<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:8117</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T15:51:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/333597 / HA ZA 24-355</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8117">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8117</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T15:51:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:8117 Rechtbank Limburg , 06-11-2024 / C/03/333597 / HA ZA 24-355</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8117:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Bodemzaak. Vonnis in incident tot onbevoegdheid. Eiser heeft de politie gedagvaard voor de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank. Hij vordert naast een verklaring voor recht dat de politie onrechtmatig jegens hem gehandeld heeft, veroordelingen tot betaling door de politie van twee geldbedragen. Beide partijen stellen zich na de start van de procedure op het standpunt dat de zaak behandeld moet worden door de kamer voor kantonzaken. De kamer voor andere zaken dan kantonzaken verwijst de zaak naar de kamer van kantonzaken omdat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8117:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="23775a09-74c0-42f5-814b-fbfdf999dc2e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d6fb7e27-7fe2-4726-9c7c-7307ccf8de27" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/333597 / HA ZA 24-355</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 6 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.L.E. Marchal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtspersoon met Wettelijke Taak (RWT) “politie”, mede handelend onder de naam “POLITIE EENHEID LIMBURG”</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend te Maastricht,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. A.T. Bolt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] en de politie genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 t/m 4</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte houdend een verzoek tot verwijzing van [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident]</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, tevens antwoord conclusie in het bevoegdheidsincident met <?linebreak?>   producties 1 t/m 16.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil<?linebreak?>in de hoofdzaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] stelt dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem door hem aan te houden en zijn auto te doorzoeken, terwijl er geen redelijk vermoeden van schuld was. Bij die doorzoeking is schade aan zijn auto ontstaan. [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert uit dien hoofde dat de rechtbank bij vonnis, voor zover de wet toelaat, uitvoerbaar bij voorraad:<?linebreak?>1. voor recht zal verklaren dat de politie, door het zonder redelijk vermoeden van schuld</para>
        <para>aanhouden van [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] en doorzoeken van zijn auto, waardoor schade is toegebracht,</para>
        <para>onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] , althans dat de politie door de aanhouding</para>
        <para>van [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] en het doorzoeken van diens auto, waardoor schade is veroorzaakt,</para>
        <para>onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] nu de verdenking van [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] ongefundeerd</para>
        <para>is gebleken;</para>
      </parablock>
      <para>2. de politie zal veroordelen om aan [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen</para>
      <para>een bedrag van € 5.297,23;</para>
      <para>3. de politie zal veroordelen om aan [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen</para>
      <para>wegens buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 875,00;</para>
      <para>4. de politie zal veroordelen in de kosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het incident </emphasis>
          <?linebreak?>2.2.	[eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert bij akte dat de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank de zaak verwijst naar de kamer voor kantonzaken. De politie onderschrijft deze vordering.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Vorderingen van onbepaalde waarde worden in beginsel behandeld en beslist door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank. In artikel 93 aanhef en onder b Rv is echter bepaald dat als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vordering geen hogere waarde dan € 25.000,00 vertegenwoordigt, de zaak door de kantonrechter wordt behandeld en beslist. Dat is in dit geval aan de orde. De gevorderde schadevergoeding bedraagt € 5.297,23 en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 875,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank dient de onderhavige zaak, gelet op de waarde die de vordering vertegenwoordigt, verder te worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Daarom zal de zaak worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Nu in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij kan worden beschouwd, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering toe,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Maastricht, op <?linebreak?><emphasis role="bold">20 november 2024</emphasis> voor beraad kantonrechter, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge <?linebreak?>art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2024.<footnote-ref linkend="_7e04421a-5ff0-4ff4-85d7-3ba22cec1e34" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_7e04421a-5ff0-4ff4-85d7-3ba22cec1e34" label="1">
    <para>type: AH</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>