<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:8115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-22T15:33:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/332897 / HA ZA 24-325</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8115">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-22T15:33:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:8115 Rechtbank Limburg , 30-10-2024 / C/03/332897 / HA ZA 24-325</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8115:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Bodemzaak. Vonnis in incident tot oproeping in vrijwaring. De rechtbank staat toe dat gedaagde sub 2 gedaagde sub 1 in vrijwaring oproept. Omdat de rechtsrelatie tussen de gedaagden gebaseerd is op een huurovereenkomst, is de rechtbank voornemens op grond van artikel 210 lid 3 Rv de hoofdzaak en de vrijwaringszaak te verwijzen naar de kantonrechter.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8115:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e40aab34-582b-4c48-8525-7046325d5191" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="116c2fde-4b63-4d60-869d-979f7785799b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/332897 / HA ZA 24-325</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident bij vervroeging van 30 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] , <?linebreak?>2.	[eiseres sub 2] ,</title>
    <para>beiden wonend te [woonplaats] ,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[eiser sub 3]</emphasis>, </para>
    <para>4.	<emphasis role="bold">[eiseres sub 4]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>beiden wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. H.C. Lejeune,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PANTELIS GROUP B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Maastricht,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. M. Delnoy-Garske,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOTEL MERICI SITTARD B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. M.M.M. Rooijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers] , Pantelis en Merici genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 t/m 42</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van Pantelis met producties <?linebreak?>   1 t/m 61</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met 1 productie van Merici</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord van [eisers]</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten<?linebreak?>2.1.	[eisers] zijn eigenaars van onder meer appartementsrechten [nummer 1] en [nummer 2] <?linebreak?>(woningen) binnen het [naam complex] te [woonplaats] .</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Pantelis is eigenaar van onder meer appartementsrechten [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] en [nummer 7] (bedrijfsdoeleinden) binnen het complex [naam complex] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Merici staat in het handelsregister ingeschreven als gebruiker van de horeca-bedrijfsruimtes van Pantelis binnen het complex [naam complex] (productie 4 bij dagvaarding). <?linebreak?><emphasis role="bold">3.	Het geschil</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">in de hoofdzaak in conventie </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] stellen dat Pantelis in 2020 ten behoeve van het hotel en de restaurants die worden geëxploiteerd in haar bedrijfsruimtes diverse klimaatinstallaties, waaronder airco’s, drie warmtepompen en een luchtbehandelingskast (hierna: de installaties) heeft laten plaatsen. [eisers] zijn van mening dat de installaties in strijd met de geldende regels van het appartementsrecht zijn geplaatst, dat de installaties onrechtmatige en onredelijke hinder veroorzaken, dat er sprake is van tekortkoming in de nakoming van de akkoorden tussen Pantelis en de bewoners en dat er sprake is van tegenstrijdigheid met de overlastbepaling in de opstalakte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] vorderen, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad evenals hoofdelijk:<?linebreak?>1. <emphasis role="underline">met betrekking tot de installaties op het dak van A3</emphasis>:</para>
        <para>A. Pantelis en Merici zal veroordelen de installaties uit te schakelen en uitgeschakeld te houden zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;</para>
        <para>B. Primair: Pantelis en Merici zal veroordelen om binnen een maand na het vonnis de installaties te verwijderen en verwijderd te houden met herstel van het dak in oude toestand zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;</para>
        <para>B. Subsidiair: Pantelis en Merici zal veroordelen om binnen een maand na het vonnis de installaties aan te laten passen zodanig dat [eisers] geen overlast meer ervaren met overlegging van bewijs van de uitgevoerde werkzaamheden en een geluidsmetingsrapport zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. <emphasis role="underline">met betrekking tot de installaties op de brug aan de Dominicanenwal</emphasis>:</para>
      <parablock>
        <para>A. Pantelis en Merici zal veroordelen de installaties uit te schakelen en uitgeschakeld te houden zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;</para>
        <para>B. Primair: Pantelis en Merici zal veroordelen de installaties te verwijderen en verwijderd te houden met herstel van de brug in oude toestand zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat gedaagden in gebreke blijven;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>B. Subsidiair: Pantelis en Merici zal veroordelen de installaties aan te laten passen zodanig dat [eisers] geen overlast meer ervaren met overlegging van bewijs van de uitgevoerde werkzaamheden en een geluidsmetingsrapport zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. A. de bewoners zal machtigen om, indien Pantelis en Merici niet aan de veroordeling voldoen, de installaties voor rekening van Pantelis en Merici te (doen) verwijderen en de oude toestand te herstellen, ongeacht de verbeurte van de dwangsom;</para>
      <para>B. Pantelis en Merici zal veroordelen tot voldoening aan [eisers] van de factuur met betrekking tot de kosten van verwijdering en herstel te vermeerderen met de wettelijke rente;</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>
      <?linebreak?>4. Pantelis en Merici zal veroordelen in de proceskosten.<?linebreak?>in de hoofdzaak in reconventie<?linebreak?>3.3.	Pantelis stelt, samengevat, dat [eisers] misbruik van hun bevoegdheid maken door deze procedure in te stellen. Zij hebben geen individueel vorderingsrecht met betrekking tot de gemeenschappelijke zaken en gedeelten die vallen binnen de hoofdsplitsing. Ook hebben zij geen concreet individueel belang bij de ingestelde vorderingen, nu hun belang geen uitgangspunt is geweest bij de verrichtte onderzoeken. </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Pantelis vordert in reconventie dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat [eisers] misbruik van bevoegdheid maken door onderhavige procedure in te stellen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
          <?linebreak?>3.5.	Merici vordert dat haar wordt toegestaan Pantelis in vrijwaring op te roepen. Zij stelt daartoe dat zij in het complex [naam complex] in een bedrijfsruimte, die zij huurt van Pantelis, Hotel Merici exploiteert. De installaties maken onderdeel uit van het gehuurde. Zonder deze installaties kan het hotel met restaurants niet geëxploiteerd worden. Als Pantelis de installaties uitschakelt, buiten gebruik stelt dan wel verwijdert, schiet Pantelis toerekenbaar tekort jegens Merci. In dat geval is er immers sprake van een gebrek in het gehuurde, omdat Merici dan niet langer het genot wordt verschaft dat zij bij het aangaan van de huurovereenkomst mocht verwachten. Merici stelt dat de rechtsverhouding tussen Pantelis en haar, Pantelis verplicht de nadelige gevolgen van een veroordeling van Merici in de hoofdzaak te dragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Merici wijst erop dat op grond van art. 210 lid 3 Rv – vanwege de huurrelatie in de vrijwaringszaak – de hoofdzaak, samen met de vrijwaringszaak naar de kamer voor kantonzaken zal moeten worden verwezen. Merici refereert zich aan het oordeel van de rechtbank omtrent een eventuele verwijzing naar de kamer voor kantonzaken.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [eisers] refereren zich met betrekking tot de vordering tot oproeping in vrijwaring aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>
      <?linebreak?>4.	De beoordeling in het incident</title>
    <bridgehead role="italic">Vrijwaring</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat de partij die een derde in vrijwaring wenst op te roepen zich beroept op een rechtsverhouding met die derde die meebrengt dat de partij de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak op die derde kan afwentelen. Het daadwerkelijk bestaan van de gestelde rechtsverhouding behoeft nog niet vast te staan. Dat zal in de vrijwaringszaak moeten worden onderzocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Gelet op de door Merici aangevoerde grond voor de oproeping in vrijwaring, valt naar het oordeel van de rechtbank op voorhand niet uit te sluiten dat Merici geheel of gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op Pantelis. Dat is voor toewijzing van het verzoek voldoende. De rechtbank is daarom van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Gelet op de aard van het incident zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voornemen verwijzing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank betreft de zaak in vrijwaring een vordering die ongeacht het beloop of de waarde daarvan op grond van art. 93 onder c Rv door de kantonrechter moet worden behandeld. Ingevolge art. 210 lid 3 Rv dient de rechter in dat geval zowel de hoofdzaak als de zaak in vrijwaring met overeenkomstige toepassing van art. 71 Rv naar de kantonrechter te verwijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervolg</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank zal, alvorens te beslissen of tot verwijzing wordt overgegaan, [eisers] en Pantelis in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten. Merici heeft zich op voorhand al gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>In afwachting van de uitlatingen van partijen over de verwijzing van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak naar de kantonrechter, zal de rechtbank (in het dictum) de beslissing over de oproeping in vrijwaring aanhouden tot het vonnis waarin de rechtbank beslist over de verwijzing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">13 november 2024 </emphasis>voor het nemen van een akte uitlating ambtshalve verwijzing van beide zaken naar de kamer voor kantonzaken aan de zijde van [eisers] en Pantelis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_d3f3cc8d-dbb2-48b3-a6ff-0589148f9a49" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d3f3cc8d-dbb2-48b3-a6ff-0589148f9a49" label="1">
    <para>type: AH</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>