<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:10634</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-18T09:38:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11517830 \ AZ VERZ  25-8</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-1378</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-1378</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10634">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10634</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-28T14:17:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:10634 Rechtbank Limburg , 07-05-2025 / 11517830 \ AZ VERZ  25-8</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:10634:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Ontbindingsverzoek op grond van verwijtbaar handelen (e-grond), disfunctioneren (d-grond), verstoorde arbeidsverhouding (g-grond), dan wel cumulatiegrond (i-grond). Ontevreden over manier van werken. Collega’s willen niet meer samenwerken, Werknemer doet beroep op de benadelingsbescherming van de Wet bescherming klokkenluiders. Dit beroept faalt. Ontbinding wordt toegewezen op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Door de werknemer gevorderde billijke vergoeding wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:10634:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 11517830 \ AZ VERZ  25-8</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van</emphasis>
        <emphasis role="caps"> 7</emphasis>
        <emphasis role="bold"> mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FERTIGLOBE MENA B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>verwerende partij in het tegenverzoek,</para>
      <para>hierna te noemen: Fertiglobe,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. van der Steenhoven en mr. M. Schlimbach,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>verzoekende partij in het tegenverzoek,</para>
      <para>hierna te noemen: [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.J. van Weersch, DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V..</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten een verstoorde arbeidsverhouding. De door de werknemer verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen omdat er geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid van de werkgever. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift</para>
      <para>- het verweerschrift, met een tegenverzoek</para>
      <para>- de nagezonden bijlagen 6 en 10 van 21 februari 2025 van de zijde van Fertiglobe</para>
      <para>- de nagezonden bijlagen 11 tot en met 17 van 14 april 2025 van de zijde van Fertiglobe <?linebreak?>- de spreekaantekeningen van de zijde van Fertiglobe</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 17 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] , geboren [geboortedatum] 1980, is sinds 1 juni 2023 in dienst bij Fertiglobe. De functie van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] is product manager Urea met een loon van € 11.959,88 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de arbeidsovereenkomst van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Clause 5. Short Term Incentive (bonus)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">The Employee is eligible for a Short-Term incentive (performance bonus) of 3 months of the annual fixed basic salary paid at the discretion of the company based upon both overall performance and pre-defined defined goals. These defined goals will be set for each year. No bonus will be payable if notice of termination has been given by either party of you are no longer employed by the Company at the payment date. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Clause 6. Sign-On Bonus</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Employee is eligible for a sign on bonus in the amount of EUR 45,000 gross, payable in 3 equal installments of EUR 15,000, payable after 12, 24 and 36 months of employment. Claw-back conditions would apply, implying that if the Employee is terminated for cause during the first 36 months of employment, of if the Employee would resign within the first 36 months of employment, the paid-out installments would be paid back in full. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In 2023 is met [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] een zgn. verbetertraject gestart, maar Fertigblobe heeft dit niet afgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In maart 2024 heeft [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] bij de heer [naam vice-president] (vicepresident human capital) klachten gemeld over het commercieel management. De klachten gaan over het gedrag van haar leidinggevenden in hun omgang met [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] , waardoor zij zich geïntimideerd, genegeerd en gepasseerd voelt en verhinderd wordt om haar werk te doen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In augustus 2024 neemt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] contact op met de interne compliance afdeling die de klachten in behandeling neemt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 12 december 2024 heeft Fertiglobe [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] geïnformeerd over de uitkomst van het onderzoek, waarbij de klachten van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] niet zijn bevestigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Vanaf 21 januari 2025 is [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] door Fertiglobe op non-actief gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Fertiglobe verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] per de eerst mogelijke datum te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen (e-grond), subsidiair vanwege disfunctioneren (d-grond), meer subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding      (g-grond) en uiterst subsidiair vanwege de cumulatiegrond (i-grond). Fertiglobe verzoekt verder [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] geen transitievergoeding toe te kennen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Fertiglobe heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd - kort weergegeven - dat zij geruime tijd ontevreden is over de prestaties, het leiderschap, de communicatie en de houding van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] . Daarover zijn volgens Fertiglobe meerdere gesprekken gevoerd, waaronder op 9 juli 2024, en is aan [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] een verbetertraject voorgesteld. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] weigert echter mee te werken aan een verbeterplan en komt in plaats daarvan met ongegronde beschuldigingen aangaande ongewenst gedrag en pesterijen door haar leidinggevende en het commercieel management. Doordat [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] de functioneringsproblemen niet wil bespreken, niet wil aanpakken en zich niet wil laten sturen, is er een onwerkbare situatie ontstaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Fertiglobe is van mening dat sprake is van verwijtbaar handelen van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] . Zij laat zich volgens Fertiglobe niet aanspreken op haar houding, gedrag en functioneren. Fertiglobe heeft dit disfunctioneren aan de orde gesteld en [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] meerdere mogelijkheden geboden om een verbetertraject te volgen. De weigering om hieraan mee te werken is aan [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] verwijtbaar. Als gevolg van het handelen van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] is een verstoorde arbeidsverhouding ontstaan die zodanig is dat er geen vruchtbare samenwerking mogelijk wordt geacht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Fertiglobe geeft te kennen dat herplaatsing niet tot de mogelijkheden behoort omdat ook in een andere functie de noodzakelijke vertrouwensband tussen Fertiglobe en [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] blijft ontbreken, nu zowel klanten als collega’s niet met [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] zouden willen samenwerken. Verder voert Fertiglobe ter zitting aan dat er geen passende functies beschikbaar zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] voert aan - samengevat - dat het benadelingsverbod van artikel 17e van de Wet bescherming klokkenluiders (hierna: Wbk) aan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg staat. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] heeft in maart 2024 melding gemaakt van misstanden omdat - zo stelt zij - sprake is van een gevaar voor de veiligheid van personen en/of het goed functioneren van een onderneming. Bovendien heeft Fertiglobe de melding niet conform de Wbk behandeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Dat sprake zou zijn van verwijtbaar handelen of disfunctioneren wordt door [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] betwist. Zij heeft in 2023 meegewerkt aan een verbetertraject en dit is door Fertiglobe zelf niet afgerond. Nadien heeft Fertiglobe niet nogmaals een verbetertraject voorgesteld en is zij haar werkzaamheden blijven uitvoeren tot de non-actiefstelling op 21 januari 2025. Van het weigeren mee te werken aan een verbetertraject is naar mening van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] geen sprake. </para>
        <para>Ook in haar handelen en houding kan geen verwijtbaar handelen worden gevonden nu deze enkel bestaat uit een kritische houding richting haar leidinggevenden over de wijze waarop zij door hen wordt behandeld. Dat het gesprek van 9 juli 2024 een functioneringsgesprek zou zijn, wordt door [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] betwist. Zij heeft hierin nogmaals haar klachten uiteen gezet. Bovendien ontbreekt een verslag van het gesprek. Het ontbreken van een functiebeschrijving, een verslag van een taakstellend gesprek voor 2024, een verslag van een functioneringsgesprek en een verbetertraject voor 2024, staan volgens [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] een ontbinding wegens disfunctioneren in de weg. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] erkent wel dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, maar stelt dat Fertiglobe hier bewust op heeft aangestuurd door haar klachten niet serieus te nemen en deze klachten slechts gebrekkig te onderzoeken. Nu de klachten voornamelijk gaan over het gedrag van haar leidinggevenden, is [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] het ermee eens dat zij haar huidige functie niet meer kan uitvoeren. Wel stelt zij dat er binnen Fertiglobe herplaatsingsmogelijkheden zijn in een leidinggevende functie waarbij zij niet met haar huidige leidinggevenden hoeft samen te werken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding, verzoekt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] om toekenning van de wettelijke transitievergoeding van € 9.837,95 bruto bij een ontbindingsdatum van 1 juli 2025 of een bedrag van                  € 11.031,44 bruto bij een ontbindingsdatum van 1 oktober 2025. Daarnaast maakt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] aanspraak op een billijke vergoeding van € 311.099,55 bruto. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>De billijke vergoeding is Fertiglobe volgens [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] verschuldigd omdat Fertiglobe laakbaar heeft gehandeld waardoor de verstoorde arbeidsverhouding is ontstaan. Dit betreft de klachten over de leidinggevenden zelf van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] , maar ook hoe Fertiglobe dit vervolgens heeft aangepakt. Fertiglobe heeft de klachten lang laten liggen, heeft niet alle klachten onderzocht en heeft bij het onderzoek de vertrouwelijkheid geschonden. Daarnaast heeft het gedrag van haar leidinggevenden het [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] erg lastig gemaakt om haar functie uit te blijven oefenen. Daarmee heeft Fertiglobe ernstig verwijtbaar gehandeld of nagelaten. Verder stelt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] dat een ontbinding van de arbeidsovereenkomst ook ernstige financiële gevolgen voor haar heeft nu zij verwacht geruime tijd nodig te hebben om een vergelijkbare functie met vergelijkbare arbeidsvoorwaarden te vinden en zij waarschijnlijk een lager betaalde baan zal moeten accepteren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] verzoekt veroordeling van Fertiglobe tot betaling van het tweede deel van de sign-on bonus van € 15.000,00 bruto en tot betaling van de performance bonus van </para>
        <para>€ 35.879,64 bruto, beiden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum opeisbaarheid. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadelingsverbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt allereerst dat in het kader van het beroep op de klokkenluidersbescherming de volgende regelgeving van belang is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Artikel 17e Wbk dat luidt als volgt:</para>
        <para>‘Een melder mag tijdens en na de behandeling van een melding van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat bij de melding aan de werkgever (…) de melder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de gemelde informatie over het vermoeden van een misstand op het moment van de melding juist is.’</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De definitie van een misstand wordt gegeven in artikel 1 Wbk, dat als volgt luidt: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘misstand:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>a. een schending of een gevaar voor schending van het Unierecht, of</para>
      <para>b<emphasis role="bold">. </emphasis>een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij:</para>
      <parablock>
        <para>1° een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door een werkgever zijn vastgesteld, dan wel</para>
        <para>2° een gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen, voor de aantasting van het milieu of voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten.</para>
        <para>Het maatschappelijk belang is in ieder geval in het geding indien de handeling of nalatigheid niet enkel persoonlijke belangen raakt en er sprake is van oftewel een patroon of structureel karakter dan wel de handeling of nalatigheid ernstig of omvangrijk is; (…).’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of er sprake is van een misstand waarbij het maatschappelijk belang in het geding is. Daarvoor is vereist dat de misstand niet alleen persoonlijke belangen raakt (en dus uitstijgt boven een individuele kwestie) en dat sprake is van een patroon of structureel karakter of van een zodanige ernstige of omvangrijke misstand dat daardoor het algemeen belang wordt geraakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De klachten van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] betreffen enerzijds (fysiek) intimiderend en ondermijnend gedrag van haar leidinggevenden en anderzijds neemt zij het standpunt in dat zij door haar leidinggevenden niet in staat wordt gesteld om haar werkzaamheden uit te voeren, doordat zij haar uitsluiten of door haar gemaakte (prijs)afspraken met klanten terugdraaien<footnote-ref linkend="_0fd9cb9f-7eed-42ae-aab6-c758ab3beb23" />. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] heeft ter zitting aangevoerd dat de gedragingen van haar leidinggevenden onethisch zijn, niet alleen ten opzichte van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] , maar ook ten opzichte van andere collega’s. Een onderbouwing van welke collega’s het betreft of wat er met hen is voorgevallen ontbreekt echter. Zo is er geen verklaring overgelegd van een andere werknemer die eveneens klachten heeft over het gedrag van de betreffende leidinggevenden. Nu alleen de klachten van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] bekend zijn, overstijgt de klacht over het onethische gedrag van haar leidinggevenden niet het persoonlijke belang van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] en kan dit niet gezien worden als een misstand uit artikel 1 van de Wbk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De klachten die gaan over het uitsluiten van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] bij de werkzaamheden en het terugdraaien van eerder door haar met klanten gemaakte afspraken zijn eenzelfde lot beschoren. Duidelijk is dat de gebeurtenissen impact hebben gehad op [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] als werknemer. Maar dat maakt nog niet dat sprake is van een kwestie die het individuele arbeidsgeschil overstijgt en het maatschappelijk belang raakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande komt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] geen beroep doen op de bescherming onder de Wbk en kan het ontbindingsverzoek van Fertiglobe worden behandeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gronden voor ontbinding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is.<footnote-ref linkend="_1535213d-4e29-47a0-a424-2a9046897a46" /> Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.<footnote-ref linkend="_2481f471-1588-4a16-b336-509257e0aa47" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verwijtbaar handelen (e-grond)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Volgens Fertiglobe is sprake van verwijtbaar handelen door de wijze waarop [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] kwesties aan de kaak stelt en de eigen invulling die zij aan haar functie geeft. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] staat hierbij niet open voor feedback en wenst niet mee te werken aan een verbetertraject, waardoor zij haar gedrag en houding niet aanpast. Dit heeft ertoe geleid dat de belangrijkste klant van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] Fertiglobe heeft verzocht haar van het account te verwijderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] heeft de verwijten van Fertiglobe gemotiveerd betwist en voert aan dat er geen functioneringsgesprekken met haar zijn geweest waarin haar houding en gedrag zijn besproken. Dat de betreffende klant [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] van haar account af wilde, had volgens [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] alleen te maken met het feit dat zij een hogere prijs rekende dan haar leidinggevende. Tussen partijen staat vast dat [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] in 2023 heeft meegewerkt aan een verbetertraject en dat dit door Fertiglobe niet is afgemaakt. Dat [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] in 2024 opnieuw aangesproken zou zijn op haar functioneren, houding en gedrag, en dat zij heeft geweigerd mee te werken aan een nieuw verbetertraject is niet vast komen te staan, nu [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] dit betwist en er geen (functionerings)gespreksverslagen zijn overgelegd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Dat [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] verwijtbaar heeft gehandeld doordat een klant [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] van haar account wilde, is ook niet vast komen te staan. De door [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] gegeven verklaring dat haar leidinggevende hier debet aan is, door met deze klant een lagere prijs af te spreken, is niet door Fertiglobe weersproken. Nu [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] ook onweersproken heeft gesteld dat het een onderdeel van haar functie was om voor Fertiglobe een zo goed mogelijke prijs te berekenen, valt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] op dit punt geen verwijt te maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Uit bovenstaande overwegingen volgt dat het door Fertiglobe gestelde verwijtbaar handelen niet vast is komen te staan, zodat de verzochte ontbinding op deze grond zal worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Disfunctioneren (d-grond)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Subsidiair is Fertiglobe van mening dat sprake is van disfunctioneren van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] . Hiertoe voert Fertiglobe dezelfde feiten aan als ten aanzien van de ontslaggrond ‘verwijtbaar handelen’, namelijk dat de houding en het gedrag van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] niet correct zou zijn en zij zich niet zou laten aansturen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat voor een voldragen d-grond vereist is dat de werknemer tijdig in kennis is gesteld van het vermeende disfunctioneren<footnote-ref linkend="_5173beaf-e091-4ac4-b96f-ee539ed8023a" />. Daarnaast is het de vraag of de werknemer voldoende in de gelegenheid is gesteld het functioneren te verbeteren. Voordat de kantonrechter toekomt aan beantwoording van die laatste vraag, moet eerst worden vastgesteld of de werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werknemer disfunctioneert. Zo moet er een schriftelijke beoordeling zijn waaruit het disfunctioneren blijkt en waarin de werknemer wordt gewezen op mogelijke consequenties indien het functioneren niet verbetert. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Dergelijke beoordelingen ontbreken en [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] heeft tot aan haar non-actiefstelling van 21 januari 2025 haar werkzaamheden zonder verdere belemmeringen kunnen uitvoeren. Gelet daarop oordeelt de kantonrechter dat [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] niet afdoende de gelegenheid is geboden om haar functioneren te verbeteren, waardoor er geen sprake is van een voldragen d-grond. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Partijen zijn het er over eens dat er sprake is van een dusdanig verstoorde arbeidsverhouding dat voortzetting van de arbeidsrelatie in deze functie niet zinvol is. Naar het oordeel van de kantonrechter valt niet een van partijen van het ontstaan van deze verstoorde arbeidsverhouding in overwegende mate een verwijt te maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Duidelijk is dat partijen anders denken over de invulling die [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] aan haar functie dient te geven, welke vrijheid zij daarin heeft en welke invloed haar leidinggevenden daar nog op hebben. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] heeft er de invulling aan gegeven die haar goeddunkte, maar kennelijk was dit niet naar tevredenheid van Fertiglobe. Na een deels gevolgd verbetertraject eind 2023 valt uit de stellingen van Fertiglobe op te maken dat zij nog steeds niet tevreden is over de houding en het gedrag van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] . Zij verwijt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] een gebrek aan zelfreflectie op haar houding en gedrag. Daarnaast zou [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] geen bereidheid tonen om haar houding en gedrag aan te passen. Er staat echter niet vast dat Fertiglobe met [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] alsnog duidelijke afspraken heeft gemaakt over de wijze waarop zij invulling dient te geven aan haar functie en wat Fertiglobe anders wenst te zien. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] betwist dat zij op haar functioneren is aangesproken en Fertiglobe heeft geen gespreksverslagen overgelegd die dat aantonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>Een deel van de klachten van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] hangt samen met de onduidelijkheid over de (door beide partijen) gewenste uitvoering van haar functie. Een ander deel gaat over wijze waarop zij door haar leidinggevenden wordt behandeld. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] verwijt Fertiglobe dat zij haar klachten aanvankelijk niet serieus nam en deze nadien traag en onvolledig heeft onderzocht, waardoor Fertiglobe bewust heeft aangestuurd op een verstoorde arbeidsverhouding. Evident is dat het even heeft geduurd voordat de klachten door de juiste persoon in behandeling werden genomen, maar niet dat Fertiglobe bewust het onderzoek traag en onvolledig zou hebben uitgevoerd en zou hebben aangestuurd op een verstoorde arbeidsverhouding. Het onderzoek is uitgevoerd door de compliance afdeling die voor haar onderzoek een deel van de door [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] genoemde getuigen heeft gehoord. Daar is enige tijd mee gemoeid geweest, maar de kantonrechter heeft niet de indruk dat het onderzoek door Fertiglobe onzorgvuldig is uitgevoerd. Niettemin had dit beter gekund.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>Dit gezegd zijnde, blijkt uit de door partijen ingebrachte stukken dat [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] van begin af aan een uiterst kritische houding heeft ingenomen ten aanzien van haar leidinggevenden. Ook dat had anders gekund. Een dergelijke houding komt de onderlinge sfeer natuurlijk niet ten goede. Op onderdelen had [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] mogelijk een punt, maar door er zo met gestrekt been in te gaan heeft zij zelf ook aan de slechte verhoudingen bijgedragen. Het is immers de toon die de muziek maakt. Alles overziend zijn beiden partijen debet aan het ontstaan van een verstoorde arbeidsverhouding die ernstig en duurzaam van aard is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Herplaatsing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>Partijen zijn het er over eens dat een voortzetting in de huidige functie gedoemd is te mislukken en niet mogelijk is. Niettemin stelt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] dat herplaatsing in een andere functie binnen Fertiglobe wel mogelijk zou zijn, zonder daarvoor specifieke functies en vacatures te noemen. Fertiglobe heeft dit gemotiveerd betwist en aangevoerd dat er geen vacatures zijn voor andere commerciële functies. Bovendien blijkt uit r.o. 4.16., 4.17. en 4.18. dat de verstoorde arbeidsverhouding ernstig en duurzaam van aard is. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat herplaatsing niet in de rede ligt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding ex artikel 7:669 lid 3 sub g BW. De meest subsidiair aangevoerde grond hoeft dan geen bespreking meer. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Tegenverzoeken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Billijke vergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>Vervolgens is de vraag aan de orde of aan [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] een billijke vergoeding moet worden toegekend. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.<footnote-ref linkend="_5343c0bb-bed6-4556-b8f1-655476248d63" /> Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen<footnote-ref linkend="_822da944-760f-4a55-bf5f-11f560207366" />. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als de werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als de werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren<footnote-ref linkend="_1effc350-3616-47a8-b518-5963fdcf061c" />. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter doet zich een dergelijke situatie hier niet voor. Ten aanzien van het door Fertiglobe opgevoerde verwijtbaar handelen en disfunctioneren heeft de kantonrechter vastgesteld dat ontbinding op deze gronden niet kan slagen, omdat bij beiden geen sprake is van een voldragen grond. Echter, niet kan worden vastgesteld dat Fertiglobe een valse grond heeft opgevoerd om zodoende een onwerkbare situatie te creëren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is verder van oordeel dat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de kant van Fertiglobe. Fertiglobe had als werkgever de zaken anders kunnen aanpakken, maar om het voert te ver om Fertiglobe in dat kader een <emphasis role="underline">ernstig</emphasis> (onderstreping kantonrechter) verwijt te maken. Zoals hiervoor reeds in r.o. 4.16., 4.17. en 4.18. is overwogen valt niet alleen Fertiglobe van de verstoorde verhouding een verwijt te maken, maar zijn beide partijen debet aan het ontstaan van de getroebleerde arbeidsrelatie. Op grond van het bovenstaande ziet de kantonrechter geen aanleiding om aan [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] een billijke vergoeding toe te kennen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Transitievergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <para>Aangezien er geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] , heeft zij recht op een transitievergoeding. Fertiglobe heeft het door [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] gebruikte maandloon van € 14.166,67 bruto voor de berekening van de transitievergoeding niet betwist, zodat de kantonrechter voor de berekening zal uitgaan van dit maandbedrag. Gelet daarop bedraagt de transitievergoeding bij een einde per 1 juli 2025 het bedrag van € 9.837,95 bruto. Het verzoek van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] om Fertiglobe te veroordelen tot betaling van die transitievergoeding wordt daarom toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de transitievergoeding wordt ook toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 augustus 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Einddatum van de arbeidsovereenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <para>De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 juli 2025, nu de kantonrechter geen aanleiding ziet voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Fertiglobe of van [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] . Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure.<footnote-ref linkend="_98a22cd8-afd1-46f8-afd2-a1d29f999e46" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.26.</nr>
      <para>Fertiglobe hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Sign-on bonus van € 15.000,00 bruto</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.27.</nr>
      <para>Op grond van artikel 6 van de arbeidsovereenkomst heeft [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] recht op het tweede gedeelte van de sign-on bonus ter hoogte van € 15.000,00 bruto indien zij op 1 juni 2025 nog in dienst is. Dit recht heeft zij alleen niet wanneer sprake is van een “termination for cause”<footnote-ref linkend="_067b4660-f472-474b-9c18-e0f996c29df8" />. Fertiglobe stelt dat sprake is van een dergelijke “termination for cause” wanneer sprake is van ontslag op een redelijke grond zoals op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e, d of g BW. De kantonrechter kan Fertiglobe hierin niet volgen. De in het internationale contractenrecht gangbare term “termination for cause” moet immers gelijk worden gesteld met (naar Nederlands recht) een vorm van ontslag op staande voet. Daarvan is in deze zaak geen sprake. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.28.</nr>
      <para>Nu geen sprake is van een “termination for cause” en [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] op 1 juni 2025 nog in dienst is van Fertiglobe, zal de verzochte tweede termijn van de sign-on bonus van               € 15.000,00 bruto worden toegewezen. Eveneens zal de daarover verzochte wettelijke rente worden toegewezen vanaf 1 juli 2025. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Performance bonus van € 35.879,64 bruto</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.29.</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 5 van de arbeidsovereenkomst is een performance bonus opgenomen van drie bruto maandsalarissen<footnote-ref linkend="_ec9d4555-4696-47c0-bb5d-e8eee9f84083" />. [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] stelt dat deze bonus wordt toegekend op basis van functioneren en vooraf vastgestelde doelen. Deze doelen zijn niet vastgesteld, maar dat dient volgens [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] voor rekening van Fertiglobe te blijven. Nu zij verder geen negatieve beoordeling heeft ontvangen over 2024, maakt zij aanspraak op de bonus over het jaar 2024. </para>
        <para>Fertiglobe heeft de verschuldigdheid van de bonus betwist, omdat toekenning van deze bonus ter vrije discretie van Fertiglobe staat en [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] bovendien op grond van haar functioneren niet voor de vergoeding in aanmerking komt. Van een gegarandeerde bonus zou geen sprake zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.30.</nr>
      <para>De toekenning van deze bonus is conform het artikel uit de arbeidsovereenkomst “at the discretion of de company”. Daarmee wordt bedoeld dat het ter vrije beoordeling van Fertiglobe is om al dan niet een bonus toe te kennen en dat daarbij gekeken moet worden naar zowel “overall performances” als “pre-defined goals”. Er wordt geen garantie op een bonus gegeven, ook niet als er geen opmerkingen zijn op het functioneren en de doelstellingen gehaald worden. Zelfs in een dergelijk geval zou Fertiglobe kunnen besluiten om geen bonus toe te kennen. Fertiglobe heeft aangevoerd dat [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] deze bonus niet toekomt omdat zij niet tevreden is over haar functioneren. Dat Fertiglobe niet tevreden is over het functioneren heeft zij ook uitgesproken in de brief van 19 augustus 2024<footnote-ref linkend="_a1d0402a-a58f-48a3-8fa9-ad1339614a91" />. Weliswaar is onvoldoende aangetoond dat sprake is van disfunctioneren als ontbindingsgrond, maar voor het niet toekennen van de bonus is voldoende dat naar de vrije beoordeling van Fertiglobe het functioneren niet naar behoren is. Op grond van het bovenstaande komt [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] geen recht toe op de performance bonus en zal haar verzoek hiertoe worden afgewezen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.31.</nr>
      <para>Gelet op de aard en uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat de proceskosten op hierna te bepalen wijze worden gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>stelt vast dat Fertiglobe geen billijke vergoeding verschuldigd is, omdat zij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 9 sub c BW; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Fertiglobe om aan [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] een transitievergoeding te betalen van </para>
        <para>€ 9.837,95 bruto, te vermeerderen met de wettelijke vanaf 1 augustus 2025, tot aan de dag van de gehele betaling; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt Fertiglobe om aan [verweerster, verzoekster in het tegenverzoek] het tweede deel van de sign-on bonus van      € 15.000,00 bruto te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025, tot aan de dag van gehele betaling; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart de onderdelen 5.3. en 5.4. van deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>VC</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0fd9cb9f-7eed-42ae-aab6-c758ab3beb23" label="1">
    <para> Zie randnummer 4.9 van het verweerschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1535213d-4e29-47a0-a424-2a9046897a46" label="2">
    <para> Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2481f471-1588-4a16-b336-509257e0aa47" label="3">
    <para> Artikel 7:669 lid 1 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5173beaf-e091-4ac4-b96f-ee539ed8023a" label="4">
    <para> Artikel 7:669 lid 3 sub d BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5343c0bb-bed6-4556-b8f1-655476248d63" label="5">
    <para> Artikel 7:671b lid 9, onder c, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_822da944-760f-4a55-bf5f-11f560207366" label="6">
    <para> Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 21 januari 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR:2022:63 (<emphasis role="italic">Juridisch secretaresse</emphasis>).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1effc350-3616-47a8-b518-5963fdcf061c" label="7">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis>, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_98a22cd8-afd1-46f8-afd2-a1d29f999e46" label="8">
    <para> Artikel 7:671b lid 9, onder a, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_067b4660-f472-474b-9c18-e0f996c29df8" label="9">
    <para> Zie hiervoor onder 2.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec9d4555-4696-47c0-bb5d-e8eee9f84083" label="10">
    <para> Zie hiervoor onder 2.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1d0402a-a58f-48a3-8fa9-ad1339614a91" label="11">
    <para> Zie productie 5 bij het verweerschrift.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>