<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:13219</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T11:39:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/323343 / HA ZA 23-460</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2025:11840" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2025:11840</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13219">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13219</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T11:39:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:13219 Rechtbank Limburg , 01-10-2025 / C/03/323343 / HA ZA 23-460</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13219:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Tussenvonnis. Vonnis in incident. Eis in incident ex artikel 223 Rv. Bijzondere overeenkomst. Aanneming van werk/ bouwrecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13219:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/323343 / HA ZA 23-460</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 1 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R.H.M. Wagemans,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SONAR BOUWTECHNIEK B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Einighausen,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>verwerende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: Sonar,</para>
      <para>advocaat: mr. R.M. Poublon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 21 mei 2025 (hierna: het tussenvonnis),</para>
      <para>- de incidentele conclusie van eis ex art. 223 RV van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in incident ex art. 223 RV van Sonar,</para>
      <para>- de conclusie na tussenvonnis tevens houdende wijziging van eis van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Inmiddels is, op verzoek van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] , tevens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 september 2024 opgemaakt en aan partijen verstrekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Naar aanleiding van de door [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ingestelde incidentele vordering wordt dit vonnis gewezen, waarbij dus acht wordt geslagen op de conclusie van eis in het incident en de conclusie van antwoord in het incident</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten en het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor wat betreft de relevante feiten en het geschil in de hoofdzaak, wordt verwezen naar het tussenvonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In het incident vordert [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] – samengevat – dat Sonar wordt veroordeeld om bij wege van voorlopige voorziening aan [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] € 104.534,22 te betalen. Het betreft een voorschot op de in de hoofdzaak gevorderde schadevergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Sonar voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 223 wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan tijdens een aanhangig geding iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering. Voorts moet de eisende partij in het incident – hier [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] - voldoende belang hebben bij de voorlopige voorziening, in die zin dat van deze niet gevraagd kan worden dat de afloop van de hoofdzaak wordt afgewacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de gevorderde voorlopige voorziening samenhangt met de vordering(en) in de hoofdzaak. In geschil is of [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] een voldoende belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening en zo ja, of er voldoende aanleiding is om [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] voorafgaand aan de eindbeslissing in deze zaak een voorschot op de gevorderde schadevergoeding toe te kennen.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <para>Ten aanzien van de noodzaak van een voorziening voorafgaand aan het einde van deze procedure, voert [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] aan dat een deel van de gebreken aan haar woning ernstig is, waar zij meer concreet verwijst naar:</para>
        <para>- het platte dak dat volgens haar dreigt in te storten,</para>
        <para>- de onvoldoende ventilatie waardoor volgens [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] schade ontstaat door vochtinwerking,</para>
        <para>- het doorboord zijn van het asbest van het dak, als gevolg waarvan [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] stelt voor haar gezondheid te vrezen.</para>
        <para>
          [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] voert aan dat zij er belang bij heeft dat deze gebreken met spoed worden hersteld, ook ter voorkoming van verdere schade, maar dat zij daartoe de middelen niet heeft.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <para>Sonar stelt dat de onderbouwing van de gestelde spoed te summier is, gegeven het feit dat de procedure al aanhangig is gemaakt bij dagvaardingsexploot van 10 oktober 2023.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ’ belang bij een voorlopige voorziening moet worden aangenomen. Zij heeft voldoende concreet gesteld dat (een deel van) de gebreken waarvoor zij Sonar aansprakelijkheid houdt, nopen tot spoedig herstel om verdere schade te voorkomen. Niet betwist is dat haar daartoe de middelen ontbreken. Dat de procedure al een geruime tijd loopt is geen reden om anders te oordelen. In de onderbouwing van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] zit juist besloten dat het met het verstrijken van de tijd de noodzaak voor het beginnen met herstel toeneemt.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.1.</nr>
        <para>Voor wat betreft de omvang van het gevorderde voorschot, knoopt [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] aan bij de begroting van de herstelkosten van TOP Expertise, die in haar rapport de begroting van [naam] tot het in dit incident gevorderde bedrag heeft onderschreven. [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] voegt daaraan toe dat vaststaat dat Sonar aansprakelijk is voor de kosten van het herstel van deze gebreken. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.2.</nr>
        <para>Sonar heeft erop gewezen dat in het tussenvonnis onder meer het volgende is geoordeeld:</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>‘Verder is relevant dat Sonar heeft gesteld dat een deel van de door [naam] genoemde gebreken en/of schades zien op werkzaamheden die Sonar niet heeft aangenomen of uitgevoerd. Ook voert Sonar aan dat in de begroting schadeposten zijn opgenomen die zien op werk dat nog verricht had moeten worden en waarvoor [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ook Sonar apart zou hebben moeten betalen. (...)</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Al met al is het op dit moment niet mogelijk om, zonder tussenstap, verdere beslissingen te nemen over de omvang van de aan Sonar toe te rekenen gebreken en de kosten voor het daarmee gemoeide herstel (met uitzondering van de kosten waarover de partijdeskundigen het eens zijn). Aangezien het op de weg ligt van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] om haar stellingen te onderbouwen, ook rekening houdend met het verweer van Sonar, zal de zaak worden verwezen naar de rol voor een nadere conclusie aan de zijde van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] . Zij zal daarin (nogmaals) in kunnen gaan op het verweer van Sonar ten aanzien van deze kwesties. Van haar wordt in dat kader in ieder geval verwacht dat zij:</para>
        </parablock>
        <para>- iedere schadepost apart bespreekt,</para>
        <para>- ( volledigheidshalve) aangeeft of het herstel van door Sonar uitgevoerd werk betreft of het uitvoeren van niet door Sonar uitgevoerd werk,</para>
        <para>- ten aanzien van laatstgenoemde posten aangeeft waarom Sonar daar voor moet opkomen.’</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Sonar wijst er ook op dat de mogelijkheid van een deskundigenbericht in het tussenvonnis is benoemd. De omvang van het bedrag aan herstelkosten staat dus niet vast, aldus Sonar, zodat niet voldaan is aan de voorwaarden om een voorschot toe te kennen. Daarbij komt dat het vaste jurisprudentie is dat er strenge eisen moeten worden gesteld aan het toekennen van een geldbedrag bij wege van voorschot, zoals dat een vordering voldoende aannemelijk moet zijn en er geen of slechts een laag restitutierisico mag zijn.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.3.</nr>
        <parablock>
          <para>De rechtbank is het met Sonar eens dat voor toewijzing van geldbedrag als voorschot in ieder geval in voldoende mate aannemelijk moet zijn dat de vordering uiteindelijk tot ten minste het bedrag van het voorschot zal worden toegewezen. Ook is juist dat in het tussenvonnis is aangegeven dat een definitief oordeel over de gevorderde herstelkosten nog niet kan worden gegeven. Echter is daaraan toegevoegd: met uitzondering van de kosten waarover de partijdeskundigen het eens zijn. Één van die kostenposten betreft het herstel van het dak dat volledig vervangen moet worden en waarvoor (afgerond)</para>
          <para>€ 24.000,00 aan herstelkosten is begroot. Bovendien is niet in geschil dat het realiseren van het dak deel uitmaakte van de aan Sonar verleende opdracht. In het tussenvonnis is al vastgesteld dat [naam] en Top Expertise het erover eens zijn dat het dak behept is met een gebrek dat noopt tot vervanging ervan en dat Sonar zich aansluit bij de opinie van Top Expertise. Dit alles maakt dat in een voldoende mate zeker is dat Sonar ter zake van de herstelkosten voor het dak een bedrag van (afgerond) € 24.000,00 zal moeten betalen. Als gevolg daarvan weegt het restitutierisico in zoverre niet zwaar. Gegeven het feit dat niet alleen uit het rapport van [naam] maar zeker ook uit het rapport van Top Expertise blijkt dat het gebrek in het dak en de daaruit voorvloeiende accumulatie van water op het dak, het risico van het instorten van het dak met zich brengt, is voldaan aan de voorwaarden waaronder [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] een aanspraak kan maken op een voorschot ter hoogte van de begrote herstelkosten. Ten aanzien van de overige twee concreet genoemde posten (ventilatie en asbest) is een en ander minder duidelijk, in die zin dat (in ieder geval) de noodzaak van spoedig herstel niet evident is, want niet volgt uit de deskundigenrapporten. Voor de andere gebreken is de spoed niet onderbouwd, zodat ook in zoverre geen voorschot toewijsbaar is. De slotsom is dat de vordering in het incident zal worden toegewezen tot een bedrag van</para>
          <para>€ 24.000,00.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>In de hoofdzaak zal de zaak worden verwezen naar antwoordconclusie aan de zijde van Sonar.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt Sonar om aan [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] bij wege van voorschot te betalen een bedrag van € 24.000,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 12 november 2025 </emphasis>voor antwoordconclusie aan de zijde van Sonar.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>