<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:12331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-19T14:13:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11760632 \ CV EXPL  25-2697</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:12331">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:12331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-19T14:12:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:12331 Rechtbank Limburg , 10-12-2025 / 11760632 \ CV EXPL  25-2697</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:12331:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; verbruikleen (geldlening); overige verbruikleen (geldlening)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:12331:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11760632 \ CV EXPL  25-2697</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 10 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BRIDGEFUND B.V, </emphasis>
      </para>
      <para>te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: BridgeFund,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.H.M. Meijroos, advocaat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het exploot van dagvaarding van 12 juni met producties 1 tot en met 7;<?linebreak?>- de brief met bijlagen van [gedaagde] die bij de rechtbank is binnengekomen op 1 juli 2025 en die wordt aangemerkt als de conclusie van antwoord; </para>
      <para>- de conclusie van repliek met bijlage;<?linebreak?>- de brief van [gedaagde] die bij de rechtbank is binnengekomen op 7 oktober 2025 en die wordt aangemerkt als de conclusie van dupliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>BridgeFund en [gedaagde] hebben op 2 december 2024 een Overeenkomst Flexibel Krediet (een overeenkomst van geldlening) gesloten ter financiering van de bedrijfsactiviteiten van [gedaagde] (hierna: de overeenkomst). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een betalingsachterstand laten ontstaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>BridgeFund heeft [gedaagde] bij brieven van 15 mei 2025 en 28 mei 2025 aangemaand om de openstaande vordering te voldoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>BridgeFund vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van het verschuldigde ad € 11.362,78 vermeerderd met rente, de contractuele buitengerechtelijke incassokosten ad € 2.062,35 vermeerderd met rente en de vervallen contractuele rente ad € 318,20, alsmede veroordeling in de proceskosten vermeerderd met rente en bij veroordeling bij verstek het verstrekken van een bewijs van waarmerking als Europese Executoriale Titel als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 805/2004 danwel indien verweer is gevoerd het certificaat als bedoeld in artikel 53 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoofdsom </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>BridgeFund legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan haar uit de overeenkomst van geldlening voortvloeiende verplichtingen. [gedaagde] betaalt in het geheel niets meer, Daardoor is op grond van de algemene voorwaarden het restant van de lening direct opeisbaar geworden en is [gedaagde] eveneens de contractuele rente en contractuele buitengerechtelijke kosten verschuldigd geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist bij antwoord nog de hoogte van de hoofdsom, maar onderbouwt dit verder niet. BridgeFund heeft bij repliek hierop gereageerd door middel van het overleggen van een overzicht van de door [gedaagde] gedane opnames (gelijk aan de hoofdvordering). [gedaagde] heeft hier bij dupliek verder niet meer op gereageerd en daarmee dit overzicht ook niet betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid hiervan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] voert verder nog aan dat zij is gestopt met betalen omdat het voor niet duidelijk was dat er extra afschrijvingen plaatsvonden door Bridgefund. Zij had dit redelijkerwijs niet hoeven verwachten en kan dit financieel ook niet opbrengen. </para>
        <para>Wat hier ook van zij, de stellingen van [gedaagde] rechtvaardigen in geen geval dat [gedaagde] haar betalingsverplichtingen in het geheel niet nakomt of zelfs maar opschort. BridgeFund geeft aan dat de betalingsverplichtingen van [gedaagde] zijn opgenomen in en voortvloeien uit de tussen partijen gesloten (schriftelijke) overeenkomst van geldlening. Van [gedaagde] als ondernemer mag verwacht worden dat zij van tevoren goed informeert naar de zakelijke verplichtingen die zij op zich neemt om vervolgens een verantwoorde afweging te kunnen maken met betrekking tot de financiële draagkracht van haar onderneming. De (hoofd)vordering zal dan ook worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verder geen verweer gevoerd tegen de gevorderde (contractuele) buitengerechtelijke incassokosten en de daaraan gekoppelde wettelijke rente. Nu – zoals hiervoor reeds vastgesteld – [gedaagde] niet heeft gehandeld als consument doch als ondernemer, zal de kantonrechter deze vorderingen toewijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De post reeds vervallen contractuele rente tot en met 6 juni 2025 van € 318,20 wordt door [gedaagde] niet betwist, zodat deze zal worden toegewezen. Dat geldt ook voor de gevorderde contractuele rente van 3,5% per maand over de hoofdsom van € 11.362,78 vanaf 7 juni 2025. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Certificaat conform artikel 53 Verordening (EU) nr. 1215/2012 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Nu [gedaagde] verweer heeft gevoerd in onderhavige procedure heeft BridgeFund verzocht het te wijzen vonnis te voorzien van het certificaat als bedoeld in art. 53 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012. Dit verzoek wordt toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BridgeFund worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>144,47</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.461,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>812,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 406,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.552,47</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Voor het treffen van een betalingsregeling dient [gedaagde] zich te wenden tot (de gemachtigde van) BridgeFund, nu de wet aan de kantonrechter niet de mogelijkheid biedt een dergelijke regeling aan partijen op te leggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan BridgeFund te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 11.362,78, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 3,5% per maand met ingang van 7 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 2.062,35 aan contractuele buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding (12 juni 2025), tot de dag van volledige betaling,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 318,20 aan reeds vervallen contractuele rente,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.552,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>CH</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>