<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:11453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T11:54:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL:TZ:2502477:R-RK; NL:TZ:2502523:R-RK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:11453">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:11453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T11:53:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:11453 Rechtbank Limburg , 11-11-2025 / NL:TZ:2502477:R-RK; NL:TZ:2502523:R-RK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:11453:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287, vierde lid, dan wel 287b Faillissementswet (Fw) </para>
        <para>en het toepassen van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 284 Fw.</para>
        <para>Er is namelijk niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een toestand van hebben opgehouden te betalen of dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:11453:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer: NL:TZ:2502477:R-RK	</para>
      <para>Rekestnummer: NL:TZ:2502523:R-RK	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van 11 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaken van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende: [adres] , [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BL Investments</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd: Kaldenkerkerweg 20, 5913 AE Venlo,</para>
      <para>vertegenwoordigd door Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,</para>
      <para>correspondentieadres: Postbus 90, 6400 AB Heerlen,</para>
      <para>verweerster, hierna te noemen BL Investments,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287, vierde lid, dan wel 287b Faillissementswet (Fw) en het toepassen van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 284 Fw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenvatting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en de schuldsaneringsregeling toe te passen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart [verzoeker] in beide verzoeken niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De procedure bestaat uit:</para>
      <para />
      <para>- het verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287,vierde lid Fw, dat op de mondelinge behandeling is gewijzigd in artikel 287b Fw inclusief bijlagen, waaronder het ontruimingsvonnis van 17 september 2025 en de kennelijke aanzegging tot ontruiming tegen 11 november 2025 om 10:00 uur;</para>
      <para>- het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 284 Fw;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van maandag 10 november 2025 waar het verzoek ex artikel 287, vierde lid/287b Fw is behandeld en waarbij aanwezig waren:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- de heer [verzoeker] , verzoeker;</para>
        <para>- mevrouw [naam schuldhulpverlener] , schuldhulpverlener van de gemeente Venlo;<?linebreak?>- mevrouw [naam 1] , namens BL Investments;</para>
        <para>- de heer [naam 2] , namens Agin Otten Gerechtsdeurwaarders;</para>
      </parablock>
      <para>- het verweerschrift dat namens BL Investments op de mondelinge behandeling is overhandigd aan [verzoeker] en de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt om BL Investments te verbieden over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis van 17 september 2025 gedurende een periode van zes maanden. [verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hem een adempauze moet worden gegund om  tot een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers te komen. Een gedwongen ontruiming zal dit proces doorkruisen. Verder verzoekt [verzoeker] te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.	</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Kort weergegeven voert BL Investments aan het verzoek van [verzoeker] af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de in het ontruimingsvonnis van 17 september 2025 neergelegde betalingsregeling de eerste termijn al niet werd nagekomen en het onduidelijk is of er een minnelijke schuldregeling is opgestart en of [verzoeker] de maandelijkse verplichtingen kan blijven nakomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal, gelet op hetgeen uit de verzoekschriften en op de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Er is namelijk niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een toestand van hebben opgehouden te betalen of dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden. Hierbij is van belang dat [verzoeker] volgens zijn eigen stellingen € 450,- per maand beschikbaar heeft om schulden af te betalen, terwijl zijn schuldenlast ‘slechts’ € 3.416,50 bedraagt. Hierbij komt wellicht in de toekomst nog een schuld wegens te veel ontvangen huurtoeslag van maximaal (6 x € 436,- =) € 2.616,-. Zelfs indien deze – nog niet vastgestelde/opgeëiste – schuld wordt meegewogen, geldt dat [verzoeker] ruim binnen de looptijd van een minnelijk traject dan wel wettelijke schuldsanering al zijn schulden zal kunnen voldoen. Er is derhalve onvoldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voor toepassing van de schuldsaneringsregeling vereiste toestand, zoals vereist in artikel 288, eerste lid, aanhef en onder a, Fw.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voor het geval, en slechts ten overvloede, in het voordeel van [verzoeker] zou worden aangenomen dat de toestand er wel zou zijn, geldt dat een voorlopige voorziening nog altijd niet toewijsbaar zou zijn geweest, of dat nou op de bij verzoekschrift aangevoerde grond (artikel 287, vierde lid, Fw) is of de op de mondelinge behandeling gewijzigde grond (artikel 287b Fw).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In het eerste geval (artikel 287, vierde lid Fw) alleen al omdat toelating tot de schuldsaneringsregeling niet waarschijnlijk is. Immers geldt dat er volgens de eigen stelling van [verzoeker] een schuld wegens te veel ontvangen huurtoeslag zal worden vastgesteld. Dit is in beginsel een schuld waarvan wordt aangenomen dat die niet te goeder trouw is ontstaan en een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mag in beginsel pas drie jaar na het ontstaan van een niet te goeder trouw ontstane schuld worden ingediend (artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b, Fw).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In het tweede geval (artikel 287b Fw) omdat onvoldoende inzicht is gegeven in de financiën van [verzoeker] . Aldus is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [verzoeker] alle lopende verplichtingen zal kunnen voldoen gedurende de zes maanden adempauze, zeker nu aan het eind van de mondelinge behandeling werd aangegeven dat [verzoeker] op uitzendbasis werkt, met alle inkomensonzekerheid van dien.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 287b, eerste lid, Fw dan wel 287, vierde lid, Fw;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025 in tegenwoordigheid van R.P.E.M. Hammes, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>