<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:10648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-28T16:32:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/336123 / FA RK 24-3207</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10648">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-28T16:31:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:10648 Rechtbank Limburg , 31-01-2025 / C/03/336123 / FA RK 24-3207</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:10648:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gezagsbeëindiging vader na eerdere beëindiging gezag moeder</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:10648:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/336123 / FA RK 24-3207</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 31 januari 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking over de gezagsbeëindiging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de <emphasis role="bold">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING</emphasis>,   </para>
      <para>regio Limburg, locatie Maastricht, hierna te noemen: de raad,  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige 2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 3]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige 3] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 4]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 4] 2017 in [geboorteplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige 4] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonend in [woonplaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING &amp; JEUGDRECLASSERING</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Amsterdam, </para>
      <para>hierna te noemen: de GI,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van [minderjarige 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de pleegmoeder 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de pleegmoeder van [minderjarige 1] ,</para>
      <para>wonend in [woonplaats 2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de pleegvader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de pleegvader van [minderjarige 1] ,</para>
      <para>wonend in [woonplaats 2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de pleegmoeder en de pleegvader van [minderjarige 1] gezamenlijk te noemen: de pleegouders van [minderjarige 1] , of de grootouders vaderszijde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van [minderjarige 3] en [minderjarige 4]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de pleegmoeder 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de pleegmoeder van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] ,</para>
      <para>wonend op een bij de rechtbank bekend geheim adres.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:</para>
        <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de raad, ontvangen op 4 november 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordigster van de raad;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordigster van de GI; 		</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- de pleegvader van [minderjarige 1] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De pleegmoeder van [minderjarige 1] en de pleegmoeder van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. </para>
        <para>
          [minderjarige 1] heeft hiervan gebruik gemaakt in een afzonderlijk gesprek met de kinderrechter, die tijdens de mondelinge behandeling hiervan verslag heeft gedaan. De belanghebbenden hebben daarop kunnen reageren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader is alleen belast met het gezag over de kinderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 3] wonen ieder in een apart pleeggezin. [minderjarige 4] woont na opname binnen een behandelgroep van Koraal sinds enige tijd weer in hetzelfde pleeggezin als [minderjarige 3] . [minderjarige 2] verblijft sinds augustus 2023 in het [locatie] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 juli 2024 de ondertoezichtstelling van de kinderen met ingang van 23 juli 2024 tot 23 juli 2025 verlengd. Daarnaast heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 3] in een pleeggezin en van [minderjarige 2] in een accommodatie zorgaanbieder 24-uurs verlengd, en voor [minderjarige 4] een machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin verleend, van 23 juli 2024 tot 23 juli 2025.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De GI heeft zich bij brief van 31 oktober 2024 bereid verklaard om de voogdij over de kinderen te aanvaarden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De raad verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, het gezag van de vader te beëindigen en stelt voor de GI tot voogd over de kinderen te benoemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De raad stelt ter onderbouwing van haar verzoek dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Alle vier de kinderen hebben een trauma opgelopen binnen de opvoedingssituatie bij de ouders, waar het heeft ontbroken aan basisveiligheid en de kinderen niet zijn gestimuleerd in hun groei en ontwikkeling. De kinderen ervaren nog steeds gevoelens van onveiligheid en onzekerheid en ze worden bedreigd in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. De kinderen vragen meer dan gemiddelde opvoedersvaardigheden gelet op wat zij in het verleden hebben meegemaakt. De pleegouders en het gezinshuis kunnen de kinderen bieden wat zij nodig hebben en het is noodzakelijk gebleken dat hier regie op wordt gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vader van de kinderen is niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de kinderen binnen een voor de kinderen aanvaardbare termijn te dragen. Ondanks dat hij de problematiek van de kinderen erkent, is hij zonder de GI niet in staat gebleken om de verschillende vormen van hulpverlening rondom te kinderen te coördineren of organiseren en een grotere rol op zich te nemen betreffende de verzorging en opvoeding van de kinderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gezien wordt dat het voor deze belaste kinderen noodzakelijk is dat zij rust, stabiliteit en continuïteit geboden krijgen. Deze vinden ze in hun huidige woonplekken en dient daarom gegarandeerd te blijven. De vader stemt in met het verblijf van de kinderen bij de pleegouders en het gezinshuis en is zich ervan bewust dat hij de kinderen niet bij zich kan hebben. Hij draagt naar de kinderen uit dat het goed is dat ze bij de pleegouders/gezinshuisouders verblijven. De contacten tussen de vader en de kinderen verlopen goed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De raad acht het in het belang van de kinderen dat de GI de voogdij over hen krijgt, omdat de GI het meest in staat wordt geacht om de continuïteit voor de kinderen te bewaken en ervoor te zorgen dat de kinderen met hun individuele ontwikkelingsvragen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Daarbij stelt dit alle betrokkenen in het leven van de kinderen in staat om de rol te nemen die het meest aansluit bij de behoefte van de kinderen aan ‘dicht bijstaand netwerk’ en gehechtsheidsfiguren. Door de voogdij bij een neutrale, professionele instantie te beleggen ontstaat geen rolverwarring en kunnen de pleegouders en de gezinshuisouders zich focussen op hun relatie met de kinderen en de opvoeding, waarbij eindbeslissingen bij de GI liggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft de raad het verzoek gehandhaafd. De raad heeft aanvullend gesteld dat de huidige kinderbeschermingsmaatregelen (ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing) niet meer geëigend zijn. Voor het verlengen van de huidige kinderbeschermingsmaatregelen zou ieder jaar een verlengingszitting noodzakelijk zijn. Daar worden de kinderen de dupe van, omdat dan de vraag is waar naar toe wordt gewerkt en hoe dat aan de kinderen moet worden uitgelegd. De kinderen hebben duidelijkheid nodig over waar zij gaan opgroeien. Afschalen naar een vrijwillig kader is niet mogelijk, omdat dan een beroep moet worden gedaan op de vader, die al jarenlang wordt overvraagd. De GI heeft veel zaken van de vader overgenomen. De vader heeft een positie op de achtergrond. Hij wordt wel meegenomen in beslissingen, die genomen moeten worden over de kinderen, maar feitelijk komen de beslissingen uit de koker van de GI. De positie van de vader is, sinds het gezag van de moeder is beëindigd in maart 2023, veranderd. Na beëindiging van het gezag van de moeder is gekeken naar wat de vader nog voor de kinderen te bieden had, los van de moeder. In de afgelopen jaren is echter gebleken dat het de vader niet meer is gelukt een grotere rol van betekenis te spelen in het leven van de kinderen en bovendien is de problematiek van de kinderen toegenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten van de belanghebbenden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vader is het eens met het verzoek van de raad om zijn gezag over de kinderen te beëindigen. Het uitoefenen van het gezag over de kinderen is een last voor de vader, omdat de problematiek van de kinderen in de afgelopen jaren is gegroeid. Gelet op de voor ieder van de kinderen kindeigen problematiek, moeten ook voor ieder kind apart beslissingen genomen worden. De vader is niet betrokken bij de opvoeding van de kinderen. De vader woont al jaren op een eenkamer-appartement in België en werkt fulltime, waardoor een grotere rol in de opvoeding van de kinderen lastig is. Het lukt de vader niet om zelf, zonder betrokkenheid van de GI, de voor hem moeilijke beslissingen te nemen in het belang van de kinderen. Als de vader niet meer met het gezag over de kinderen is belast, dan wordt het voor iedereen een stuk makkelijker, ook voor de vader zelf. Hij heeft daarom zelf aangegeven om zijn gezag over de kinderen te beëindigen en het gezag voortaan bij de GI te leggen. De vader is blij met de hulp die de kinderen geboden krijgen en de GI kan alsdan als neutrale instantie de voor de kinderen noodzakelijke beslissingen nemen. Voor de vader en de kinderen zal er niets veranderen. De vader blijft een rol op de achtergrond vervullen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De GI ziet dat de kinderen fors worden belast door hetgeen zij in het verleden hebben meegemaakt. Met [minderjarige 1] gaat het momenteel niet zo goed. Ze is neerslachtig en wordt op school in het sociaal-emotionele stuk overvraagd. [minderjarige 1] is sinds enkele weken gestart met systeemtherapie van Plinthos. Daarnaast vindt een breed diagnostisch onderzoek plaats om te kijken op welke gebieden nader onderzoek en/of behandeling voor [minderjarige 1] nodig is. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <para>Met [minderjarige 2] gaat het momenteel best goed. Tijdens zijn verblijf in het [locatie] kunnen duidelijke kaders geschetst worden, met behulp van gespecialiseerde opvoeders. Desondanks wordt gezien dat ook zij het nog best moeilijk kunnen hebben met de problematiek van [minderjarige 2] . Het gedrag dat [minderjarige 2] laat zien, komt voort uit de angst die hij ervaart. Het [locatie] werkt samen met Gezin in Beweging, die systeemtherapie aan [minderjarige 2] verleent. Voor [minderjarige 2] is eerder EMDR-therapie ingezet en hij krijgt wekelijks Equitherapie, voor zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en om te leren grenzen aan te geven. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <para>
          [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verblijven in hetzelfde pleeggezin. Die combinatie vergt veel van de pleegmoeder van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . [minderjarige 3] en [minderjarige 4] beïnvloeden elkaar negatief, waardoor hun ontwikkeling stagneert. [minderjarige 3] vindt het moeilijk om grenzen te accepteren en [minderjarige 4] laat externaliserend gedrag zien. Door pleegzorg wordt voor [minderjarige 4] naar een andere plek gezocht. De vraag is of dat een behandelplek of een woonplek met externe behandeling moet zijn. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3.</nr>
        <para>Er is veel externe hulpverlening bij de kinderen betrokken en regievoering is daarin noodzakelijk. Het is gaandeweg voor de vader lastig gebleken bij alle gesprekken rondom de kinderen aanwezig te zijn. De vader is wel zeer meewerkend en wil het beste voor de kinderen. De vader geeft zelf aan overvraagd te worden in wat er voor de kinderen geregeld en ingezet moet worden. Zowel de pleegouders van [minderjarige 1] als de pleegmoeder van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben aangegeven de voogdij niet te willen uitoefenen. Het is daarom beter wanneer er een neutraal persoon komt die regie kan voeren en beslissingen kan nemen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De pleegvader van [minderjarige 1] sluit zich aan bij hetgeen de GI naar voren heeft gebracht. De pleegvader wil graag samen met de pleegmoeder de rol van opa en oma blijven houden. De pleegvader merkt dat de zorg voor [minderjarige 1] , die aan het puberen is, veel van hen vraagt. Daar komt dan om het weekend ook nog de zorg voor [minderjarige 2] bij. Gelet op de problematiek die bij de kinderen speelt, is het goed om de voogdij door de GI te laten uitoefenen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De pleegmoeder van [minderjarige 1] en de pleegmoeder van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben geen verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De mening van [minderjarige 1]</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para> heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat zij het ermee eens is dat het gezag van haar vader wordt beëindigd. Op dit moment nemen de grootouders vaderszijde, de jeugdbeschermer en [minderjarige 1] zelf beslissingen in haar leven. Het gaat goed bij de grootouders vaderszijde. Met de vader heeft ze contact op vrijdag en zaterdag. Ze doet dan leuke dingen met hem, zoals gamen of naar de bioscoop gaan. Ze heeft een fijn contact met haar vroegere therapeut [naam] , waar ze doordeweeks en in het weekend naar toe gaat. [minderjarige 1] wil dat contact graag behouden. Ze heeft nu gesprekken met twee begeleiders van Plinthos. Die gesprekken gaan over van alles en ze vindt de begeleiders leuk en heeft ook iets aan de gesprekken die ze met de begeleiders voert. [minderjarige 1] heeft al een tijd geen hulpverlening van Begeleiding met 4 poten gehad. De beslissing van de rechtbank op het verzoek wil ze graag horen van opa en oma of van de jeugdbeschermer. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De vader is woonachtig in België. Het internationale karakter van de zaak vraagt daarmee een beoordeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De rechtbank is, na dit ambtshalve te hebben onderzocht, van oordeel dat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen ten tijde van de indiening van het verzoekschrift in Nederland gelegen was (en nog steeds is). Gelet op dit laatste feit is Nederlands recht op het verzoek van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank acht zich op grond van het bepaalde in artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) relatief bevoegd om van het verzoek van de raad kennis te nemen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Waar toetst de rechtbank het verzoek tot gezagsbeëindiging aan?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>De rechtbank kan het gezag van de vader beëindigen als [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] zodanig opgroeien dat zij in hun ontwikkeling ernstig worden bedreigd én de vader niet in staat is de wettelijke verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de kinderen aanvaardbaar te achten termijn.<footnote-ref linkend="_71f002f8-774c-4b56-ace6-48186fa67ea5" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Voor het bepalen van de aanvaardbare termijn voor de kinderen moet worden gekeken naar de periode van onzekerheid die de kinderen kunnen overbruggen over de vraag in welk gezin zij verder zullen opgroeien zonder verdergaand ernstige schade op te lopen voor hun ontwikkeling. Wat een aanvaardbare termijn is, is afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van de minderjarige. De bepaling van die termijn is dus maatwerk. Wel is duidelijk dat een jarenlange ondertoezichtstelling daar normaal gesproken niet bij past.<footnote-ref linkend="_d84505ed-8167-40e9-88f6-2ca9dbb4e6c9" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>Een gezagsbeëindiging betekent een inmenging in het gezinsleven van de vader en de kinderen. Om die reden is het bepaalde in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna EVRM) van belang. Op grond van dat artikel geldt dat als het doel met een lichtere maatregel kan worden bereikt, gekozen moet worden voor deze lichtere maatregel in plaats van gezagsbeëindiging. Ook moet de inmenging in het gezinsleven in redelijke verhouding staan tot het doel dat met de gezagsbeëindiging wordt nagestreefd. Die beide punten worden ook wel aangeduid als de eis van subsidiariteit en proportionaliteit van de door de raad verzochte maatregel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>Uit de jurisprudentie over artikel 8 EVRM volgt verder dat de belangen van het kind en die van de ouder tegen elkaar moeten worden afgewogen. Daarbij staan bij het nemen van een beslissing tot beëindiging van het gezag van de ouders de belangen van het kind voorop. Als een kind niet verblijft in het eigen gezin van zijn/haar ouder(s), dan heeft hij/zij recht op zekerheid, continuïteit van een veilige en gezonde leefsituatie en duidelijkheid over het opvoedingsperspectief.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat oordeelt de rechtbank over het verzoek tot gezagsbeëindiging?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266 BW, zoals hiervoor onder 6.3. weergegeven, mede gelet op de eisen voortvloeiend uit artikel 8 EVRM,  is voldaan. De rechtbank zal het verzoek van de raad tot beëindiging van het gezag van de vader daarom toewijzen en de GI benoemen tot voogd over de kinderen. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissingen neemt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Uit de onweersproken toelichting van de raad blijkt dat de kinderen trauma’s hebben opgelopen doordat zij in het verleden bij de ouders thuis langdurig zijn opgegroeid in een vervuilde en onvoorspelbare opvoedingsomgeving, waarbij sprake was van ernstige verwaarlozing en (emotionele) mishandeling en onderstimulering. Er was geen structuur of regelmaat en het ontbrak aan regels en grenzen in de opvoedingssituatie. Ondanks dat de kinderen al geruime tijd niet meer bij de vader wonen en inmiddels op een passende plek verblijven, zijn er ten aanzien van alle vier de kinderen nog veel zorgen aanwezig. Bij [minderjarige 1] is onder andere sprake van PTSS en hechtingsproblematiek. [minderjarige 1] is gestart met systeemtherapie en daarnaast wordt ingezet op breed diagnostisch onderzoek om te kijken op welke gebieden nader onderzoek en/of behandeling voor [minderjarige 1] nodig is. [minderjarige 2] heeft een cognitieve beperking en vertoont externaliserend gedrag voortkomend uit angst. Ook voor [minderjarige 2] wordt ingezet op systeemtherapie en daarnaast heeft hij wekelijks therapie met paarden voor zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en om grenzen aan te geven. Bij [minderjarige 3] is sprake van een cognitieve beperking, en zijn er ernstige zorgen over haar zelfbeeld, sociaal-emotionele ontwikkeling en haar gedrag, waarbij zij zichzelf in gevaar brengt of verwondt. [minderjarige 4] is benedengemiddeld intelligent en is gediagnosticeerd met autisme. Hij vertoont externaliserend gedrag en voor hem wordt gezocht naar een andere verblijfplek. Alle kinderen vragen meer dan gemiddelde opvoedersvaardigheden gelet op hetgeen zij in het verleden hebben meegemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de vader niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de kinderen te dragen binnen een voor de kinderen aanvaardbare termijn. Ondanks dat vader de problematiek van de kinderen erkent, is hij zonder de GI niet in staat gebleken om de verschillende vormen van hulpverlening rondom de kinderen te coördineren of organiseren en een rol op zich te nemen ten aanzien van de opvoeding en verzorging van de kinderen. Feitelijk regelt de GI, naast de feitelijke opvoeders en verzorgers, en niet de vader belangrijke zaken voor de kinderen. Dit heeft de GI bevestigd tijdens de mondelinge behandeling en heeft de vader erkend. De kinderen verblijven al gedurende meerdere jaren in een pleeggezin/gezinshuis, waar zij rust, stabiliteit en continuïteit geboden krijgen. De rechtbank is van oordeel dat de kinderen belang hebben bij continuïteit in deze opvoedingssituatie en voorts dat het perspectief van de kinderen niet meer bij de vader ligt; ook dat heeft de vader erkend. Thuisplaatsing binnen een aanvaardbare termijn bij de vader is nooit aan de orde geweest en speelt ook nu niet en is niet realistisch en ook niet in het belang van de kinderen. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het voor zowel de kinderen als voor hemzelf beter is wanneer zijn gezag wordt beëindigd. Het lukt de vader niet om met de groeiende problematiek van de kinderen beslissingen te nemen, die voor de verdere ontwikkeling van de kinderen noodzakelijk zijn. De kinderen moeten nu in een stabiele omgeving kunnen werken aan hun eigen ontwikkeling. De rechtbank is het met de raad eens dat niet langer kan worden volstaan met de huidige kinderbeschermingsmaatregelen (ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing) en de aanvaardbare termijn voor de kinderen inmiddels is verstreken.</para>
        <para>Gelet op vorenstaande voldoet de maatregel in het licht van artikel 8 EVRM aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit Er kan niet met een voortzetting van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing worden volstaan, zodat  het gezag van de vader door de rechtbank zal worden beëindigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.10.</nr>
      <para>De rechtbank hecht eraan op te merken dat de vader, ook zonder gezag, belangrijk blijft voor de kinderen. De vader dient, als ouder op afstand, een passende rol te krijgen (en te behouden) in het leven van de kinderen en bij de kinderen betrokken te blijven. Ook is het van belang dat de omgangsafspraken tussen de kinderen en de vader blijven doorlopen. Daarover bestaat overigens geen discussie bij alle partijen in deze zaak zodat er voor de kinderen feitelijk niets gaat veranderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.</nr>
      <para>Omdat de beëindiging van het gezag van de vader ertoe zal leiden, dat een gezagsvoorziening over de kinderen komt te ontbreken, moet de rechtbank een voogd over de kinderen benoemen.<footnote-ref linkend="_2c8dc2c4-6200-4b3d-b440-25b3859c471e" /> De GI heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. De rechtbank is van oordeel dat de GI moet worden belast met de voogdij, omdat deze instantie vanuit een neutrale rol de belangen van de kinderen kan behartigen. De rechtbank zal het verzoek van de raad daarom toewijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.</nr>
      <para>Zoals hiervoor beschreven is het noodzakelijk dat de kinderen nu duidelijkheid krijgen over hun perspectief, zodat ze zich volledig op hun eigen ontwikkeling kunnen gaan richten. De rechtbank vindt het dan ook niet in hun belang dat de beslissing tot gezagsbeëindiging wordt geschorst als er hoger beroep wordt ingesteld. De rechtbank zal daarom, de belangen van de kinderen en hun vader tegen elkaar afwegend, de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing al geldt en moet worden uitgevoerd, ook als hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aantekening gezagsregister</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.13.</nr>
      <para>De rechtbank zal daarnaast bepalen dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het centrale gezagsregister om daarin aantekening te doen van de gewijzigde gezagssituatie.<footnote-ref linkend="_bbcba85d-183d-4572-a7f7-7efe2a572703" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>beëindigt het ouderlijk gezag van [de vader] , geboren op [geboortedatum 5] 1991 te [geboorteplaats 3] , over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>benoemt tot voogd over genoemde minderjarigen, de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. I.T.H.L. van de Bergh, voorzitter, mr. P.H.J. Frénay, en mr. P.H. Brandts, allen kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025, in aanwezigheid van de griffier.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry />
              <entry />
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_71f002f8-774c-4b56-ace6-48186fa67ea5" label="1">
    <para> Dat staat in artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d84505ed-8167-40e9-88f6-2ca9dbb4e6c9" label="2">
    <para> Dat volgt uit de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 2008/2009, 32 015, p. 34.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c8dc2c4-6200-4b3d-b440-25b3859c471e" label="3">
    <para> Dat volgt uit artikel 1:275, eerste lid BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bbcba85d-183d-4572-a7f7-7efe2a572703" label="4">
    <para> Deze beslissing is gebaseerd op artikel 2, aanhef en onder sub a, van het Besluit gezagsregisters.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>