<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:10444</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T10:05:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11821255 AZ VERZ 25-88</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025103002</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-1376</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-1376</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-2190</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2025/2175</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2025/52.19.14</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10444">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10444</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-28T15:43:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:10444 Rechtbank Limburg , 16-10-2025 / 11821255 AZ VERZ 25-88</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:10444:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Ontbindingsverzoek op grond van verwijtbaar handelen (e-grond), verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) dan wel cumulatiegrond (i-grond). Werkneemster werkt bij de Belastingdienst. Met de laptop en het user-ID van werkneemster is tweemaal een definitieve aanslag gewijzigd zonder dat hiertoe opdracht is gegeven. Werkneemster heeft hier geen verklaring voor. Ook heeft zij zonder reden de systemen geraadpleegd. Ontbinding wordt toegewezen op grond van verwijtbaar handelen. Werkneemster wordt geen transitievergoeding toegekend omdat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:10444:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 11821255 \ AZ VERZ  25-88</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 16 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE STAAT DER NEDERLANDEN</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de Staat,</para>
      <para>gemachtigde: mr. Z. Wagenaar-Meijer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verweerster] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verweerster] , geboren [geboortedatum] 1984, is sinds 1 september 2013 in dienst bij de Staat. De functie van [verweerster] is behandelfunctionaris E met een loon van € 3.858,28 bruto per maand, exclusief individueel keuzebudget van € 599,76 bruto per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 8 november 2013 heeft [verweerster] de belofte afgelegd waarin zij - voor zover relevant - heeft verklaard:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik beloof dat ik plichtsgetrouw en nauwgezet de mij opgedragen taken zal vervullen en zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim zal houden voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht ben,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik beloof dat ik mij zal gedragen naar de voor de Belastingdienst geldende basiswaarden geloofwaardigheid, verantwoordelijkheid en zorgvuldigheid,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik beloof dat ik mij verder zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, onkreukbaar en betrouwbaar te zullen zijn en niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [verweerster] is werkzaam op de afdeling Particulieren Buitenland van de Belastingdienst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 23 november 2023 heeft [verweerster] zich ziekgemeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 10 oktober 2024 heeft door middel van steekproeven een kwaliteitscontrole plaatsgevonden bij de Belastingdienst. Uit deze controle is naar voren gekomen dat met gebruikmaking van het user-ID en het wachtwoord van [verweerster] tweemaal een definitieve aanslag van een binnenlandse belastingplichtige is aangepast: op 17 oktober 2023 en op 2 april 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 6 november 2024 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerster] en haar leidinggevenden. Daarin is zij geconfronteerd met de bevindingen uit de controle. Van dit gesprek is een gespreksverslag gemaakt waarin - onder meer - het volgende is opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Vervolgens vraagt mevrouw [naam 1] of de opgedragen werkzaamheden enkel en alleen zijn gericht op buitenlandse belastingplichtigen. Dit werd door mevrouw [verweerster] bevestigd. Het behandelen van binnenlandse belastingplichtigen behoort niet tot haar taak.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De heer [naam 2] vraagt hoe verklaart kan worden dat tweemaal de post van een binnenlandse belastingplichtige ambtshalve is verminderd met het user-ID van mevrouw [verweerster] . Mevrouw [verweerster] weet dit niet (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De heer [naam 2] vraagt vervolgens aan mevrouw [verweerster] of ze weleens haar user-ID heeft gedeeld met collega’s. Mevrouw [verweerster] zegt weleens een uitzendkracht op haar user-ID te hebben laten werken, maar dan zat zij ernaast. (…) maar ze heeft daarbij nooit haar wachtwoord gegeven.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De heer [naam 2] begint het tweede deel van het gesprek en (…) of de naam ( [naam 3] , invulling door kantonrechter, hierna te noemen: [naam 3] ) haar iets zegt. Mevrouw [verweerster] geeft aan de heer ( [naam 3] , invulling door kantonrechter) te kennen. Hij woont in hetzelfde dorp en ze komt hem weleens tegen. De heer ( [naam 3] , invulling door kantonrechter) heeft aan mevrouw [verweerster] weleens een vraag gesteld. Het ging hierbij dan over dat de IACK (inkomensafhankelijke combinatiekorting, invulling door kantonrechter) niet was toegekend. Mevrouw [verweerster] heeft dit nagekeken voor de heer ( [naam 3] , invulling door kantonrechter) en hem geadviseerd om het ouderschapsplan op te sturen en bezwaar te maken tegen de aanslag. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De heer [naam 2] vraagt of dit de enige keer was dat de heer ( [naam 3] , invulling door kantonrechter) haar iets heeft gevraagd. Mevrouw [verweerster] bevestigt dit, het is besproken toen ze elkaar zijn tegengekomen in de supermarkt. (…) waarschijnlijk ergens begin 2023.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gevraagd wordt of er nog meer contactmomenten hebben plaatsgevonden? Dit is niet het geval. Op de vraag of ze nog meer heeft gedaan voor heer ( [naam 3] , invullen kantonrechter) beantwoord mevrouw [verweerster] dat ze enkel het systeem ABS (Aanslag Belasting Systeem, invulling door kantonrechter) heeft geraadpleegd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Op de vraag of zij de heer ( [naam 3] , invulling door kantonrechter) ook een terugkoppeling heeft gegeven is het antwoord dat dit niet is gebeurd. De heer ( [naam 3] , invulling kantonrechter) is mevrouw [verweerster] de eerste keer tegengekomen in de kroeg en daar in de kroeg zijn BSN-nummer op een bierviltje opgeschreven voor mevrouw [verweerster] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Mevrouw [naam 1] vraagt ook aan mevrouw [verweerster] of ze niet heeft gedacht of dit wel of niet mag? Mevrouw [verweerster] geeft aan dat ze alleen heeft gekeken in ABS maar verder niets. (…) Mevrouw [verweerster] geeft aan het allemaal niet meer te weten. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mevrouw [naam 1] vraagt of mevrouw [verweerster] weleens bij andere, anders dan de heer ( [naam 3] , invulling door kantonrechter), naar gegevens te hebben gekeken. Dit is niet het geval geweest zegt mevrouw [verweerster] . (…) Mevrouw [verweerster] geeft aan het jaar erop, 2024, nogmaals te hebben gekeken om te zien of het nu juist is gegaan. Het tweede jaar was niet goed gegaan zag ze, maar heeft hier niets mee gedaan. Ook hier geen terugkoppeling over gegeven naar heer ( [naam 3] , invulling kantonrechter).(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Mevrouw [verweerster] geef aan dat in de kroeg heer ( [naam 3] , invulling door kantonrechter) stond te huilen, zij dit zielig vond en hem graag wilde helpen. (…)” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 11 november 2024 heeft [verweerster] aan de Staat haar bevindingen gezonden, waarin zij - voor zover van belang - heeft vermeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Ik kan helaas niet verklaren waarom wel mijn user-id bij deze aanpassingen staat maar ik heb ze in ieder geval niet doorgevoerd. Ik probeer te herleiden hoe dit kon gebeuren, maar ik kan geen verklaring vinden (…)” </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tenslotte heb ik voor de heer [naam 4] eind 2022 en begin 2023 (…) in het systeem ABS gekeken en niet op de eerder aangegeven data van 23 november 2023 en 2 april 2024. Ik heb toen alleen het advies gegeven dat hij in bezwaar moest gaan tegen de definitieve aanslag met een kopie van het ouderschapsplan. Ik heb ook hier niks aangepast.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op 7 januari 2025 heeft de Staat aan [verweerster] een brief gestuurd waarin zij heeft aangegeven dat het Onderzoeksbureau Integriteit Financiën (hierna: OIF) een feitenonderzoek zal doen naar de vermeende integriteitsschendingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Het IOF heeft op 17 april 2025 haar onderzoeksbevindingen gerapporteerd. In haar rapport komt zij tot de volgende bevindingen - voor zover relevant - :</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">4.1 Algemene bevindingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De betrokkene had op 17 oktober 2023 en 2 april 2024 de beschikking over haar laptop van de werkgever en er is met gebruikmaking van haar inloggegevens, ingelogd op haar laptop. Voor de onderzoekers is in voldoende mate aannemelijk dat het betrokkene zelf is geweest die op dat moment was ingelogd op haar laptop. Betrokkene heeft ook geen sluitend / aannemelijk ander scenario kunnen schetsen. Betrokkene had toegang tot onder andere ABS vanuit haar autorisatie die bij haar functie behoort. Op beide dagen is dezelfde handeling verricht ten gunste van dezelfde persoon. Betrokkene heeft geen verklaring voor hetgeen is geconstateerd. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene had geen opdracht tot het uitvoeren van de taak “ambtshalve verminderen DA op BSN [nummer] ” op genoemde dagen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Bevindingen loggegevens</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op 17 oktober 2023 is de gebruiker van laptop PPC0921822 met userID [userID] om 8:44 ingelogd en om 21:51 uitgelogd.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op 17 oktober 2023 om 10:06 is de taak “Ambtshalve verminderen DA” op        BSN [nummer] behorende bij [naam 3] uitgevoerd door de gebruiker [userID] .</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op 2 april 2024 is de gebruiker van laptop PPC1004724 met userID [userID] om 10:00 ingelogd en om 21:50 uitgelogd.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op 2 april 2024 om 10:03 is de taak “Ambtshalve verminderen DA” op               BSN [nummer] behorende bij [naam 3] uitgevoerd door de gebruiker [userID]</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De onderzoekers vinden het in voldoende mate aannemelijk dat met gebruikmaking van het userID en het wachtwoord toegang is verkregen tot de systemen van de werkgever middels de aan betrokkene uitgegeven laptop.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Bevindingen interviews</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gebruik laptop/mutaties</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Betrokkene had de beschikking over een laptop van de werkgever en had autorisaties om te muteren in ABS;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Betrokkene had geen opdracht om de twee mutaties (17 oktober 2023 en          </emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <emphasis role="italic">2 april 2024 welke betrekking hebben op BSN: [nummer] behorende bij [naam 3] uitgevoerd door [userID] ) uit te voeren;</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para> <emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Met het userID van betrokkene is op beide dagen ingelogd op de laptop van de werkgever die aan betrokkene is uitgegeven;</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Betrokkene heeft verklaard dat zij gegevens in de belastingsystemen heeft opgezocht zonder opdracht;</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Met het userID van betrokkene is zonder opdracht een aangifte van een binnenlandse belastingplichtige gemuteerd;</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Betrokkene heeft geen plausibele verklaring voor de mutaties.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Belastingplichtige</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De heer [naam 3] werd genoemd door de werkgever en het IOF, betrokkene heeft het over de heer [naam 4] ;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Betrokkene stelt de heer [naam 3] niet te kennen.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Bevindingen uitgegeven hardware</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de loggegevens van de postbus vertrouwelijke onderzoeken valt het op dat op </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">17 oktober 2023 ingelogd is op PPC0921822 en op 2 april 2024 is er ingelogd vanaf PPC1004724. (…) Uit dit overzicht is op te maken dat PPC0921822 is uitgegeven aan betrokkene en inmiddels is ingeleverd. PPC1004724 is tevens uitgegeven aan betrokkene en dit betreft de laptop die betrokkene in gebruik heeft. Met grote mate van zekerheid kan worden gesteld dat betrokkene is ingelogd met de aan haar verstrekte userID en wachtwoord vanaf de aan betrokkene uitgegeven laptop.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De Staat verzoekt - samengevat - bij beschikking, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen (e-grond), subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding </para>
        <para>(g-grond), meer subsidiair vanwege de combinatiegrond (i-grond). </para>
        <para>II. bij een ontbinding op de g- en i-grond, bij het bepalen van de einddatum van de arbeidsovereenkomst rekening te houden met de proceduretijd;</para>
        <para>III. bij een ontbinding op de e-grond, bij het bepalen van de einddatum van de arbeidsovereenkomst geen rekening te houden met de proceduretijd en de arbeidsovereenkomst dadelijk te ontbinden;</para>
        <para>IV. voor recht te verklaren dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten en dientengevolge geen recht heeft op een transitievergoeding;</para>
        <para>V. veroordeling van [verweerster] in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Staat heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd - kort weergegeven - dat voor een ambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst de kernwaarden integriteit, professionaliteit en betrouwbaarheid van groot belang zijn. [verweerster] heeft volgens de Staat onbevoegd tweemaal de aanslagen van een belastingplichtige verminderd omdat de post van deze belastingplichtige niet tot het werkzaamheden van [verweerster] behoorde, er geen verslagen in het systeem zaten die aan de vermindering ten grondslag zouden moeten liggen en de vermindering ook nog eens onterecht was. Ook heeft [verweerster] tweemaal de systemen van de Belastingdienst geraadpleegd voor niet-zakelijke doeleinden. Daarmee heeft zij de systemen oneigenlijk gebruikt. Naar mening van de Staat heeft [verweerster] hierover verder onjuiste of onvolledige verklaringen afgelegd, door eerst te erkennen de betreffende belastingplichtige te kennen en dit later te ontkennen. De Staat stelt dat door deze houding en gedragingen van [verweerster] sprake is van verwijtbaar handelen en dat van de Staat niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Verder is als gevolg van het handelen van [verweerster] een verstoorde arbeidsverhouding ontstaan omdat [verweerster] in strijd heeft gehandeld met de basiswaarden van de Belastingdienst, die uitgaan van verantwoordelijkheid en een zorgvuldige opstelling. Hierdoor is een definitieve vertrouwensbreuk tussen de Staat en [verweerster] ontstaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Herplaatsing ligt gelet op de omstandigheden niet in de rede. Het verwijtbaar handelen van [verweerster] is hier volgens de Staat de oorzaak van. Verder staat betrouwbaarheid bij de Staat voorop en [verweerster] heeft dermate gedrag laten zien dat zij onmogelijk binnen een ander onderdeel van de Staat geplaatst kan worden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Verder voert de Staat aan dat het opzegverbod van artikel 7:670 lid 1 BW niet van toepassing is, aangezien het verzoek tot ontbinding geen verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van [verweerster] . Bovendien speelde een deel van de verweten gedragingen zich af vóór de ziekmelding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [verweerster] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat zij de mutaties in de aangifte van de betreffende belastingplichtige niet heeft verricht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gronden voor ontbinding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is<footnote-ref linkend="_38007a1e-d558-40fc-b32b-5571d45a5d03" />. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt<footnote-ref linkend="_ca8a9f30-4889-456e-80de-9073df5e270d" />.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Aan het ontbindingsverzoek heeft de Staat primair ten grondslag gelegd dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten<footnote-ref linkend="_098744e4-d272-44ef-817a-07d22479258c" /> van [verweerster] , omdat zij onbevoegd tweemaal de aanslag van een belastingplichtige heeft verminderd, tweemaal voor niet-zakelijke doeleinden de systemen van de Belastingdienst heeft geraadpleegd en omdat [verweerster] over deze gedragingen onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd. De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Aan een ambtenaar werkend voor de Belastingdienst wordt een hoge mate van integriteit verwacht<footnote-ref linkend="_c99134a7-58fe-4de2-9ae6-9a37198ddc24" />. Hierop worden ambtenaren ook gewezen tijdens het afleggen van de eed of belofte. Ook worden in de Gedragscode Integriteit Rijk 2020<footnote-ref linkend="_5b91fb68-17d2-4b20-8e80-1d5105063ba9" /> (hierna: GIR) de basiswaarden geloofwaardigheid, betrouwbaarheid, zorgvuldigheid en het nemen van verantwoordelijkheid benoemt, en wordt duidelijk gemaakt wat onder integriteit en integer handelen wordt verstaan. Aangezien [verweerster] sinds 2013 voor de Staat werkzaam is en de belofte heeft afgelegd, mag zij verondersteld worden bekend te zijn met het belang van integer werken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit de loggegevens en het onderzoek van het IOF blijkt dat er op 17 oktober 2023 en op 2 april 2024 met de laptop, die op dat moment in bezit is van [verweerster] , met de user-ID en het wachtwoord van [verweerster] is ingelogd in de systemen van de Belastingdienst en de aanslag van belastingplichtige [naam 3] is verminderd<footnote-ref linkend="_ad8730f4-e470-49cf-a6c9-c4ec8e131594" />. Voor deze werkzaamheden is geen opdracht gegeven aan [verweerster] , noch was er enige aanleiding voor. [verweerster] heeft geen verklaring kunnen geven waarom met haar laptop, user-ID en wachtwoord deze vermindering is doorgevoerd. Zij heeft aangevoerd dat haar wachtwoord misschien bij anderen bekend was omdat zij les had gegeven aan uitzendkrachten en daarvoor was ingelogd met haar wachtwoord. Op de zitting heeft de Staat echter gesteld dat de wachtwoorden elke maand moeten worden gewijzigd. Dit is niet door [verweerster] betwist. In het geval dat het wachtwoord van [verweerster] in oktober 2023 bij een ander bekend zou zijn geweest, dan zou deze persoon niet met hetzelfde wachtwoord in april 2024 nogmaals een wijziging hebben kunnen doorvoeren. Bovendien zijn de wijzigingen doorgevoerd vanaf de laptop van [verweerster] die zij op beide momenten in haar bezit had. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verweerster] verklaarde op 17 oktober 2023 een BHV-cursus te hebben gevolgd waarbij zij haar laptop bij zich had en op 2 april 2024 ziek te zijn en haar laptop bij haar thuis te hebben. Ten aanzien van de wijzigingen betwist [verweerster] enkel dat zij het heeft gedaan. Mede gezien haar wisselende verklaringen met betrekking tot haar bekendheid belastingplichtige [naam 3] , de persoon waarvan twee aanslagen zonder aanleiding onterecht werden aangepast, is deze blote ontkenning echter onvoldoende om de harde bewijzen van de Staat te ontkrachten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>In het gesprek van 6 november 2024 gaf [verweerster] aan belastingplichtige [naam 3] te kennen als een bewoner van hetzelfde dorp en door hem in de supermarkt te zijn aangesproken over de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Later in het gesprek verklaarde [verweerster] dat hij haar in de kroeg zijn BSN-nummer op een bierviltje had gegeven. Zij heeft daarop begin 2023 in de systemen nagekeken of deze korting was toegekend en hem naar aanleiding hiervan geadviseerd om in bezwaar te gaan en een ouderschapsplan te overleggen. In 2024 heeft zij, ongevraagd, nogmaals de systemen voor [naam 3] geraadpleegd. Hiervan heeft ze [naam 3] niet in kennis gesteld. </para>
        <para>In haar bericht van 11 november 2024 verklaarde [verweerster] dat zij voor een zekere heer [naam 4] in de systemen had gekeken en dat dit eind 2022 en begin 2023 is geweest. Hem had ze het advies gegeven om in bezwaar te gaan en een kopie van het ouderschapsplan te overleggen. Vervolgens heeft [verweerster] tijdens het onderzoek door IOF verklaard [naam 3] niet te kennen<footnote-ref linkend="_c079152f-974d-4ccf-b366-726c498951e5" />. Voor deze wisselende verklaringen heeft [verweerster] geen duidelijke reden gegeven. Vast staat wel dat zij tweemaal de systemen heeft geraadpleegd zonder dat hiervoor een zakelijk doel was. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van het bovenstaande concludeert de kantonrechter dat [verweerster] op </para>
        <para>17 oktober 2023 en op 2 april 2024 de aanslag van de belastingplichtige [naam 3] heeft verminderd zonder dat hier een geldige reden voor was. Ook heeft zij zonder geldige reden tweemaal de systemen geraadpleegd. Met haar wisselende verklaringen hierover, heeft [verweerster] geen duidelijkheid weten te scheppen. Als ambtenaar werkzaam binnen de Belastingdienst moet [verweerster] weten dat het belang van integer werken zeer hoog in het vaandel staat en dat van haar verwacht wordt dat zij betrouwbaar met vertrouwelijke gegevens omgaat. Door definitieve aanslagen te verminderen en voor persoonlijke doeleinden de systemen te raadplegen heeft [verweerster] de betrouwbaarheid en integriteit geschonden en daarmee ernstig verwijtbaar gehandeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Aangezien herplaatsing gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden niet in de rede ligt, is in dit geval sprake van een redelijke grond voor ontbinding, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW. De subsidiair aangevoerde gronden hoeven dan geen bespreking meer.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen opzegverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Het opzegverbod tijdens ziekte<footnote-ref linkend="_83d01bdf-5630-49b9-b089-db6564e99e47" /> staat niet aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [verweerster] in de weg. Het ontbindingsverzoek houdt namelijk geen verband met de arbeidsongeschiktheid van [verweerster] , maar met de door haar onbevoegd doorgevoerde wijzigingen in de aanslagen en het voor privé doeleinden raadplegen van de systemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernstige verwijtbaarheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De Staat heeft verzocht bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen rekening te houden met de opzegtermijn<footnote-ref linkend="_d9b2db70-c521-49f5-84de-7ad41d446e2e" /> en [verweerster] geen transitievergoeding<footnote-ref linkend="_3a10224a-bdb4-4061-9a49-ab1f9adfb1e0" /> toe te kennen, aangezien het gedrag van [verweerster] volgens de Staat kwalificeert als ernstig verwijtbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Daarvan is in dit geval sprake. De gedragingen van [verweerster] , het zonder opdracht verminderen van definitieve belastingaanslagen en het voor privé doeleinden raadplegen van de systemen zijn te kwalificeren als ernstig verwijtbare gedragingen. Gelet daarop zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden met ingang van de dag na de uitspraak en is de Staat aan [verweerster] geen transitievergoeding verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [verweerster] , omdat [verweerster] ongelijk krijgt en sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] . De proceskosten aan de zijde van de Staat worden begroot op € 1.084,00 (€ 135,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 17 oktober 2025,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en dientengevolge geen recht heeft op een transitievergoeding ten laste van de Staat,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [verweerster] in de proceskosten van € 1.084,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerster] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad<footnote-ref linkend="_3db6c668-d392-4e20-8eeb-3ab511338721" />.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>VC</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_38007a1e-d558-40fc-b32b-5571d45a5d03" label="1">
    <para> Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca8a9f30-4889-456e-80de-9073df5e270d" label="2">
    <para> Artikel 7:669 lid 1 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_098744e4-d272-44ef-817a-07d22479258c" label="3">
    <para> Artikel 7:669 lid 3 sub e BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c99134a7-58fe-4de2-9ae6-9a37198ddc24" label="4">
    <para> Artikel 6 lid 1 Ambtenarenwet 2017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b91fb68-17d2-4b20-8e80-1d5105063ba9" label="5">
    <para> Zie productie 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad8730f4-e470-49cf-a6c9-c4ec8e131594" label="6">
    <para> Zie hiervoor onder 2.9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c079152f-974d-4ccf-b366-726c498951e5" label="7">
    <para> Zie hiervoor onder 2.9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_83d01bdf-5630-49b9-b089-db6564e99e47" label="8">
    <para> Artikel 7:670 lid 1 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9b2db70-c521-49f5-84de-7ad41d446e2e" label="9">
    <para> Artikel 7:671b lid 9 sub b BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3a10224a-bdb4-4061-9a49-ab1f9adfb1e0" label="10">
    <para> Artikel 7:673 lid 7 sub c BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3db6c668-d392-4e20-8eeb-3ab511338721" label="11">
    <para> Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>