<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2025:10208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T11:51:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/318567 / HA ZA 23-246</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2024:2226" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:2226</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2025:8519" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2025:8519</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10208">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-24T16:57:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:10208 Rechtbank Limburg , 09-07-2025 / C/03/318567 / HA ZA 23-246</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2025:10208:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Bodemzaak. Vervolg op de tussenvonnissen van 24 april 2024 (ECLI:NL:RBLIM:2024:2226) en 18 juni 2025 (ECLI:NL:RBLIM:2025:8519). Gedaagden in conventie hebben de rechtbank verzocht om terug te komen op een rechtsoverweging in het tussenvonnis van 18 juni 2025 omdat er volgens hen sprake is van een kennelijke fout die op de voet van artikel 31 Rv hersteld kan worden. Eiseres in conventie verzet zich daartegen. De rechtbank is van oordeel dat er in het tussenvonnis van 18 juni 2025 geen sprake is van een fout en wijst daarom het verzoek tot herstel af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2025:10208:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/318567 / HA ZA 23-246</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 9 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar Turks recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SIYAPI INSAAT A.Ş.</emphasis>, </para>
      <para>te 34760 Ümraniye, Istanboel, Turkije,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: Siyapi,</para>
      <para>advocaat: mr. M.M.M. Rooijen te Weert,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid</para>
    </parablock>
    <para>1. <emphasis role="bold">[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1]</emphasis>, </para>
    <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2]</emphasis>, </para>
    <parablock>
      <para>beiden gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagden in conventie,</para>
      <para>eiseressen in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: samen (in enkelvoud) [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , of</para>
      <para>afzonderlijk [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. L. van der Werf te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 18 juni 2025,<?linebreak?>- de brief van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van 27 juni 2025 met het verzoek tot herstel van het tussenvonnis van <?linebreak?>18 juni 2025 wegens een kennelijke fout,</para>
      <para>- de reactie van Siyapi van 30 juni 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek tot herstel van het vonnis </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft de rechtbank verzocht om terug te komen op rov. 2.20. van het tussenvonnis van 18 juni 2025 waarin is overwogen: <?linebreak?><emphasis role="italic">“Siyapi heeft op het verzoek van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om de boete te matigen niet meer kunnen reageren, omdat dit verzoek gedaan is in het laatste processtuk van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . De rechtbank zal Siyapi  daarom in de gelegenheid stellen om zich bij akte uit te laten (uitsluitend) over het beroep op matiging van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .”</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] berust dit oordeel op een kennelijke fout. Zij verwijst naar de paragrafen 52 tot en met 55 van de conclusie van antwoord waar zij een beroep op matiging gedaan heeft. Zij verzoekt daarom om met inachtneming van artikel 31 Rv deze fout te herstellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Siyapi verzet zich tegen het verzoek van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] omdat er volgens haar geen sprake is van een kennelijke fout.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het beroep op matiging van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de conclusie van antwoord was gericht op de vorderingen zoals geformuleerd in de dagvaarding. Na het tussenvonnis van 24 april 2024 heeft Siyapi haar eis gewijzigd en een boete gevorderd van € 1.800.000,-. Naar aanleiding van die eiswijziging heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zich bij akte uitgelaten en in die akte heeft zij een beroep gedaan op matiging. Over het beroep op matiging <emphasis role="italic">in het kader van de gewijzigde eis</emphasis> heeft Siyapi zich nog niet kunnen uitlaten. Daarom heeft de rechtbank geoordeeld zoals vermeld is in rov. 2.20 van het tussenvonnis van 18 juni 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Van een fout in het tussenvonnis van 18 juni 2025 is dus geen sprake, laat staan van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot herstel van het vonnis af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verstaat dat de zaak op de rol blijft staan van <emphasis role="bold">16 juli 2025</emphasis> voor akte aan de zijde van Siyapi zoals overwogen in rov. 2.20 van het tussenvonnis van 18 juni 2025,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>me</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>