<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:9751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-30T13:31:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10831707 CV EXPL 23-5415</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:9751">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:9751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-30T13:30:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:9751 Rechtbank Limburg , 18-12-2024 / 10831707 CV EXPL 23-5415</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:9751:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; consumentenkoop</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:9751:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10831707 CV EXPL 23-5415</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 18 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ALEKTUM CAPITAL IV AG,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Zug (Zwitserland),</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Van Lith gerechtsdeurwaarders en incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>(briefadres te [plaats] ),</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>in persoon procederend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden aangeduid als “Alektum” en “ [gedaagde] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De (verdere) procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para> 	De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 10 juli 2024 en de daarin genoemde gedingstukken,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van Alektum van 24 juli 2024. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para> 	Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis zal worden gewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De (verdere) beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">geen rechtsmacht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Nederland en Spanje zijn partij bij Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo II). In 2007 werd tussen de EU en de leden van de Europese Vrijhandelsassociatie een herziene versie van het Verdrag van Lugano gesloten, ook wel aangeduid als EVEX II (Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Lugano, 30 oktober 2007, Trb. 2009, 223).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 16 EVEX II luidt als volgt: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. De rechtsvordering die door een consument wordt ingesteld tegen de wederpartij bij de overeenkomst, kan worden gebracht hetzij voor de gerechten van de door dit verdrag gebonden staat op het grondgebied waarvan die partij woonplaats heeft, hetzij voor het gerecht van de plaats waar de consument woonplaats heeft.</emphasis>
      </para>
      <para>2. <emphasis role="italic"> 2. De rechtsvordering die tegen de consument wordt ingesteld door de wederpartij bij de overeenkomst kan slechts worden gebracht voor de gerechten van de door dit verdrag gebonden staat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft.</emphasis></para>
      <para>(…)</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Artikel 18 EEX-Vo II luidt als volgt:</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">1.   De rechtsvordering die door een consument wordt ingesteld tegen de wederpartij bij de overeenkomst, kan worden gebracht hetzij voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan die partij woonplaats heeft, hetzij, ongeacht de woonplaats van de wederpartij, voor het gerecht van de plaats waar de consument woonplaats heeft.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.   De rechtsvordering die tegen de consument wordt ingesteld door de wederpartij bij de overeenkomst kan slechts worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat hem zowel op basis van EVEX II als op basis van EEX-Vo II geen rechtsmacht toekomt. Alektum betoogt dat de Nederlandse rechter wel rechtsmacht heeft omdat ook aangesloten kan worden bij de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd (artikel 7 lid 1 sub a EEX-Vo II en artikel 5 lid 1 sub a EVEX II). De vraag waar de verbintenis is uitgevoerd is echter niet van belang in consumentenzaken omdat uitsluitend het gerecht van de woonplaats van de consument rechtsmacht toekomt. Omdat [gedaagde] in Spanje woont, heeft de Nederlandse rechter daarom geen rechtsmacht in deze zaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter zal zich dan ook onbevoegd moeten verklaren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Alektum zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot nihil omdat zij in persoon procedeert. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Alektum in de proceskosten van [gedaagde] die tot op heden worden begroot op nihil. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.A. Swildens en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>