<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:6208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T08:06:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/073461-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6208">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T08:06:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:6208 Rechtbank Limburg , 28-08-2024 / 03/073461-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:6208:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak oplichting en hypotheekfraude</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:6208:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 03/073461-22 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 28 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.L.P. Biesmans, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 augustus 2024. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen [medeverdachte 1] (parketnummer 03/285601-23) en [medeverdachte 2] (parketnummer 03/264538-23).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis>	al dan niet met anderen, Obvion N.V. heeft opgelicht door het verstrekken van valse salarisspecificaties en een valse werkgeversverklaring ten behoeve van een hypothecaire lening;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2: </emphasis>gebruik heeft gemaakt van valse geschriften, te weten valse salarisspecificaties en een valse werkgeversverklaring, door genoemde valse stukken te verstrekken aan Obvion N.V. bij het aanvragen van een hypothecaire lening;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3: </emphasis>de woning aan de [adres] te [plaats] voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze woning onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf (witwassen);</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4: </emphasis>een geldbedrag van € 62.275, - heeft witgewassen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <para>Met de officier van justitie en de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zodat hij moet worden vrijgesproken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart niet bewezen dat de verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.E.M. Hendriks, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. S.L.M. van Venrooij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens en </para>
      <para>mr. D.R.C. Custers, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>De griffier, mr. Custers, is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 1:</para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 oktober 2019 tot en met 10 januari 2020 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Obvion N.V. heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten</para>
      <para>het verstrekken van een hypothecaire geldlening van €250.000, door met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een hypotheekaanvraag te doen en hierbij een of meer schriftelijke bescheiden aan Obvion N.V. heeft doen toekomen, waaronder (een) valse of vervalste salarisspecificatie(s) en/of werkgeversverklaring; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 2:</para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 oktober 2019 tot en met 10 januari 2020 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) salarisspecificatie en/of werkgeversverklaring, - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande die valsheid hieruit dat</para>
    </parablock>
    <para>- die salarisspecificaties waren vervalst, althans dat die salarisspecificatie meerdere loonbetalingen van het bedrijf [naam bv] van 2.550,42 euro vermeldde, terwijl er in de periode van februari 2019 tot en met 30 maart 2020 slechts tweemaal een loonbetaling heeft plaatsgevonden aan werknemer [verdachte] en/of</para>
    <para>- op/in die werkgeversverklaring staat dat werknemer [verdachte] per september 2019 in (loon)dienst is terwijl hij al eerder salaris kreeg uitbetaald, en bestaande dat gebruik hieruit dat hij, verdachte dat/die geschrift(en) heeft overgelegd bij het aanvragen van (een) krediet/kredieten bij Obvion N.V.;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 3:</para>
      <para>hij op of omstreeks 10 januari 2020, in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, een geldbedrag en/of onroerend goed (de woning aan de [adres] te [plaats] ), althans een of meer voorwerpen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad</para>
      <para>terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 4:</para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 januari 2020 tot en met 24 maart 2021, in de gemeente Heerlen, althans in Nederland,</para>
      <para> (van) een voorwerp, te weten een geldbedrag van 62.275 euro (€13.350 + €48.925), althans een of meer voorwerpen</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of</para>
    <para>- gebruik heeft gemaakt</para>
    <para>terwijl hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>