<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:7182</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-04T15:18:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/331457 / HA ZA 24-270</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2024:6042" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:6042</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:7182">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:7182</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-18T14:18:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:7182 Rechtbank Limburg , 11-09-2024 / C/03/331457 / HA ZA 24-270</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:7182:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident vrijwaring onweersproken</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:7182:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e3d62b26-99fc-4fb0-8c57-5dac7f62418c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="67e99281-9b69-4c12-9e2c-084a184643ef" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/331457 / HA ZA 24-270</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident bij vervroeging van 11 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. C. Harmsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ BEMELEN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Bemelen, gemeente Eijsden-Margraten,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. D.A. Wahid-Manusama,<?linebreak?>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. T. Hussein,</para>
    </parablock>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[gedaagde sub 3]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. T. Hussein,</para>
    </parablock>
    <para>4. de naamloze vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. T. Hussein.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser wordt aangeduid als [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] . Gedaagden worden afzonderlijk aangeduid als Exploitatie Maatschappij, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en Nationale-Nederlanden en gedaagden sub 2, 3 en 4 worden ook wel gezamenlijk aangeduid als [gedaagden sub 2, 3 en 4]  </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het vonnis in incident van 28 augustus 2024,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord aan de zijde van Exploitatie Maatschappij met producties 1 t/m 10, tevens houdende verweer op de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring aan de zijde van [gedaagden sub 2, 3 en 4] , tevens houdende incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rolinstructie inhoudende dat het recht van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] om te concluderen voor antwoord in het incident is vervallen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft van 11 juli tot en met 14 juli 2023 een vakantiewoning op Resort Mooi Bemelen gehuurd (productie 1 bij dagvaarding).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eigenaren van de vakantiewoning zijn [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] (productie 3 bij dagvaarding). De vakantiewoning wordt verhuurd via Exploitatie Maatschappij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij vonnis is incident van 28 augustus 2024 is aan [gedaagden sub 2, 3 en 4] toegestaan om Exploitatie Maatschappij in vrijwaring op te roepen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        <?linebreak?>3.1.	[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] is ten val gekomen in de tuin van de vakantiewoning en stelt de eigenaren van de vakantiewoning dan wel het resort aansprakelijk voor de door hem geleden schade. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: <?linebreak?>Primair</para>
      <para>(i) voor recht zal verklaren dat gedaagden sub 1, sub 2 en sub 3 hoofdelijk volledig althans ten dele aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:174 BW, dan wel artikel 6:162 BW voor de door eiser geleden en nog te lijden schade althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen percentage aansprakelijkheid van gedaagden voor de door eiser geleden en nog te lijden schade alsmede;</para>
      <para>(ii) voor recht zal verklaren dat gedaagde sub 4 volledig althans ten dele als verzekeraar van</para>
      <para>gedaagden sub 2 en 3 de volledige geleden en nog te lijden schade van eiser moet vergoeden alsmede;</para>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>voor recht zal verklaren dat gedaagde sub 1 (als verhuurder) op grond van artikel 7:208</para>
      <para>juncto 7:204 BW volledig althans ten dele aansprakelijk is voor de door eiser geleden en</para>
      <para>nog te lijden schade althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen percentage aansprakelijkheid van de gedaagden voor de door eiser geleden en nog te lijden schade;</para>
      <para>Primair en subsidiair</para>
      <para>gedaagden hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van deze procedure, de kosten van de</para>
      <para>deurwaarder daaronder begrepen alsmede het salaris van de advocaat begroot volgens het</para>
      <para>liquidatietarief, te vermeerderen met de nakosten ad € 178,00 zonder betekening dan wel</para>
      <para>ad € 270,00 in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen</para>
      <para>na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, en – voor het geval voldoening van</para>
      <para>de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de</para>
      <para>wettelijke rente over de (na)kosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Exploitatie Maatschappij vordert dat haar wordt toegestaan [gedaagden sub 2, 3 en 4] in vrijwaring op te roepen. [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hebben de vakantiewoning gekocht van Exploitatie Maatschappij. Op grond van de koopovereenkomst hebben [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zich geconformeerd aan hetgeen in het Parkreglement en in de Beheer- en Exploitatieovereenkomst is opgenomen. Ingevolge onderdeel C lid 1 van het Parkreglement is de Vennootschap en/of Beheerder (in dit geval Exploitatie Maatschappij) niet aansprakelijk voor schade aan goederen en/of lichamelijk letsel van personen die in het park verblijven, tenzij zij de schade en/of het letsel zelf veroorzaakt hebben. Exploitatie Maatschappij stelt dat de aansprakelijkheid voor eventueel letsel en/of schade derhalve rust bij [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] dan wel bij [gedaagden sub 2, 3 en 4] </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Gelet op de door Exploitatie Maatschappij aangevoerde gronden voor de oproeping in vrijwaring van [gedaagden sub 2, 3 en 4] , is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat de rechtsverhouding tussen Exploitatie Maatschappij enerzijds en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] anderzijds met zich mee kan brengen dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] gehouden zullen zijn om Exploitatie Maatschappij vrij te houden van de nadelige gevolgen van een (deel van de) eventuele veroordeling in deze (hoofd)zaak. Dat is voor toewijzing van de vordering in het incident voldoende. In zoverre is de incidentele vordering toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Gesteld noch gebleken is echter dat Nationale-Nederlanden, als verzekeraar van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] , gehouden zouden kunnen zijn om Exploitatie Maatschappij te vrijwaren. De vordering in incident wordt afgewezen voor zover het betrekking heeft op Nationale-Nederlanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>staat toe dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] door Exploitatie Maatschappij worden gedagvaard tegen de terechtzitting van <emphasis role="bold">9 oktober 2024</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst het meer af anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">30 oktober 2024</emphasis> voor opgave verhinderdata zijdens alle partijen voor een te bepalen mondelinge behandeling in de periode januari tot en met maart 2025.<?linebreak?></para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_3368b598-12da-4524-9ef9-34115c8fd60b" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3368b598-12da-4524-9ef9-34115c8fd60b" label="1">
    <para>type: AH</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>