<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:8108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-21T10:26:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/332453 / HA ZA 24-309</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2025/141</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8108">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-22T14:11:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:8108 Rechtbank Limburg , 23-10-2024 / C/03/332453 / HA ZA 24-309</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8108:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Bodemzaak in conventie en in reconventie. Vonnis in incident ex artikel 118 Rv. Eisers zijn van mening dat gedaagden en hun familieleden onterecht over hun perceel naar perceel van gedaagden rijden om aldaar de auto te parkeren. Gedaagden betogen dat zij en hun bezoek op grond van een erfdienstbaarheid, dan wel buurweg dan wel noodweg, recht hebben om het pad op het perceel van eisers te gebruiken op de wijze zoals zij dit vanaf 1977 deden. Gedaagden verzoeken de rechtbank toe te staan dat de eigenaren hun naburige percelen op de voet van artikel 118 Rv in het geding worden betrokken, omdat het pad ook loopt over hun percelen. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er aanleiding om de eigenaren van de naburige percelen in het geding te betrekken ex artikel 118 Rv. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt immers dat op grond van dit artikel derden in het geding worden betrokken indien dit noodzakelijk of zinvol is (Hoge Raad 28 maart 2014,ECLI:HR:2014:736, met verwijzing naar Hoge Raad 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1483 en Hoge Raad 12 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2035). De belangen van de eigenaren van de naburige percelen kunnen een rol spelen bij de beoordeling van één of meer van de vorderingen in conventie en in reconventie. De rechtbank zal gedaagden in de gelegenheid stellen om de eigenaren van de naburige percelen ex artikel 118 Rv op te roepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8108:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c942daf8-c881-4641-ae06-180882d948f4" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0f6c34ee-e6cd-4bc9-816e-e0da50cb01db" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/332453 / HA ZA 24-309</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 23 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eiseres sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.M.E. Hamming,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagden in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. W.E. Widdershoven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 t/m 10</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie alsmede incidentele vordering tot het oproepen van derden ex artikel 118 Rv en de akte met producties 1 t/m 20</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eisers] zijn vanaf 13 augustus 2015 eigenaar van de kadastrale percelen gemeente [kadasternummer 1] , plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats] (verder: het huisperceel) en gemeente [kadasternummer 2] (verder: het weilandperceel). Deze percelen hebben zij destijds verworven van mevrouw [naam 1] , die op haar beurt het huisperceel (destijds genummerd [nummer 1] en [nummer 2] gedeeltelijk) op 18 april 1974 in eigendom heeft verkregen en het weilandperceel (afkomstig van het vervallen nummer [nummer 3] ) op 27 november 1989.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] is vanaf 24 maart 1977 eigenaar van het perceel plaatselijk bekend als de [adres 2] te [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente [kadasternummer 3] . Dit perceel is verworven van [naam 2] , die het op <?linebreak?>30 juni 1954 heeft verkregen tijdens zijn huwelijk met de op 16 november 1976 overleden mevrouw [naam 3] . [gedaagde sub 1] is gehuwd met [gedaagde sub 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil<?linebreak?>in conventie in de hoofdzaak </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] menen dat [gedaagden] en hun familieleden onterecht over hun perceel naar het huiskavel van [gedaagden] rijden om aldaar de auto te parkeren. [eisers] zijn van mening dat [gedaagden] ooit hooguit een persoonlijk recht hebben gekregen van mevrouw [naam 1] om zulks te doen, welk recht zij bij brief van <?linebreak?>2 februari 2024 hebben opgezegd. Verder pretenderen [gedaagden] volgens [eisers] ten onrechte dat zij een bepaald deel van het kadastrale perceel van [eisers] door verjaring in eigendom hebben verkregen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: <?linebreak?><emphasis role="underline">1. Ten aanzien van het toegangsgeschil</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Primair</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para>a. voor recht zal verklaren dat (de eigenaren van) het perceel gemeente [kadasternummer 3]</para>
      <para> (eigendom van de heer [gedaagde sub 1] ) niet gerechtigd is/zijn op grond van enig recht (waaronder erfdienstbaarheid, buurweg, persoonlijk recht, noodweg) gebruik te mogen maken het perceel gemeente [kadasternummer 2] (eigendom van [eisers] ), om te komen en te gaan van en naar de openbare weg;<?linebreak?>b. voor recht zal verklaren dat het [eisers] als eigenaren van het perceel gemeente [kadasternummer 2] , toegestaan is dit perceel voor gebruik door derden, zoals [gedaagden] en anderen, geheel te mogen afsluiten, althans deze de toegang tot hun erf (zeker met de auto) te mogen verhinderen;</para>
      <para>c. [gedaagden] zal verbieden om met de auto te komen en te gaan vanaf diens huisperceel van en naar de openbare weg via het perceel gemeente [kadasternummer 2] (eigendom van [eisers] ), op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per keer dat [gedaagden] hiermee in strijd handelen, zulks met een maximum van € 10.000,00;</para>
      <para>d. [gedaagden] zal veroordelen tot het actief en direct ontmoedigen van hun bezoekers die met de auto komen en gaan, om over het perceel gemeente [kadasternummer 2] (eigendom van [eisers] ) te komen en te gaan, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per keer dat [gedaagden] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Subsidiair</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para>e. voor zover de rechtbank zal bepalen dat het voornoemde recht hiervoor genoemd onder 1</para>
      <para>sub a primair toch bestaat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para>1. dit recht van erfdienstbaarheid op te heffen op grond van artikel 5:79 BW wegens gebrek aan redelijk belang, althans zal bepalen dat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid zich ertegen verzetten dat dit recht van buurweg nog langer door de eigenaar van het perceel gemeente [kadasternummer 3] wordt uitgeoefend;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>:</para>
      <para>2. voor zover de rechtbank de vordering onder 1 sub e onder 1 niet zal toewijzen, te verklaren voor recht dat recht zich slechts beperkt tot de daadwerkelijke eigenaar/bewoner van voornoemd perceel gemeente [kadasternummer 3] , althans dit recht op grond van artikel 5:78 BW volledig opheft of zodanig wijzigt zich slechts beperkt tot de daadwerkelijke eigenaar/bewoners van voornoemd perceel en dat dit recht zich niet</para>
      <para>uitstrekt tot bezoekers van dit perceel;</para>
      <para>3. voor recht zal verklaren dat het [eisers] als eigenaren van het perceel gemeente [kadasternummer 2] toegestaan is dit perceel voor gebruik door derden, anderen dan [gedaagden] , te mogen afsluiten, althans de toegang van derden tot hun erf (met de auto) te mogen verhinderen, onder de voorwaarde dat zij [gedaagden] middels één</para>
      <para>sleutel toegang garanderen;</para>
      <para>4. [gedaagden] zal veroordelen tot het slechts stapvoets met de auto berijden van het perceel en voorts [gedaagden] zal gebieden tot het actief ontmoedigen van hun bezoekers om met de auto over het perceel gemeente [kadasternummer 2] (eigendom van [eisers] ) te komen en te gaan, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per keer dat [gedaagden] hiermee in gebreke blijven,</para>
      <para>zulks met een maximum van € 10.000,00;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">2. Ten aanzien van het grensgeschil en het schapenhekje</emphasis>
      </para>
      <para>a. Voor zover de rechtbank een beroep van [gedaagden] (al dan niet in reconventie) op</para>
      <parablock>
        <para>eigendomsverkrijging van een deel van het perceel van [eisers] door</para>
        <para>bevrijdende verjaring zal honoreren, voor recht zal verklaren dat [gedaagden] dan</para>
        <para>onrechtmatig jegens [eisers] handelen en [gedaagden] veroordelen tot het terug leveren van dit door bevrijdende verjaring verkregen perceelgedeelte aan [eisers] binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per (deel van een) dag, dat [gedaagden] hiermee in gebreke blijven, met een maximum van € 50.000,00;</para>
      </parablock>
      <para>3. <emphasis role="underline">Ten aanzien van alles</emphasis></para>
      <para>
        [gedaagden] hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis en (voor het geval voldoening niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis plaatsvindt) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] in de nakosten van dit geding, berekend volgens het meest recente liquidatietarief, met en zonder betekening.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagden] stellen in reconventie dat zij en hun bezoek op grond van een erfdienstbaarheid, dan wel buurweg dan wel noodweg, recht hebben om het pad op het perceel van [eisers] te gebruiken op de wijze zoals zij dit vanaf 1977 deden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagden] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: <?linebreak?><emphasis role="underline">Primair</emphasis>:</para>
      <para>- voor recht zal verklaren dat op het pad op het perceel van [eisers] (kadastraal bekend: [kadasternummer 2] ) als dienend erf een erfdienstbaarheid van weg rust ten behoeve van het perceel van [gedaagden] als heersend erf (kadastraal bekend: [kadasternummer 3]</para>
      <parablock>
        <para> ) om te komen en te gaan naar de openbare weg;</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Subsidiair</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para>- voor recht zal verklaren dat op het pad op het perceel [eisers] (kadastraal bekend: [kadasternummer 2] ) ten behoeve van het perceel van [gedaagden] (kadastraal bekend: [kadasternummer 3] ) een recht van buurweg rust;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Meer subsidiair</emphasis>:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het pad op het perceel van [eisers] (kadastraal bekend: [kadasternummer 2] ) dat leidt naar het perceel van [gedaagden] (kadastraal bekend: [kadasternummer 3] ) aan te wijzen als noodweg;<?linebreak?><emphasis role="underline">In alle gevallen</emphasis>:</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eisers] hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep alsmede de nakosten, met bepaling dat [eisers] de wettelijke rente hierover verschuldigd zijn indien deze kosten niet binnen 14 dagen na het in deze zaak te wijzen arrest, althans betekening daarvan, aan [gedaagden] zijn betaald, te berekenen tot de dag der algehele voldoening. <?linebreak?><emphasis role="italic">in het incident</emphasis><?linebreak?>3.5.	[gedaagden] stellen dat zowel de vorderingen in conventie als in reconventie de posities raken van de eigenaren van de percelen [kadasternummer 4] , [kadasternummer 5] , [kadasternummer 6] , [kadasternummer 7] en [kadasternummer 8] . Het pad dan wel de eventueel aan te wijzen noodweg loopt immers ook over die percelen. [gedaagden] verzoeken de rechtbank om toe te staan dat de eigenaren van die percelen – zijnde [naam 4] en [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] – op de voet van artikel 118 Rv in het geding worden betrokken. De belangen van de eigenaren van deze percelen kunnen een rol spelen bij de beoordeling van één of meer van de vorderingen in conventie en reconventie.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] refereren zich aan het oordeel van de rechtbank. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">4.	De beoordeling </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er aanleiding om de eigenaren van de naburige percelen in het geding te betrekken ex artikel 118 Rv. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt immers dat op grond van dit artikel derden in het geding worden betrokken indien dit noodzakelijk of zinvol is (Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:HR:2014:736, met verwijzing naar Hoge Raad 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1483 en Hoge Raad <?linebreak?>12 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2035 over het betrekken van de eigenaren van naburige erven in een procedure over het aanwijzen van een noodweg). De belangen van de eigenaren van de percelen [kadasternummer 4] , [kadasternummer 5] , [kadasternummer 6] , [kadasternummer 7] en [kadasternummer 8] kunnen gezien het voorgaande immers een rol spelen bij de beoordeling van één of meer van de vorderingen van zowel [eisers] als [gedaagden] De rechtbank zal [gedaagden] in de gelegenheid te stellen om de eigenaren van die percelen ex artikel 118 Rv op te roepen tegen na te melden roldatum. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden<?linebreak?>gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De rechtbank verwijst de zaak naar de rol van 20 november 2024 voor oproeping van de eigenaren van de percelen [kadasternummer 4] , [kadasternummer 5] , [kadasternummer 6] , [kadasternummer 7] en [kadasternummer 8] .<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>stelt [gedaagden] in de gelegenheid de eigenaren van de percelen [kadasternummer 4] <?linebreak?>[kadasternummer 4] , [kadasternummer 5] , [kadasternummer 6] , [kadasternummer 7] en [kadasternummer 8] alsnog als partij in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv om op de rolzitting van <emphasis role="bold">20 november 2024</emphasis> in het geding te verschijnen, met dien verstande dat:</para>
      <para>- deze oproeping middels deurwaardersexploot dient te geschieden,</para>
      <para>- een afschrift van de oproeping aan de griffie van de rechtbank dient te worden gezonden,</para>
      <para>- bij de oproeping een kopie moet worden gevoegd van alle tot heden gewisselde procestukken,</para>
      <para>- de oproeping moet vermelden dat partijen niet in persoon, maar vertegenwoordigd door een advocaat kunnen verschijnen,</para>
      <para>- de oproeping moet vermelden dat partijen, indien zij verschijnen, griffierecht verschuldigd zijn en dat van partijen die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij<?linebreak?>de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">20 november 2024</emphasis> voor oproeping van de eigenaren van de percelen [kadasternummer 4] , [kadasternummer 5] , [kadasternummer 6] , [kadasternummer 7] en [kadasternummer 8] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_225127b6-5afa-4b8e-b241-d520bf38eb38" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_225127b6-5afa-4b8e-b241-d520bf38eb38" label="1">
    <para>type: AH</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>