<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:13217</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T09:12:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/341116 / HA ZA 25-174</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13217">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13217</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T09:12:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:13217 Rechtbank Limburg , 01-10-2025 / C/03/341116 / HA ZA 25-174</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13217:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Bodemzaak. Eindvonnis. Non-antwoord. Akte niet dienen verleend ten aanzien van de conclusie van antwoord.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13217:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/341116 / HA ZA 25-174</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 1 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>advocaat: mr. L.E. Post,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">TAXECO ADVISEURS B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Taxeco,</para>
      <para>advocaat: mr. T. Meevis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties 1 t/m 14,</para>
      <para>- het tegen Taxeco verleende verstek,</para>
      <para>- het B2-formulier van mr. Meevis van 7 mei 2025 houdende een zuivering van het verstek,</para>
      <para>- de rolbeslissing van 18 juni 2025, waarbij aan Taxeco akte niet-dienen is verleend,</para>
      <para>- het B4-formulier van mr. Meevis van 20 juni 2025 houdende het verzoek tot uitstel voor de conclusie van antwoord wegens klemmende redenen,</para>
      <para>- de e-mail van 20 juni 2025 van mr. Post houdende bezwaar tegen het verzoek tot uitstel,</para>
      <para>- de e-mail van 20 juni 2025 van mr. Meevis houdende een reactie op het bezwaar,</para>
      <para>- de e-mail van 20 juni 2025 van de griffier houdende de beslissing van de rolrechter tot afwijzing van het verzoek om uitstel,</para>
      <para>- de e-mail van 20 juni 2025 van mr. Meevis houdende het verzoek tot heroverweging rolbeslissing,</para>
      <para>- de e-mail van 21 juni 2025 van mr. Post houdende een verzet tegen het verzoek tot heroverweging,</para>
      <para>- het wrakingsverzoek van mr. Meevis van 22 juni 2025,</para>
      <para>- het B16-formulier van mr. Post van 23 juni 2025, waarin hij vonnis vraagt,</para>
      <para>- de e-mail van 26 juni 2025 van mr. Post,</para>
      <para>- de e-mail van 27 juni 2025 van de griffier met bericht dat het B16-formulier van mr. Post eerst in behandeling zal worden genomen nadat de wrakingskamer heeft beslist,</para>
      <para>- de beslissing van de wrakingskamer van 15 juli 2025 houdende een afwijzing van het verzoek tot wraking,</para>
      <para>- de rolbeslissing van 16 juli 2025 met vonnisbepaling op 13 augustus 2025,</para>
      <para>- het B16-formulier van mr. Meevis van 20 juli 2025 houdende het verzoek tot ambtshalve onderzoek ex artikel 24 en 25 Rv,</para>
      <para>- het (tweede) wrakingsverzoek van mr. Meevis van 20 juli 2025,</para>
      <para>- het B16-formulier van mr. Post van 22 juli 2025, waarin hij stelt dat het bericht van mr. Meevis van 20 juli op grond van artikel 6.2 Landelijk Procesreglement (Lpr) buiten beschouwing dient te blijven,</para>
      <para>- het B16-formulier van mr. Meevis van 22 juli 2025, waarin hij stelt dat artikel 6.2 Lpr niet aan een verzoek ex artikel 24 en 25 Rv in de weg staat,</para>
      <para>- de e-mail van mr. Meevis van 23 juli 2025 met het verzoek aanpassingen in het roljournaal te doen,</para>
      <para>- de rolbeslissing van 24 juli 2025 inhoudende dat het verzoek van mr. Meevis van 20 juli 2025 buiten beschouwing blijft gelet op artikel 6.2 Lpr,</para>
      <para>- de beslissing van de wrakingskamer van 7 augustus 2025 houdende een afwijzing van het wrakingsverzoek,</para>
      <para>- het B16-formulier van mr. Meevis van 8 augustus 2025 houdende een verzoek ambtshalve onderzoek ex artikel 24 en 25 Rv,</para>
      <para>- de e-mail van mr. Meevis van 11 augustus 2025, waarin hij stelt dat uit het roljournaal volgt dat heden nog geen vonnisdatum is bepaald en het verzoek van 8 augustus 2025 daarom in behandeling kan worden genomen,</para>
      <para>- het B16-formulier van mr. Post van 18 augustus 2025, waarin hij stelt dat de zaak wel reeds voor vonnis stond en dat het verzoek van 8 augustus 2025 daarom buiten beschouwing dient te blijven ex artikel 6.2 Lpr,</para>
      <para>- de rolbeslissing van 3 september 2025 dat het verzoek van mr. Meevis van 8 augustus 2025 buiten beschouwing blijft gelet op artikel 6.2 Lpr en dat vonnis zal worden gewezen op 1 oktober 2025,</para>
      <para>- het B-3 formulier van mr. Meevis van 11 september 2025 met daarbij een incidentele conclusie houdende onbevoegdheidsincident,</para>
      <para>- de rolbeslissing van 15 september 2025 inhoudende dat de incidentele conclusie houdende onbevoegdheidsincident niet in behandeling wordt genomen, gelet op het bepaalde in artikel 6.2 Lpr, </para>
      <para>- het e-mailbericht van mr. Meevis van 17 september 2025 met daarbij het herhaalde verzoek om de incidentele conclusie houdende onbevoegdheidsincident alsnog in behandeling te nemen,</para>
      <para>- de rolbeslissing van 22 september 2025 inhoudende dat het verzoek wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Taxeco te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 363.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 28 februari 2025, een bedrag van € 96.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2025 en een bedrag van € 3.590,- ter vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2025, alsmede te verklaren voor recht dat Taxeco de overeenkomst met [eiseres] onrechtmatig heeft opgezegd en aansprakelijk is voor alle schade die [eiseres] als gevolg daarvan heeft geleden of nog zal lijden, nader op te maken bij staat en Taxeco te veroordelen in de proceskosten inclusief de nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft daaraan het volgende ten grondslag gelegd. In de tussen partijen gesloten overeenkomst van 8 november 2018 zijn partijen het volgende overeengekomen<footnote-ref linkend="_e8ca014c-9212-419f-8cb9-e51ab3072fbf" />.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Beste [naam] ,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op basis van de ontvangen documentatie en de mogelijkheden die wij tijdens onze bespreking hebben besproken, tref je hieronder ons stappenplan aan:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(1) Opstarten klachttraject bij Grant Thornton, zowel in Nederland als in de Verenigde Staten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(2) Opstarten voorlopig getuigenverhoor tegen alle betrokken personen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(3) Opstarten klachttraject bij de Orde van Advocaten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(4) Opstarten klachttraject bij diverse instanties (o.a. bij de Ondernemingskamer)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(5) Opstarten strafrechtelijk traject”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Partijen zijn daarbij de volgende prijsafspraak overeengekomen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“EUR 400.000 (ex BTW) voor de uitvoering van het stappenplan, met dien verstande dat in een worst-case scenario (lees: niet kostendekkend) TaXeCo aan [eiseres] een bedrag verschuldigd zal worden ter grootte van het verschil tussen EUR 400.000 (ex BTW) en het bedrag van de schadevergoeding, met als maximum EUR 300.000 (ex BTW). Dus, als de schadevergoeding EUR 200.000 bedraagt, dan betaalt TaXeCo een bedrag van EUR 200.000 (ex BTW) terug en als de schadevergoeding EUR 0 bedraagt, dan betaalt TaXeCo EUR 300.000 (ex BTW) terug.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens [eiseres] hebben de werkzaamheden van Taxeco niet het gewenste resultaat opgeleverd. Daarom is Taxeco gehouden een bedrag van € 363.000,- inclusief btw aan [eiseres] te voldoen. Daarnaast is Taxeco gehouden een bedrag van € 96.000,- aan [eiseres] te voldoen nu Taxeco heeft nagelaten alle overeengekomen werkzaamheden uit te voeren. Taxeco heeft alleen stap 1 en 2 uit het stappenplan uitgevoerd. Taxeco heeft derhalve alleen recht op dat deel van het (vaste) loon waar zij ook daadwerkelijk werkzaamheden voor heeft verricht, aldus [eiseres] . Verder is Taxeco aansprakelijk voor alle geleden en nog te lijden schade door [eiseres] als gevolg van de onrechtmatige opzegging van de overeenkomst door Taxeco op 29 november 2024, aldus wederom [eiseres] .<footnote-ref linkend="_c9a7db4f-fcbf-4d8f-8669-d18193e21a3d" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De stellingen van [eiseres] kunnen het gevorderde dragen en zijn door Taxeco niet weersproken. Verder komen de vorderingen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het gevorderde zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding  voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Taxeco is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>119,40</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>6.861,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>3.502,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1 punt × € 3.502,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>10.660,40</para>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing vanaf veertien dagen na aanschrijving daartoe.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt Taxeco om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 363.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Taxeco om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 96.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt Taxeco om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 3.590,00 ter vergoeding van de buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 6 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat Taxeco de overeenkomst met [eiseres] onrechtmatig heeft opgezegd en aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] als gevolg van die opzegging heeft geleden, lijdt of nog zal lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt Taxeco in de proceskosten van € 10.660,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Taxeco niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>veroordeelt Taxeco tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen onder 3.1., 3.2., 3.3., 3.5. en 3.6. uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>RJ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e8ca014c-9212-419f-8cb9-e51ab3072fbf" label="1">
    <para> Productie 6</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9a7db4f-fcbf-4d8f-8669-d18193e21a3d" label="2">
    <para> Productie 10</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>