<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:8025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-21T10:52:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11056879 \ CV EXPL  24-1969</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8025">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:8025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-21T10:51:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:8025 Rechtbank Limburg , 06-11-2024 / 11056879 \ CV EXPL  24-1969</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8025:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzekeringsrecht;dekking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:8025:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11056879 \ CV EXPL  24-1969</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 6 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">N.V. UNIVÉ ZORG</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Univé,</para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding<?linebreak?>- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord<?linebreak?>- de conclusie van repliek<?linebreak?>- de schriftelijke weergave van de mondelinge dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde] heeft met Univé een zorgovereenkomst gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Univé vordert na vermindering van eis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 281,70, bestaande uit € 93,76 aan hoofdsom, € 101,96 aan vervallen rente tot 20 maart 2024, € 85,98 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten inclusief de daarover verschuldigde btw en vermeerderd met de proceskosten. [gedaagde] is volgens Univé in gebreke met betaling van de zorgpremie, het eigen risico en/of de eigen bijdrage.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is op de rolzitting verschenen en voert verweer. [gedaagde] voert aan dat de vordering van Univé is verjaard en dat zij nimmer brieven dan wel aanmaningen van Univé heeft ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Univé heeft in productie 5 bij haar conclusie van repliek de componenten van haar vordering op [gedaagde] gespecificeerd, namelijk bestaande uit de onbetaald gelaten zorgkosten met declaratienummers 46517419 en 48874470, totaal zijnde € 94,19. In haar conclusie van repliek heeft Univé bij akte haar eis verminderd voor wat betreft het restant van declaratienummer 46517419 van € 0,43, zodat aan hoofdsom een bedrag resteert van            € 93,76. Als productie 6 bij de conclusie van repliek heeft Univé de factuur overgelegd van declaratienummer 48874470. Deze factuur is van 10 juni 2016.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de vordering van Univé is verjaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op grond van artikel 3:307 lid 1 BW verjaart een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit een overeenkomst tot een geven of een doen door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Artikel 3:317 lid 1 BW bepaalt dat een verjaring wordt gestuit door onder meer een schriftelijke aanmaning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Univé heeft [gedaagde] op 10 juni 2016 een factuur gestuurd voor declaratie 48874470. Op deze factuur is aangegeven dat betaling uiterlijk op 25 juni 2016 door Univé ontvangen moet zijn. De vordering is dan op 26 juni 2016 opeisbaar geworden. Gelet daarop dient vast komen te staan dat uiterlijk op 25 juni 2021 een stuitingshandeling heeft plaatsgevonden, wil deze vordering toewijsbaar zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Univé heeft als productie 7 bij de conclusie van repliek de schriftelijke aanmaningen overgelegd van 9 januari 2019 en 4 juli 2023. [gedaagde] heeft bij conclusie van dupliek gemotiveerd betwist dat zij deze brieven heeft ontvangen. Nu daarmee niet is komen vast te staan dat deze brieven aan [gedaagde] zijn verzonden zodanig dat zij ze ook heeft ontvangen, slaagt het beroep van [gedaagde] op verjaring. Dat betekent dat de vordering van Univé zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Omdat de gevorderde hoofdsom wordt afgewezen, treffen de nevenvorderingen van Univé (rente en buitengerechtelijke incassokosten) hetzelfde lot.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Univé wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden tot aan dit vonnis begroot op 2 x € 50,00 aan verletkosten.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Univé af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Univé tot betaling aan [gedaagde] van de verletkosten van € 100,00. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>VC</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>