<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:8335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-18T15:54:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03 /331323 / HA RK 24-106</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8335">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-18T15:54:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:8335 Rechtbank Limburg , 19-06-2024 / C/03 /331323 / HA RK 24-106</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8335:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking – niet tijdig – niet ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8335:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="27453895-67a7-4c93-b666-ed79cfd3de84" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="da676e1f-39e4-44b0-978e-3ff429515c2b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03 /331323 / HA RK 24-106</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat strekt tot wraking van mr. T.M. Schelfhout, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Op 29 mei 2024 zijn ter griffie twee e-mailberichten ontvangen van verzoeker, inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaken met nummers ROE 22/1971 en ROE 23/2059 tussen verzoeker als eisende en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Roermond als verwerende partij.   </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft de wrakingskamer laten weten dat hij niet in het wrakingsverzoek berust. Hij heeft op 7 juni 2024 een schriftelijke reactie gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De grond van het verzoek</title>
    <para>Verzoeker voert aan dat hij niet wil dat de rechter zijn zaken behandelt omdat deze hem in eerdere zaken onrecht heeft aangedaan en schade heeft toegebracht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para>Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een wrakingsverzoek moet tijdig worden ingediend. Dit volgt uit artikel 8:16, eerste lid, van de Awb, waarin is bepaald dat een verzoek om wraking moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden die aanleiding zijn voor het wrakingsverzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker is bij brief van 9 april 2024 op de hoogte gesteld dat de rechter zijn zaken op de zitting van 29 mei 2024 om 13:15 uur zou behandelen. Dat in de brief vermeld is dat de mogelijkheid bestond dat nog een andere rechter zou worden aangewezen om de zaken te behandelen, maakt dit gegeven niet anders. Verzoeker heeft desondanks pas op 29 mei 2024, 45 minuten voor de aanvang van de zitting, zijn verzoek tot wraking van de rechter ingediend. Daarmee heeft hij zijn verzoek niet gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aan hem bekend zijn geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer is daarom van oordeel dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat dit verzoek niet tijdig is gedaan. Een mondelinge behandeling is om die reden niet noodzakelijk.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten overvloede merkt de wrakingskamer op dat de stelling dat de rechter eerder zaken van verzoeker heeft behandeld, alsook de stelling dat de rechter hem onrecht en schade heeft toegebracht, zonder dat daarvoor een onderbouwing wordt gegeven, geen grond voor wraking kan opleveren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer ziet in de handelwijze van verzoeker aanleiding de misbruikbepaling van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb van toepassing te verklaren. Dit betekent dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaken niet in behandeling zal worden genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De wrakingskamer:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het verzoek tot wraking niet ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de zaken met zaaknummers ROE 22/1971 en ROE 23/2059 niet in behandeling zal worden genomen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, mr. H.M.J. Quaedvlieg, en mr. J. Schreurs-van de Langemheen, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2024.<footnote-ref linkend="_6e78e072-2720-4d64-bb39-cf20799efa55" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6e78e072-2720-4d64-bb39-cf20799efa55" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. </emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>