<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:13212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T07:39:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/331608 / HA ZA 24-274 en C/03/336921 / HA ZA 24-552</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2024:8107" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:8107</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13212">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T07:39:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:13212 Rechtbank Limburg , 12-11-2025 / C/03/331608 / HA ZA 24-274 en C/03/336921 / HA ZA 24-552</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13212:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Hoofdzaak en vrijwaringszaak. In vrijwaringszaak is eindvonnis gewezen. De hoofdzaak wordt voortgezet. Bijzondere overeenkomst. Opdracht. Verrichten diensten/ werkzaamheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13212:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak met nummer: C/03/331608 / HA ZA 24-274 van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>advocaat: mr. M.M.M. Rooijen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">WAPROF HOENSBROEK B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Hoensbroek,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>advocaat: mr. F.H.I. Hundscheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de vrijwaringszaak met nummer: C/03/336921 / HA ZA 24-552</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>advocaat: mr. M.M.M. Rooijen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
      <para>
        <?linebreak?>1. De vennootschap onder de firma</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde sub 1]
        </emphasis>, <?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] , <?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, <?linebreak?>wonende te [woonplaats 2] ,<?linebreak?>3. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 3]</emphasis>, <?linebreak?>wonende te [woonplaats 2] ,<?linebreak?>gedaagden, <?linebreak?>advocaat: mr. J.M.H.W. Bindels.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] , Waprof en [gedaagde sub 3] genoemd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het vonnis in incident van 23 oktober 2024, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zittingsaantekeningen van de griffier ten behoeve van de mondelinge behandeling gehouden op 9 april 2025, met de door [eiser] overgelegde spreekaantekeningen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In de vrijwaringszaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure in de vrijwaring blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding, met producties 1 tot en met 18, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met B1 tot en met B4, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte overlegging productie van [gedaagde] met productie 1 tot en met B5,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zittingsaantekeningen van de griffier ten behoeve van de mondelinge behandeling gehouden op 9 april 2025, met de door [gedaagde] overgelegde spreekaantekeningen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In beide zaken </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder van [eiser] , mevrouw [naam moeder] (hierna: [naam moeder] ), is eigenaar van het pand aan de [adres] (hierna: het pand). In de kelderruimte van het pand is sprake van vochtproblemen (waarover hierna meer). Waprof is een aannemer die zich bezig houdt met vochtbestrijding. [gedaagde sub 1] is een vennootschap onder firma die wordt gedreven door de vennoten [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] voornoemd en zich toelegt op bouwadvisering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] gevraagd om advies over een oplossing van de vochtproblematiek in de kelder van het pand. Dit advies is neergelegd in een rapport van 23 maart 2021 van [gedaagde] . Hierin staat onder meer het volgende: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Samenvatting:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deskundige stelt voor gezien de aangetroffen situatie om reden van:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- de betreffende muur te kort bij het pand Peereboom is gelegen en de aanzet van de fundatie van de betreffende muur zo ook nog op méér dan 2 ½ mtr. Onder maaiveld is aangezet:</emphasis>
      </para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">vanwege ARBO-technische (veiligheid)redenen</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">ter voorkoming van schade aan pand Peereboom</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">van wege te hoge kosten om aan de buitenzijde maatregelen te treffen</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">de aanwezige omissie aan de binnenzijde van deze muur, de wand (vloer-wandaansluiting) en deels vloer in de kelder op deskundige wijze te voorzien van een waterdichte afdichting</emphasis>
        <emphasis role="italic">.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verder wordt geadviseerd enige vorm van ventilatie te voorzien in deze kelderruimte. (…)”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_e4ca96bd-dfb6-4a35-aac8-6732e4416b6c" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 23 maart 2021 is [gedaagde] gezamenlijk met een vertegenwoordiger van Bedi Vochttechniek B.V. (hierna: Bedi) in het pand geweest. [eiser] heeft op 25 maart 2021 een offerte van Bedi ontvangen, opgesteld aan de hand van het advies van [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Omdat Bedi nadien niet in de gelegenheid was om de geoffreerde werkzaamheden uit te voeren, heeft [eiser] zich in december 2021 tot Waprof gewend. [eiser] heeft op 10 december 2021 het formulier op de website van Waprof ingevuld, waarin hij (onder andere) het volgende heeft toegelicht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Wij hebben nog een bedrijfspand in [plaats] aan de [adres] , waar mijn moeder boven woont in het appartement deel. In een van de twee kelders hebben wij last van een vochtprobleem en grondwater dat door de wand/fundatie komt. Is het mogelijk om een offerte op te maken om de kelder professioneel waterdicht te maken vanuit de binnenkant? Zowel de vloer als de muurzijde van de buren aan de [straatnaam] . (…)”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_1fcd2f41-582b-441c-a410-4ee13c169d48" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mail van 16 december 2021 aan Waprof heeft [eiser] het rapport van [gedaagde] en de offerte van Bedi bijgevoegd en het volgende bericht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Hierbij wat aanvullende informatie inzake het vochtprobleem in de kelder van [adres] [plaats] . </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wellicht kun je deze info tot je nemen voordat we elkaar 14.01.2022 10.00 uur treffen in [plaats] , bij mijn moeder thuis. (…)”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_28ca3dd5-b8f7-4b14-8db0-6c476e85defb" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Tussen [eiser] en Waprof is een overeenkomst tot stand gekomen, nadat [eiser] de offerte van Waprof op 20 januari 2022 had aanvaard. In de offerte van Waprof is (onder andere) het volgende opgenomen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Het betreft:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>1. <emphasis role="bold italic">Kelderafdichting binnenzijde:</emphasis></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Muur bij trap, 1,75 m x 1,95 m</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Muur onder garagepoort inclusief 1 meter de hoek om bij kruipruimte, </emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <emphasis role="italic">2,75 m x 1,95 m </emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">Muur bij buren, 7,50 m x 1,95 m</emphasis></para>
      <para />
      <para>2) <emphasis role="bold italic">Aanbrengen nieuwe coating bij garagepoort achterzijde, ca. 1.70 m x 2,20 m</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">De prijzen bedragen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Kelderafdichting binnenzijde				     € 6.650,00 excl. BTW</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Aanbrengen nieuwe coating bij garagepoort achterzijde   € 1.875,00 excl. BTW</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Demonteren en monteren trap                                             € 1.250,00 excl. BTW</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…).”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_96f3745b-81a0-478d-95c3-b6cc453c73e6" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de offerte staat vermeld dat als bijlage is bijgevoegd de algemene voorwaarden voor aannemingen in het bouwbedrijf (AVA 2013). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Waprof heeft de werkzaamheden in het pand uitgevoerd. Vervolgens heeft Waprof de factuur ad € 11.827,75 (inclusief btw) aan [eiser] gestuurd en in een bijlage bij die factuur een garantieverklaring gevoegd, waarin staat dat Waprof garant staat </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“voor de door haar behandelde oppervlakten, gedurende een periode van 5 jaar (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij e-mail van 25 april 2022 (onder andere) als volgt gereageerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Ik heb vrijdag met [naam] een oplevering ter plaatse gehad en op het eerste oog zag het er correct uit, enkel dat er ontzettend veel vocht nog in de muren zat!</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij plaatsen zodoende de komende 2 weken even een ontvochtiger in de kelder om het vocht uit de “gestucte muren/wanden te krijgen, aansluitend check ik de eindkwaliteit van de opgeleverde werken en de waterdichtheid om het eindresultaat te zien. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U snapt zodoende dat de in de factuur gestelde betaaltermijn opgeschort wordt tot na dit resultaat</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tevens merk ik op dat de garantieverklaring NIET ondertekend is. Wellicht kunt u dit aanpassen. (…)”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_cc175eed-e6bc-431d-b6d6-437bda1eadc8" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Waprof reageert bij e-mail van 26 april 2022 als volgt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Bijgaand nogmaals de factuur maar nu met ondertekende garantieverklaring.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">We gaan akkoord dat de betaling pas gaat plaatsvinden als het eindresultaat zichtbaar is. (…)”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_b626ddb9-7457-49f5-a830-49dbb9479609" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Bij e-mail van 27 juni 2022 heeft [eiser] aan Waprof laten weten dat de kelder van de woning na een regenbui weer onder water staat en dat zij de waterzuiger hebben moeten gebruiken om het water weg te krijgen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Waprof heeft naar aanleiding van deze melding de heer ing. [naam adviseur] van [naam bv] (hierna: [naam bv] ) ingeschakeld om een vochtonderzoek in de woning te doen. [naam bv] heeft zijn bevindingen neergelegd in het rapport van 30 november 2022. [naam bv] heeft bij e-mail van 30 november 2022 (onder meer) het volgende gemeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Bijgaand treffen jullie de rapportage aan van het vochtonderzoek bij de [adres] te [plaats] . </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kortom: waterkerende bitumenlaag zit in de spouwmuur te hoog. Door wijzigen van tuin buren, komt bestaande bouwfout naar boven. Vochtregulerend stuksysteem is correct aangebracht, echter niet de juiste methode voor het probleem op te lossen. (…)”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_3e4b66ff-d800-4203-a173-97bc435556e3" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft Waprof bij brief van 8 december 2022 in gebreke gesteld en haar verzocht om met een plan van aanpak te komen om haar verplichtingen alsnog uit te voeren. Betaling van de factuur heeft hij opgeschort. Waprof heeft bij brief van 22 december 2022 gereageerd door aan te geven dat zij de overeenkomst correct is nagekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de rechtbank verzocht om een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen. De rechtbank heeft de heer ing. J.J.C. Bollen van Mercator Projectmanagement (hierna: Bollen) tot deskundige benoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Bollen heeft zijn bevindingen in het voorlopig deskundigenbericht van 22 november 2023 neergelegd. Hieruit blijkt (onder andere) het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(3) Kunt u duidelijk beschrijven welke werkzaamheden door Waprof zijn uitgevoerd en zijn deze werkzaamheden ondeugdelijk – volgens de geldende normen – uitgevoerd? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op basis hiervan kom ik tot de conclusie dat de door Waprof uitgevoerde werkzaamheden correct en volgens voorschriften van de fabrikant(en) uitgevoerd zijn. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(4) Waren de door Waprof uitgevoerde werkzaamheden afdoende om het destijds bestaande vochtprobleem op te lossen? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nee. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nu er nog altijd een vochtprobleem aanwezig is, blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden niet afdoende zijn. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(8) Kunt u een begroting maken van de kosten die gepaard gaan met een adequate aanpak van de vochtproblematiek volgens uw eigen visie?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De door mij geraamde kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van de mij voorgestane oplossing bedragen € 3.213,45 inclusief opslagen en inclusief de daarover te berekenen btw (bijlage 9). (…)”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_62d6b815-ee77-4d68-9455-fc32954e7d30" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft bij Aquatec een offerte opgevraagd voor de herstelwerkzaamheden aan de woning. Aquatec heeft de herstelwerkzaamheden begroot op een totaalbedrag van </para>
        <para>€ 21.008,79 (inclusief btw). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Bij schrijven van 23 mei 2024 heeft [eiser] de overeenkomst met Waprof (buitengerechtelijk) ontbonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In de hoofdzaak in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt zich kort gezegd op het standpunt dat Waprof toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. Gelet hierop vordert hij dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair</emphasis>
        </para>
        <para>I. zal verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser] en Waprof rechtsgeldig is ontbonden middels de buitengerechtelijke verklaring van [eiser] d.d. 23 mei 2024, althans de overeenkomst tussen [eiser] en Waprof zal ontbinden, </para>
        <para>II. Waprof zal veroordelen om binnen veertien dagen na dagtekening, althans betekening van dit vonnis, aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 39.894,73 ten titel van schadevergoeding, </para>
        <para>III. Waprof zal veroordelen om binnen veertien dagen na dagtekening, althans betekening van dit vonnis, aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 1.420,48 ten titel van buitengerechtelijke incassokosten, <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>IV. Waprof zal veroordelen tot nakoming van de met [eiser] gesloten overeenkomst conform de offerte van Aquatec, althans op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen wijze, zulks binnen twee maanden na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel dat Waprof met dit herstel in gebreke blijft, <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair en subsidiair </emphasis>
        </para>
        <para>V. Waprof zal veroordelen in de kosten van deze procedure, met bepaling dat indien Waprof het bedrag aan proceskosten niet heeft voldaan binnen veertien dagen na dagtekening, althans betekening van het in dezen te wijzen vonnis, Waprof vanaf de vijftiende dag over het bedrag aan proceskosten de wettelijke rente is verschuldigd zulks tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Waprof voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In de hoofdzaak in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Waprof stelt kort gezegd dat zij de aan haar opgedragen werkzaamheden correct en deugdelijk heeft uitgevoerd. [eiser] heeft echter de factuur van Waprof nog steeds niet betaald. Gelet hierop vordert zij dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Waprof te betalen een bedrag van €12.721,03, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke interest over een bedrag van € 11.827,75 vanaf 10 mei 2022 tot en met 24 mei 2022 mitsgaders de contractuele interest — zijnde een interest met het rentepercentage der wettelijke interest met 2 punten verhoogd — althans de wettelijke interest over dit bedrag vanaf 25 mei 2022, alsmede te vermeerderen met de wettelijke interest over een bedrag van € 893,28 vanaf 28 januari 2023 tot en met 11 februari 2023 mitsgaders de contractuele interest — zijnde een interest met het rentepercentage der wettelijke interest met 2 punten verhoogd — althans de wettelijke interest over dit bedrag vanaf 12 februari 2023, althans de contractuele interest — zijnde een interest met het rentepercentage der wettelijke interest met 2 punten verhoogd — en/of de wettelijke interest over een en ander vanaf 10 mei 2022, althans 25 mei 2022, althans 28 januari 2023, althans 12 februari 2023, althans de dag dezer conclusie, zulks tot aan de dag der algehele voldoening, met verwijzing van [eiser] in de proceskosten en kosten van het voorlopig deskundigenonderzoek en de daaraan voorafgegane requestprocedure van Waprof, onder bepaling dat [eiser] de wettelijke interest over deze kosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans na de dag van betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zijn betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiser] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In de vrijwaringszaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt zich in de vrijwaringszaak kort gezegd op het standpunt dat [gedaagde] onjuist heeft geadviseerd, ten gevolge waarvan de door Waprof uitgevoerde werkzaamheden ondeugdelijk zijn gebleken. Daarom vordert zij dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. [gedaagde] , zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak aanhangig bij uw rechtbank onder zaak-/rolnummer C/03/331608 / HA ZA 24-274, zal veroordelen waartoe [eiser] als gedaagde in reconventie in de hoofdzaak jegens Waprof mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de proceskostenveroordeling, </para>
        <para>II. [gedaagde] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen in de kosten van deze procedure, met bepaling dat indien [gedaagde] het bedrag aan proceskosten niet heeft voldaan binnen veertien dagen na dagtekening, althans betekening van het in dezen te wijzen vonnis, [gedaagde] vanaf de vijftiende dag over het bedrag aan proceskosten de wettelijke rente is verschuldigd zulks tot aan de dag der algehele voldoening. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In de hoofdzaak in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal eerst beoordelen wat de inhoud is van de door partijen in de hoofdzaak gesloten overeenkomst. Die beoordeling kan niet plaatshebben op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst, de op 20 januari 2021 ondertekende offerte. Het komt hierbij ook aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uitgangspunt is meergenoemde offerte van 17 januari 2022 die op 20 januari 2022 door [eiser] is ondertekend. Onderwerp van de betreffende offerte is het <emphasis role="italic">“waterdicht maken van kelder.”</emphasis> In de aanhef van voormelde offertebrief is door Waprof geschreven: <emphasis role="italic">“Hartelijk dank voor uw offerte voor het tegengaan van doorslaand vocht en water.” </emphasis>Daarna volgt een opsomming van (met name) de te verrichten werkzaamheden, werkzaamheden die enkel de binnenzijde van de kelder betreffen. Uit deze bewoordingen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat Waprof zich tegen betaling van voormelde prijs heeft verbonden om de kelder van het pand waterdicht te maken. Daarbij dient voor ogen te worden gehouden dat de rechtbank geen aanknopingspunten ziet voor de stelling van Waprof dat [eiser] een professionele wederpartij zou zijn. Dat [eiser] ondernemer is en als adviseur in commercieel vastgoed gezien moet worden als een professional, is daartoe onvoldoende redengevend. [eiser] moet in deze derhalve als consument worden beschouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vraag of Waprof deze opdracht zou uitvoeren op basis van een eigen onderzoek en de vervolgens hierop toegesneden offerte, hetgeen is bepleit door [eiser] , dan wel of Waprof slechts gehouden was het advies van [gedaagde] uit te voeren om de kelder waterdicht te maken, welk standpunt door Waprof wordt ingenomen, is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. Immers, in beide gevallen komt de rechtbank tot de conclusie dat Waprof tekort geschoten is. Daartoe het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Vast staat dat Waprof de beschikking heeft gekregen over de rapportage van [gedaagde] . Waprof was dus op de hoogte van de inhoud van de rapportage. Zoals hiervoor reeds vermeld onder ‘De feiten’ (rechtsoverweging 2.2) heeft [gedaagde]  in die rapportage gemeld dat zij (ook) de buitenzijde van de kelder(wand) heeft geïnspecteerd.<footnote-ref linkend="_89f67ff1-9e5b-4eee-a9e8-edb693364152" /> [gedaagde] heeft hierbij gezien dat in de sleuf langs de kelderwand, tegen de muur, een <emphasis role="italic">“zeer dunne deels gescheurde/nog aanwezige en openstaande plastic folie”</emphasis> aanwezig was. [gedaagde] vervolgt dan (onderstrepingen zijn van de rechtbank):</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Achter/bij deze folie aangetroffen een zeer ruwe cementeerlaag, welke op meerder plaatsen openingen vertoond, </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">met als gevolg mogelijkheid tot inwatering in de muur</emphasis>
          <emphasis role="italic"> (…). </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogstwaarschijnlijk is door de deels niet meer intact zijnde en aan einde levensduur zijnde plastic folie, welke in de tijd ook nog wat heeft kunnen verschuiven en enigszins uitgezakt is, o.a. scheurvorming is kunnen ontstaan </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">waardoor water in het muurwerk is kunnen treden</emphasis>
          <emphasis role="italic">. Zo kan ook als extra, door én de geroerde grond (…) én de ca. 40 cm dikke aangebrachte teelaarde, in eerste instantie </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">het hemelwater direct snel in de bodem treden. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Echter op ca. 150 cm diepte is ongeroerde grond aanwezig waardoor stagnatie ontstaat bij infiltratie in de bodem </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">met gevolg buffering van z.g. spanningswater op die hoogte</emphasis>
          <emphasis role="italic">. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezien het feit dat zo ook is aangegeven dat er enkel alleen na een echte regenbui sprake is van wateroverlast, </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">is door deze buffering van water, met het gevolg waterdruk zijdelings tegen deze buitengevel en vervolgens waterindringing in het muurwerk</emphasis>
          <emphasis role="italic">.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gezien het voorgaande heeft [gedaagde] uitvoerig stilgestaan bij de – expliciete – bevinding dat waterindringing van buiten af in het muurwerk plaatsvindt. Waprof, die hier kennis van had genomen, had [eiser] op deze problematiek moeten wijzen, maar heeft dat niet gedaan. Hiermee heeft Waprof, nog daargelaten dat zij die verplichting ook zonder kennisneming van het rapport van [gedaagde] had gehad – het antwoord op die vraag kan overigens in het midden blijven – als aannemer onvoldoende zorgvuldigheid betracht in de nakoming van haar (hoofd)verplichting tot het waterdicht maken van de kelder.<footnote-ref linkend="_875de4b4-5680-4c68-9665-4695a4c6af6b" /> Daaraan doet niet af dat [eiser] op het op 10 december 2021 ingevulde formulier op de website van Waprof slechts had verzocht om de kelder <emphasis role="italic">“professioneel waterdicht te maken </emphasis><emphasis role="underline italic">vanuit de binnenkant</emphasis><emphasis role="italic"> (…) </emphasis>[onderstreping is van de rechtbank].<emphasis role="italic">” </emphasis>Op de aannemer rust immers ingevolge het bepaalde in artikel 7:754 BW een waarschuwingsplicht als sprake is van een onjuistheid in de opdracht. Hieraan doet niet af dat (ook) [eiser] op de hoogte was van het rapport van [gedaagde] , nadat hij deze als deskundig adviseur in de arm had genomen. Immers, gezien de rechtsverhouding tussen partijen als consument ( [eiser] ) enerzijds en aannemer (Waprof) anderzijds, lag het risico in deze bij Waprof op wie de verplichting rustte als zorgvuldig vakman de opgedragen werkzaamheden uit te voeren met het oog op de verwezenlijking van een vocht- en watervrije kelder.    </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het feit dat [gedaagde] in de ‘samenvatting’ op pagina 6 een beperkt advies geeft c.q. adviseert om de binnenzijde van de muur te voorzien van een waterdichte afdichting, werpt geen ander licht op het voorgaande. Immers, zoals [gedaagde] ter zitting onbetwist heeft gesteld, was de situatie ter plaatse zodanig complex dat slechts een ‘voorstel’ is gedaan met betrekking tot de binnenzijde van de muur en is ervoor gekozen de problematische situatie aan de buitenkant uitvoerig te beschrijven (zie hiervoor). In de rapportage is dat ook met zoveel woorden te lezen. Zo geeft [gedaagde] nota bene drie redenen waarom dit beperkte advies wordt gegeven, te weten (voor zover het gaat om werkzaamheden aan de buitenzijde) om veiligheidsredenen, ter voorkoming van schade aan het naburige pand en vanwege de hoge kosten. Met name de omstandigheid dat de betreffende muur te kort bij het pand van de buren is gelegen en <emphasis role="italic">“de aanzet van de fundatie van de betreffende muur zo ook nog op méér dan 2½ mtr. onder maaiveld is aangezet (…)” </emphasis>was bijzonder problematisch. Bovendien, zo overweegt de rechtbank verder, staat in de rapportage van [gedaagde] niet dat met het voorstel de algehele vochtproblematiek zal zijn opgelost; [gedaagde] doet enkel een voorstel om <emphasis role="italic">“</emphasis><emphasis role="underline italic">de aanwezige omissie aan de binnenzijde van deze muur (…)</emphasis><emphasis role="italic">”</emphasis> op te lossen, niet meer en niet minder, en beperkt zich wat betreft de geconstateerde omissie aan de buitenzijde tot een uitvoerige beschrijving. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het beroep van Waprof op artikel 15 lid 1 AVA 2013, voor zover van toepassing en inhoudende dat de opdrachtgever de verantwoordelijkheid draagt voor de juistheid van de door of namens hem verstrekte gegevens, mag haar derhalve niet baten, nu – het zij herhaald – ook de problemen aan de buitenzijde van de keldermuur door [gedaagde] zijn gesignaleerd en beschreven, problemen die medeoorzaak zijn van de vochtproblematiek. Van onjuistheid van de verstrekte gegevens is daarom geen sprake. In het licht hiervan kan de rechtbank zich dan ook niet verenigen met de opmerking van Bollen dat het advies van [gedaagde] <emphasis role="italic">“discutabel”</emphasis><footnote-ref linkend="_8a467906-a638-4841-acb8-8dd09c5c849b" />is, nu deze kennelijk (ook) uitgaat van de – onjuiste – veronderstelling dat [gedaagde] heeft geadviseerd dat oplossing van de vochtproblematiek (enkel) zou bestaan in het afdichten van de binnenzijde van de kelder. Dat is echter niet – het zij herhaald – wat in de rapportage van [gedaagde] staat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Nu het werk van Waprof niet heeft geleid tot een waterdichte kelder in het pand, is in het licht van het voorgaande, linksom of rechtsom (zie rov. 4.3), sprake van een tekortkoming aan de zijde van Waprof. Immers, Waprof had na kennisneming van het rapport van [gedaagde] beter moeten weten en daarnaar moeten handelen, ook indien haar opdracht naar eigen zeggen beperkt was geweest tot het enkel en alleen uitvoeren van het voorstel van [gedaagde] . Gezien deze tekortkoming is de primair onder I gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser] en Waprof rechtsgeldig is ontbonden middels de buitengerechtelijke verklaring van [eiser] van 23 mei 2024 dan ook voor toewijzing vatbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Bij brief van 8 december 2022 heeft [eiser] Waprof in gebreke gesteld waarin, onder meer, een termijn is gesteld van acht dagen, binnen welke Waprof daadwerkelijk dient over te gaan tot het uitvoeren van haar verplichtingen, alsmede een termijn van twee weken, binnen welke Waprof dient te komen met een plan van aanpak van de herstelwerkzaamheden. Nu Waprof binnen deze termijn(en) geen actie heeft ondernomen, is sprake van verzuim aan de zijde van Waprof. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft gesteld dat hij als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Waprof schade heeft geleden. De rechtbank ziet zich daarmee gesteld voor de vraag in hoeverre het gaat om schade die door [eiser] zelf is geleden dan wel door zijn moeder, nu zij (en niet [eiser] ) het litigieuze pand in eigendom heeft. De stelling van [eiser] in de dagvaarding dat de advocaat van Waprof zich namens Waprof op het standpunt heeft gesteld dat niet [eiser] ’ moeder maar [eiser] als contractuele wederpartij kwalificeert – een standpunt waar [eiser] zich bij ‘neerlegt’ (randnr. 6, dagvaarding) – doet hier niet aan af. Gelet hierop zal de rechtbank [eiser] in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de vraag of en, zo ja, in hoeverre sprake is van schade die door hem zelf is geleden. De rechtbank zal deze zaak daarom naar de hierna in het dictum te melden rol verwijzen voor het nemen van een akte door [eiser] . Waprof zal daarna bij akte hierop mogen reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Als schot voor de boeg overweegt de rechtbank in het spoor van het voorgaande dat, voor zover sprake is van door [eiser] zelf geleden schade, Waprof zich beroept op het bepaalde in artikel 16.1 lid 2 AVA 2013, waarin is neergelegd dat aansprakelijkheid beperkt is tot 10% van de aanneemsom. Dit beroep gaat niet op, nu de rechtbank met [eiser] van oordeel is dat beperking van de aansprakelijkheid op grond dit beding betrekking heeft op ontwerpaansprakelijkheid, waarvan in deze geen sprake is. Aan de vraag naar de toepasselijkheid van de AVA 2013 c.q. het betreffende beding komt de rechtbank dus niet meer toe.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Gelet op het in rechtsoverweging 4.10 overwogene zal de rechtbank iedere verdere beslissing in conventie aanhouden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In de hoofdzaak in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Waprof stelt zich op het standpunt dat [eiser] de door haar verzonden factuur van 25 april 2022 van € 11.827,75 verschuldigd is. [eiser] heeft dit bestreden door te stellen dat de door Waprof geoffreerde en uitgevoerde werkzaamheden niet hebben geleid tot het waterdicht maken van de kelder. Weliswaar, zo stelt [eiser] verder, heeft Waprof de werkzaamheden aan de binnenzijde van de kelder correct uitgevoerd, maar het beoogde resultaat, het waterdicht krijgen van de kelder, is uitgebleven. Gelet hierop heeft [eiser] betaling van de factuur opgeschort. Daartoe het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van het voorlopig deskundigenbericht van Bollen vast dat de door Waprof uitgevoerde werkzaamheden correct en volgens voorschriften van de fabrikant(en) zijn uitgevoerd (zie rechtsoverweging 2.14) alsmede dat de afwerking aan de binnenzijde zal bijdragen aan het oplossen van de vochtproblematiek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft een beroep gedaan op haar opschortingsrecht en de factuur van Waprof niet betaald. Nu sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Waprof (zie hiervoor onder conventie) – de algehele vochtproblematiek is immers niet opgelost – was de uitoefening van dat opschortingsrecht terecht. Echter, met de buitengerechtelijke ontbindingsverklaring van 23 mei 2024 is de grond hieraan komen te ontvallen, omdat de overeenkomst vanaf dat moment is opgehouden te bestaan. Gelet op het bepaalde in artikel 6:271 BW bevrijdt een ontbinding partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Sluit de aard van de prestatie uit dat zij ongedaan wordt gemaakt, dan treedt ingevolge het bepaalde in artikel 6:272 BW  daarvoor een vergoeding in de plaats ten belope van haar waarde op het tijdstip van ontvangst. De door Waprof verrichte werkzaamheden aan de binnenzijde van de keldermuur kunnen niet meer ongedaan worden gemaakt. Gelet hierop dient [eiser] de waarde hiervan te vergoeden. Die waarde bepaalt de rechtbank op het door Waprof gefactureerde bedrag van € 11.827,75 inclusief BTW, zodat de hierop betrekking hebbende vordering van Waprof bij eindvonnis zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Waprof heeft daarnaast vergoeding van de schade gevorderd, bestaande in het maken van de door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte ex artikel 6:96 sub c BW. Deze kosten zullen bij eindvonnis worden afgewezen, nu zoals gezegd de opschorting door [eiser] terecht was en verkrijging buiten rechte van genoemd bedrag van € 11.827,75 mitsdien niet aan de orde was.    </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>In het licht van al het voorgaande zal de rechtbank de vordering in reconventie bij eindvonnis toewijzen, voor zover het gaat om het gevorderde bedrag van € 11.827,75 inclusief BTW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>De rechtbank zal, gezien het feit dat in conventie iedere verdere beslissing wordt aangehouden en haar wens de zaken in conventie en in reconventie bij elkaar te houden, ook iedere verdere beslissing in reconventie aanhouden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In de vrijwaringszaak  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>Zoals gezegd stelt [eiser] zich in de vrijwaringszaak kort gezegd op het standpunt dat [gedaagde] onjuist heeft geadviseerd, ten gevolge waarvan de door Waprof uitgevoerde werkzaamheden ondeugdelijk zijn gebleken. [gedaagde] is dan ook, aldus [eiser] , gehouden tot betaling van hetgeen waartoe hij als gedaagde in reconventie in de hoofdzaak jegens Waprof mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de proceskostenveroordeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>Zoals de rechtbank in de hoofdzaak in conventie al heeft overwogen, is naar haar oordeel geen sprake van een onjuist advies van [gedaagde] . [gedaagde] heeft immers uitvoerig stilgestaan bij de problematische situatie aan de buitenzijde van de keldermuur. <emphasis role="italic">Close reading</emphasis> van haar rapportage kan dan ook niet leiden tot de conclusie dat het oplossen van de omissie aan de binnenzijde van de muur – het voorstel van [gedaagde] is hiertoe beperkt – zal leiden tot een integrale oplossing van de vochtproblematiek in de kelder. Dat valt in het rapport op geen enkele wijze te lezen, temeer nu [gedaagde] met betrekking tot de buitenzijde van de muur expliciet en onomwonden spreekt van intreding van water in de keldermuur. De rechtbank citeert in dit verband andermaal de relevante passage uit het rapport van [gedaagde] (onderstrepingen zijn van de rechtbank): </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Achter/bij deze folie aangetroffen een zeer ruwe cementeerlaag, welke op meerder plaatsen openingen vertoond, </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">met als gevolg mogelijkheid tot inwatering in de muur</emphasis>
          <emphasis role="italic"> (…). </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogstwaarschijnlijk is door de deels niet meer intact zijnde en aan einde levensduur zijnde plastic folie, welke in de tijd ook nog wat heeft kunnen verschuiven en enigszins uitgezakt is, o.a. scheurvorming is kunnen ontstaan </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">waardoor water in het muurwerk is kunnen treden</emphasis>
          <emphasis role="italic">. Zo kan ook als extra, door én de geroerde grond (…) én de ca. 40 cm dikke aangebrachte teelaarde, in eerste instantie </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">het hemelwater direct snel in de bodem treden. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Echter op ca. 150 cm diepte is ongeroerde grond aanwezig waardoor stagnatie ontstaat bij infiltratie in de bodem </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">met gevolg buffering van z.g. spanningswater op die hoogte</emphasis>
          <emphasis role="italic">. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezien het feit dat zo ook is aangegeven dat er enkel alleen na een echte regenbui sprake is van wateroverlast, </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">is door deze buffering van water, met het gevolg waterdruk zijdelings tegen deze buitengevel en vervolgens waterindringing in het muurwerk</emphasis>
          <emphasis role="italic">.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het licht hiervan kan geenszins worden gesproken van een onjuist advies van [gedaagde] . De rechtbank komt dan ook niet meer toe aan de andere verweren van [gedaagde] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>Gezien het voorgaande zal de vordering worden afgewezen en zal [eiser] worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [gedaagde] gerezen en tot op heden begroot op [€ 614,00 (tarief II) x 2 =] € 1.228,00 voor salaris advocaat alsmede de nakosten ad € 278,00 (plus de verhoging zoals vermeld in het dictum), een en ander op de hierna in het dictum geformuleerde wijze.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In de hoofdzaak in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>stelt [eiser] overeenkomstig hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 4.10 in de gelegenheid zich uit te laten over de vraag of en, zo ja, in hoeverre sprake is van schade die door [eiser] zelf is geleden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak daartoe naar de rol van 10 december 2025 voor uitlating akte aan de zijde van [eiser] ,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In de hoofdzaak in conventie en in reconventie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan,</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In de vrijwaringszaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van de vrijwaringsprocedure, aan de zijde van [gedaagde] geleden en tot op heden begroot op € 1.506,00, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>verklaart de kostenveroordeling onder 5.5 uitvoerbaar bij voorraad.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>12 november 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e4ca96bd-dfb6-4a35-aac8-6732e4416b6c" label="1">
    <para> Productie 15 bijlage 2 bij dagvaarding in de hoofdzaak. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1fcd2f41-582b-441c-a410-4ee13c169d48" label="2">
    <para> Productie 15 bijlage 1 bij dagvaarding in de hoofdzaak. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_28ca3dd5-b8f7-4b14-8db0-6c476e85defb" label="3">
    <para> Productie 15 bijlage 2 bij dagvaarding in de hoofdzaak.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96f3745b-81a0-478d-95c3-b6cc453c73e6" label="4">
    <para> Productie 4 dagvaarding in de hoofdzaak. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cc175eed-e6bc-431d-b6d6-437bda1eadc8" label="5">
    <para> Productie 6 bij dagvaarding in de hoofdzaak. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b626ddb9-7457-49f5-a830-49dbb9479609" label="6">
    <para> Productie 6 bij dagvaarding in de hoofdzaak.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e4b66ff-d800-4203-a173-97bc435556e3" label="7">
    <para> Productie 10 bij dagvaarding in de hoofdzaak.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_62d6b815-ee77-4d68-9455-fc32954e7d30" label="8">
    <para> Productie 20 bij dagvaarding in de hoofdzaak. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_89f67ff1-9e5b-4eee-a9e8-edb693364152" label="9">
    <para> Zie pagina 5 van het rapport. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_875de4b4-5680-4c68-9665-4695a4c6af6b" label="10">
    <para> De plicht van de aannemer tot (tijdige) waarschuwing tegen een onjuistheid, gebrek of ongeschiktheid voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen is een afgeleide van de hoofdverplichting van de aannemer tot het uitvoeren van de hem opgedragen werkzaamheden als een zorgvuldig vakman (<emphasis role="italic">Asse/Van den Berg &amp; Van Gulijk 7-VI 2022/93).</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a467906-a638-4841-acb8-8dd09c5c849b" label="11">
    <para> Zie pagina 21 van het voorlopig deskundigenbericht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>