in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 6 juli 2021,</para>
      <para>- het tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] verleende verstek,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 4] van 1 september 2021,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] van 30 november 2022,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 5] van 28 december 2022, gewijzigd/hernummerd bij brief van 13 oktober 2023,<?linebreak?>- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,</para>
      <para>- de brief met concept overeenkomst verdeling onroerende zaken d.d. 13 oktober 2023 van [eiser] ,</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 oktober 2023,</para>
      <para>- de conclusie van repliek, tevens houdende wijziging van eis van [eiser] ,</para>
      <para>- de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 2] ,</para>
      <para>- de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 5] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 5] had bij conclusie van antwoord tevens een eis in reconventie ingesteld. Daarom heeft [eiser] een conclusie van antwoord in reconventie genomen. Ter zitting is de vordering in reconventie ingetrokken, waarmee [eiser] heeft ingestemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn erfgenamen in de nalatenschappen van [erflater] en [erflaatster] , ouders van partijen. Partijen zijn zodoende broers en zussen van elkaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tot de (onverdeelde) nalatenschap behoort onroerend goed, bestaande uit landbouwgrond.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 4] heeft afgezien van toedeling aan haar van haar deel van de landbouwgrond. [eiser] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 1] hebben het onverdeelde aandeel van [gedaagde sub 4] in de landbouwgronden overgenomen, waarvoor [gedaagde sub 4] een vergoeding heeft ontvangen. De vorderingen in deze zaak zien onder meer op verdeling van de landbouwgronden. [gedaagde sub 4] is mitsdien geen rechthebbende meer op de landbouwgronden (conclusie van antwoord van [gedaagde sub 4] sub 20). Tijdens de mondelinge behandeling zijn [eiser] en [gedaagde sub 4] overeengekomen dat de zaak tegen [gedaagde sub 4] wordt ingetrokken tegen betaling van haar proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in 2011 een bedrag van € 6.000,- in de boedel ingebracht.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft – na wijziging van eis – gevorderd de in de nalatenschap vallende onroerende zaken te verdelen conform zijn voorstel (welk voorstel aan dit vonnis zal worden gehecht), met de ter zitting overeengekomen wijzigingen en onder toevoeging van de na de zitting tussen [eiser] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 5] overeengekomen toezeggingen. [gedaagde sub 2] heeft daarop geantwoord tegen de eiswijziging niets te kunnen inbrengen. [gedaagde sub 5] heeft geantwoord dat hij kan instemmen met hetgeen [eiser] naar voren heeft gebracht. De niet verschenen gedaagden hebben de (gewijzigde) vorderingen van [eiser] niet weersproken. Aldus zal de rechtbank als onweersproken de vorderingen van [eiser] ten aanzien van de verdeling van het onroerend goed toewijzen, met inachtneming van de ter zitting overeengekomen wijzigingen (sub 1 op pagina 3 van het proces-verbaal, welke pagina aan dit vonnis zal worden gehecht) en onder toevoeging van de overeengekomen toezeggingen in het dictum.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Zodoende resteert enkel nog de vordering van [eiser] met betrekking tot (terug)betaling van € 6.000,-, al dan niet uit de onverdeelde nalatenschap. [eiser] grondt die vordering op onverschuldigde betaling. [gedaagde sub 5] heeft aangevoerd dat geen sprake is van onverschuldigde betaling, omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt. [gedaagde sub 2] voert aan dat [eiser] niet onverschuldigd heeft betaald, maar uit hoofde van overbedeling, waaraan een geldige titel ten grondslag ligt. [eiser] heeft bij repliek niet weersproken dat hij overbedeeld was. Daarmee staat vast dat er een grond was om die betaling te doen. Daarop strandt de vordering van [eiser] tot terugbetaling ten aanzien van alle erfgenamen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Uitgangspunt is dat de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, in de kosten wordt veroordeeld. De kosten mogen echter geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen broers en zusters of aanverwanten in dezelfde graad, alsmede indien partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vergoeding voor proceskosten wordt in beginsel forfaitair vastgesteld. Op grond van vaste rechtspraak is een volledige vergoedingsplicht voor proceskosten alleen mogelijk onder buitengewone omstandigheden, zoals wanneer sprake is van misbruik van procesrecht of het onrechtmatig instellen van een procedure. Van een dergelijk misbruik van procesrecht of onrechtmatig instellen van een procedure is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Daarvan kan sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Daarbij past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM (ECLI:NL:HR:2017:2366).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten [gedaagde sub 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde sub 2] vordert dat [eiser] wordt veroordeeld in de daadwerkelijke proceskosten, dan wel de proceskosten te begroten op € 5.000,- althans op het dubbele van het liquidatietarief, omdat de dagvaarding volgens [gedaagde sub 2] een “processueel monstrum en een schoolvoorbeeld van onrechtmatig procederen” is. Dat de advocaat van [gedaagde sub 2] bij herhaling veel woorden heeft geweid aan het aanduiden van de dagvaarding als “obscuur libel”, maakt het instellen van de procedure nog niet onrechtmatig. De vorderingen van [eiser] zijn niet evident ongegrond. Er zijn kortom geen zodanig buitengewone omstandigheden aan de orde dat van het uitgangspunt van een proceskostenvergoeding conform het forfait moet worden afgeweken. Daar komt bij dat partijen niet alleen broer en zus zijn, maar ook over en weer in het ongelijk worden gesteld. Daar waar [gedaagde sub 2] zich aanvankelijk (tevergeefs) tegen de door [eiser] gevorderde verdeling verzette, heeft [eiser] (tevergeefs) gevorderd dat hem € 6.000,- wordt terugbetaald. Tussen [eiser] en [gedaagde sub 2] worden de proceskosten daarom gecompenseerd.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten [gedaagde sub 5]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De compensatie van proceskosten geldt niet ten aanzien van [gedaagde sub 5] . [gedaagde sub 5] heeft zich niet verzet tegen verdeling, maar wel tegen de vordering strekkende tot (terug)betaling van € 6.000,-. In de verhouding tussen [eiser] en [gedaagde sub 5] wordt [eiser] dus overwegend in het ongelijk gesteld. Uit de processtukken maakt de rechtbank op dat tussen hen alleen formeel een familieband bestaat, maar dat de broers er in praktische zin geen familiebanden op na houden. Daarom zal [eiser] in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 5] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>952,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.563,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(3 punten × € 521,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.693,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten overige erfgenamen</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen [eiser] en de niet verschenen erfgenamen heeft te gelden dat de proceskosten conform het uitgangspunt bij broers en zussen zullen worden gecompenseerd. Tussen [eiser] en [gedaagde sub 4] is een regeling met betrekking tot de proceskosten getroffen, waarna zij de zaak hebben willen doorhalen. De rechtbank begrijpt dat bedoeld is de vordering tot betaling van proceskosten daarmee in te trekken.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De beslissing ten aanzien van het onroerend goed en de proceskostenveroordeling zal als onweersproken uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>stelt de verdeling van de op 10 augustus 2000 opengevallen nalatenschap van de heer [erflater] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1912, en de op 10 september 2022 opengevallen nalatenschap van mevrouw [erflaatster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 1920, vast overeenkomstig de aangehechte conceptovereenkomst van verdeling en de aangehechte door partijen ter comparitie bereikte overeenstemming met de volgende aanvullingen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde sub 5] heeft toegang tot kadasternummer [kadasternummer 1] over het door [eiser] gepachte weiland (kadasternummer [kadasternummer 2] ) zolang [eiser] pachter is van dat perceel;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde sub 5] heeft, zodra de verdeling is gerealiseerd, de mogelijkheid om een deel van het weiland van [gedaagde sub 2] (met kadasternummers [kadasternummer 3] en [kadasternummer 4] ) te kopen tegen een marktconforme prijs per vierkante meter;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde sub 5] kan over het weidedeel met kadasternummer [kadasternummer 5] , [kadasternummer 6] en [kadasternummer 7] bij het perceel met kadasternummer [kadasternummer 1] komen wanneer hij grond van [gedaagde sub 2] heeft gekocht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde sub 5] heeft voorlopig toegang tot zijn perceel (kadasternummer [kadasternummer 1] ) over het perceel van [gedaagde sub 1] (kadasternummer [kadasternummer 8] ) aan de [straatnaam] zolang [gedaagde sub 1] eigenaar is van dat weidedeel;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eiser] stemt voor zijn deel in met deze toevoegingen;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>benoemt mr. [naam notaris] , toegevoegd notaris, verbonden aan het notariskantoor [naam notariskantoor] te [vestigingsplaats] althans een der aan genoemd kantoor verbonden notarissen, als notaris ten overstaan van wie de akte van verdeling en toedeling/levering moet worden verleden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde sub 5] , tot op heden begroot op € 2.693,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>compenseert voor het overige de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart de beslissing onder 4.1 tot en met 4.3 uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>17 september 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>