<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:13208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T19:58:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/344448 / HA ZA 25-355</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13208">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T19:58:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:13208 Rechtbank Limburg , 26-11-2025 / C/03/344448 / HA ZA 25-355</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13208:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Tussenvonnis. Vonnis in incident. Verzoek tot splitsing in afzonderlijke procedures. Vordering afgewezen. Bijzondere overeenkomst. Opdracht. Verrichten diensten/ werkzaamheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:13208:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/344448 / HA ZA 25-355</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 26 november 2025 (bij vervroeging)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>POSTCO GROUP B.V., </title>
    <parablock>
      <para>te Heerlen,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partijen in de hoofdzaak,</para>
      <para>verwerende partijen in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.M. Hoelbeek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] ,</para>
      <para>advocaat: mr. D.M.J.M.G. Cuijpers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 t/m 46,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke eis in reconventie, tevens houdende de incidentele vordering tot splitsing met producties 1 t/m 7,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] houdende producties 47 en 48,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] vorderen – verkort weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van de door [naam] gehanteerde algemene voorwaarden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para> voor recht verklaart dat die voorwaarden niet van toepassing zijn op de door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] aan eisers, dan wel aan Postco, verleende rechtsbijstand</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para> die voorwaarden vernietigt op grond van artikel 6:233 onder b en artikel 6:234 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) en voor recht verklaart dat die voorwaarden daarom niet van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en eisers, dan wel Postco,</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">meer subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para> de artikelen 1,2,10,12, dan wel 2 en 12 van die voorwaarden vernietigt als zijnde onredelijk bezwarend en voor recht verklaart dat die artikelen daarom niet van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en eisers, dan wel Postco,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van de geldigheid van de tussen eisers en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] gesloten overeenkomst van opdracht</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para> voor recht verklaart dat de tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] enerzijds en eisers, dan wel Postco, anderzijds gesloten overeenkomst van opdracht van 16 maart 2020 nietig is, dan wel dat de daarin opgenomen financiële bepaling ter zake van het honorarium van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] , nietig is op grond van artikel 3:40 lid 2 BW,</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para> de tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] enerzijds en eisers, dan wel Postco, anderzijds gesloten overeenkomst van opdracht van 16 maart 2020, dan wel de daarin opgenomen financiële bepaling ter zake van het honorarium van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] , vernietigt op grond van artikel 3:40 lid 2 BW, dan wel op grond van dwaling ex artikel 6:228 BW,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van het onrechtmatig handelen van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident]</emphasis>
        </para>
        <para>voor recht verklaart dat</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] jegens eisers onrechtmatig heeft gehandeld door het bedingen van de financiële afspraak in de overeenkomst van opdracht van 16 maart 2020,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] jegens eisers onrechtmatig heeft gehandeld bestaande uit tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen c.q. nalaten van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] jegens eisers, dan wel jegens Postco,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">geldvorderingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] hoofdelijk veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen € 56.509,90, te vermeerderen met wettelijke rente, op grond van onverschuldigde betaling, dan wel op grond van onrechtmatige daad,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] hoofdelijk veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen € 16.832,58 (kosten rechtsbijstand tuchtprocedures), alsmede de nog te maken kosten voor rechtsbijstand, te vermeerderen met de wettelijke rente, op grond van onrechtmatige daad,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] hoofdelijk veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen € 10.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, op grond van artikel 6:106 BW,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para> [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] hoofdelijk veroordeelt in de integrale proceskosten aan de zijde van eisers, groot € 12.719,13, alsmede de nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert dat de rechtbank bij incidenteel vonnis</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>de hoofdzaak splitst in afzonderlijke procedures per eiseres,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het petitum splitst zoals voorgesteld door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zaak- en rolnummers dienovereenkomstig aanpast, in die zin dat iedere hoofdzaak een eigen zaaknummer krijgt,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] in dit incident, daaronder begrepen de nakosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de door Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] tegen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] ingestelde vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde rechtsgronden zodanig van elkaar verschillen, dat het niet doelmatig is om die vorderingen gezamenlijk binnen één procedure te behandelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] voeren verweer. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt bij de beoordeling het volgende voorop. De rechtbank kan een aanhangig gemaakt geding splitsen indien tussen de vorderingen geen zodanige samenhang bestaat, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling wettigen (HR 27 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6384).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank constateert dat alle vorderingen zijn ingesteld door Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] gezamenlijk en dat daaraan hetzelfde feitencomplex ten grondslag is gelegd. De vorderingen zijn voorts gegrond op de stelling dat (kort gezegd) de met [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] gesloten overeenkomst van opdracht van 16 maart 2020, dan wel de daarin opgenomen financiële bepaling ter zake van het honorarium van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] , nietig, dan wel vernietigbaar is en dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] jegens eisers onrechtmatig heeft gehandeld. De stelling van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] dat bepaalde vorderingen alleen de rechtspersoon Postco (als contractspartij) toekomen en andere vorderingen, waaronder de vordering tot vergoeding van immateriële schade, juist alleen [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] , maakt dat niet anders. In de hoofdzaak zullen de precieze rechtsverhoudingen moeten blijken, alsook of de door eisers aan hun vorderingen ten grondslag gelegde feiten en rechtsgronden die vorderingen kunnen dragen. Dat een gezamenlijke behandeling mogelijk leidt tot een ingewikkelde en/of langdurige procesvoering, kan niet worden uitgesloten, maar er zijn evenmin duidelijke aanwijzingen dat een afzonderlijke behandeling daar zodanig verandering in brengt dat de noodzaak daartoe evident is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Er kan dus niet worden aangenomen dat afzonderlijke behandeling van de verschillende vorderingen proceseconomisch gunstig is voor een voortvarende en doelmatige afhandeling van de zaak en dat daarom moet worden afgeweken van de door Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] gekozen wijze van procesvoering. De incidentele vordering zal daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld, aan de zijde van Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] tot op heden vastgesteld op </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>salaris advocaat	€ 614,00 (1 punt x tarief II)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>nakosten		<emphasis role="underline">€ 178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal			€ 792,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] in de proceskosten van Postco en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] in het incident van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol van 3 december 2025 voor antwoord in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van woensdag <emphasis role="bold">10 december 2025</emphasis> voor opgave verhinderdata over de maanden januari t/m april 2026,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>26 november 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>RJ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>