<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:9065</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-17T09:59:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11207786 \ CV EXPL  24-3530</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:9065">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:9065</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-17T09:58:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:9065 Rechtbank Limburg , 04-12-2024 / 11207786 \ CV EXPL  24-3530</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:9065:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; koop anderszins</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:9065:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11207786 \ CV EXPL  24-3530</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 4 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SPRINQUE B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Sprinque,</para>
      <para>gemachtigden: Atradius Collections en Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding<?linebreak?>- de conclusie van antwoord<?linebreak?>- de conclusie van repliek<?linebreak?>- [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 2 december 2023 heeft Sprinque een factuur naar [gedaagde] gestuurd voor de levering van diverse producten, waaronder plexiglas, voor een bedrag van € 1.612,06. Sprinque is een betaalplatform dat klanten de mogelijkheid biedt om achteraf te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Sprinque vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.942,32, bestaande uit de hoofdsom van € 1.612,06, de wettelijke handelsrente tot 19 juni 2024 van € 88,45 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 241,81, te vermeerderden met de wettelijke handelsrente vanaf 19 juni 2024 en met de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Sprinque legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] bij Kunststofplatenshop B.V. diverse producten, waaronder plexiglas, heeft besteld en dat deze producten aan [gedaagde] zijn geleverd. Kunststofplatenshop B.V. heeft haar vordering op [gedaagde] overgedragen aan Sprinque. Sprinque vordert nakoming van de koopovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer en stelt dat er niet geleverd is en dat de factuur een offerte betrof. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het geschil in deze procedure betreft de vraag of Kunststofplatenshop B.V. en [gedaagde] een koopovereenkomst hebben gesloten uit hoofde waarvan Kunststofplatenshop B.V. de producten op de factuur van 3 december 2023 (zie bijlage 2 bij de dagvaarding) aan [gedaagde] heeft geleverd. Nu [gedaagde] deze stellingen betwist, is het aan Sprinque om haar stellingen nader te onderbouwen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Sprinque heeft bij conclusie van repliek een screenshot van de bezorggegevens overgelegd (zie productie 4). Op deze gegevens is het volgende te zien:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ [adres]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [woonplaats]
          </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Delivered	On-time	09:56</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Contact details</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[213210NL.1] [handelsnaam] /Airco, +…</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Sprinque geeft zelf aan dat er geen afleverbewijs met handtekening voor ontvangst (meer) aanwezig is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op de bezorggegevens is te zien dat er om 09:56 uur iets geleverd is op de [adres] in [woonplaats] . Hieruit valt niet op te maken op welke dag, op welk huisnummer en wat er precies geleverd is. Daarmee is onvoldoende vast komen te staan dat de producten van de factuur van 3 december 2023 aan [gedaagde] zijn geleverd. Sprinque heeft immers geen handtekening voor ontvangst kunnen overleggen of op een andere wijze aan kunnen tonen aan wie de producten zijn geleverd. Daardoor kan, mede gezien het verweer van [gedaagde] , niet worden uitgesloten dat de producten, voor zover deze al daadwerkelijk door [gedaagde] zijn besteld, gedeeltelijk of helemaal niet zijn geleverd aan [gedaagde] . Gelet daarop zal de vordering worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Nu de hoofdvordering van Sprinque wordt afgewezen, zullen de daarmee verband houdende nevenvorderingen (buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente) eveneens worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Sprinque wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Deze worden aan de zijde van [gedaagde] tot aan dit vonnis begroot op nihil. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Sprinque af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Sprinque in de proceskosten, begroot op nihil.  </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>4 december 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>VC</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>